Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede zondag van de veertigdagentijd

12. VAN TABOR NAAR cALVARIË

-Waar het om gaat, is altijd bij Jezus te zijn. Hij helpt ons verder. -Koester vaak de hoop op de hemel, zeker in moeilijke ogenblikken. -De Heer verwijdert zich niet van ons. Leven voor zijn aanschijn.

12.1 Naar U gaat mijn hart uit: U wil ik zien, uw gelaat, Heer, wil ik aanschouwen. Verberg mij uw aanschijn niet.1 Dat bidden we in de introïtus van vandaag. Uit het evangelie weten we wat op de berg Tabor gebeurd is. Kort daarvoor legde Jezus in Caesarea Philippi aan zijn leerlingen uit, dat Hij in Jeruzalem zou moeten lijden, dat Hij zou sterven onder de handen van de hogepriesters, de ouderlingen en de schriftgeleerden. De apostelen waren vol droefenis en wanhoop toen zij dit hoorden. Dan neemt Jezus Petrus, Jakobus en Johannes mee2 om te bidden.3 Het zijn de drie leerlingen die later getuigen zullen zijn van zijn doodsstrijd in de Hof van Olijven. En terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit.4 Zij zagen Hem spreken met Elias en Mozes die in heerlijkheid verschenen en spraken over de dood die Hij in Jeruzalem zou ondergaan.5 

Zes dagen lang gingen de apostelen gebukt onder het verdriet van de aankondigingen in Caesarea Philippi. De liefderijke gevoelens van Jezus laten hun dan zijn verheerlijking aanschouwen. De heilige Leo de Grote zegt: «Het grootste belang van de verheerlijking lag in het uitbannen uit de zielen van de apostelen van het drama van het Kruis.»6 De leerlingen zouden deze honingdrup nooit vergeten die Jezus hun liet in zijn droefheid. Jaren later zou de heilige Petrus deze ogenblikken weer in al hun duidelijkheid oproepen: Toen werd door de verheven Majesteit dit woord tot Hem gericht: Deze is mijn welbeminde Zoon in wie Ik mijn welbehagen heb. En deze stem hebben wijzelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem waren op de heilige berg.7 De apostel kon niet anders dan deze ogenblikken onthouden, zijn leven lang.

Jezus treedt altijd op deze manier op tegenover de zijnen. Bij het grootste lijden geeft Hij ons de troost die we nodig hebben om door te gaan.

De flits van Gods heerlijkheid voerde de leerlingen tot een staat van geweldig geluk. Petrus roept in vervoering: Heer, het is hier goed toeven, laat ons drie tenten bouwen... Petrus wil, dat alles blijft, zoals het dan is. Maar de evangelist zou later moeten opschrijven: hij wist niet goed wat hij zei. Het gaat er immers niet om op deze of die plaats te zijn, maar om altijd bij Jezus te zijn, waar we ook ons maar bevinden. Het gaat erom Hem te kunnen zien door onze eigen omstandigheden heen. Als we in zijn nabijheid zijn, doet het er niet toe, of we de grootst mogelijke vertroosting ter wereld ontvangen, of in een ziekenhuisbed liggen met onbeschrijflijke pijn. Waar het om gaat, is dat we Hem zien en in zijn nabijheid leven. Daar alleen gaat het om in dit leven en in het hiernamaals. Als we bij Jezus blijven, zijn we ook heel dicht bij de mensen en zullen we gelukkig zijn in welke omstandigheid dan ook.

Vultum tuum, Domine, requiram - uw gelaat, Heer, wil ik aanschouwen. Ik wil U zien en uw gelaat zoeken, Heer, gewoon, in wat er vandaag gebeurt.

12.2 De heilige Beda geeft een commentaar op het evangelie van vandaag en schrijft, dat de Heer «in liefdevolle toegeeflijkheid Petrus, Jakobus en Johannes de gelegenheid bood een moment slechts het geluk te aanschouwen dat eeuwig voortduurt om hun als het ware kracht te geven in tijden van tegenslag.»8 Het lijdt geen twijfel dat de ervaring van deze ogenblikken aan de zijde van de Heer op de berg Tabor de betreffende apostelen in hun leven door veel moeilijkheden heen geholpen heeft.

Het bestaan van een mens is een tocht naar de hemel, onze woonplaats.9 Deze tocht is van tijd tot tijd moeizaam en afmattend, want we moeten vaak tegen de gebruikelijke opvattingen ingaan en er zijn heel wat vijanden in en buiten ons te verslaan. God echter zal ons sterken met het uitzicht op de hemel, juist ook in moeilijke ogenblikken of als de zwakte van ons gestel het tot een last maakt. «Als de bekoring zich aandient, denk dan aan Liefde die u in de hemel beschoren is; koester de deugd van de hoop - wat geen gebrek aan edelmoedigheid impliceert.»10 Daar «is alles rust, vreugde en verrukking. Alles is sereen en kalm, enkel vrede, glans en licht. Het is niet het licht dat we nu genieten, dat is in verhouding slechts een lamp naast het schijnsel van de zon... Daar is geen nacht of schemering, warmte noch koude, of enige verandering van bestaanswijze, daar is een toestand, een status quo die alleen begrepen kan worden door hen die waardig zijn er bezit van te nemen. Daar, op die plaats, is geen ouderdom, ziekte, of wat dan ook dat bederf insluit, want het is de plaats en het thuis van de onsterfelijke heerlijkheid.

»Maar meer dan dat, het is het niet aflatend aanwezig zijn en bezitten van Christus, de engelen... allen zijn oneindig en eensgezind, zonder vrees voor satan, voor de streken van de duivel, voor de verlokkingen van de hel, voor de dood.»11 Ons leven in de hemel zal voor altijd vrij zijn van welke vrees dan ook. We hoeven niet bang te zijn kwijt te raken wat we bezitten en we zullen niet iets anders willen hebben. Dan zullen we met de heilige Petrus oprecht kunnen zeggen: Meester, het is hier goed toeven. De glimp van de heerlijkheid die de Apostel had, zal in het eeuwig leven volledig de onze zijn. «Laten we proberen ons de hemel voor te stellen. Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor degenen, die Hem liefhebben. Kunt ge u voorstellen wat het zeggen wil eenmaal daar aan te komen en God te vinden, al dat schoons te zien, die liefde, die zich uitstort in ons hart, die ons verzadigt zonder ooit te verzadigen? Dikwijls door de dag vraag ik mij af: wat zal er gebeuren, wanneer heel de schoonheid, heel de goedheid, heel de oneindige luister van God zich zal storten in dat arme stukje klei, dat ik ben, dat wij allemaal zijn? En dan versta ik pas goed de woorden van de Apostel: geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord... Het is echt de moeite waard, mijn kinderen, het is de moeite waard.»12 De gedachte aan de heerlijkheid die ons wacht, zou moeten werken als een aansporing in onze dagelijkse strijd.

Niets is zoveel waard als het verwerven van de hemel: «Wanneer gij steeds vastbesloten bent liever te sterven dan het streven naar de eindpaal op te geven, zal de Heer, al laat Hij u in dit leven wat dorst lijden, u in dat leven, wat eeuwig duurt, allerovervloedigst te drinken geven, zonder dat gij nog behoeft te vrezen, dat het u aan water zal ontbreken.»13

12.3 Zij werden onmiddellijk door een wolk overschaduwd.14 Dat doet ons denken aan die andere wolk die de aanwezigheid van God in het Oude Testament begeleidde: Toen overdekte de wolk de tent van de samenkomst en vulde de heerlijkheid van Jahwe de woning.15 Het was het teken dat de goddelijke tussenkomst vaststond. Jahwe sprak nu tot Mozes: Ik kom tot u in een dichte wolk zodat het volk Mij met u hoort spreken en voor altijd in u zal geloven.16 Op de berg Tabor nu overschaduwt de wolk Christus en de machtige stem van God klinkt eruit op: Dit is mijn Zoon, mijn Welbeminde, luistert naar Hem.

