Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

31 december

37. VERLOREN TIJD INHALEN

-Een dag om de balans op te maken. Ons is weinig tijd toegemeten. Het is een belangrijk deel van de van God gekregen erfenis. -Het Berouw over onze zonden en dankzegging voor de vele weldaden van het afgelopen jaar.-Voornemens voor het komende jaar.

37.1 Het is vandaag een goed moment om de balans op te maken over het afgelopen jaar en voornemens te maken voor het komend jaar. Het is een goede gelegenheid vergeving te vragen voor wat we niet gedaan hebben, voor het gebrek aan liefde. Het is een goede aanleiding de Heer te danken voor al zijn weldaden.

De Kerk helpt ons in gedachten te houden, dat wij als pelgrims onderweg zijn. Zijzelf is «in de wereld aanwezig en toch op pelgrimstocht.»1 «Dwars door de vervolgingen van de kant van de wereld en de vertroostingen van de kant van God heen zet de Kerk haar pelgrimstocht voort.»2 

Ons leven is ook een weg vol beroeringen en vol van Gods vertroosting. Ons leven heeft plaats in de tijd waarin wij ons nu bevinden en is op weg naar het hiernamaals, de eeuwigheid, waarop onze pelgrimage gericht is. Ieders tijd is een belangrijk onderdeel van de van God ontvangen erfenis. Het is de afstand die ons scheidt van het moment waarop wij met volle of lege handen voor de Heer verschij­nen. En vandaag, hier, in dit leven kunnen wij verdiensten verwerven voor het volgende leven. Elke dag is werkelijk een tijd die ons door God gegeven is, om te vullen met liefde tot Hem en met genegenheid tot de mensen om ons heen, met goed verrichte arbeid, met deugdbeoefening, met werken die God een lust voor het oog zijn. Vandaag is de dag om de schat die niet vergaat te verwerven. Dit is, voor iedereen, de gunstige tijd, de dag van het heil.3 De tijd die voorbij is, komt nimmer weer.

De tijd waarover ieder van ons beschikt, is kort, maar voldoende om God te zeggen, dat wij van Hem houden en om het werk waarmee de Heer ieder van ons belast heeft, voltooid achter te laten. Daarom vermaant de heilige Paulus ons: Gedraagt u als verstandige mensen, niet als onwetenden. Besteedt uw tijd wel4, want spoedig komt er een nacht, waarin niemand kan werken.5 «Er is ons echt maar weinig tijd gegeven om offers te brengen en kwaad te herstellen. Die kostbare gave mogen we dus niet verknoeien, noch onachtzaam verspillen: dit stukje geschiedenis dat God aan ieder van ons toevertrouwt, mogen we niet achteloos voorbij laten gaan.»6

Bij het overwegen van de kortheid van onze doortocht hier op aarde en van het geringe belang dat de dingen op zich hebben, zegt de heilige Paulus: de schim van deze we­reld gaat voorbij.7 Dit leven is in vergelijking met het leven waarop wij hopen, als een schaduwbeeld. De kortheid van de tijd is een voortdurende oproep er een maximum rendement jegens God uit te halen. Wij kunnen ons vandaag in ons gebed afvragen of God wel tevreden is met de wijze waarop wij het afgelopen jaar hebben doorgebracht. Of de tijd goed benut is, of juist niet. Of het een jaar is geweest van gemiste kansen in werk, apostolaat, gezinsleven. Of wij het kruis regelmatig in de steek hebben gelaten, omdat wij niet makkelijk konden omgaan met tegenslagen of met onverwachte gebeurtenissen. Elk jaar dat verstrijkt, is een oproep om ons gewone leven te heiligen en een vermaan dat wij weer een beetje dichter bij het beslissende moment gekomen zijn waarop wij voor God staan.

Laten wij niet moe worden het goede te doen. Als wij de moed niet verliezen, zullen wij te gelegener tijd de oogst binnenhalen. Laten wij dus, zolang wij de tijd hebben, goed doen aan allen.8

37.2 Het kan goed voorkomen, dat wij bij ons gewetensonderzoek ontdekken dat wij in het afgelopen jaar te kort geschoten zijn in de liefde, dat de inspanningen bij ons werk maar mager waren, dat wij geestelijke middelmatig­heid hebben geaccepteerd. Wij zullen wellicht zien, dat onze aalmoes gering was, dat wij te kampen hadden met egoïsme, ijdelheid, gebrek aan versterving bij spijs en drank, dat wij te kort geschoten zijn in het beantwoor­den aan de genaden van de Heilige Geest, ons schuldig hebben gemaakt aan onmatigheid, een slecht humeur, slecht gedrag, min of meer vrijwillige verstrooidheid bij onze vroomheidsoefeningen.... Het zijn ontelbare redenen om het jaar te besluiten met de vraag aan de Heer om vergeving, met het doen van akten van berouw en eerherstel. Laten wij elke dag van het jaar bekijken en «vergiffenis vragen voor elke dag, want elke dag hebben wij misdaan.»9 Geen dag ontsnapt aan dit onvermijdelijke: onze tekortkomingen en fouten zijn talrijk geweest. De argumenten om dankbaar te zijn, zijn overigens onvergelijkbaar veel groter, zowel op menselijk als op bovennatuurlijk vlak. Ontelbaar zijn de influisteringen van de Heilige Geest, de in het sacrament van de boetvaardig­heid en de eucharistie ontvangen genaden, de zorgzaamheden van onze engelbewaarders, de verkregen verdiensten door het opdragen van het werk en ons lijden omwille van de anderen, de omvangrijke hulp die wij van anderen ontvangen hebben. Het is niet van belang, dat wij van die werkelijkheid nu maar een klein deel zien. Laten wij God danken voor alle gedurende het jaar ontvangen weldaden.

