Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijfentwintigste week. Donderdag

34. verlangen de Heer te zien

-Het zuiveren van onze blik om Jezus te aanschouwen te midden van onze dagelijkse bezigheden. -De allerheiligste mensheid van onze Heer, bron van liefde en sterkte. -Jezus wacht op ons in het tabernakel.

34.1 De heilige Lucas verhaalt in het evangelie van de Mis van vandaag dat koning Herodes Antipas de Heer wilde zien. Hij wilde Hem daarom te zien krijgen.1 Er was zoveel nieuws dat de viervorst bereikt had, dat het zijn grillige nieuwsgierigheid had opgewekt.

Overal vinden wij in de evangeliën veel mensen die Jezus wilden zien. De Wijzen bijvoorbeeld maakten hiertoe een lange reis. Zij gingen Jeruzalem binnen en vroegen de mensen: Waar is de pasgeboren koning der Joden?2 De Wijzen spraken hun bedoelingen heel open uit: Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen. Eindelijk vonden de Wijzen Jezus in de armen van Maria, zijn moeder. Jaren later verhaalt de heilige Johannes hoe zekere Grieken vroegen om Hem te zien. Zij benaderden Filippus met hun verzoek en zeiden: Heer, wij zouden Jezus graag spreken.3 Maria ging bij een andere gelegenheid in gezelschap van enige verwanten van Nazareth naar Kafarnaüm in de hoop haar Zoon te zien. Er waren zoveel mensen in het huis, dat men Hem liet weten: Uw moeder en uw broeders staan buiten en willen U spreken.4 Wij kunnen ons voorstellen hoe graag Maria bij haar Zoon wilde zijn.

Ook wij delen dat verlangen om Jezus te zien, Hem te aanschouwen, Hem persoonlijk te kennen. Dit is inderdaad ons sterkste verlangen en onze sterkste hoop. Men kan niets vergelijken met de vreugde die het geeft in zijn gezelschap te zijn. Op Goede Vrijdag liet Herodes Antipas Jezus vlak voor zich staan, maar hij wist zijn geluk niet naar waarde te schatten. Slechts enige maanden eerder had Herodes geluisterd naar de woorden van zijn gevangene, Johannes de Doper. De voorloper van Jezus sprak over niets anders dan over de komst van de Messias. Zoals wij allen weten, besteedde Herodes geen aandacht aan de Doper, maar liet hem in een opwelling terechtstellen. Herodes gaf blijk van dezelfde blinde halsstarrigheid, als Jezus bij de Farizeeën had aangetroffen: Zo wordt in hen de profetie van Jesaja vervuld die aldus luidt: met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan, met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien. Want verhard is het hart van dit volk, met hun oren luisteren ze slecht en hun ogen doen zij dicht.5

Het waren de apostelen die het onmetelijke geluk hadden om bijna drie jaar in het gezelschap van de Messias te zijn. Gelukkig úw ogen, omdat zij zien, en úw oren, omdat zij horen!6 Eeuwen tevoren aanschouwde Mozes het brandende braambos als symbool van de levende God.7 Na zijn worsteling met die geheimzinnige man in de woestijn, verklaarde Jakob: want ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht.8 En ook Gideon zou later iets dergelijks zeggen: ik heb oog in oog gestaan met de engel van Jahwe.9 Maar deze verschijningen waren vaag en onnauwkeurig vergeleken met de ervaring God als persoon te zien. Want voorwaar, Ik zeg u: vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen, wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord.10 De Heer begunstigde de eerste martelaar, de heilige Stefanus, met deze aanschouwing: ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.11

Jezus is aanwezig in ons dagelijkse leven, maar wij moeten onze blik zuiveren om Hem te kunnen aanschouwen. Ons leven moet altijd gericht zijn op dit hoogste doel. Laten wij dagelijks vele malen met de woorden van de psalmist tot Hem zeggen: Vultum tuum Domine requiram...uw aanschijn Heer, wil ik zoeken...12

34.2 Wie zoekt, vindt.13 De heilige Maagd en Jozef zochten Jezus drie dagen lang, en vonden Hem tenslotte.14 Ook Zacheüs wilde de Heer zien. Omdat deze man oprecht de moeite nam, voorzag de Heer zijn verzoek en ging zijn huis binnen.15 De menigte trok rond op zoek naar de Heer en zij hadden het geluk om in zijn gezelschap te zijn.16 Niemand die Jezus met een oprecht hart zocht werd misleid of gefrustreerd in zijn of haar zoeken. Tijdens het lijden van de Heer wilde Herodes Antipas de Heer zien om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Dit verklaart waarom hij Jezus niet werkelijk vond. Herodes toonde zich zeer verheugd toen hij Jezus te zien kreeg. De verhalen over Hem hadden hem sinds geruime tijd daarnaar doen verlangen en hij hoopte Hem nu een of ander wonder te zien verrichten. Hij stelde Hem allerlei vragen, maar Jezus gaf in het geheel geen antwoord.17 Liefde heeft niets te zeggen tot een persoon die geheel in beslag genomen is door lichtzinnigheid en corruptie. Jezus is klaar om ons te ontmoeten als wij klaar zijn om zijn grenzeloze liefde te beantwoorden.

Wij zien Jezus aanwezig in onze tabernakels. Hij is ons nabij in het boetesacrament. Hij is aanwezig bij ons pogen om los te raken van de dingen van deze wereld, zelfs van de dingen die in zichzelf geoorloofd zijn. Wij moeten opletten, dat de middelen ons niet van het doel afleiden. De heilige Augustinus leert ons: «Liefde voor de schaduwen eindigt met het zwakker worden van de ogen van de ziel. De ogen zijn niet meer in staat Gods gelaat te zien. Daardoor komt het dat men, hoe meer men toegeeft aan zijn zwakheid, meer en meer afglijdt in de duisternis.»18

Vultum tuum, Domine, requiram... Uw aanschijn, Heer, wil ik zoeken... Het overdenken van de allerheiligste mensheid van de Heer is een onuitputtelijke bron van liefde en kracht te midden van de moeilijkheden van het leven. Telkens weer moeten wij onze kennis opfrissen met deze taferelen uit het evangelie. Wij moeten zonder haast nadenken over deze Jezus van Betanië, van Jeruzalem, van Kafarnaüm bij wie iedereen welkom was... Misschien is Hij op dit ogenblik maar op een paar meter bij ons vandaan in het tabernakel.

Beelden of afbeeldingen van Christus kunnen ons helpen een levendige herinnering te hebben aan zijn aanwezigheid. De heiligen hebben dat altijd zo ondervonden. De heilige Teresia van Avila schrijft: «Het gebeurde op zekere dag, toen ik de gebedsruimte binnenging, dat ik een beeld zag dat men daar had neergezet... Het stelde Christus voor die heel erg gewond was; het was zo stichtend, dat het zien ervan alleen al mij onmiddellijk ontroerde: zo duidelijk maakte het mij hoezeer Hij voor ons geleden had. Zo scherp voelde ik het kwaad dat ik gedaan had, terugkeren, het kwaad waardoor ik deze wonden veroorzaakt had, dat ik dacht dat mijn hart zou breken. Ik ging op de grond ernaast liggen, mijn tranen stroomden overvloedig, en ik smeekte Hem mij eens en vooral sterk te maken, zodat ik Hem nooit meer zou kwetsen.»19 Deze liefde, die in zekere zin nodig is om de zintuigen om te vormen, is een enorme weldaad voor de ziel. Wat is natuurlijker dan zich een beeld te vormen van een dierbare. De heilige Teresia zelf riep uit: «Beklagenswaardig zijn zij, die door eigen schuld, deze zegen verloren hebben; het is overduidelijk dat zij de Heer niet liefhebben, want als zij van Hem zouden houden, zouden zij blij zijn, zijn afbeelding te zien, precies zoals mensen het fijn vinden wanneer zij het portret zien van iemand van wie zij houden.»20

34.3 Jesu, quem velatum nunc aspicio...21 Jezus, die ik nu in het verborgene aanschouw, / ik smeek U, moge toch gebeuren waarnaar ik zo hevig verlang: / dat ik, U ziende met onthuld gelaat, gelukkig mag zijn vanwege uw heerlijkheid, bidden en zingen wij in het Adoro te devote.

Eens zullen wij, met de hulp van Gods genade, Christus zien in al zijn glorie en majesteit. Hij zal ons in zijn Koninkrijk ontvangen. Wij zullen Hem herkennen als de Vriend die ons nooit heeft teleurgesteld. Hij is het met Wie wij moeten omgaan en Die wij tot in het kleinste moeten dienen. Met beide benen op de grond midden in de wereld, doende met de wereldse bezigheden, waarvan ieder zijn deel voor zijn rekening moet nemen, de wereld beminnend als de plaats waar wij heilig moeten worden, kunnen wij met de heilige Augustinus zeggen: «Ik heb dit geweldige verlangen om het aanschijn van God te zien. Ik voel dit als een dorst tijdens mijn tocht. Maar mijn dorst zal gelest worden wanneer ik eindelijk aankom.»22 Ons hart zal eerst in volheid kloppen in het huis van God.

Gelukkig hebben wij Jezus nu al bij ons in het tabernakel. Na de woorden van de priester bij de consecratie is de Heer volledig aanwezig in de eucharistie: met zijn Lichaam, Geest en Godheid. Zijn heilige Mensheid is verborgen onder de eucharistische gedaanten van brood en wijn. Zijn Lichaam en Bloed, in verheerlijkte staat, zijn bijzonder toegankelijk voor ons onder de gedaanten van brood en wijn, het meest gewone voedsel. Wij maken het meest gebruik van deze toegankelijkheid op het ogenblik van de communie, maar ook wanneer wij een bezoek brengen aan het Allerheiligste. Laten wij met groot verlangen Jezus gaan zien, het voorbeeld volgend van Zacheüs, de blinden, de melaatsen en al die menigten die hun vertrouwen op Hem stelden. Beter nog, wij moeten Jezus zoeken met dezelfde vurige ijver als Maria en Jozef hadden in Jeruzalem, toen zij Hem overal zochten. Er zullen tijden zijn waarin onze nood of ons gebrek aan geloof het moeilijk zullen maken het beminnelijke gelaat van Jezus te onderscheiden. Juist dan moeten wij Onze Lieve Vrouw om een zuiver hart, om een helder inzicht vragen. Laten wij lering trekken uit het gedrag van de apostelen in de dagen die volgden op de verrijzenis. Wetend dat het de Heer was, durfde geen van de leerlingen Hem vragen: 'Wie zijt Gij?'23 Wat moet het voor hun een vreugde geweest zijn te ontdekken dat Jezus leeft, hun Jezus van Nazareth, na de tragiek van het kruis! Het is even wonderbaarlijk te ontdekken dat Jezus leeft in het tabernakel waar Hij verlangend op ons wacht.

-1. Lc 9,7-9. -2. Mt 2,2. -3. Joh 12,21. -4. Lc 8,20. -5. Mt 13,14-15. -6. Mt 13,16. -7. Vgl. Ez 3,2. -8. Gn 32,31. -9. Re 6,22. -10. Mt 13,17. -11. Hnd 7,56. -12. Ps 27,8. -13. Mt 7,8. -14. Vgl. Lc 2,48. -15. Lc 19,1 e.v. -16. Vgl. Lc 6,9 e.v. -17. Lc 23,8-9. -18. H. Augustinus, De libero arbitrio, I, 16,43. -19. H. Teresia van Ávila, Leven, 9,1. -20. Ibidem, 9,7. -21. Hymne Adoro te devote. -22. H. Augustinus, Commentaren op de psalmen, 41,5. -23. Joh 21,12.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012