En God de Vader spreekt door Jezus tot alle mensen van alle tijden. Zijn stem wordt in elke tijd gehoord, meer in het bijzonder door het onderricht van de Kerk die «zonder ophouden zoekt naar wegen om dit mysterie van haar Heer en Meester dichter tot het menselijk geslacht te brengen, tot de volkeren, de naties en tot iedere mens afzonderlijk.»17 Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand meer dan alleen Jezus.18 Elias en Mozes waren er niet meer. Zij zien alleen de Heer. Zij zien Jezus die ze kennen, die soms honger heeft, soms moe is, die tracht begrepen te worden. Zij zien Jezus zonder bijzondere blijken van zijn heerlijkheid. Het was voor de apostelen gewoon de Heer zo te zien: wat buitengewoon was, was zijn gedaanteverandering.

Dit is Jezus die we in ons gewone leven moeten vinden, te midden van ons werk, buiten op straat, in de mensen rondom ons, in ons gebed. We moeten Hem vinden, als Hij ons in het sacrament van de biecht vergeeft. En vooral in de heilige eucharistie waar Christus helemaal, echt, met lijf en leden aanwezig is. Meestal vertoont Hij zich niet aan ons met buitengewone verschijnselen. We moeten eerder leren de Heer te vinden in wat gewoon is, elke dag, en we moeten wegvluchten van de verleiding ooit iets buitengewoons te verlangen.

We moeten nooit vergeten dat de Jezus die met die drie bevoorrechte mannen op de berg Tabor was, dezelfde Jezus is die dagelijks aan onze zijde staat. «Als God je de genade verleent zijn aanwezigheid te bemerken en verlangt dat je met Hem spreekt als met je beste vriend, leg Hem je gevoelens voor in alle vrijheid en vertrouwen. 'Aan wie haar begeren, laat zij zich haastig kennen.' (Wijsh 6,13) Zonder te wachten tot jij Hem dichter nadert, komt Hij jou haastig tegemoet, als je zijn liefde zoekt. Hij biedt zich aan jou aan en verleent je de genade en geneesmiddelen die je nodig hebt. Hij wacht op slechts één woord van jou om te laten zien dat Hij aan je zijde is, naar je wil luisteren, je wil troosten. Zijn oor vangt hun hulpgeroep op. (Ps 34[33],17).

»Andere vrienden, vrienden in de wereld, beleven momenten die ze besteden om te praten met elkaar en andere momenten waarop ze niet bij elkaar zijn. Maar tussen God en jou hoeft er, als je maar wilt, nooit een moment van scheiding te zijn.»19 Zou ons leven in deze vastentijd niet anders zijn, als we deze aanwezigheid van God tot een werkelijkheid maken in de gewone dagelijkse dingen; als we proberen meer schietgebeden te zeggen, meer oefeningen van liefde en berouw, meer geestelijke communies? «Voor je dagelijkse gewetensonderzoek: Heb ik een uur voorbij laten gaan zonder dat ik met God, mijn Vader, heb gesproken?... Heb ik mij tot Hem gericht met de liefde van een kind? -Je kunt dat best!»20

-1. Introïtus, Ps 26,8-9. -2. Vgl. Mc 9,2. -3. Lc 9,28. -4. Lc 9,28. -5. Lc 9,31. -6. H. Leo de Grote, Sermo 51, 3. -7. 2 Pe 1,17-18. -8. H. Beda de Eerbiedwaardige, Commentaar op het Marcus­evangelie, VIII, 30,1-3. -9. Vgl. 2 Kor 5,2. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 139. -11. H. Johannes Chrysos­tomus, Ad Theodorum 1,11. -12. H. Jozefmaria Escrivá, geciteerd in Informatiebulletin van de Vicepostulatie van het Opus Dei, Amster­dam, april-juni 1978, bl. 5. -13. H. Theresia van Avila, Weg der volmaaktheid, 20,1. -14. Vgl. Mc 9,7. -15. Ex 40,34. -16. Ex 19,9. -17. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptor hominis, 7. -18. Mt 17,8. -19. H. Alfonsus van Liguori, Hoe gedurig en gemakkelijk met God te spreken. -20. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 657.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012