De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT
Gezin
Medische Ethiek

Herinneringen van Zuster Lucia
De nieuw bewerkte uitgave van herinneringen van Zuster Lucia van Fatima, met slot van Kardinaal Ratzinger. Meer ...

Home >  Verplichtingen van rechtvaardigheid

Eenentwintigste week. Dinsdag

59. Verplichtingen van rechtvaardigheid

-Waardigheid van de mens. -Sociale rechtvaardigheid gaat verder dan wat strikt verschuldigd is. -Het doel van de economie.

59.1 De wet van Mozes schreef de betaling van tienden voor1: dat betekende het tiende deel van de vruchten van de aarde; producten als graan, wijn en olie moesten betaald worden voor het onderhoud van de tempel. Daarbovenop betaalden de Farizeeën ook tienden van munt, anijs en komijn, geurige planten die gekweekt werden in tuinen van keukens om het voedsel te kruiden. Dit was een misleidende vertoning van edelmoedigheid jegens God, want terwijl ze precies waren in deze zaken, veronachtzaamden ze andere, belangrijkere verplichtingen jegens hun naaste. Om deze hypocrisie valt de Heer hen aan: Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij betaalt wel tienden van munt, anijs en komijn, maar het gewichtigste van de Wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw verwaarloost ge. Het ene moet men doen en het andere niet nalaten.2

De Heer veracht niet het betalen van tienden van munt, anijs en komijn: het had inderdaad een oprechte uitdrukking van liefde tot God kunnen zijn geweest, zoals iemand die bloemen geeft aan degene van wie hij houdt, of aan de Heer in het tabernakel. Wat Jezus afwijst is de hypocrisie die verscholen ligt achter deze vertoning van valse geloofsijver, waardoor ze het veronachtzamen van hun wezenlijke plichten van gerechtigheid, barmhartigheid en geloof, rechtvaardigden. Christenen mogen nooit vervallen in een dergelijke staat van hypocrisie: onze vrijwillige offers behagen God als we de verplichte en noodzakelijke offers vervullen die bepaald zijn door de deugd van de rechtvaardigheid, die van ons verlangt dat wij aan ieder het zijne geven en die door de naastenliefde verrijkt en vervolmaakt wordt. Het ene moet men doen en het andere niet nalaten...

Rechtvaardigheid is te vinden in de onschendbare waarde van de menselijke persoon, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en bestemd om het eeuwige geluk te genieten in de hemel. Als we de eerbied overwegen die we elke mens verschuldigd zijn «in het licht van de goddelijke openbaring, dan wordt onze inschatting daarvan onvermijdelijk groter, want de mensen zijn vrijgekocht door het bloed van Jezus Christus. De genade heeft hen kinderen en vrienden van God gemaakt, en erfgenamen van de eeuwige heerlijkheid.»3

Een passende zorg voor de rechten van ieder begint met de juiste ordening van de Burgerlijke Wet, die wij christenen met al onze kracht moeten hoog houden, als voorbeeldige burgers, te beginnen met de wetten die het recht op leven verdedigen, het eerste van alle rechten, vanaf het moment van de conceptie. Maar deze bijdrage, die wij altijd met onze beste talenten moeten leveren, hoe beperkt die ook zijn, is niet genoeg. Iedere dag komen we vele gelegenheden tegen om eerlijk te zijn in onze relaties met onze medemensen. Bijvoorbeeld, hoe dikwijls vervallen we in een overhaast oordeel over anderen! In onze gesprekken moeten we niet alleen laster en valse beschuldigingen vermijden, maar ook kleinering, geroddel dat onnodig de reële fouten van onze buurman onthult en afbreuk doet aan zijn aanzien onder zijn collega's of kennissen. Rechtvaardigheid in onze handelingen ten slotte vereist van ons dat wij aan ieder geven wat hem toekomt, of wat van hem is...

Hoe kunnen onze werken God behagen als we niet bedachtzaam handelen in onze gedachten, woorden en daden ten aanzien van onze broeders en zusters voor wie Jezus zijn leven gaf?

