Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweeëndertigste week. Maandag

31. Verantwoordelijk in liefde

-Kinderen en wie door hun eenvoud en vorming als kinderen zijn. Ergernis. -Wij moeten altijd invloed uitoefenen tot welzijn van de ander. Het goede voorbeeld geven. -Plicht tot herstel en genoegdoening tegenover het beledigen van God.

31.1 Zelden gebruikt de Heer zulke krachtige termen als die, welke we vandaag in het evangelie van de heilige Mis lezen. Jezus zegt: Dat er ergernissen komen is onvermijdelijk, maar wee de mens door wiens toedoen ze komen. Het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp, dan dat hij aan een van deze kleinen aanstoot geeft. En Hij besluit met de waarschuwing: Wacht u daarvoor.1 De plaatsing van de situatie waarin deze woorden werden uitgesproken wordt ons door Matteüs gegeven.2 De apostelen waren onder elkaar in gesprek geweest over de vraag wie van hen wel de eerste plaats in het Koninkrijk der hemelen zou toekomen. En opdat hun de les goed ingeprent zou worden, nam Jezus een kind (wellicht stonden er velen om Hem heen) en plaatste het te midden van allen; Hij toonde hun dat zij, als zij de kinderen niet navolgden in hun eenvoud en onschuld, het Rijk niet zouden kunnen binnengaan. Op dat moment, met een Kind voor zich, zal Hij ernstig en in gedachten verzonken zijn geweest; Hij zal in dat broze, maar oneindig waardevolle persoontje vele anderen beschouwd hebben, die hun onschuld door ergernis zouden verliezen. Het lijkt erop, alsof Jezus plotseling de vrije loop liet aan iets dat in zijn binnenste leefde en dat Hij aan zijn leerlingen wilde mededelen. Op die manier kan men beter de waarschuwing begrijpen, die in de eerste plaats gericht was tot hen die Hem het meest nabij volgen: wacht u daarvoor.

Aanstoot geven betekent: ten val brengen, een struikelblok vormen, de geestelijke ondergang zijn voor een ander, door woorden, daden of nalatigheid.3 En de kleinen zijn voor Jezus de kinderen, in wier onschuld op bijzondere wijze het beeld van God wordt weerspiegeld. Maar het zijn ook die ontelbare menigten, eenvoudigen, minder befaamden, die tegelijkertijd makkelijker kunnen struikelen over de steen die op hun weg wordt gelegd. Weinig zonden zijn zo groot als deze, want «zij brengt Gods grootste werk, de Verlossing, tot vernietiging door het verlies van de zielen: zij veroorzaakt de dood van de ziel van de naaste, doordat zij haar het genadeleven ontneemt, dat kostbaarder is dan het leven van het lichaam en de oorzaak is van een groot aantal zonden.»4 «Hoe waardevol moet de mens wel zijn voor de Schepper als hij zulk een grote Verlosser verdiend heeft (Hymne Exsultet uit de Paaswake), en als God zijn Zoon heeft gegeven, opdat de mens niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben (vgl. Joh 3,16)!»5 We mogen nooit uit het oog verliezen welk een onmetelijke waarde elk schepsel heeft: een waarde die men kan afleiden uit de prijs -de dood van Christus- die voor hem betaald is. «Iedere ziel is een heerlijke schat. Ieder mens is uniek en onvervangbaar. Ieder is het hele bloed van Christus waard.»6

31.2 Naar het voorbeeld van zijn Meester vraagt de heilige Paulus de christenen zich te hoeden voor elke ergernis aan zwakke en weinig gevormde gewetens: Zorgt ervoor, dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft.7 Groot is onze invloed op anderen, en deze invloed zal altijd moeten worden aangewend voor het heil van wie ons ziet of hoort, in iedere situatie waarin we ons bevinden.

