31 december
37. VERLOREN TIJD INHALEN
-Een
dag om de balans op te maken. Ons is weinig tijd toegemeten. Het is een
belangrijk deel van de van God gekregen erfenis. -Het Berouw over onze zonden
en dankzegging voor de vele weldaden van het afgelopen jaar.-Voornemens voor
het komende jaar.
37.1 Het is
vandaag een goed moment om de balans op te maken over het afgelopen jaar en
voornemens te maken voor het komend jaar. Het is een goede gelegenheid
vergeving te vragen voor wat we niet gedaan hebben, voor het gebrek aan liefde.
Het is een goede aanleiding de Heer te danken voor al zijn weldaden.
De Kerk helpt ons in
gedachten te houden, dat wij als pelgrims onderweg zijn. Zijzelf is «in de
wereld aanwezig en toch op pelgrimstocht.»1 «Dwars door de vervolgingen van de kant
van de wereld en de vertroostingen van de kant van God heen zet de Kerk haar
pelgrimstocht voort.»2
Ons leven is ook een weg
vol beroeringen en vol van Gods vertroosting. Ons leven heeft plaats in de tijd
waarin wij ons nu bevinden en is op weg naar het hiernamaals, de eeuwigheid,
waarop onze pelgrimage gericht is. Ieders tijd is een belangrijk onderdeel van
de van God ontvangen erfenis. Het is de afstand die ons scheidt van het moment
waarop wij met volle of lege handen voor de Heer verschijnen. En vandaag,
hier, in dit leven kunnen wij verdiensten verwerven voor het volgende leven.
Elke dag is werkelijk een tijd die ons door God gegeven is, om te vullen met
liefde tot Hem en met genegenheid tot de mensen om ons heen, met goed verrichte
arbeid, met deugdbeoefening, met werken die God een lust voor het oog zijn.
Vandaag is de dag om de schat die niet vergaat te verwerven. Dit is,
voor iedereen, de gunstige tijd, de dag van het heil.3 De tijd die
voorbij is, komt nimmer weer.
De tijd waarover ieder van
ons beschikt, is kort, maar voldoende om God te zeggen, dat wij van Hem houden
en om het werk waarmee de Heer ieder van ons belast heeft, voltooid achter te
laten. Daarom vermaant de heilige Paulus ons: Gedraagt u als verstandige
mensen, niet als onwetenden. Besteedt uw tijd wel4, want spoedig komt er een
nacht, waarin niemand kan werken.5 «Er is ons echt maar weinig tijd gegeven om
offers te brengen en kwaad te herstellen. Die kostbare gave mogen we dus niet
verknoeien, noch onachtzaam verspillen: dit stukje geschiedenis dat God aan
ieder van ons toevertrouwt, mogen we niet achteloos voorbij laten gaan.»6
Bij het overwegen van de
kortheid van onze doortocht hier op aarde en van het geringe belang dat de
dingen op zich hebben, zegt de heilige Paulus: de schim van deze wereld
gaat voorbij.7 Dit
leven is in vergelijking met het leven waarop wij hopen, als een schaduwbeeld.
De kortheid van de tijd is een voortdurende oproep er een maximum rendement
jegens God uit te halen. Wij kunnen ons vandaag in ons gebed afvragen of God
wel tevreden is met de wijze waarop wij het afgelopen jaar hebben doorgebracht.
Of de tijd goed benut is, of juist niet. Of het een jaar is geweest van gemiste
kansen in werk, apostolaat, gezinsleven. Of wij het kruis regelmatig in de steek
hebben gelaten, omdat wij niet makkelijk konden omgaan met tegenslagen of met
onverwachte gebeurtenissen. Elk jaar dat verstrijkt, is een oproep om ons
gewone leven te heiligen en een vermaan dat wij weer een beetje dichter bij het
beslissende moment gekomen zijn waarop wij voor God staan.
Laten wij niet moe
worden het goede te doen. Als wij de moed niet verliezen, zullen wij te
gelegener tijd de oogst binnenhalen. Laten wij dus, zolang wij de tijd hebben,
goed doen aan allen.8
37.2 Het kan
goed voorkomen, dat wij bij ons gewetensonderzoek ontdekken dat wij in het
afgelopen jaar te kort geschoten zijn in de liefde, dat de inspanningen bij ons
werk maar mager waren, dat wij geestelijke middelmatigheid hebben
geaccepteerd. Wij zullen wellicht zien, dat onze aalmoes gering was, dat wij te
kampen hadden met egoïsme, ijdelheid, gebrek aan versterving bij spijs en
drank, dat wij te kort geschoten zijn in het beantwoorden aan de genaden van
de Heilige Geest, ons schuldig hebben gemaakt aan onmatigheid, een slecht
humeur, slecht gedrag, min of meer vrijwillige verstrooidheid bij onze
vroomheidsoefeningen.... Het zijn ontelbare redenen om het jaar te besluiten met
de vraag aan de Heer om vergeving, met het doen van akten van berouw en eerherstel.
Laten wij elke dag van het jaar bekijken en «vergiffenis vragen voor elke dag,
want elke dag hebben wij misdaan.»9 Geen
dag ontsnapt aan dit onvermijdelijke: onze tekortkomingen en fouten zijn
talrijk geweest. De argumenten om dankbaar te zijn, zijn overigens
onvergelijkbaar veel groter, zowel op menselijk als op bovennatuurlijk vlak.
Ontelbaar zijn de influisteringen van de Heilige Geest, de in het sacrament van
de boetvaardigheid en de eucharistie ontvangen genaden, de zorgzaamheden van
onze engelbewaarders, de verkregen verdiensten door het opdragen van het werk
en ons lijden omwille van de anderen, de omvangrijke hulp die wij van anderen
ontvangen hebben. Het is niet van belang, dat wij van die werkelijkheid nu maar
een klein deel zien. Laten wij God danken voor alle gedurende het jaar
ontvangen weldaden.
