Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste week. Vrijdag

10. Vasten: tijd van boetedoening

-Zonde is iets persoonlijks. Oprechtheid om onze fouten te erkennen. De noodzaak van boetvaardigheid. -Persoonlijke zonden raken andere mensen. Voldoening voor de zonden van de wereld. Boetvaardigheid en de gemeenschap der heiligen. -Boetvaardigheid in het gewone leven. Dienstbaarheid.

10.1 De uitwerking van echte boetvaardigheid, dat is ons hart tot God wenden, kunnen we kwijtraken als we toegeven aan de zowel vroeger als nu wijd verbreide verleiding ervan uit te gaan dat zonde niet iets persoonlijks is. In de eerste lezing van de Mis van vandaag waarschuwt de profeet Ezechiël de Joden van zijn dagen de belangrijke lessen van de ballingschap niet te vergeten. Zij begonnen die te zien als een onontkoombaar gevolg van de zonden die anderen, vroeger, bedreven hadden. De profeet legt uit, dat straf een gevolg is van de actuele zonden van iedereen. Door zijn woorden spreekt de Heilige Geest tot ons over onze verantwoordelijkheid als individu. En dus ook over persoonlijke boetvaardigheid en persoonlijke heiliging. Alleen de zondaar zelf zal sterven. De zoon hoeft niet te boeten voor de zonden van zijn vader, en de vader niet voor de zonden van zijn zoon. De rechtvaardigheid zal alleen de rechtvaardige worden toegerekend, en de boosheid alleen de boosdoener.1 

God wil dat de zondaar zich afkeert van de zonde en terugkeert naar het leven2, maar in samenwerking met God door zijn berouw en werken van boetvaardigheid. Zoals paus Johannes Paulus ii zegt, is zonde in de eigenlijke en echte zin van het woord «altijd een persoonlijke daad. Zij is immers een vrije daad van een individu en eigenlijk niet van een groep of van een gemeenschap.»3 De mens zijn verantwoordelijkheid ontnemen «zou bovenal betekenen dat men de waardigheid en de vrijheid van de persoon negeert die zich uiten in de verantwoordelijkheid de zonde te begaan -zij het dan op negatieve en rampzalige wijze. Daarom is er in iedere mens niets wat meer persoonlijk en minder overdraagbaar is dan de verdienste van het goede en de verantwoordelijkheid voor de fout.»4 

Daarom is het een genade van God als we niet te kort schieten in berouw over begane zonden en als we geen poging doen onze huidige zonden te verdoezelen, zelfs als ze toevallig alleen maar bestaan uit onvolmaaktheden, gebrek aan liefde... Ook wij moeten kunnen zeggen: ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.5 Het is waar dat God die keer toen we gebiecht hadden zei: Ga heen en zondig niet meer6, maar zonden laten hun sporen achter in de ziel. «Als de zonde vergeven is, blijven kwade neigingen achter, die veroorzaakt zijn door voorafgaande handelingen en die 'overblijfselen van de zonde' worden genoemd. Ze zijn echter wel verzwakt en verminderd, zodat ze de mens niet overheersen. Ze blijven achter meer als een neiging dan als een gewoonte.»7 

Er bestaan ook zonden en fouten die ongemerkt begaan worden omdat we ons het gewetensonderzoek te weinig eigen gemaakt hebben of ons geweten niet voldoende verfijnd hebben. Het is net taai onkruid, de wortels zijn in de ziel achtergebleven en die moeten we uitrukken door boete, om te voorkomen dat het weer opschiet en bittere vruchten voortbrengt.

Er zijn veel argumenten voor het doen van boete in de vastentijd en we moeten zorgen speciale onopvallende manieren te vinden om die in praktijk te brengen: versterving bij het eten; punctueel zijn; de verbeelding de baas blijven... En, in overleg met onze geestelijk leidsman, onze biechtvader, andere, grotere verstervingen te volbrengen die ons kunnen helpen onze ziel te zuiveren en vergeving te vragen voor onze zonden en die van anderen.

10.2 Zonden laten een spoor achter in de ziel dat uitgewist moet worden met lijden en een grote hoeveelheid liefde. Zonde is altijd een persoonlijke belediging van God, maar raakt ook andere mensen. De mensen om ons heen, in de Kerk en in de wereld, beïnvloeden we altijd ten goede of ten kwade. Niet alleen door ons goede of slechte voorbeeld hebben we invloed, maar ook door de rechtstreekse gevolgen van ons handelen: «Dit is de keerzijde van die saamhorigheid die zich op godsdienstig niveau in het diepe en prachtige niveau van de gemeenschap der heiligen ontwikkelt, dank zij welke gemeenschap men heeft kunnen zeggen dat «iedere ziel die zich verheft, de wereld verheft» (Elisabeth Leseur). Aan deze wet van het verheffen beantwoordt helaas de wet van het vallen, zodat men kan spreken van een gemeenschap in zonde, waardoor een ziel, die zich verlaagt door te zondigen, met zichzelf ook de Kerk en in zekere zin heel de wereld vernedert. Met andere woorden, er is geen enkele zonde, hoe innerlijk en geheim ook, hoe absoluut individueel ook, die uitsluitend diegene aangaat die die zonde bedrijft. Elke zonde heeft een weerslag op geheel de Kerk en heel de mensenfamilie, al is deze weerslag nu eens kleiner en dan weer groter, al berokkent hij de ene keer meer schade dan de andere keer.»8 