De Heer verkondigde zijn leer, ook wanneer enkele Farizeeën daaraan aanstoot namen.8 Het ging toen, net zoals trouwens tegenwoordig zo vaak gebeurt, om een valse ergernis, die bestaat in het zoeken van louter menselijke tegenspraak of criteria om de waarheid niet te aanvaarden: soms vinden we iemand die «aanstoot eraan neemt» dat een echtpaar edelmoedig is geweest in het aantal kinderen en vreugdevol hen aanneemt die God hun heeft geschonken, en omdat zij de eisen van de christelijke roeping volledig volgen... Niet zelden zal het gedrag van de christen die integraal de leer van de Heer wil beleven, botsen met een heidense en frivole omgeving en velen «aanstoot geven». Herinnerend aan de woorden van Jesaja verzekert de heilige Petrus, dat Jezus voor velen een steen is waaraan zij zich stoten, een rots waarover zij struikelen9,zoals de oude Simeon reeds aan de allerheiligste Maagd had voorspeld.10 We hoeven ons er niet over te verbazen, als in ons leven zo nu en dan iets soortgelijks geschiedt. Toch moeten wij uit liefde dergelijke aanleidingen vermijden, omdat zij, hoewel op zichzelf goed noch slecht, toch verbazing en zelfs ware ergernis bij anderen teweeg kunnen brengen. De Heer gaf ons een voorbeeld, toen Hij Petrus gelastte de tempelbelasting te betalen, hoewel Hij daartoe niet verplicht was11, om de inners niet in verlegenheid te brengen want zij wisten dat Jezus in alles een voorbeeldig Israëliet was. Wij zullen genoeg kansen krijgen om de Meester na te volgen. «Ik twijfel niet aan je eerlijkheid. -Ik weet dat je handelt in tegenwoordigheid van God. Maar, er is een «maar»: jouw daden worden gezien of kunnen worden gezien door mensen die menselijk oordelen... En het is nodig hun een goed voorbeeld te geven.»12

Bijzonder ernstig is de aanstoot die gegeven wordt door mensen die een of andere vorm van gezag of faam genieten: ouders, opvoeders, bestuurders, schrijvers, kunstenaars... en die belast zijn met de vorming van anderen. De heilige Johannes van Avila verklaart: «Als eenvoudige mensen lauw leven, is dat een kwalijk feit; maar hun kwaal kan genezen worden en zij brengen alleen zichzelf schade toe; maar als de leraren lauw zijn, dan gaat het wee, deze wereld van Jezus in vervulling, vanwege het grote kwaad dat door die lauwheid over hen komt; en dat wee dat de lauwe leraren bedreigt, die hun lauwheid op anderen overbrengen en zelfs hun geestdrift doven.»13 De woorden van de Heer herinneren ons eraan, dat wij bedacht moeten zijn op de gevolgen van onze woorden: «Ken je de gevaren die je kunt aanrichten, als je geblinddoekt een steen weggooit? Evenmin ken je soms de zware schade die je kunt aanrichten, als je onschuldig schijnende, kleinerende opmerkingen rondstrooit, omdat je door lichtzinnigheid of hartstocht verblind bent.»14 We moeten altijd letten op ons handelen, opdat dat onbewust of uit frivoliteit nooit iemand kwaad berokkent.

Wie gelegenheid tot aanstoot geeft, heeft de plicht, uit liefde en soms ook uit rechtvaardigheid, om de geestelijke en ook de materiële schade die hij heeft veroorzaakt te herstellen. Openbare ergernis vereist openbaar herstel. En als een gepast herstel onmogelijk is, blijft de verplichting bestaan -en die is altijd mogelijk!- tot compensatie middels gebed en boetedoening. De liefde, aangezet door berouw, vindt altijd het geschikte middel tot herstel van aangerichte schade.

Deze passage uit het evangelie kan ons helpen tot de Heer te zeggen: Vergiffenis, Heer, als ik op enigerlei wijze, zelfs onbewust, voor iemand aanleiding tot struikelen ben geweest! Ook voor de verborgen zonden kunnen we vergeving vragen in de biecht; en opdat de woorden van de Heer, wacht u daarvoor, ons helpen waakzaam en voorzichtig te zijn.

