Eenentwintigste week.
Dinsdag
59. Verplichtingen van rechtvaardigheid
-Waardigheid van de mens. -Sociale rechtvaardigheid gaat
verder dan wat strikt verschuldigd is. -Het doel van de economie.
59.1 De wet van Mozes schreef de betaling van tienden voor1: dat betekende het tiende deel van de vruchten van
de aarde; producten als graan, wijn en olie moesten betaald worden voor het
onderhoud van de tempel. Daarbovenop betaalden de Farizeeën ook tienden van
munt, anijs en komijn, geurige planten die gekweekt werden in tuinen van
keukens om het voedsel te kruiden. Dit was een misleidende vertoning van
edelmoedigheid jegens God, want terwijl ze precies waren in deze zaken, veronachtzaamden
ze andere, belangrijkere verplichtingen jegens hun naaste. Om deze hypocrisie
valt de Heer hen aan: Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij
betaalt wel tienden van munt, anijs en komijn, maar het gewichtigste van de
Wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw verwaarloost ge. Het ene moet
men doen en het andere niet nalaten.2
De Heer veracht niet het betalen van tienden van munt, anijs
en komijn: het had inderdaad een oprechte uitdrukking van liefde tot God kunnen
zijn geweest, zoals iemand die bloemen geeft aan degene van wie hij houdt, of
aan de Heer in het tabernakel. Wat Jezus afwijst is de hypocrisie die
verscholen ligt achter deze vertoning van valse geloofsijver, waardoor ze het
veronachtzamen van hun wezenlijke plichten van gerechtigheid, barmhartigheid en
geloof, rechtvaardigden. Christenen mogen nooit vervallen in een dergelijke
staat van hypocrisie: onze vrijwillige offers behagen God als we de verplichte
en noodzakelijke offers vervullen die bepaald zijn door de deugd van de
rechtvaardigheid, die van ons verlangt dat wij aan ieder het zijne geven en die
door de naastenliefde verrijkt en vervolmaakt wordt. Het ene moet men doen en het andere niet nalaten...
Rechtvaardigheid is te vinden in de onschendbare waarde van
de menselijke persoon, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en bestemd om
het eeuwige geluk te genieten in de hemel. Als we de eerbied overwegen die we
elke mens verschuldigd zijn «in het licht van de goddelijke openbaring, dan
wordt onze inschatting daarvan onvermijdelijk groter, want de mensen zijn
vrijgekocht door het bloed van Jezus Christus. De genade heeft hen kinderen en
vrienden van God gemaakt, en erfgenamen van de eeuwige heerlijkheid.»3
Een passende zorg voor de rechten van ieder begint met de
juiste ordening van de Burgerlijke Wet, die wij christenen met al onze kracht
moeten hoog houden, als voorbeeldige burgers, te beginnen met de wetten die het
recht op leven verdedigen, het eerste van alle rechten, vanaf het moment van de
conceptie. Maar deze bijdrage, die wij altijd met onze beste talenten moeten
leveren, hoe beperkt die ook zijn, is niet genoeg. Iedere dag komen we vele
gelegenheden tegen om eerlijk te zijn in onze relaties met onze medemensen.
Bijvoorbeeld, hoe dikwijls vervallen we in een overhaast oordeel over anderen!
In onze gesprekken moeten we niet alleen laster en valse beschuldigingen
vermijden, maar ook kleinering, geroddel dat onnodig de reële fouten van onze
buurman onthult en afbreuk doet aan zijn aanzien onder zijn collega's of kennissen.
Rechtvaardigheid in onze handelingen ten slotte vereist van ons dat wij aan
ieder geven wat hem toekomt, of wat van hem is...
Hoe kunnen onze werken God behagen als we niet bedachtzaam
handelen in onze gedachten, woorden en daden ten aanzien van onze broeders en
zusters voor wie Jezus zijn leven gaf?
59.2 Rechtvaardig handelen tegenover onze buur is niet eenvoudigweg een
kwestie van hem of haar geen kwaad doen. Ook is het niet slechts een zaak van
onrechtvaardige situaties aan de kaak stellen als die ter sprake komen. Klagen
over de toestand van de wereld is zinloos tenzij het aanleiding vormt voor meer
gebed en daden om de toestanden waar we over mopperen, tegen te gaan. Iedere
christen moet zich afvragen hoe hij de deugd van de rechtvaardigheid in
praktijk brengt in de normale omstandigheden van het leven: in zijn gezin, op
zijn werk, in de sociale relaties enz. Rechtvaardig zijn voor degenen met wie
we elke dag contact hebben, betekent, naast andere plichten, respect hebben
voor hun recht op een goede naam, op privacy, op een voldoende financiële
vergoeding. «Deze eisen kunnen niet slechts tot de economische sfeer beperkt
worden, zoals bijvoorbeeld rechtvaardigheid in de betaling van lonen en
salarissen. De eisen van christelijk leven en christelijke ethiek gaan verder
dan dat en bevatten ook overwegingen als respect voor het leven, trouw en
waarheid, het cultiveren van betrouwbaarheid, bekwaamheid, vlijt en
eerlijkheid, de afwijzing van alle vormen van bedrog, een gevoel van sociale
verantwoordelijkheid en van edelmoedigheid, die christenen altijd moet
inspireren in het uitvoeren van hun werk en in de uitoefening van hun
professionele activiteiten.»4
Laster, achterklap en roddel kunnen werkelijke en
schandelijke manifestaties zijn van onrecht, want «van de tijdelijke goederen
schijnt de integriteit van iemands reputatie het belangrijkst te zijn, en wie
die verliest is beroofd van de mogelijkheid veel goed te doen.»5 De apostel Jakobus zegt: de tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid 6: ze kan dienen om God te loven, om met Hem te
spreken, om met iemand anders te praten, of ze kan zeer grote pijn veroorzaken
tenzij wij ons vastberaden inspannen om nooit slecht over iemand te spreken.
We komen vaak mondelinge aantijgingen tegen de
rechtvaardigheid tegen. Daarom vraagt God ons, christenen, haar te verdedigen,
en ons niet ertoe te laten verleiden, door mondelinge geruchten of door wat we
van de media meekrijgen, ons haastige oordelen te vormen over mensen. We moeten
nooit lucht geven aan een negatieve beoordeling van personen of instellingen,
en we moeten ons nooit opstellen als inquisiteurs en beulen. Dit vereist dat we
moeite doen ons goed te informeren; en als we ooit de plicht hebben om te
oordelen, moeten we naar beide kanten luisteren, goed rekening houden met de
omstandigheden en altijd eerbied hebben voor de fundamentele goede bedoelingen
van de personen in kwestie, die alleen God kent. Mensen die in de
communicatiemedia werken of die daar toegang hebben, dragen een bijzondere verantwoordelijkheid
in dit opzicht vanwege het grote goed of de aanzienlijke schade die zij kunnen
veroorzaken.
We moeten de plichten van rechtvaardigheid vervullen jegens
hen die God ons heeft toevertrouwd, door tijd aan hen te besteden, te helpen
bij hun vorming, of bijzondere zorg te besteden aan iedereen die door ziekte,
leeftijd of andere bijzondere omstandigheden speciale aandacht nodig heeft. We
weten goed dat vaders en moeders, bijvoorbeeld, het niet goed zouden doen als
ze tijd zouden vinden voor hun eigen ontspanning en vermaak terwijl ze niet de noodzakelijke
tijd besteden aan de opvoeding van hun kinderen of aan hen die God aan hun zorg
heeft toevertrouwd. Hetzelfde kan gezegd worden van mensen die hun eigen
belangen en voorkeuren, waar ze met een beetje goede wil en een beetje moeite
ook zonder zouden kunnen, stellen boven de noden van anderen.
We handelen rechtvaardig wanneer we aan iedereen geven wat
van hem is. Werkgevers, bijvoorbeeld, moeten hun werknemers een loon betalen
dat overeenstemt met de vereisten van zowel de wet als een goed geweten. Soms
is het niet ongebruikelijk om meer te moeten betalen dan het wettelijke
minimumloon, omdat er zich omstandigheden kunnen voordoen waarin men zou
zondigen tegen de rechtvaardigheid als men alleen zou betalen wat de wet
vereist. Er zijn soms landen waarin de wetten bepaalde onrechtvaardigheden niet
verbieden: arbeiders zonder voldoende redenen ontslaan of te lage salarissen
betalen terwijl het bedrijf winst maakt... «Rechtvaardigheid bestaat niet alleen
in het nauwkeurig eerbiedigen van rechten en plichten, zoals rekenkundige
opgaven opgelost worden met optellen en aftrekken.»7
De christelijke werkgever hecht er boven alles belang aan rechtvaardig te zijn
in Gods ogen, wat hem ertoe brengt verder te gaan dan wat de wet strikt van hem
verlangt. Hij houdt de persoonlijke en gezinsomstandigheden van de mensen die
voor hem werken in gedachte.
59.3 De economie heeft zijn eigen wetten en mechanismen, maar deze wetten
zijn noch zelfstandig en onafhankelijk, noch onveranderlijk. Het leergezag van
de Kerk brengt ons in herinnering dat men niet moet denken aan de economie als
een onafhankelijke en autonome wereld, maar dat zij onderworpen moet zijn aan
de hogere principes van sociale rechtvaardigheid, die de fouten en tekortkomingen
van de economische orde corrigeren door rekening te houden met de waardigheid
van de mens.8
Sociale rechtvaardigheid vereist ook dat de levensvoorwaarden
van arbeiders niet overgeleverd worden aan de krachten van de vrije markt,
alsof hun arbeid louter koopwaar is die gekocht en verkocht moet worden.9 Een van de eerste zorgen van de staat en de
werkgevers «moet deze zijn: werk verschaffen voor iedereen»10, daar werkloosheid een van de ergste dingen is die
een land kan teisteren en de oorzaak van vele andere pijnlijke gevolgen voor
individuen, voor gezinnen en voor de maatschappij zelf.
Wie een baan heeft zou niet in overeenstemming met de
rechtvaardigheid handelen als het werk niet gewetensvol werd verricht, met
bekwaamheid, met goede zorg voor het gereedschap, de uitrusting en ander eigendom
van het bedrijf of de instelling waarvoor hij werkt. Studenten zouden te kort
schieten in rechtvaardigheid tegenover de maatschappij en tegenover hun
gezinnen, soms ernstig, als ze geen goed gebruik zouden maken van de tijd
waarin ze verondersteld worden te studeren. Over het algemeen kunnen de
studieresultaten stof geven voor het gewetensonderzoek. Zeer vaak kan te weinig
inspanning voor de studie er de oorzaak van zijn dat iemand later niet genoeg
bekwaam is en hij zijn werkgever geen waar voor zijn geld geeft, door gebrek
aan voldoende voorbereiding. Dit zijn punten waarop we onszelf vaak moeten
onderzoeken, als we gewetensvol voor God en de mensen onze plichten tegenover
onze naaste willen uitvoeren, waarbij we de vereisten van rechtvaardigheid, barmhartigheid
en trouw in overeenkomsten, contracten en beloften vervullen.
Laten we de heilige maagd Maria vragen om deze oprechtheid
van geweten, zodat we eraan kunnen bijdragen dat de maatschappij waarin we
leven een waardige plaats wordt voor de zonen en dochters van God om in
harmonie samen te leven.
-1. Lev 27,30-33; Dt 14,22 e.v. -2. Mt 23,23. -3. Johannes
xxiii, Pacem in
terris, 10. -4. Spaanse
Bisschoppenconferentie, Katholieken in het openbare leven, 22 april
1986, 113-114. -5. H. Thomas van Aquino,
Summa Theologiae,
II-II, q73, a2. -6. Jak
3,6. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God,
168. -8. Vgl. Pius xi, Quadragesimo anno, 15 juni 1931, 37.
-9. Vgl. Johannes Paulus ii, Sollicitudo rei socialis,
30 december 1987, 34. -10.
Johannes Paulus ii, Toespraak in het stadion van Morumbi, 3 juli
1980.
|