Achtentwintigste week. Dinsdag
59. Vergeef ons onze schuld
-Wij zijn zondaars. Zonde is altijd en vooral een belediging
van God. -Wij vinden de Heer altijd tot vergeving bereid. Elke zonde kan worden
vergeven als de zondaar berouw heeft. -Een voorwaarde om vergeving te
verkrijgen: van harte anderen vergeven. Hoe onze vergiffenis behoort te zijn.
59.1 Vader, vergeef ons onze schuld,
bidden wij elke dag in het Onze
Vader.
Wij zijn zondaars. De heilige Johannes herinnert ons eraan in
zijn eerste Brief: Als wij beweren
zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons.1 De wereldomvattende besmetting door zonde wordt
zowel in het Oude2 als het Nieuwe Testament3 erkend. Er gaat geen dag voorbij, zonder dat wij
vergiffenis van de Heer moeten vragen voor onze tekortkomingen en zonden. Wij
beledigen Hem in het kleine, in ernstige daden en in nalatigheid; in onze
gedachten, onze woorden en onze handelingen. Wat de Openbaring aan ons bekend maakt, wordt door onze
eigen ervaring bevestigd. Want wanneer de mens in zijn eigen hart kijkt, ziet
hij dat hij tot het kwaad getrokken wordt en weggezakt is in allerlei kwaad dat
niet van zijn goede Schepper kan komen... De mens is wat dat betreft verdeeld in
zichzelf.4
Laten wij vandaag de woorden van de tollenaar in de tempel
gebruiken voor ons gebed: God,
wees mij, zondaar, genadig.5 Als
wij dit gebed met echte nederigheid bidden, zal het ons veel goed doen. De Heer
gaf ons deze parabel om er ons voordeel mee te doen.
Men haalt dikwijls het begrip zonde en gevolgen ervan door
elkaar. Veel mensen worden verdrietig door persoonlijk falen of door de
vernederingen van het tekortschieten in het nakomen van een verplichting of
door de schade aan andere mensen toegebracht. Zij stellen de zonde gelijk aan
hun vervlogen idealen en ambities, of met het negatieve effect dat zij op
anderen hebben. Toch is zonde op de allereerste plaats een schending van de
relatie met God. Het is slechts op de tweede plaats een vergrijp ten opzichte
van onszelf of onze naasten. De schuldbelijdenis van koning David is hier van
toepassing: Ik heb tegen Jahwe
gezondigd.6 David had overspel
gepleegd en had maatregelen getroffen, dat Uriah in de strijd zou sterven. Zijn
wezenlijke zonde bestond echter niet in overspel of de misdadige samenzwering,
ook niet in het misbruik van macht of de aanstoot die hij aan de mensen gaf
door zijn gedrag. Het zwaarste kwaad had te maken met het feit dat hij God had
beledigd.
Als wij de wet niet gehoorzamen, zullen wij zeker schade
lijden door de ernstige gevolgen. Maar zonde kan men alleen tegen God begaan.
De verloren zoon zegt tegen zijn vader: Ik heb misdaan tegen de hemel en tegen U.7 «Zonder de woorden Vader ik heb misdaan, kan de mens niet
werkelijk binnengaan in het mysterie van Christus' dood en verrijzenis, om de
vruchten van verlossing en genade ervan te plukken. Dit zijn sleutelwoorden.
Zij tonen ons in het bijzonder de grote innerlijke openheid van de mens tot
God; Vader ik heb misdaan tegen U...De
psalmist zegt het nog duidelijker: 'Tibi
soli pecavi'? 'tegen U, U alleen was mijn zonde' (Ps 51, 6). Dit tegen U, U alleen vermindert alle andere
dimensies van moreel kwaad niet, zoals vergrijp ten opzichte van anderen, ten
opzichte van de maatschappij. Maar 'zonde' is een moreel kwaad vooral en
uiteindelijk met betrekking tot God zelf, tot de Vader en de Zoon. Daarom doet
de hedendaagse wereld -en de vorst van deze wereld- heel erg zijn best om dit
facet in de mens te vervagen en uit te wissen.
»In tegenstelling hiermee is de Kerk [...] voortdurend bezig om
iedere mens te helpen zichzelf weer duidelijk te zien met zijn eigen zonde
tegenover God alleen -en dat hij dientengevolge de heilbrengende kracht van
vergiffenis kan aanvaarden die in het lijden en in de verrijzenis van Christus
besloten ligt.»8
Het is een grote hemelse gave aan ons, dat wij in staat zijn
onze zonden te erkennen en naar de bron van goddelijke vergiffenis te komen. Vader, vergeef ons onze schuld!
De Heer zal ons antwoorden door ons een diepe vrede te schenken.
59.2 «Voor
die noodzakelijke bekentenis van onze zonden is het niet voldoende ze ons even
te herinneren: die herinnering moet gepaard gaan met afschuw voor de zonde, ze
moet het hart treffen, het gemoed bewegen, en ons doordríngen van droefheid. Daarom moeten de pastoors nadruk
leggen op deze waarheden en aan de gelovigen leren, dat ze hun zonden en boosheden niet alleen moeten gedenken, maar ze
gedenken met smart en droefheid; hun leren als de wroeging knaagt in hun ziel
dat ze zich tot God, hun Vader, moeten wenden en Hem ootmoedig smeken dat Hij
de prikkels der zonde uit hun ziel zou rukken.»9
De Heer staat klaar iedereen te vergeven. Wie tot Mij komt, zal Ik niet buiten
werpen.10 Zo ook wil uw Hemelse Vader niet dat een van deze kleinen
verloren gaat.11 Zoals de heilige
Thomas van Aquino ons heeft geleerd, wordt de almacht van God vooral duidelijk
gemaakt in goddelijke vergeving en barmhartigheid. Op deze wijze laat God zien,
dat Hij de soevereine macht heeft om zonden te vergeven.12 De evangeliën vertellen de vele gelegenheden
waarbij Jezus zijn barmhartigheid jegens zondaars toont. Hij ontvangt zondaars.
Hij schenkt ze aandacht. Hij wenkt ze. Hij begrijpt ze. Hij vergeeft ze. De
Farizeeën waren gewend Jezus te bekritiseren voor zijn benadering. Hij wijst
hun terecht met deze onsterfelijke woorden: Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.13 De Mensenzoon
is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.14
Maar passende vergiffenis voor een belediging kan alleen
gegeven worden door degene die beledigd is. Alleen God kan zonden vergeven.
Zoals Jezus tot de Farizeeën zei: Wie
anders kan zonden vergeven dan God alleen?15 Jezus vervult voor hun ogen deze woorden. Na de
verrijzenis verleent Hij aan de Kerk en haar bedienaren de macht zonden te
vergeven. Hij zegt tot de apostelen: Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie gij de zonden vergeeft,
zijn ze vergeven en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.16
De Heer is altijd bereid vergiffenis te schenken door het
boetesacrament. De catechismus van het Concilie van Trente stelt: «Deze vraag
geeft ons duidelijk te kennen dat God gaarne vergiffenis verleent aan de
rouwmoedige zondaars. Want het is tegen God dat wij zondigen door Hem
gehoorzaamheid te weigeren; het is de schikking van zijn wijsheid die wij
verstoren, voor zover ons dit mogelijk is; Hem beledigen en onteren wij door
woorden en werken. Maar Hij is ook de allergoedertierenste Vader die al onze
zonden kan vergeven, en die niet alleen verklaard heeft dat Hij daartoe bereid
is, maar ook dat Hij ons aanzet om vergiffenis te vragen en ons zelfs leert met
welke woorden wij dat moeten doen. Daarom mag niemand eraan twijfelen dat wij,
met de hulp van God, in staat zijn de genade terug te krijgen.»17
59.3 Vergeef ons onze schuld zoals ook wij
aan anderen hun schuld vergeven. Deze woorden bidden wij meer keren per
dag. Jezus vraagt om Gods vaderlijke vergevingsgezindheid na te volgen. Weest barmhartig, zoals uw Vader
barmhartig is.18 De Heer wordt
nooit moe zijn raad te herhalen: Spreekt
vrij en gij zult vrijgesproken worden... De maat die gij gebruikt, zal men ook
voor u gebruiken.19
God heeft ons veel vergeven, wij hebben dan ook geen recht om
tegen wie dan ook wrok te koesteren. Wij moeten leren van ganser harte te
vergeven. Ons vergeven moet oprecht zijn, diep en direct. Wij voelen ons soms
gekwetst, terwijl er geen redelijke grond voor is, maar alleen omdat onze
eigenliefde gekrenkt is. Als wij misschien werkelijk ernstig zijn gekwetst is,
het een vereiste dat wij ons onze eigen ernstige overtredingen ten opzichte van
de Heer voor de geest halen. «Christus aanvaardt de offers niet van hen die
verdeeldheid koesteren. Hij stuurt ze weg van het altaar om vrede te sluiten en
verzoening te bereiken. God wil dat de mens tot Hem bidt met vrede in zijn
hart. Zijn grootste doel is onze vrede, maatschappelijke eensgezindheid, en de
eenheid van gelovigen in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.»20
Laten wij onze reacties onderzoeken wanneer mensen ons tegen
de haren in strijken. Christus in het dagelijkse leven volgen betekent juist op
dit gebied een koninklijke weg naar kalmte
te vinden. Wij behoren voorzichtig te zijn, zodat wij zelfs de kleinste
overtreding tegen de naastenliefde
vermijden. De kleine tegenvallers in het maatschappelijk leven mogen
ons niet van ons geluk afhouden. Als de tijd daar is om iemand een ernstige
overtreding te vergeven, dan zullen wij er goed aan doen ons het gedrag van
Jezus te herinneren die vergiffenis vroeg voor degenen die Hem kruisigden. Zo
zullen wij de echte liefde van God proeven. Ons hart zal verrijkt worden en de
mogelijkheid om lief te hebben zal worden vergroot. Wij moeten eraan denken dat
«niets ons meer gelijk maakt aan God dan altijd klaar te staan om anderen te
vergeven.»21 Onze grootmoedigheid ten opzichte
van anderen zal ons goddelijke vergiffenis schenken.
-1. Joh
1,8. -2. Vgl. Job
9,2; 14,4; Spr 20,9;
Ps 13,1-4; 50,1
e.v.; etc. -3. Vgl. Rom
3,10-18. -4. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 13. -5. Lc 18,13. -6. 2 Sam 12,13. -7. Lc 15,18. -8. Johannes Paulus ii, Angelus, 16 maart 1980.
-9. Romeinse catechismus,
IV, 14,6. -10. Joh
6,37. -11. Mt 18,14.
-12. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q25,
a3 ad 3. -13. Mt
9,12. -14. Lc 5,21.
-15. Joh 20,22-23.
-16. Romeinse catechismus,
IV, 14,11. -17. Lc
6,36. -18. Lc
6,37-38. -19. H. Cyprianus, Verhandeling van het 'Onze Vader', 23. -20. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 19,7.
|