31.3 Degenen die met ons omgaan zouden van ons hetzelfde moeten kunnen zeggen als wat Jezus' tijdgenoten van Hem zeiden: Hij ging weldoende rond...15 Ons leven moet vervuld zijn van werken van liefde en barmhartigheid, die soms zo gering zijn dat ze weinig stof zullen doen opwaaien: glimlachen, bemoedigen, vreugdevol die kleine diensten bewijzen die het samenleven met anderen meebrengen, de vergissingen van de naasten verontschuldigen, want we zullen daar bijna altijd een goed excuus voor vinden... Dat is een teken voor de wereld, want door de liefde zal men ons als leerlingen van Christus herkennen.16 Het is tevens een verwijzingspunt voor onszelf, want als we onze houding tegenover de anderen onderzoeken, kunnen we aanstonds vaststellen tot in welke graad wij met God verenigd zijn.

Verbreken en vernietigen is karakteristiek voor erger­nis; liefde daarentegen verbindt, verenigt en geneest, en zij zelf vergemakkelijkt de weg die naar de Heer voert. Het goede voorbeeld zal steeds een daadkrachtige manier zijn om het kwaad te weerstaan dat velen, wellicht onbewust, in het leven zaaien. Zij bereidt tegelijkertijd het terrein voor een vruchtbaar apostolaat. «Laten we nooit uit het oog verliezen, dat de Heer zijn daadkracht heeft beloofd aan vriendelijke gezichten, aan minzame en hartelijke omgangsvormen, aan het duidelijke en overtuigende woord dat zonder te kwetsen leiding en vorming biedt: beati mites quoniam ipsi possidebunt terram, zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. We mo­gen nooit vergeten, dat wij mensen zijn die met andere mensen van doen hebben, zelfs wanneer we de zielen goed willen doen. Wij zijn geen engelen. En daarom zijn ons voorkomen, onze glimlach, onze omgangsvormen de elementen die de daadkracht van ons apostolaat bepalen.»17

Als de ergernis de zielen van God dreigt te scheiden, zal de meest fijnzinnige liefde ons ertoe aanzetten hen tot Hem te brengen, ervoor te zorgen, dat velen de poort van de hemel vinden. De heilige Teresia zei dat «God meer waardering heeft voor een ziel die wij door onze ijver en ons gebed, door middel van zijn erbarming, weten te winnen dan voor alle diensten die wij Hem kunnen bewijzen.»18 Laten we nooit onverschillig blijven tegenover het kwaad. Tegenover deze morele ziekte moeten onze verlangens naar herstel en genoegdoening voor de Heer toenemen en dienen wij onze apostolaatsijver opnieuw te bevestigen. Hoe groter het kwaad, des te groter moeten onze verlangens zijn om het goede te zaaien. Laten we ook altijd tot de Heer bidden voor degenen die de oorzaak ervan zijn, dat anderen zich van het goede afkeren en voor de zielen die schade kunnen oplopen van die woorden, van dat artikel, van dat televisieprogramma... De Heer zal ons gebed horen en de heilige Maria zal bijzondere genade voor ons verkrijgen. Wanneer wij aan het einde van het leven voor Hem komen te staan, zullen die daden van herstel en genoegdoening een groot deel uitmaken van de schat die wij hier op aarde verdiend hebben.

-1. Lc 17,1-3. -2. Vgl. Mt 18,1-6. -3, H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q43, a1. -4. Katechismus van de H. Pius X, 418. -5. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptor hominis, 4 maart 1979, 10. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 80. -7. 1 Kor 8,9. -8. Vgl. Mt 15,12-14. -9. Vgl. 1 Pe 2,8. -10. Vgl. Lc 2,34. -11. Vgl. Mt 17,21. -12. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 275. -13. H. Johannes van Avila, Sermón 55, para la Infraoctava del Corpus. -14. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 455. -15. Hnd 10,38. -16. Vgl. Joh 13,35. -17. S. Canals, Ascética meditada, bl. 76. -18. H. Teresia van Avila, Stichtingen, 1,7.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012