«Wij moeten hieruit nieuwe krachten putten voor zijn dienst en ons best doen niet ondankbaar te zijn. De Heer toch geeft ons die juwelen onder voorwaarde, dat wij van die schat en van die verheven staat een goed gebruik maken; anders ontneemt Hij ons die weer en laat Hij ons in groter armoede achter. Zijne Majesteit schenkt dan die juwelen aan een ander, die daarmee weet te schitteren en zowel voor zichzelf als voor anderen voordeel weet te doen. Maar hoe kan iemand die zijn rijkdom niet kent, daarmee zijn voordeel doen of vrijgevig daarvan uitdelen? Met het oog op onze natuur kan, dunkt mij, iemand onmogelijk de moed hebben grote dingen te ondernemen, als hij niet erkent, dat hij door God wordt begunstigd. Want wij zijn zo nietswaardig en zo tot het aardse geneigd, dat al zeer moeilijk iemand hier beneden alles zal vermogen te verachten, of in staat zal zijn daarvan volledig afstand te doen, als hij niet erkent, een onderpand van het hiernamaals te bezitten.»10 

Het jaar beëindigen met het vragen van vergiffenis voor zoveel tekortkomingen in het beantwoorden aan de genade, voor zoveel keren waarin Jezus verscheen aan onze zijde en wij niets deden om Hem te zien en Hem voorbij lieten gaan; maar ook het jaar beëindigen met dank aan de Heer voor zijn grote barmhartigheid voor ons, voor de ontelbare weldaden die Hij ons verleend heeft en waarvan wij er veel niet eens kennen. En samen in berouw en dankbaarheid het voornemen vatten om God te beminnen; te strijden om de deugden te verwerven en onze gebreken uit te rukken alsof het het laatste jaar zal zijn dat de Heer ons verleent.

37.3 In deze laatste dagen van het jaar dat ten einde loopt en in de eerste van het nieuwe jaar wensen wij elkaar over en weer een zalig nieuwjaar. Wij zeggen tegen de portier, de apotheker, de buren... 'Zalig nieuwjaar!' of iets wat daar op lijkt. En evenzoveel mensen wensen ons hetzelfde en daarvoor bedanken wij hun.

Wat bedoelen echter de meeste mensen met «de beste wensen», «zalig nieuwjaar», enzovoort? «Natuurlijk, dat u dit jaar niet ziek zult worden, dat u geen verdriet of tegenspoed zult kennen, geen zorgen, maar dat daarentegen alles u zal toelachen en voorspoed zal brengen, dat u voldoende geld zult verdienen, dat de belasting dat niet te veel zal afromen, dat de lonen mogen stijgen en de prijzen dalen, dat de radio elke morgen goed nieuws brengt. Kortom, dat er niets onaangenaams zal gebeuren.»11 

Het is goed onszelf en anderen deze menselijke weldaden toe te wensen, als deze ons niet afhouden van ons laatste doel. Het nieuwe jaar zal ons, in onbekende mate, vreugde en verdriet brengen. Voor een gelovige is een goed jaar: het jaar waarin dezen en genen ons ertoe brachten God een beetje meer lief te hebben. Het is voor een gelovige geen goed jaar, als het begint met de druk dat al het mogelijke ook gebeuren moet, met een verlangen naar menselijk geluk met God langs de zijlijn. Een goed jaar is het jaar waarin wij God en de anderen beter gediend hebben, ook al was het menselijk gezien een complete ramp. Het kan bij voorbeeld een goed jaar zijn, waarin een al jaren latent aanwezige, maar niet gekende ziekte zich openbaart, als wij erin slagen daarmee heilig te worden en de mensen om ons heen te heiligen.

Elk jaar kan -het beste jaar- zijn, als wij de genaden aanwenden die God voor ons voorbestemd heeft en die in staat zijn het grootste ongeluk in iets goeds te veranderen. Voor het jaar dat nu begint, heeft God ons alle hulp bereid die wij nodig zullen hebben om er een 'zalig nieuwjaar' van te maken. Laten wij er geen dag van verspillen. En als wij geconfronteerd worden met een val, een fout, ont­moediging, laten wij dan opnieuw beginnen. In veel gevallen met behulp van het sacrament der boetvaardigheid.

Mogen wij allemaal een 'zalig nieuwjaar' hebben. Mogen wij, als het weer ten einde is, in staat zijn ons voor de Heer op te stellen met handen vol aan God opgedragen werk, vol apostolaat onder onze vrienden, vol ontelbare blijken van liefde jegens de mensen om ons heen, vol kleine over­winningen, vol unieke ontmoetingen in de communie... Laten wij het voornemen maken nederlagen om te zetten in overwinningen door onze toevlucht te nemen tot de Heer en opnieuw te beginnen. Vraag de heilige Maagd dit nieuwe jaar zo strijdend door te mogen brengen, alsof het het laatste is, dat de Heer ons verleent.

-1. Vaticanum ii, Decr. Sacrosanctum Concilium, 2. -2. H. Augustinus, De civitate Dei, xviii, 51,2. -3. 2 Kor 6,2. -4. Ef 5, 15-16. -5. Joh 9,4. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 39. -7. 1 Kor 7,31. -8. Gal 6, 9-10. -9. H. Augustinus, Sermo cclvi. -10. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven, 10,8. -11. G. Chevrot, L'evangile en plein air.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012