59.2 Rechtvaardig handelen tegenover onze buur is niet eenvoudigweg een kwestie van hem of haar geen kwaad doen. Ook is het niet slechts een zaak van onrechtvaardige situaties aan de kaak stellen als die ter sprake komen. Klagen over de toestand van de wereld is zinloos tenzij het aanleiding vormt voor meer gebed en daden om de toestanden waar we over mopperen, tegen te gaan. Iedere christen moet zich afvragen hoe hij de deugd van de rechtvaardigheid in praktijk brengt in de normale omstandigheden van het leven: in zijn gezin, op zijn werk, in de sociale relaties enz. Rechtvaardig zijn voor degenen met wie we elke dag contact hebben, betekent, naast andere plichten, respect hebben voor hun recht op een goede naam, op privacy, op een voldoende financiële vergoeding. «Deze eisen kunnen niet slechts tot de economische sfeer beperkt worden, zoals bijvoorbeeld rechtvaardigheid in de betaling van lonen en salarissen. De eisen van christelijk leven en christelijke ethiek gaan verder dan dat en bevatten ook overwegingen als respect voor het leven, trouw en waarheid, het cultiveren van betrouwbaarheid, bekwaamheid, vlijt en eerlijkheid, de afwijzing van alle vormen van bedrog, een gevoel van sociale verantwoordelijkheid en van edelmoedigheid, die christenen altijd moet inspireren in het uitvoeren van hun werk en in de uitoefening van hun professionele activiteiten.»4

Laster, achterklap en roddel kunnen werkelijke en schandelijke manifestaties zijn van onrecht, want «van de tijdelijke goederen schijnt de integriteit van iemands reputatie het belangrijkst te zijn, en wie die verliest is beroofd van de mogelijkheid veel goed te doen.»5 De apostel Jakobus zegt: de tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid 6: ze kan dienen om God te loven, om met Hem te spreken, om met iemand anders te praten, of ze kan zeer grote pijn veroorzaken tenzij wij ons vastberaden inspannen om nooit slecht over iemand te spreken.

We komen vaak mondelinge aantijgingen tegen de rechtvaardigheid tegen. Daarom vraagt God ons, christenen, haar te verdedigen, en ons niet ertoe te laten verleiden, door mondelinge geruchten of door wat we van de media meekrijgen, ons haastige oordelen te vormen over mensen. We moeten nooit lucht geven aan een negatieve beoordeling van personen of instellingen, en we moeten ons nooit opstellen als inquisiteurs en beulen. Dit vereist dat we moeite doen ons goed te informeren; en als we ooit de plicht hebben om te oordelen, moeten we naar beide kanten luisteren, goed rekening houden met de omstandigheden en altijd eerbied hebben voor de fundamentele goede bedoelingen van de personen in kwestie, die alleen God kent. Mensen die in de communicatiemedia werken of die daar toegang hebben, dragen een bijzondere verantwoordelijkheid in dit opzicht vanwege het grote goed of de aanzienlijke schade die zij kunnen veroorzaken.

We moeten de plichten van rechtvaardigheid vervullen jegens hen die God ons heeft toevertrouwd, door tijd aan hen te besteden, te helpen bij hun vorming, of bijzondere zorg te besteden aan iedereen die door ziekte, leeftijd of andere bijzondere omstandigheden speciale aandacht nodig heeft. We weten goed dat vaders en moeders, bijvoorbeeld, het niet goed zouden doen als ze tijd zouden vinden voor hun eigen ontspanning en vermaak terwijl ze niet de noodzakelijke tijd besteden aan de opvoeding van hun kinderen of aan hen die God aan hun zorg heeft toevertrouwd. Hetzelfde kan gezegd worden van mensen die hun eigen belangen en voorkeuren, waar ze met een beetje goede wil en een beetje moeite ook zonder zouden kunnen, stellen boven de noden van anderen.

