De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Derde week. Dinsdag

21. VERGEVEN EN VERGETEN

-De kleine onaangename voorvallen in de dagelijkse omgang met mensen. -Ons vergeven in vergelijking met de vergiffenis die de Heer ons schenkt. -Leren in anderen het goede te zien.

21.1 Het is praktisch onvermijdelijk dat er in de omgang met anderen, op het werk, in sociale contacten, in het leven van alledag, wrijvingen optreden. Het is ook mogelijk, dat iemand ons beledigt, ons op een weinig fraaie manier behandelt, of ons nadeel berokkent. En misschien is dit eerder regel dan uitzondering. Hoe dikwijls moet ik vergeven? Tot zevenmaal toe? Dat wil zeggen: moet ik altijd vergiffenis schenken? Dat is de vraag die Petrus in het evangelie van de Mis van vandaag stelt.1 Het is ook het thema van deze meditatie: zijn wij in staat in elke situatie te vergeven; doen we het onmiddellijk?

Wij kennen het antwoord van de Heer aan Petrus, en aan ons: Neen, zeg Ik u, niet tot zeven maal toe, maar tot zeventig maal zeven. Dat is, altijd. De Heer vraagt aan wie Hem volgen, aan jou en aan mij, een houding van eindeloze vergevensgezindheid. De Heer eist van de zijnen een groot hart. Hij wil dat we Hem navolgen. «Gods almacht blijkt het meest -zegt Sint Thomas- uit het schenken van vergiffenis en uit het medelijden, omdat uit het feit, dat God de zonden vrijwillig vergeeft, blijkt dat Hij de opperste macht bezit»2, en dus doet «niets ons zo op God gelijken dan onze bereidheid altijd te vergeven».3 Daarin tonen we ook de grootheid van onze ziel.

«Laten we dus vooral niet blijven denken aan de beledigingen die we moesten incasseren, aan de vernederingen die we ondergaan hebben -hoe onterecht, onheus en onbehouwen ook- het past niet bij een kind van God een boekhouding bij te houden om een staat van beledigingen te kunnen tonen.»4 Ook als mijn naaste zich niet betert, ook al voegt hij mij een en andermaal dezelfde belediging toe of doet hij iets dat mij deert, ik zou daar geen enkele wrok over moeten koesteren. Mijn innerlijk moet vrij blijven van alle vijandschap en er niet mee besmet worden.

Onze vergiffenis moet oprecht zijn, van harte, zoals God ons vergeeft. Vergeef ons onze schuld, zoals wij aan anderen hun schuld vergeven, zeggen we elke dag in het Onze Vader. Vergeef snel: geef wrok of een breuk geen moment de kans je hart aan te vreten. Zonder je anderzijds te vernederen, zonder theatrale gebaren, zonder dramatiseren. In het gewone doen is het meestal niet eens nodig 'ik vergeef je' te zeggen. Het is voldoende te glimlachen, het gesprek een andere wending te geven, een vriendelijk gebaar te maken: het te vergeten, voor altijd.

Het is niet noodzakelijk te wachten op het grote onrecht om dit staaltje naastenliefde in praktijk te brengen. Die kleine dingen die elke dag voorvallen zijn al voldoende: geruzie thuis over onbelangrijke dingen; misplaatste opmerkingen of onheuse gebaren die voorkomen op het werk, in het stadsverkeer, in het openbaar vervoer... zijn vaak het gevolg van de vermoeidheid van mensen.

We leiden geen goed christelijk leven als de minste wrijving onze naastenliefde doet bekoelen en we een afstand ervaren tussen ons en de naasten, of als we ons humeur erdoor laten bederven. En ook niet als het ondergaan van groot onrecht ons de aanwezigheid van God doet vergeten en onze ziel de vreugde verliest. Of als wij lichtgeraakt zijn. Wij dienen na te gaan hoe onze reacties zijn tegenover ongemakken die, soms, in de dagelijkse omgang met mensen voorkomen. De Heer van nabij volgen wil ook zeggen op dit punt, in de kleine tegenslagen en de grove beledigingen, een weg naar de heiligheid te ontdekken.

