Zeventiende zondag door
het jaar (B)
20. Trouw in kleine dingen
-Jezus heeft altijd aandacht voor onze noden. Hij leert ons
tijdelijke zaken te heiligen. -Dichtbij Jezus komen door de trouwe vervulling
van onze plichten. De waarde van kleine dingen. -Wat God ons ook vermag te
vragen, het ligt binnen onze mogelijkheden. Wij moeten trouw zijn zelfs in die
zaken die van weinig belang lijken.
20.1 Langs de oevers van het Meer van Galilea kwamen mensen van de
omliggende dorpen bijeen om naar de Heer te luisteren. Terwijl Jezus aan het
spreken was, had niemand aan zijn eigen vermoeidheid gedacht, aan de uren dat
zij zonder eten waren geweest, aan hun gebrek aan levensmiddelen. De mensen
waren geboeid door de woorden van de Heer. Zij hadden hun honger vergeten
evenals hun reisplannen. Niettemin had Jezus aan de materiële behoefte van zijn
toehoorders gedacht. Hij had medelijden met die uitgeputte mensen die Hem
gedurende een paar dagen hadden gevolgd. In die omstandigheden deed Hij het
schitterende wonder van de vermenigvuldiging van brood en vis.1
Nadat iedereen had gegeten maakte Jezus van de gelegenheid
gebruik om zijn apostelen -en ons- een les te geven over het belang van kleine
dingen. Toen ze verzadigd waren, zei Hij tot zijn leerlingen: 'Haalt nu de overgebleven
brokken op om niets verloren te laten gaan.' Zij haalden ze op en vulden van de
vijf gerstebroden twaalf manden met brokken, welke door de mensen na het eten
overgelaten waren. Jezus toont ons zijn edelmoedigheid op twee manieren: eerst
door aan de mensen te geven: zoveel men maar wilde, en vervolgens door te
zorgen dat er geen voedsel verloren ging. Hij voedt op zowel door middel van
het machtige wonder als door een veelbetekenende kleinigheid.
De grootsheid van het hart van Christus wordt geopenbaard in
zowel de grote als de kleine gebeurtenissen van elke dag. «Het verzamelen van
de overgebleven brokken is een manier om ons de waarde te laten zien van kleine
dingen, gedaan uit liefde voor God: orde, netheid, de zaken helemaal afwerken.»2 Christus brengt het grootste deel van dertig jaar
door, verborgen in het gewone leven van elke dag. Terwijl Hij een beroep
uitoefende in een eenvoudige werkplaats, was de Mensenzoon toch bezig met de
Verlossing van alle mensen.
In de evangeliën zien wij Jezus tijdens de jaren van zijn
openbaar leven in voortdurend gesprek met zijn hemelse Vader. Toch was Jezus
zich ten volle bewust van wat rondom Hem gebeurde. Nadat Hij de dochter van
Jaïrus tot leven had gewekt, vroeg Hij dat haar iets te eten zou worden
gegeven. Direct na het wonder van de opwekking van Lazarus te hebben verricht,
vertelde Hij aan de verbaasde toeschouwers: Maakt hem los en laat hem gaan.3 Jezus voelde eveneens aan wanneer het tijd was voor
zijn volgelingen om wat rust te nemen.4 Hij
leert ons om menselijke situaties te behandelen volgens hun werkelijk belang.
Wij moeten onze dagelijkse zorgen heiligen. We kunnen niet in de wolken leven.
We moeten actief betrokken zijn met het leven van anderen.
In de tweede lezing van de mis herinnert de heilige Paulus
ons eraan hoe wij ons behoren te gedragen ten aanzien van de mensen rondom ons:
in alle deemoed en
zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend.5 De Heer roept ons op, die deugden te beleven die het
leven voor anderen aangenaam maken. Zo zullen we onze liefde voor God laten
blijken.
20.2 Haalt nu de overgebleven brokken
op... Dit lijkt van weinig belang in vergelijking
met het opzienbarende wonder, maar het is de Heer die het verzoek doet. Ons
hele leven bestaat uit veel zaken die eenvoudig en alledaags zijn. We
ontwikkelen deugden door onze gewone dagelijkse strijd. Het is in deze strijd
dat wij onze heiligheid smeden. «'Liefde bestaat uit daden en niet uit mooie
praatjes'. Daden, daden! Voornemen: ik zal doorgaan U heel vaak te zeggen dat
ik van U houd -hoe vaak heb ik het vandaag al gezegd? Door uw genade echter zal
het vooral mijn gedrag zijn, zullen het de kleine dingen van elke dag zijn die
-met stomme welsprekendheid- dat voor U uitroepen, U mijn liefde doen blijken.»6
De Heer waardeert orde, nauwkeurigheid, zorg voor de boeken
die wij gebruiken en de gereedschappen waarmee we werken, onze vriendelijkheid
ten aanzien van collega's, onze toewijding aan echtgenoot, kinderen, vrienden.