We handelen rechtvaardig wanneer we aan iedereen geven wat van hem is. Werkgevers, bijvoorbeeld, moeten hun werknemers een loon betalen dat overeenstemt met de vereisten van zowel de wet als een goed geweten. Soms is het niet ongebruikelijk om meer te moeten betalen dan het wettelijke minimumloon, omdat er zich omstandigheden kunnen voordoen waarin men zou zondigen tegen de rechtvaardigheid als men alleen zou betalen wat de wet vereist. Er zijn soms landen waarin de wetten bepaalde onrechtvaardigheden niet verbieden: arbeiders zonder voldoende redenen ontslaan of te lage salarissen betalen terwijl het bedrijf winst maakt... «Rechtvaardigheid bestaat niet alleen in het nauwkeurig eerbiedigen van rechten en plichten, zoals rekenkundige opgaven opgelost worden met optellen en aftrekken.»7 De christelijke werkgever hecht er boven alles belang aan rechtvaardig te zijn in Gods ogen, wat hem ertoe brengt verder te gaan dan wat de wet strikt van hem verlangt. Hij houdt de persoonlijke en gezinsomstandigheden van de mensen die voor hem werken in gedachte.

59.3 De economie heeft zijn eigen wetten en mechanismen, maar deze wetten zijn noch zelfstandig en onafhankelijk, noch onveranderlijk. Het leergezag van de Kerk brengt ons in herinnering dat men niet moet denken aan de economie als een onafhankelijke en autonome wereld, maar dat zij onderworpen moet zijn aan de hogere principes van sociale rechtvaardigheid, die de fouten en tekortkomingen van de economische orde corrigeren door rekening te houden met de waardigheid van de mens.8

Sociale rechtvaardigheid vereist ook dat de levensvoorwaarden van arbeiders niet overgeleverd worden aan de krachten van de vrije markt, alsof hun arbeid louter koopwaar is die gekocht en verkocht moet worden.9 Een van de eerste zorgen van de staat en de werkgevers «moet deze zijn: werk verschaffen voor iedereen»10, daar werkloosheid een van de ergste dingen is die een land kan teisteren en de oorzaak van vele andere pijnlijke gevolgen voor individuen, voor gezinnen en voor de maatschappij zelf.

Wie een baan heeft zou niet in overeenstemming met de rechtvaardigheid handelen als het werk niet gewetensvol werd verricht, met bekwaamheid, met goede zorg voor het gereedschap, de uitrusting en ander eigendom van het bedrijf of de instelling waarvoor hij werkt. Studenten zouden te kort schieten in rechtvaardigheid tegenover de maatschappij en tegenover hun gezinnen, soms ernstig, als ze geen goed gebruik zouden maken van de tijd waarin ze verondersteld worden te studeren. Over het algemeen kunnen de studieresultaten stof geven voor het gewetensonderzoek. Zeer vaak kan te weinig inspanning voor de studie er de oorzaak van zijn dat iemand later niet genoeg bekwaam is en hij zijn werkgever geen waar voor zijn geld geeft, door gebrek aan voldoende voorbereiding. Dit zijn punten waarop we onszelf vaak moeten onderzoeken, als we gewetensvol voor God en de mensen onze plichten tegenover onze naaste willen uitvoeren, waarbij we de vereisten van rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw in overeenkomsten, contracten en beloften vervullen.

Laten we de heilige maagd Maria vragen om deze oprechtheid van geweten, zodat we eraan kunnen bijdragen dat de maatschappij waarin we leven een waardige plaats wordt voor de zonen en dochters van God om in harmonie samen te leven.

-1. Lev 27,30-33; Dt 14,22 e.v. -2. Mt 23,23. -3. Johannes xxiii, Pacem in terris, 10. -4. Spaanse Bisschoppenconferentie, Katholieken in het openbare leven, 22 april 1986, 113-114. -5. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q73, a2. -6. Jak 3,6. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 168. -8. Vgl. Pius xi, Quadragesimo anno, 15 juni 1931, 37. -9. Vgl. Johannes Paulus ii, Sollicitudo rei socialis, 30 december 1987, 34. -10. Johannes Paulus ii, Toespraak in het stadion van Morumbi, 3 juli 1980.





Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. (035) 694 63 50

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur