Paaszondag
1. VERREZEN UIT DE DODEN
-De verrijzenis van de Heer, grondslag van ons geloof. Jezus
Christus leeft: dat is de grote vreugde van alle christenen. -Het licht van
Christus. De verrijzenis, een krachtige oproep tot apostolaat. -Verschijningen
van Jezus: de ontmoeting met zijn Moeder, aan wie Hij als eerste verschijnt.
Deze tijd van het liturgisch jaar heel dicht bij Maria beleven.
1.1 De Heer is waarlijk verrezen. Alleluja.
Aan Hem zij alle macht en glorie nu en in eeuwigheid.1
«Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria,
de moeder van Jakobus, en Salóme welriekende kruiden om het dode lichaam van
Jezus te gaan balsemen. -De volgende dag, heel vroeg, als de zon juist op is,
komen ze bij het graf (Mc 16,1-2). Naar binnen gaande, raken ze hevig ontsteld,
want ze vinden het lichaam van de Heer niet. -Een jongeman, in wit gewaad
gekleed, zegt hun: Weest niet bevreesd. Ik weet dat gij Jezus van Nazareth
zoekt: non est hic, surrexit enim sicut dixit, Hij is niet hier, want
Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft (Mt 28,5). -Hij is verrezen! -Jezus is
verrezen. Hij is niet in het graf. -Het Leven heeft de dood overwonnen.»2
De glorierijke verrijzenis van de Heer is de sleutel tot het
begrijpen van zijn leven en de grondslag van ons geloof. Zonder deze
overwinning op de dood, zegt de heilige Paulus, zou zijn gehele prediking
nutteloos en ons geloof van zijn inhoud ontdaan zijn.3 Bovendien, in de verrijzenis van
Christus is onze toekomstige verrijzenis besloten. Maar God, die rijk is aan
erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons
met Christus ten leven gewekt... en Hij heeft ons samen met Hem doen opstaan.4 Pasen is het
feest van onze verlossing en, als zodanig, feest van dankzegging en blijdschap.
De opstanding van de Heer is een van de centrale gebeurtenissen
in het katholieke geloof en is als zodanig verkondigd vanaf de vroegste
christentijd. Het belang van dit wonder is zo groot, dat de apostelen, meer dan
iets anders, de getuigen van Jezus' verrijzenis5 zijn. Zij verkondigen dat Christus
leeft en dat is de kern van heel hun prediking. Dat is wat wij, twintig eeuwen
later, de wereld verkondigen: Christus leeft! De verrijzenis is het
belangrijkste argument voor de godheid van de Heer.
Nadat Jezus uit eigen kracht uit de dood was opgestaan,
hebben de apostelen Hem verheerlijkt gezien: zij konden zich ervan vergewissen
dat Hij het zelf was. Zij zagen Hem eten, zij konden de wonden van de spijkers
en de lans verifiëren... De apostelen verklaren, dat Hij verscheen met vele
bewijzen6,
en velen van hen zullen sterven om hun getuigenis van deze waarheid.
Jezus Christus leeft en dat doet ons hart overstromen van
blijdschap. «Dat is de grote waarheid die ons geloof inhoud geeft. Jezus, die
aan het kruis stierf, is opgestaan. Hij heeft de dood overwonnen, heeft gezegevierd
over de machten van de duisternis, over de pijn en de angst. [...] In Hem vinden
wij alles, zònder Hem blijft ons leven leeg.»7
«Hij verscheen aan zijn allerheiligste Moeder. -Hij verscheen
aan Maria Magdalena, die dwaas van liefde is. -En aan Petrus en de overige
apostelen. -En aan jou en aan mij, die zijn leerlingen zijn en dwazer dan
Magdalena: wat hebben wij Hem allemaal niet gezegd! Mogen wij nooit door de
zonde sterven; moge onze geestelijke verrijzenis eeuwig duren. -En [...] jij hebt
de wonden van zijn voeten gekust... en ik, die meer durf -omdat ik meer kind ben-
heb mijn lippen gedrukt op zijn open zijde.»8
1.2 De heilige Leo de Grote9 zegt op
aandoenlijke wijze dat Jezus zich haastte zo vroeg mogelijk te verrijzen om
zijn moeder en de leerlingen te troosten: Hij verbleef precies zo lang als
nodig was in het graf om de drie dagen van de profetieën te vervullen. Hij
verrees op de derde dag, echter zo vroeg mogelijk, bij het begin van de
dageraad, toen het nog donker was.10 Hij ging de dageraad vooraf met zijn
eigen licht.
De wereld was donker gebleven. Alleen de maagd Maria was een
licht in de duisternis. De verrijzenis is het grote licht in heel de wereld. Ik
ben het licht11,
had Jezus gezegd; een licht voor de wereld, voor alle perioden in de
geschiedenis, voor alle volken, voor alle mensen.