God vraagt ons een oorzaak van blijdschap en een licht voor heel de Kerk te zijn. Het zou ons een grote hulp zijn als we ons werk en onze andere dagelijkse bezigheden verrichtten in de wetenschap dat we met onze boetvaar­digheid andere mensen helpen, en werkelijk het hele Mystieke Lichaam van Christus. In het bijzonder helpen we de mensen die Christus op ons levenspad om ons heen geplaatst heeft en de mensen met wie we bijzonder verbonden zijn. «Als je de gemeenschap van de heiligen voelt, als je ze beleeft, zul je graag boete doen. -Je zult dan begrijpen, dat boete 'gaudium etsi laboriosum', een vreugde is, zij het vermengd met inspanning. En je zult je met alle boetvaardige mensen, die er geweest zijn, die nú leven en die er nog zullen zijn 'verbonden' voelen.»9 «Je zult gemakkelijker je plicht vervullen, als je denkt aan de hulp die je broeders je verlenen. En aan de hulp, die je hun onthoudt, als je niet trouw bent.»10 

De boetvaardigheid die God ons als christenen midden in de wereld vraagt, moet discreet en plezierig voor anderen zijn. We moeten zorgen, dat het onopgemerkt blijft, maar zorg er wel voor dat de boetvaardigheid in een groot aantal specifieke daden beoefend wordt. En verder geeft het niet, als het toch een enkele keer wordt opgemerkt. «Als ze getuigen zijn geweest van je zwakheden en fouten, wat geeft het dan dat ze het ook zijn van je boetedoening?»11 Als andere mensen ons slechte humeur, of ons gebrek aan liefde, of onze luiheid, of onze andere zonden gezien hebben, hindert het niet als ze weten en zien dat we die zwakten proberen te verbeteren.

10.3 Een christelijk leven kan gevuld worden met die boete die God alleen ziet. Het kan zijn het opdragen van een ziekte of van terechte vermoeidheid; het opgeven en loslaten van de eigen mening; alle aandacht geven aan ons werk dat we uit liefde tot God goed doen en afmaken...

De boete die God in het bijzonder aangenaam is, is die boete die een heleboel kleine oefeningen van liefde bijeenbrengt en die de weg naar God voor anderen gemakkelijker en plezieriger maakt.

In het evangelie van de Mis van vandaag zegt de Heer: Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden.12 Onze gaven voor God moeten van liefde vergezeld zijn. De beste boetedoeningen zijn die, welke iets te maken hebben met liefde voor andere mensen: bij voorbeeld weten hoe we 'het spijt me' moeten zeggen, als we iemand gekwetst hebben; het offer brengen dat verweven is met het vormen van iemand uit onze omgeving voor wie we verant­woordelijk zijn; geduld te oefenen; de noodzaak inzien van het onmiddellijk en ruimhartig vergeven. In dit opzicht zegt de heilige Leo de Grote: «Hoewel we ernaar moeten streven ons lichaam altijd, en in het bijzonder in de vastentijd, te heiligen, moet u uzelf vervolmaken door een actievere vroomheid te beoefenen. Aalmoezen geven, dat is een goed middel om ons van onze fouten af te helpen; maar ook vergeven als we gekwetst zijn - en ophouden u te beklagen over degenen die u iets aangedaan hebben.»13 «Laten we altijd vergeven met een glimlach op de lippen. Laten we duidelijk spreken, zonder wrok, als wij in geweten menen te moeten spreken. En wij leggen alles in de hand van God onze Vader, in een goddelijke stilte, Jezus autem tacebat, zweeg (Mt 26,63), als het gaat om persoonlijke aanvallen, hoe lomp en onbeschaamd die ook zijn.»14 

Als we naar het altaar van God gaan, is het goed erop te letten dat we niet gebukt gaan onder zelfs maar kleine gevoelens van afgunst of vijandigheid of rancune. We moeten juist proberen daden van begrip voor anderen, hoffelijkheid, grootmoedigheid en dankbaarheid met ons mee te dragen. Dat is de manier om Jezus te volgen langs zijn kruisweg die Hij uitgestippeld heeft voor ons en waar aan het eind zijn kruisiging wacht: Vader, vergeef hun, zij weten niet wat ze doen (Lc 23,34).

«Het is de liefde die Jezus naar Calvarië gebracht heeft. En eenmaal aan het Kruis zijn al zijn gebaren en al zijn woorden vol liefde, een serene en sterke liefde... En wij allen, met een hart gebroken van smart, zeggen oprecht tot Jezus: Ik behoor U toe, en ik geef mij aan U over, en ik nagel mij graag vast aan het Kruis, door op alle kruis­punten van de wereld een ziel te zijn, overgegeven aan uw glorie, aan de Verlossing, aan de medeverlossing van de gehele mensheid.15 

Onze Moeder, Maria, zal ons helpen in onze dagelijkse bezigheden veel gelegenheden te vinden onszelf edelmoedig aan de mensen om ons heen weg te schenken.

-1. Ez 18,20. -2. Vgl. Ez 18,23. -3. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Reconciliatio et poenitentia, 2 december 1984, 16. -4. Ibidem. -5. Ps 51(50),5. -6. Vgl. Joh 8,11. -7. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q86, a5, c. -8. Johannes Paulus ii, o.c., 16. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 548. -10. Ibidem, 549. -11. Ibidem, 197. -12. Mt 5,23-24. -13. H. Leo de Grote, Sermo 45. -14. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 72. -15. Idem, De Kruisweg, elfde statie.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012