21.2 Al misdoet men zeven maal op een dag tegen u, zeven maal moet gij vergeven.5 Zeven maal, heel vaak. Heel vaak, ook op dezelfde dag over hetzelfde. Liefde is lankmoedig, zij laat zich niet kwaad maken.6

In een of ander geval kan het ons moeite kosten te vergeven. In het grote of in het kleine. De Heer weet het en Hij zet ons aan naar Hem toe te komen, opdat Hij kan uiteenzetten, dat grenzeloze vergeving voortkomt uit nederigheid en goed samengaat met terechte verdediging wanneer deze nodig is. Als wij onze toevlucht nemen tot Jezus, zal Hij ons herinneren aan de parabel uit het evangelie van de Mis van vandaag. Een koning wilde rekening en verantwoording vragen aan zijn dienaren. Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die tienduizend talenten schuldig was.7 Een enorm bedrag. Zestig miljoen denariën, een denarie was het daggeld voor een landarbeider.

Wanneer iemand eerlijk tegenover zichzelf en tegenover God is, zal het hem niet moeilijk vallen, net als die dienaar, te erkennen, dat hij niets heeft om mee te betalen. Niet alleen omdat hij alles wat hij is en heeft aan God te danken heeft, maar ook omdat Hij zoveel beledigingen vergeven heeft. Er blijft ons nog maar één weg open: onze toevlucht nemen tot Gods barmhartigheid, opdat Hij met ons doet wat Hij deed met die bediende: De heer kreeg medelijden met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt.

Toen die dienaar echter een andere dienaar tegenkwam, die hem tien denariën schuldig was, kreeg hij het niet over zijn hart die kwijt te schelden of uitstel van betaling te geven, hoewel zijn mededienaar hem dat op alle mogelijke manieren vroeg. Daarop liet de heer hem roepen en sprak: Jij lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt. Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad?

De nederigheid onze grote schuld jegens God te erkennen zal ons helpen de anderen te vergeven en hun hun schuld niet aan te rekenen. Als wij kijken naar wat de Heer ons vergeven heeft, worden wij ons ervan bewust, dat wat wij de anderen zouden moeten vergeven -ook in de ergste gevallen- weinig is: nog geen tien denariën. In vergelijking met de tienduizend talenten is dat niets. Onze houding tegenover de kleine beledigingen moet zijn, er geen belang aan te hechten -feitelijk is het overgrote deel ook onbelangrijk- en ook met menselijke zwier te vergeven. Vergeven en vergeten, daarin ligt onze grootste winst. Ons leven raakt weer vervuld van blijdschap en hemelse rust, en wij hebben geen last meer van kleinigheden. «Inderdaad kan het leven, dat normaal gesproken al zorgelijk en onzeker is, soms echt moeilijk worden. Maar dat zal ertoe bijdragen, dat je meer bovennatuurlijk ingesteld raakt, dat je in alles de hand van God zult gaan zien. En zo zul je menselijker en begrijpender zijn voor de mensen in je omgeving.»8

«Wij moeten begrip hebben voor allen, met ieder kunnen omgaan, iedereen verontschuldigen, iedereen vergeven. Zeker, wij zullen niet zeggen dat onrecht recht is, dat God beledigen geen belediging is, dat kwaad goed is. Maar kwaad zullen wij niet beantwoorden met ander kwaad, doch met de heldere leer en de goede daad. Zo zullen wij het kwaad smoren in een overvloed van het goede (vgl. Rom 12,21).»9 Laten wij niet de fout begaan van die kleinzielige dienaar die, nadat hem zoveel kwijtgescholden was, niet in staat was een klein beetje kwijt te schelden.

21.3 De liefde verruimt het hart, opdat alle mensen erin passen, ook de mensen die ons niet begrijpen of onze liefde niet beantwoorden. Samen met de Heer zullen wij ons niemands vijand voelen. Samen met Hem zullen wij leren niet te oordelen over iemands diepste bedoelingen.

Van de anderen nemen wij alleen een stukje buitenkant waar dat, in veel gevallen, de werkelijke drijfveren van hun handelen verborgen houdt. «Ook al zoudt u iets slechts zien, veroordeel uw naaste niet onmiddellijk -raadt de heilige Bernardus ons aan- maar verontschuldig hem veeleer in uw binnenste. Verontschuldig de bedoeling, als u de handeling niet kunt verontschuldigen. Denk, dat hij het heeft gedaan uit onwetendheid, dat het hem overvallen heeft, of dat hij het uit zwakte deed. Als de zaak al te duidelijk is en wij er niet omheen kunnen, probeer dan toch als volgt te denken en zeg bij uzelf: de verleiding moet heel sterk geweest zijn.»10

Hoeveel fouten begaan wij in de vluchtige contacten door de dag. Veel van deze fouten worden gemaakt omdat het ons niet lukt te ontsnappen aan door vrees ingegeven vooroordelen of verdenkingen. Hoeveel onenigheden in de familie zouden niet vanzelf opgelost worden als wij zouden zien, dat dit foutje of die onhandigheid het gevolg zijn van vermoeidheid na een lange moeilijke dag. Bovendien, «als je andermans bedoelingen te kwader trouw uitlegt, heb je geen recht om begrip te eisen voor jezelf.»11

Door begrip zijn wij geneigd vriendelijk en open om te gaan met de anderen, hen met sympathie te bekijken. Begrip reikt tot de diepten van het hart en weet al het goede te ontdekken, dat in iedereen aanwezig is. Alleen wie nederig is, is in staat begrip op te brengen. Als wij niet nederig zijn, worden de kleinste gebreken van de anderen uitvergroot en zullen we onze eigen grootste gebreken afzwakken of goedpraten. Hoogmoed is als een lachspiegel die de werkelijkheid vervormt.

Wie nederig is, is objectief. Daardoor kan hij respect en begrip voor de anderen opbrengen. Dan is het excuus voor de gebreken van anderen makkelijk gevonden. Daar neemt de nederige van hart geen aanstoot aan. «Er is geen zonde of misdaad -zegt de heilige Augustinus- die ik op grond van mijn zwakte niet zou kunnen begaan; en als ik deze al niet begaan heb, komt dat, doordat God het in zijn barmhartigheid niet heeft toegelaten en mij ten goede behoed heeft.»12 Bovendien: «U en ik, we leren ook heel wat deugden bij de mensen om ons heen te ontdekken -ze geven ons lesjes in werken, zelfopoffering, vreugde- en we zullen niet al te lang bij hun gebreken stilstaan, tenzij het niet anders kan, om hen te helpen met een broederlijke terechtwijzing.»13

De heilige Maagd zal ons, als wij het vragen, leren in staat te zijn vergiffenis te schenken. In Kana heeft Maria geen kritiek op het tekort aan wijn; zij helpt een oplossing te vinden voor dit tekort. Zij zal ons leren in ons persoonlijk leven met strijd die deugden te verwerven waarin de anderen in onze ogen zo nu en dan te kort schieten. Zo raken wij in de beste positie om hulp te kunnen verlenen.

-1. Mt 18,21-35. -2. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q25, a3, ad3. -3. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 30,5. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 309. -5. Vgl. Lc 17,4. -6. 1 Kor 13,4. -7. Mt 18,23, e.v. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 762. -9. Idem, Als Christus nu langs komt, 182. -10. H. Bernardus, Sermo XL in Cantica Cantorum. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 635. -12. H. Augustinus, Belijdenissen, 2,7. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 20.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009