Wij moeten vechten tegen elk gevoel van routine in onze relaties of in ons
werk. We moeten nieuwe betekenis willen geven aan elke dag en elk uur, zelfs al
hebben we jarenlang hetzelfde gedaan. Het leven wordt een saaie boel als we
toegeven aan wat voor routine dan ook. Wij kunnen in ons dagelijks werk een
uitgestrekt arbeidsveld ontdekken voor het beleven van onthechting -mensen niet
op hun plaats zetten, geconcentreerd werken, onze taken uitvoeren met een geest
van dienstbaarheid...
Het is mogelijk dat we op een bepaalde dag worden uitgedaagd
iemands leven te redden met risico voor ons eigen leven. Het is mogelijk maar
niet erg waarschijnlijk. Toch krijgen wij praktisch elke dag kansen om ons aan
anderen te geven. Dit kan een glimlach zijn voor iemand die we niet echt graag
zien, een bemoedigend woordje zeggen tegen een gezinslid die vermoeid schijnt
of zich niet lekker voelt, bereidheid onze mening voor ons te houden ter wille
van het vermijden van ruzie, een welbewuste inspanning om met belangstelling te
luisteren naar iemand die wij niet erg interessant vinden. Het kan gebeuren dat
een daad van weinig belang (een vriendelijke begroeting, een zeer kleine gunst,
een bedankbriefje...) bij anderen tot een goed gevolg leidt, buiten alle
verhouding tot wat we zouden hebben kunnen verwachten. Deze eenvoudige
attenties helpen anderen zich gewenst en gewaardeerd te voelen. Maatschappelijk
leven wordt aldus een weerspiegeling van God zelf. Dit staat in sterk contrast
tot die omstandigheden waar mensen elkaar behandelen als louter voorwerpen, met
achteloze onverschilligheid voor de meest fundamentele facetten van de
menselijke waardigheid.
Kleine dingen zijn van wezenlijk belang voor onze strijd om
alle deugden te beleven. Geloof kan worden uitgedrukt met een momentele daad
van liefde wanneer wij een tabernakel voorbijkomen midden in een stad. Sterkte
kan worden beleefd wanneer wij een onkuis gesprek onderbreken, wanneer wij
opkomen voor onze overtuigingen, voor Jezus Christus en zijn Kerk.
Christus wacht op ons in het leven van elke dag. Dit is de
'echte wereld' waartoe wij behoren, die wij moeten heiligen door onze vlijt en
'sportieve geest'. Het is daar dat wij zullen leren waarderen wat Hij
waardeert: de schatten die duren ten eeuwigen leven. Wij hopen dat we gelukkig
genoeg zullen zijn om de loftuiting van de Meester te verdienen: Uitstekend, goede en trouwe
dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen.7
20.3 Ons leven bestaat uit vele kleine daden. Als wij al deze daden
kanaliseren in de richting van de Wil van God, zullen zij ons heel ver brengen.
Vele kleine stapjes zullen ons tot het doel van onze reis brengen. Trouw in
kleine dingen zal ons harden tegen iedere grote bekoring.8 Zoals wij in het boek van Sirach lezen: Wie zo aan zijn drankzucht
toegeeft, wordt niet rijk en wie het kleine niet eert, gaat langzaam maar zeker
te gronde.9
God vraagt op elk ogenblik iets van ons, en dat iets is voor
ons altijd goed mogelijk. Tengevolge van onze aanvankelijke instemming met de
genade, komt er met betrekking tot de tweede uitdaging nog meer genade. Als we
trouw zijn, volgt de éne genade op de andere.
Door ons op kleine dingen te concentreren, genieten we van
het bijkomende voordeel onze ijdelheid te verminderen. Wie zal ons eer geven
voor het afstaan van onze plaats in de bus? Wat voor een dankbetuiging zullen
wij ontvangen voor het hebben van orde in onze werkruimte? Wie zal een
standbeeld oprichten voor de moeder die glimlacht, voor de leraar die elke les
zorgvuldig voorbereidt, voor de student die echt voor een examen studeert, voor
de dokter die een patiënt behandelt met eerbied voor zijn waardigheid?
Als wij ons werk opdragen, vormen wij kleine dingen om tot
grote zaken, menselijke details in bovennatuurlijke gebeurtenissen. Elke morgen
behoren wij onze dag aan God met meer en meer toewijding op te dragen. Wij
zullen het menselijke en het goddelijke te zamen zien komen in een eenheid van
leven die ons in staat zal stellen de hemel beetje bij beetje te verdienen. Om
trouw te blijven in kleine dingen, moeten we een grote liefde hebben tot de
Heer. Wij moeten een vurig verlangen koesteren met Hem verenigd te zijn, Hem te
vinden in de gewone omstandigheden van het dagelijks leven. Deze voortdurende
zorg voor kleine dingen zal onze liefde voor God voeden.
Onze Moeder Maria zal ons leren waarderen wat van weinig
belang schijnt te zijn, en details verzorgen. Dit moet onze aanpak zijn in het
gezinsleven, in maatschappelijke betrekkingen, in de vervulling van onze
plichten en in onze manier van omgaan met God.
-1. Joh 6,1-15. -2. The Navarre Bible, noot bij Mc 6,42. -3. Joh
11,44. -4. Mc 3,31.
-5. Ef 4,16. -6. H.
Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 498. -7. Mt 25,21. -8. Vgl.
Lc 16,10.
-9. Sir
19,1.
|