Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Achtentwintigste week. Donderdag

61. uitverkoren van eeuwigheid

-Een eenmalige roeping. -Hij schenkt ons het licht om verder te gaan, en de benodigde genade om uit alle voorvallen van het leven gesterkt te voorschijn te komen. -Volharding in de eigen roeping.

61.1 Vanuit de eenzaamheid van zijn cel in de gevangenis schrijft de heilige Paulus een brief aan de eerste christenen in Efeze. Hij begint met een lofzang om te danken voor alle gaven die hij heeft ontvangen van de Heer, vooral het geschenk van zijn roeping. Op dezelfde wijze heeft God ieder van ons uitverkoren om zijn leerlingen te zijn, om zijn Koninkrijk op aarde te verbreiden. De apostel legt de nadruk op de wezenlijke gelijkheid die kenmerkend is voor de universele roep tot heiligheid: In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermede heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde, in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving van de zonden, dank zij de rijkdom van zijn genade.1

Ieder van ons is van eeuwigheid geroepen om een goddelijke taak te vervullen. God de Vader heeft ons tot leven gebracht: niemand is toevallig geboren. Hij schiep op hetzelfde moment onze ziel. Hij voerde ons binnen in de intimiteit van zijn leven door het sacrament van het doopsel. Door middel van dit sacrament heeft God ons een opdracht gegeven; Hij is het die op ons zijn zegel heeft gedrukt en ons de Geest als onderpand gegeven.2 Hij heeft ons een specifieke taak gegeven om in dit leven te volbrengen en heeft een plaats voor ons bereid in de hemel.

Binnen de algemene roeping tot heiligheid heeft God ook een speciale roeping bestemd voor ieder van zijn kinderen. Hij roept de grote meerderheid van de gelovigen om midden in de wereld te leven om de tijdelijke werkelijkheid te heiligen. God roept een klein aantal van zijn kinderen om zich uit de wereld terug te trekken om een aan God gewijd leven te leiden, waarbij zij openlijk getuigen ter ere van God. De Heer helpt ons onze roeping te ontdekken en te begrijpen op een mysterievolle en fijngevoelige wijze. Juist binnen de eigen roeping -als echtgenoot, alleenstaande, priester...- wijst God een persoonlijke weg tot zijn Liefde. «In feite heeft God van eeuwigheid aan ons gedacht en ons liefgehad als unieke individuen. Hij roept ieder van ons bij zijn naam, zoals de goede herder zijn schapen roept bij hun naam (Joh 10,3). Maar alleen in het zich ontvouwen van onze levensgeschiedenis en de gebeurtenissen daarin wordt het eeuwige plan van God aan ieder van ons duidelijk. Het is daarom een geleidelijk proces, in zekere zin een proces dat zich dagelijks voltrekt.

»Om in staat te zijn de werkelijke wil van God in zijn leven te ontdekken, moet men zich aan het volgende houden: attent en volgzaam luisteren naar het Woord van God en van de Kerk, vurig en voortdurend bidden, de hulp van een wijze en liefdevolle geestelijk leidsman vragen en een gelovig inzicht in de gaven en talenten die door God geschonken zijn evenals in de verschillende maatschappelijke en historische gegeven omstandigheden waarin men leeft.»3

Bij het voortschrijden van de tijd leidt God ons tot een steeds hogere mate van heiligheid. Als wij trouw zijn, als wij zorgvuldig luisteren, zal de Heilige Geest ons door de gewone gebeurtenissen en omstandigheden van ons leven tot een diepere liefde tot God leiden.

61.2 Onze roeping is een overweldigende gave. Wij moeten God onophoudelijk danken voor deze gave. Dit is het licht dat onze weg verlicht. Zonder de kennis van wat God voor ons wil, zouden wij overgeleverd zijn aan onze eigen wil, in feite een heel onbetrouwbare en flakkerende kaars. Wanneer God ons onze roeping toevertrouwt, schenkt Hij ons ook de duidelijkheid en de genade die wij nodig zullen hebben om de goddelijke roeping op ons te nemen. «Door het kennen van zijn roeping komt de mens tot een ondubbelzinnige kennis van zichzelf, van de wereld en van God. Dit is het referentiepunt van waaruit ieder in staat is om situaties uit het verleden en heden te beoordelen.»4 Het steeds beter begrijpen van wat God van ons wil is altijd een reden voor hoop en vreugde.

Door de roeping die God ons gegeven heeft, nodigt Hij ons uit de intimiteit van zijn leven binnen te gaan, binnen te treden in een leven van gebed. Christus vraagt ons Hem tot middelpunt van ons bestaan te maken, Hem midden in de drukte van de dagelijkse werkelijkheid te volgen: thuis, op kantoor, in de wereld van de arbeid... Christus roept ons op, de anderen te zien als kinderen van God, als zeer waardevolle schepselen voor wie God een grote voorliefde heeft. Wij moeten anderen helpen in hun geestelijke en materiële behoeften. Wij spreken hier over onze benadering van de mensen die op de een of andere wijze met ons het dagelijkse leven delen, met al hun sterke en zwakke kanten.

De wil van God kan ons in een flits duidelijk worden, zoals dat met Paulus het geval was op de weg naar Damascus. God kan er ook de voorkeur aan geven zijn wil aan ons duidelijk te maken bij stukjes en beetjes, zoals dit het geval was met de heilige Jozef. «Het is geen kwestie van eenvoudigweg weten, wat God van ieder van ons wil in de verschillende levensomstandigheden. Iedere persoon moet doen wat God van hem vraagt, waaraan wij herinnerd worden door de woorden van Maria, de moeder van Jezus, die zij richtte tot de bedienden te Kana: Doet maar wat Hij u zeggen zal (Joh 2,5). Maar het handelen in trouw aan Gods wil vraagt om de bekwaamheid daartoe, een elke dag grotere bekwaamheid. Wij kunnen er zeker van zijn, dat dit mogelijk is door de vrije en verantwoordelijke medewerking van ieder van ons, met Gods genade die nooit ontbreekt. De heilige Leo de Grote zegt: 'Degene die de waardigheid verleent zal ook de kracht geven'. Dit is dan de prachtige maar ook veeleisende taak die alle leken en alle christenen elk ogenblik wacht: altijd te groeien in de kennis van de rijkdom van doopsel en geloof alsook deze vollediger te beleven.»5 Deze volledigheid wordt dagelijks werkelijkheid wanneer wij getrouw zijn in de kleine dingen, wanneer wij ons voegen naar de goddelijke genade, wanneer wij onze gewone verantwoordelijkheden op ons nemen. Dit is van kracht op de dagen waarop wij de strijd niet zo moeilijk vinden en ook bij die onvermijdelijke gelegenheden wanneer wij het niet gemakkelijk vinden.

61.3 Elegit nos in ipso ante mundi constitutionem... De Heer heeft ons uitverkoren vóór de grondvesting van de wereld. En God heeft geen spijt van de keuzen die Hij gemaakt heeft. Deze waarheid hoort de basis van onze hoop te zijn en ons te doen vertrouwen, dat wij zullen volharden in onze roeping, ongeacht de moeilijkheden die wij tegenkomen, of welke bekoringen wij misschien zullen doormaken. De Heer is altijd getrouw. Hij geeft ons dagelijks de genade die nodig is voor onze trouw. De heilige Franciscus van Sales schreef: «De Heer volgt voortdurend de voortgang van zijn kinderen die Hij liefheeft. Hij ziet dat ze naar Hem toekomen. Hij steekt zijn hand uit in moeilijkheden. Want dit waren de woorden van Jesaja: Want Ik, Jahwe, Ik ben uw God, die u vasthoudt bij uw rechterhand, die u zegt: Weest niet bevreesd, Ik sta u bij (Js 41,13). Ten gevolge hiervan mogen wij God en zijn hulp volkomen vertrouwen. Daar wij geen genade te kort komen, zal Hij in ons het goede werk van ons heil voltooien, dit werk dat reeds aan de gang is.»6

Meewerkend met dit vertrouwen op goddelijke hulp is het nodig dat wij ons persoonlijk inzetten om gedurende ons hele leven de oproep van de Heer waar te maken, want de gave van zichzelf aan God wordt niet bereikt in een enkel ogenblik, of in een bepaalde periode van het leven. God blijft ons roepen tot aan de laatste minuut... Wij kunnen het soms vervelend vinden om trouw te blijven aan de Heer, maar dan moeten wij eraan denken dat zijn juk zoet is en zijn last licht.7 Wij zullen dan geluk vinden in de hernieuwde inspanning. God vraagt nooit meer van ons dan wij aankunnen. Hij kent ons goed en houdt rekening met onze menselijke zwakheden en tekortkomingen. Hij rekent ook op onze oprechtheid en op de nederigheid waarmee wij opnieuw beginnen.

Wanneer wij gestruikeld zijn in moeilijke tijden, zal onze moeder Maria onze hoop zijn, zodat wij weer verder kunnen gaan. In Maria vinden wij de kracht die wij zo hard nodig hebben. «Bemin Onze Lieve Vrouw. Zij zal overvloedige genade voor je verkrijgen om in de dagelijkse strijd te zegevieren. En de duivel zal geen profijt trekken van de boze verlangens die je verteren en steeds sterker worden, en met hun welriekend bederf de grote idealen en de verheven geboden die Christus zelf in je hart gelegd heeft, dreigen te verstikken. 'Serviam', Ik wil dienen.»8

-1. Eerste lezing, even jaren, Ef 1,4-7. -2. Vgl. 2 Kor 1,21-22. -3. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Christifideles laici, 30 december 1988, 58. -4. J.L. Illanes, Mundo y santidad, Madrid 1984, bl. 109. -5. Johannes Paulus ii, o.c. -6. H. Franciscus van Sales, Traité de l'amour de Dieu, III, 4. -7. Vgl. Mt 11,30. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 493.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012