De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierde week. Maandag

23. VERLANGEN NAAR HEILIGHEID

-De heiligheid nastreven: de eerste noodzakelijke stap om de weg tot aan het eind te kunnen afleggen. -Verburgerlijking en lauwheid stompen het verlangen naar heiligheid af. -Rekening houden met de genade van God en met de tijd.

23.1 Zoals een hert smacht naar de stromende wateren, zo smacht mijn hart naar U, o God! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God: wanneer mag ik opgaan en zijn aanschijn aanschouwen? 1 Dit bidden we in de Mis van vandaag. Het hert, dat zijn dorst probeert te lessen aan het stromende water, is het beeld waarvan de psalmist zich bedient om het verlangen naar God te beschrijven, dat in het hart van een rechtschapen mens genesteld is: dorsten naar God, snakken naar God. Dat doet de mens die iets anders dan de successen van deze wereld zoekt om zijn menselijke verwachtingen te bevredigen. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van zijn eigen leven? 2 Die vraag van Christus vergroot op radicale wijze de horizon van ons leven. Een leven met God als uiteindelijk doel: Mijn hart smacht naar U, o God! De heiligen waren mannen en vrouwen, die tijdens hun leven -ondanks hun gebreken- een groot verlangen naar God hadden. Ieder van ons zou zich kunnen afvragen: Voel ik echt behoefte aan heiligheid? Sterker nog: is dit mijn enig verlangen? Ons antwoord zou bijna zeker 'ja' zijn. Laten we er dan echter voor zorgen dat het niet als een vaag ideaal blijft, los van ons dagelijkse doen en laten, want 'heiligheid' zou verstaan kunnen worden als «een onbereikbaar ideaal, een gemeenplaats van de ascetiek en geen concreet doel, geen levende werkelijkheid.»3 Wij willen deze werkelijkheid vorm geven met de genade van de Heer.

Zo smacht mijn hart naar U, o God. Begin nu in je ziel het verlangen te koesteren heilig te worden, door tot de Heer te zeggen: 'ik wil heilig zijn'. Of zeg, als je je een keer slap en zwak voelt, tenminste: 'ik wil het verlangen hebben heilig te worden'. Om de twijfel te laten verdwijnen, om heiligheid geen loze kreet te laten zijn, richten we onze blik op Christus, «de goddelijke leraar en het toonbeeld van alle volmaaktheid. Hij heeft aan al zijn leerlingen zonder uitzondering, van iedere staat of stand, de heiligheid voorgehouden van het leven waarvan Hij de Schepper en de voleinding is: Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is (Mt 5,48).»4 

Hij is de Schepper. Als dat niet zo geweest was, zou deze mogelijkheid om naar de heiligheid te streven ons nooit gegeven zijn. Jezus heeft die mogelijkheid echter als een bevel uitgesproken: weest volmaakt! Daarom ook is het niet vreemd, dat de Kerk deze woorden met alle nadruk tot haar kinderen richt: «alle gelovigen dus zijn geroepen en gehouden tot het nastreven van de heiligheid en van de volmaaktheid in hun eigen levensstaat.»5 

Daar vloeit uit voort, dat ons verlangen naar heiligheid duidelijk moet zijn. In de Heilige Schrift wordt de profeet Daniël genoemd: vir desideriorum, een man van verlangen.6 Was het maar zo, dat elke mens die welsprekende titel verdiende! Om blijvend te verlangen heilig te worden, moeten we een gedurfde stap zetten. We moeten vastbesloten zijn de weg naar de heiligheid in te slaan en daarin te volharden: «... ook al zou die me vermoeien, onbegaanbaar zijn, ook al zou die mijn krachten verbruiken, mijn einde hier zijn... »7 

«Laat je ziel door verlangens worden verteerd... Door het verlangen om lief te hebben, het verlangen om jezelf te vergeten, het verlangen naar heiligheid, naar de hemel... Laat je niet weerhouden door de vraag of je ze ooit werkelijkheid zult zien worden - zoals je door een zogenaamd 'verstandig' raadsman misschien zal worden voorgehouden: verlang steeds vuriger, want de Heilige Geest zegt dat Hij behagen schept in mensen met verlangens.

»Het moeten doelgerichte verlangens zijn, die je in praktijk brengt bij het verrichten van je dagelijkse taak.»8 Daartoe is vereist, dat we onderzoeken of ons verlangen naar heiligheid oprecht en werkzaam is; sterker nog, of we het -in de geest van die woorden van het Tweede Vaticaanse Concilie- als een plicht beschouwen te doen wat aan Gods verlangens beantwoordt. Bij dat onderzoek zullen we misschien op zwakheid of lusteloosheid in de innerlijke strijd stuiten. «Je zegt me: ja, ik wil. Goed, maar wil je zoals een vrek zijn geld wil, zoals een moeder haar kind liefheeft, zoals een eerzuchtige naar eer verlangt, zoals een ongelukkige wellusteling naar zijn bevrediging verlangt? Nee? -Dan wil je niet echt.»9 

Het beste voedsel voor onze verlangens is de deugd van hoop. Alleen hij die hoop heeft iets te bereiken, kan het nastreven. Als je denkt dat iets onmogelijk is en jouw kracht te boven gaat, zul je het ook niet echt verlangen: maar de bovennatuurlijke hoop heeft haar fundament in God.

23.2 De bekering van de honderdman Cornelius, waarnaar in de eerste lezing uit de Mis wordt verwezen, laat zien dat God niemand uitsluit. De heilige Petrus doet aan de anderen verslag van wat er gebeurd is: de Heilige Geest kwam op hen neer, zoals in het begin ook op ons.10 

De kracht van de Heilige Geest kent geen hindernissen of grenzen. In ons leven net zomin als in dat van Cornelius, die niet tot het Joodse volk behoorde. Enerzijds moeten we verlangen heilig te worden, anderzijds moeten we weten dat, als de Heer het huis niet wil bouwen, zwoegen de bouwers daaraan vergeefs.11 Nederigheid zal ons er eens en voor al toe brengen te rekenen op de genade van God. Daarbij zal onze inspanning zich voegen deugden te verwerven en voortdurend te beoefenen. Voeg daarbij dan nog onze apostolische ijver, want het is niet mogelijk aan persoonlijke heiligheid te denken waarin anderen geen plaats hebben, waarin naastenliefde geen rol speelt, want dat is een contradictio in terminis. En ten slotte is daar ook ons verlangen met Christus aan het kruis te zijn, dat wil zeggen, boetvaardig te zijn; als het gevraagd wordt, het offer noch in het kleine, noch in het grote uit de weg te gaan.

Wees gewaarschuwd niet met God te loven en te bieden, Hem niet te naderen zonder alles achter te laten, niet te trachten de liefde tot God te verruilen voor wat Hem niet behaagt. Wees erop bedacht je verlangens naar heiligheid voortdurend te voeden in het gebed door God te vragen, dat we alle dagen zullen weten te strijden, dat we in het gewetensonderzoek de punten weten te ontdekken waar onze liefde is uitgeblust. Onze verlangens naar heiligheid kunnen vorm krijgen in het fijngevoelig volbrengen van onze oefeningen van godsvrucht zonder deze achterwege te laten of om een of andere reden uit te stellen, zonder rekening te houden met onze gemoedsgesteldheden of sentimenten, «want een ziel die God waarlijk liefheeft, wordt niet moe al het mogelijke te doen om Gods Zoon, haar Beminde, te ontmoeten. Zelfs als zij alles gedaan heeft, is zij niet tevreden en denkt zij nog dat zij niets gedaan heeft.»12 

Nederigheid is de deugd die ons ertoe brengt ons niet zonder reden tevreden te voelen om wat we gedaan hebben, en niet te blijven steken in fantasieën. Nederigheid zal ons altijd laten zien wat we nog meer kunnen doen om onze verlangens om te zetten in daden van liefde en zo te verhinderen dat de realiteit van onze zonden, beledigingen en nalatigheden onze verwachtingen de grond in boort. Nederigheid kortwiekt onze verlangens niet, integendeel: zij doet ons inzien dat wij onze toevlucht moeten nemen tot God om onze verlangens waar te maken. Met de goddelijke genade zullen we al het mogelijke doen om in deugden te groeien, door hindernissen te slechten, gelegenheden tot zonde te vermijden en bekoringen moedig te weerstaan.

23.3 Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Is die dorst verenigbaar met de ervaring van onze gebreken en zondigheid? Ja: heiligen zijn -afgezien van Maria- geen mensen die nooit gezondigd hebben, maar mensen die steeds weer opgekrabbeld zijn. De strijd om heiligheid opgeven, omdat we zien dat we vol gebreken zijn, is verborgen hoogmoed en een openlijke lafheid die uiteindelijk ons vurig verlangen naar God zal verstikken. «Het is eigen aan de laffe ziel die niet over voldoende deugd beschikt om op de beloften van de Heer te vertrouwen, ontmoedigd te raken bij de moeilijkheden en daaaronder te bezwijken.»13 

Zich van God verwijderen, de strijd opgeven omdat we gebreken hebben of omdat er tegenstand is, is een grove vergissing. Het is een heel subtiele en zeer gevaarlijke verleiding die ons kan brengen tot uitingen van 'valse nederigheid' -van hoogmoed-, zoals kleinmoedigheid en gebrek aan geestkracht en moed om mislukkingen te aanvaarden of grote zaken aan te pakken. Misschien is het nodig dat we geen illusies koesteren, want in één dag heilig worden is niet mogelijk, tenzij God een wonder zou willen doen. Maar dat hoeft Hij niet, want Hij geeft ons -langs gewone wegen- al voortdurend en telkens meer de benodigde genade.

Het verlangen heilig te worden is -als het echt is- de bewuste en welbesloten wil die ons de vereiste middelen zal doen gebruiken om de heiligheid te verwerven. Zonder verlangens valt er niets te doen, men hoeft dan nergens aan te beginnen. «We zullen dan geduld moeten hebben en niet moeten proberen alle slechte gewoonten, die we aangewend hebben door de geringe zorg die we aan ons geestelijk leven besteed hebben, in één enkele dag te overwinnen.»14 

God beidt zijn tijd en heeft geduld met ieder van ons. Als we de moed verliezen bij het zien van de traagheid van onze geestelijke vooruitgang, moeten we eraan denken dat het 't ergste is het goede achterwege te laten, te bezwijken voor moeilijkheden en ontmoedigd te raken over onze zonden. God kan ons juist het licht verschaffen om ons geweten te zuiveren en om met meer bezieling de strijd aan te binden op nieuwe fronten. En daarbij bedenken we, dat heiligen zich altijd beschouwd hebben als grote zondaars. Daarom zorgden zij ervoor dichter bij God te komen door gebed en versterving, vol vertrouwen in de goddelijke barmhartigheid: «Laten we met geduld hopen dat we ons zullen verbeteren in plaats van ons er zorgen over te maken, dat we in het verleden zo weinig gedaan hebben. Laten we er ijverig voor zorgen in de toekomst ons best te doen.»15 

Zoals een hert smacht naar de stromende wateren, zo smacht mijn hart naar U, o God! Houd het verlangen naar God levend. Steek elke dag de haard van je geloof, van je hoop, aan met het vuur van je liefde tot God, opdat Hij je deugden vurig maakt en je ellende verbrandt; opdat we onze dorst naar heiligheid zullen kunnen laven aan het water dat opborrelt ten eeuwigen leven.16 

-1. Tussenzang uit de Mis, Ps 42(41),2-3. -2. Mt 16,26. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 96. -4 Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 40. -5. Ibidem, 42. -6. Dan 9,23. -7. H. Theresia van Avila, De weg der volmaaktheid, 21,2. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 628. -9. Idem, De Weg, 316. -10. Hnd 11,15. -11. Ps 127(126),1. -12. H. Johannes van het Kruis, Geestelijk hooglied, 3,1. -13 H. Basilius, Preek over de blijdschap. -14. J. Tissot, L'art de profiter de nos fautes. -15. Ibidem. -16. Vgl. Joh 4,14.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009