6 december
Zevende dag van de Noveen
van de Onbevlekte Ontvangenis
50. TOEVLUCHT VAN DE ZONDAARS
-Maria en het sacrament van boete en verzoening. -Haar
erbarmingsvolle houding jegens de zondaars. -Onze toevlucht.
50.1 Wees
gegroet, vol van genade, gij wordt allergenadigste genoemd voor de zondaars,
want gij ziet met erbarming neer op onze ellende.1
Van oudsher bestond op sommige plaatsen de gewoonte om Onze
Lieve Vrouw af te beelden met een mantel met daaronder alle soorten mensen, met
vredige gezichten: pausen en koningen, handelslieden en boeren, mannen en
vrouwen... Sommigen echter die niet helemaal onder deze beschermmantel
schuilgingen, zien we gewond door een pijl: degene die lui is, wordt zittend
uitgebeeld met de pijl in een verlamde voet, de gulzigaard met het bord in de
hand en de pijl in de buik...2 Refugium peccatorum: de christenen hebben haar altijd
beschouwd als beschutting en toevlucht van de zondaars, bij wie wij bijna
instinctief onze bescherming zoeken, op momenten van grotere bekoring of
ernstiger moeilijkheden, of wanneer we misschien ontrouw aan de Heer geweest
zijn. Zij is de wegverkorting die onze snelle terugkeer tot Jezus
vergemakkelijkt.
In de eerste eeuwen van ons geloof verzekerden de kerkvaders
herhaaldelijk, wanneer zij over de menswording van het Woord schreven, dat de
maagdelijke schoot van Maria de plaats was waar de vrede tussen God en de
mensen werd gesloten. Door haar buitengewone vereniging met Christus oefent zij
een moederschap over de mensen uit dat erin bestaat «het bovennatuurlijk leven
in de zielen te herstellen»3; door dit moederschap
maakt zij heel speciaal deel uit van Gods wilsplan om de wereld van de zonden
te bevrijden. Daartoe «heeft zij zich als dienstmaagd van de Heer geheel en al
aan de persoon en het werk van haar Zoon gewijd, om afhankelijk van Hem en met
Hem, in dienst te staan van het verlossingsmysterie»4;
zij was verenigd met Christus' boetedoening voor alle zonden van de wereld, zij
leed met Hem en werd medeverlosseres op alle ogenblikken van Jezus' leven, heel
bijzonder op Calvarië, waar zij haar Zoon aan de Vader aanbood en zij zichzelf
met Hem aanbood: «Maria is inderdaad bondgenote van God geworden -krachtens
haar goddelijk moederschap- in het verzoeningswerk.»5
Daarom plegen veel theologen te vermelden, dat de Maagd op enigerlei wijze
tegenwoordig is in de sacramentele biecht, waar ons op een bijzondere manier de
genade van de verlossing wordt verleend. «Als men van het sacrament van boete
en verzoening de mede-boetedoening van Maria verwijdert, dan voert men een
scheiding tussen haar en Christus in die nooit heeft bestaan en niet kan worden
toegelaten [...], omdat Christus zelf in zijn boetedoening geheel de
verzoenende medewerking van zijn Moeder opneemt.»6
Maria staat altijd heel dicht bij de biecht: zij is aanwezig
op de weg die tot dit sacrament leidt, omdat zij de ziel in de gesteldheid
brengt om in nederigheid, oprechtheid en met berouw tot dit sacrament van de
goddelijke barmhartigheid te naderen. Zij oefent een uiterst voorname
moederlijke taak uit, door de weg naar oprechtheid te vergemakkelijken en met
zachte hand naar deze genadebron te leiden. In het apostolaat van de biecht is
zij de eerste bondgenote. Als de begane fouten ooit ten zeerste beschamen, dan
is zij de eerste toevlucht waar men naar toe moet gaan. En langzaam maar zeker
maakt zij, door haar moederlijke genade, gemakkelijk wat eerst wellicht
moeilijk leek. Als een kind zich van het ouderlijk huis heeft verwijderd, zou
dan niet elke moeder bereid zijn hem de terugkeer te vergemakkelijken? «De
Moeder van God die bezorgd op zoek was naar haar Zoon die buiten haar schuld
was zoekgeraakt, en die de opperste vreugde smaakte toen zij Hem terugvond, die
Moeder zal ook ons helpen op onze schreden terug te keren en te verbeteren wat
nodig is, wanneer wij door onze lichtzinnigheden of zonde er niet in slagen
Christus te zien. Zo zullen wij de vreugde beleven Hem opnieuw te omhelzen en
Hem te zeggen, dat wij Hem nooit meer willen verliezen.»7
Heilige Maria, Toevlucht van de zondaars,
onze toevlucht, geef ons de duidelijke drang om naar u toe te gaan, wanneer wij,
ook al is het maar een beetje, van de liefde van uw Zoon verwijderd zijn
geraakt. Geef ons de gave van berouw.
50.2 Heilige
Maria, Moeder van God, bid voor ons, zondaars...
Vergeving is altijd mogelijk. De Heer wenst onze redding en
de zuiverheid van onze ziel, meer nog dan wijzelf. God is almachtig, Hij is
Vader en Hij is liefde. En Jezus zegt tot iedereen, ook tot ons: Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.8 Hij roept ons op -en in deze Noveen nog krachtiger-
om ons met de hulp van zijn Moeder los te maken van egoïsme, misschien wel
lichte wraakzucht, gebrek aan liefde, een overhaast oordeel over anderen,
gebrek aan onthechting... We moeten met een zuiverder hart naar het grote feest
van Onze Lieve Vrouw toe gaan. In het binnenste van ons hart moeten we die
oproep tot een grotere inwendige zuiverheid bespeuren. Een heel oude traditie
vertelt hoe de Heer aan de heilige Hiëronymus verscheen. Jezus zei tot hem:
'Hiëronymus, wat zou je Mij geven?', waarop de heilige antwoordde: 'Ik wil U
mijn geschriften aanbieden'. Maar Christus hernam, dat dit niet voldoende was.
'Wat zal ik U dan overhandigen? Mijn leven van versterving en boetedoening?'
Het antwoord luidde: 'Ook dat is Mij niet genoeg'. 'Wat kan ik U dan nog
geven?', vroeg Hiëronymus. En Christus gaf hem ten antwoord: 'Je kunt Mij je
zonden geven, Hiëronymus'.9 Soms kan het moeite
kosten voor God onze zonden te erkennen, onze zwakheden en dwalingen: ze
onomfloerst neer te leggen, zoals ze zijn, zonder rechtvaardiging, en door alles
bij zijn naam te noemen. God neemt ze op, omdat dàt hetgene is wat ons van Hem
en de ander scheidt, wat ons doet lijden, wat een echt gebedsleven belemmert.
God wil onze zonden om ze te vernietigen, om ze te vergeven en ons daarvoor in
de plaats een bron van leven te geven.
De heilige Alfonsus van Liguori leert ons, dat de voornaamste
taak die de Heer aan Maria toevertrouwde het beoefenen van de barmhartigheid
is, en dat Maria al haar voorrechten ten dienste hiervan stelt.10
Verrassend, verheugend verrassend is Jezus' volhardend en
voortdurend roepen van de zondaars, want de Mensenzoon is gekomen
om te redden wat verloren was.11 Aan de
beoefening van deze houding van barmhartigheid jegens allen herkenden Hem velen
die dicht bij Hem leefden: de farizeeën en schriftgeleerden
morden en zeiden: deze man ontvangt zondaars en eet met hen.12 En tot verbazing van iedereen bevrijdt Hij de
overspelige vrouw van de vernedering waaraan zij blootgesteld was, en nadien
zal Hij haar, na haar vergeven te hebben, met deze simpele woorden wegzenden: Ga heen en zondig van nu af niet meer.13 Zó is Jezus steeds. Laat in onze geest -zo beval
kardinaal Newman aan- nooit de idee opkomen, dat God een hardvochtige, strenge
meester is.14 Dat beeld kan zich degene vormen
die zich aldus zou gedragen -kwaadmoedig, hardvochtig, kil-, die zich door een
ander beledigd zou voelen. Maar God is niet zo, Hij bemint ons méér, Hij zoekt
ons méér, hoe slechter onze situatie is.