«Wij moeten hieruit nieuwe
krachten putten voor zijn dienst en ons best doen niet ondankbaar te zijn. De
Heer toch geeft ons die juwelen onder voorwaarde, dat wij van die schat en van
die verheven staat een goed gebruik maken; anders ontneemt Hij ons die weer en
laat Hij ons in groter armoede achter. Zijne Majesteit schenkt dan die juwelen
aan een ander, die daarmee weet te schitteren en zowel voor zichzelf als voor
anderen voordeel weet te doen. Maar hoe kan iemand die zijn rijkdom niet kent,
daarmee zijn voordeel doen of vrijgevig daarvan uitdelen? Met het oog op onze
natuur kan, dunkt mij, iemand onmogelijk de moed hebben grote dingen te
ondernemen, als hij niet erkent, dat hij door God wordt begunstigd. Want wij
zijn zo nietswaardig en zo tot het aardse geneigd, dat al zeer moeilijk iemand
hier beneden alles zal vermogen te verachten, of in staat zal zijn daarvan
volledig afstand te doen, als hij niet erkent,
een onderpand van het hiernamaals te bezitten.»10
Het jaar beëindigen met
het vragen van vergiffenis voor zoveel tekortkomingen in het beantwoorden aan
de genade, voor zoveel keren waarin Jezus verscheen aan onze zijde en wij niets
deden om Hem te zien en Hem voorbij lieten gaan; maar ook het jaar beëindigen
met dank aan de Heer voor zijn grote barmhartigheid voor ons, voor de ontelbare
weldaden die Hij ons verleend heeft en waarvan wij er veel niet eens kennen. En
samen in berouw en dankbaarheid het voornemen vatten om God te beminnen; te strijden
om de deugden te verwerven en onze gebreken uit te rukken alsof het het laatste
jaar zal zijn dat de Heer ons verleent.
37.3 In deze
laatste dagen van het jaar dat ten einde loopt en in de eerste van het nieuwe
jaar wensen wij elkaar over en weer een zalig nieuwjaar. Wij zeggen tegen de
portier, de apotheker, de buren... 'Zalig nieuwjaar!' of iets wat daar op lijkt.
En evenzoveel mensen wensen ons hetzelfde en daarvoor bedanken wij hun.
Wat bedoelen echter de
meeste mensen met «de beste wensen», «zalig nieuwjaar», enzovoort? «Natuurlijk,
dat u dit jaar niet ziek zult worden, dat u geen verdriet of tegenspoed zult
kennen, geen zorgen, maar dat daarentegen alles u zal toelachen en voorspoed
zal brengen, dat u voldoende geld zult verdienen, dat de belasting dat niet te
veel zal afromen, dat de lonen mogen stijgen en de prijzen dalen, dat de radio
elke morgen goed nieuws brengt. Kortom, dat er niets onaangenaams zal
gebeuren.»11
Het is goed onszelf en
anderen deze menselijke weldaden toe te wensen, als deze ons niet afhouden van
ons laatste doel. Het nieuwe jaar zal ons, in onbekende mate, vreugde en
verdriet brengen. Voor een gelovige is een goed jaar: het jaar waarin dezen en
genen ons ertoe brachten God een beetje meer lief te hebben. Het is voor een
gelovige geen goed jaar, als het begint met de druk dat al het mogelijke ook
gebeuren moet, met een verlangen naar menselijk geluk met God langs de zijlijn.
Een goed jaar is het jaar waarin wij God en de anderen beter gediend hebben,
ook al was het menselijk gezien een complete ramp. Het kan bij voorbeeld een
goed jaar zijn, waarin een al jaren latent aanwezige, maar niet gekende ziekte
zich openbaart, als wij erin slagen daarmee heilig te worden en de mensen om
ons heen te heiligen.
Elk jaar kan -het beste
jaar- zijn, als wij de genaden aanwenden die God voor ons voorbestemd heeft en
die in staat zijn het grootste ongeluk in iets goeds te veranderen. Voor het
jaar dat nu begint, heeft God ons alle hulp bereid die wij nodig zullen hebben
om er een 'zalig nieuwjaar' van te maken. Laten wij er geen dag van verspillen.
En als wij geconfronteerd worden met een val, een fout, ontmoediging, laten
wij dan opnieuw beginnen. In veel gevallen met behulp van het sacrament der
boetvaardigheid.
Mogen wij allemaal een
'zalig nieuwjaar' hebben. Mogen wij, als het weer ten einde is, in staat zijn
ons voor de Heer op te stellen met handen vol aan God opgedragen werk, vol
apostolaat onder onze vrienden, vol ontelbare blijken van liefde jegens de
mensen om ons heen, vol kleine overwinningen, vol unieke ontmoetingen in de
communie... Laten wij het voornemen maken nederlagen om te zetten in
overwinningen door onze toevlucht te nemen tot de Heer en opnieuw te beginnen.
Vraag de heilige Maagd dit nieuwe jaar zo strijdend door te mogen brengen,
alsof het het laatste is, dat de Heer ons verleent.
-1. Vaticanum ii, Decr. Sacrosanctum
Concilium, 2. -2. H. Augustinus,
De civitate Dei, xviii,
51,2. -3. 2 Kor 6,2. -4. Ef 5, 15-16. -5. Joh 9,4.
-6. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden
van God, 39. -7. 1 Kor 7,31. -8. Gal 6, 9-10. -9. H. Augustinus, Sermo cclvi. -10. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven, 10,8.
-11. G. Chevrot, L'evangile en
plein air.
|