De taak van Maria is niet om de goddelijke rechtvaardigheid
te bedaren. God is altijd goed en vol erbarming. De taak van Onze Lieve Vrouw
is, ons hart in die gesteldheid te brengen dat wij de ontelbare genadegaven die
de Heer voor ons bereid heeft, kunnen ontvangen. «Zou Maria niet een zachte en
machtige stimulans zijn om de moeilijkheden die met de sacramentele biecht
samenhangen te overwinnen? Meer nog, nodigt zij niet uit om deze moeilijkheden
te aanvaarden om ze te kunnen omvormen tot een middel van uitboeting van onze
eigen en andermans schulden?»15 Laten wij altijd
tot haar gaan wanneer wij ons voorbereiden en gereed maken om dit sacrament te
ontvangen.
Heilige Maria, «onze hoop, zie met erbarming op ons neer,
leer ons voortdurend tot Jezus te gaan en help ons, als wij vallen, weer op te
staan, om naar Hem terug te keren, door de belijdenis van onze schulden en
zonden in het sacrament van boetedoening, dat de ziel haar rust teruggeeft.»16
50.3 Sancta
Maria, refugium nostrum et virtus... onze toevlucht en kracht...
Het woord 'refugium' komt van 'fugere', voor iets of iemand
vluchten... Als men naar een toevluchtsoord gaat, vlucht men voor de kou, de
duisternis van de nacht, voor een storm; en men zoekt er veiligheid,
bescherming en beschutting. Als we onze toevlucht tot Onze Lieve Vrouw nemen,
dan vinden wij de enige ware bescherming tegen bekoringen, wanhoop,
eenzaamheid... Vaak is alleen al beginnen te bidden voldoende om de bekoring te
doen verdwijnen, om de vrede en het optimisme te herwinnen. Als we op een
gegeven ogenblik meer moeilijkheden tegenkomen en de bekoringen ons kwellen,
dienen wij ons aanstonds onder de beschermende mantel van Onze Lieve Vrouw te
stellen. 17
Bij haar vinden wij altijd een schuilplaats en bescherming.
Zij «troost onze angst, beweegt ons geloof, versterkt onze hoop, laat onze
vrees verdwijnen en bemoedigt ons in onze beschroomdheid.»18 Haar kinderen zoeken, als zij haar moederliefde
bemerken, bij haar hun toevluchtsoord: zij smeken vergiffenis van haar af en
«wanneer zij haar geestelijke schoonheid aanschouwen, spannen zij zich in om
zich te bevrijden van de lelijkheid van de zonde, en wanneer zij haar woorden
en voorbeelden overwegen, voelen zij zich geroepen de geboden van haar Zoon te
vervullen.»19
Moeder, Toevlucht van de zondaars,
leer ons onze zonden te erkennen en ze te berouwen. Kom ons tegemoet wanneer de
terugweg naar uw Zoon moeilijk is, wanneer wij ons verloren voelen.
-1. Missen van de Maagd Maria,
14. Antifoon van de mis Moeder van verzoening. -2. Vgl. M. Trens, María, Iconografía de la
Virgen en el arte español, bl. 274 vv. -3. Vaticanum ii,
Dogm. const. Lumen gentium, 61. -4. Ibidem, 56. -5. Johannes
Paulus ii, Ap. exhort. Reconciliatio et Paenitentia,
2-XII-1984, 35. -6. A. Bandera, La
Virgen María y los sacramentos, Rialp, Madrid 1978, bl. 173. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 278. -8. Mt
9,13. -9. Vgl. F.J. Sheen, Desde
la Cruz, bl. 16. -10. H. Alfonsus van Liguori, De heerlijkheden van Maria, 6,3,5. -11. Mt 18,11. -12. Mt 11,19. -13. Joh 8,11. -14. Kard. J.H. Newman, Preek voor de Vierde Zondag na de Openbaring des Heren.
-15. A. Bandera, o.c., bl.
179-180. -16. Johannes Paulus ii, Gebed tot O.L.V. van Guadalupe, januari 1979. -17. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 498. -18. H. Bernardus, Homilie bij de Geboorte van de Heilige Maagd Maria, 7.
-19. Vgl. Missen van de Maagd Maria, 14. Prefatie
van de mis Moeder van verzoening.