Bij de viering van de Paaswake hebben we gezien hoe de kerk
in het begin volledig donker werd, het symbool voor de duisternis waarin de
mensheid zonder Christus, zonder de openbaring van God, zou moeten verkeren. Op
een bepaald moment kondigt de celebrant het ontroerende en gelukkige nieuws
aan: Het licht van Christus' glorievolle verrijzenis moge uit ons hart en
onze geest de duisternis verdrijven.12 En van het licht van de paaskaars, die
symbool is voor Christus, ontvangen alle gelovigen het licht. Het kerkgebouw
wordt verlicht door de paaskaars en het licht van alle gelovigen. Het is het
licht dat de Kerk over de hele wereld, die in duisternis gedompeld is,
verbreidt.
De verrijzenis van Christus is een krachtige oproep tot
apostolaat: een licht zijn en anderen het licht brengen. Zo zullen we in
Christus verenigd zijn. «Instaurare omnia in Christo -alles in Christus
herstellen, geeft de heilige Paulus als devies aan de christenen van Efeze
(Ef 1,10). De hele wereld verlichten met de geest van Jezus, Christus aanwezig
doen zijn in het middelpunt van alle dingen. Si exaltatus fuero a terra,
omnia traham ad meipsum -wanneer Ik van de aarde zal zijn omhoog geheven, zal
Ik allen tot Mij trekken12 (Joh. 12,32). Door zijn menswording en zijn leven van
arbeid in Nazareth, door zijn prediking en wonderen in de omstreken van Judea
en Galilea, door zijn dood aan het kruis en zijn opstanding is Christus het
middelpunt van de schepping, de Eerstgeborene en de Heer van alle schepselen.
»Het is onze taak als christen deze heerschappij van
Christus door onze woorden en werken te verkondigen. De Heer wil de zijnen op
alle kruispunten van de aarde hebben. Sommigen roept Hij naar de eenzaamheid,
opdat ze verre blijven van de drukte van de wereld en zo voor de andere mensen
getuigenis afleggen dat God bestaat. Anderen vertrouwt Hij het priesterambt
toe. De meesten wil Hij middenin de wereld en in de aardse dingen hebben.
Daarom moeten deze christenen Christus overal uitdragen waar mensen werken: in
de fabrieken, het laboratorium en de werkplaats, op het veld, de drukke straten
van de grote stad en de eenzame bergpaden.»13
1.3 De maagd Maria, die in die vreselijke uren
van de kruisiging van haar Zoon gezelschap had van heilige vrouwen, ging niet
met hen mee toen ze probeerden het balsemen van het dode Lichaam van Jezus te
voltooien. Maria Magdalena en de andere vrouwen die Hem vanuit Galilea gevolgd
zijn, zijn de woorden die de Heer over zijn verrijzenis op de derde dag
gesproken heeft, vergeten. De allerheiligste Maagd weet dat Hij zal verrijzen.
In een sfeer van gebed, die wij niet kunnen beschrijven, wacht zij op haar
verheerlijkte Zoon.
De evangelies zwijgen over een verschijning van de verrezen
Christus aan Maria. Wat daarvan zij, Maria, die op een zo speciale manier met
het kruis van haar Zoon verbonden was, moet zijn verrijzenis ook op een
bijzondere en bevoorrechte wijze ervaren hebben.»14 Een traditie die teruggaat tot de
christelijke oudheid, verhaalt ons dat Jezus op de eerste plaats en alleen
verschenen zou zijn aan zijn moeder. Als eerste aan haar, omdat zij de eerste
en voornaamste medeverlosseres van het menselijk geslacht is, in volmaakte
eenheid met haar Zoon. Aan haar alleen, want deze verschijning zou heel anders
zijn dan de overige verschijningen aan de vrouwen en de leerlingen. Deze
laatsten moesten getroost en definitief voor het geloof gewonnen worden. De
allerheiligste Maagd, die nu moeder geworden was van het weer met God verzoende
mensengeslacht, heeft geen moment gekend waarin zij niet in volmaakte eenheid
met de Allerheiligste Drieëenheid verkeerde. Alle hoop op de verrijzenis die op
aarde overbleef, had haar hart als verblijfplaats.
Wij weten niet hoe de verschijning van Jezus aan zijn Moeder
plaatshad. Aan Maria Magdalena is Hij op dusdanige wijze verschenen dat zij Hem
niet van meet af aan herkende. De leerlingen van Emmaüs sloten zich bij Hem aan
als bij iemand die dezelfde weg insloeg. Aan de apostelen, die in het Cenakel
bij elkaar waren, is Hij verschenen door vergrendelde deuren... Aan zijn moeder
vertoonde Hij zich op een wijze, waarvan wij kunnen vermoeden, dat zij zijn
verheerlijkte staat herkend zal hebben, en wetend dat zijn leven op aarde nooit
meer hetzelfde zou zijn als tevoren.15 Na zoveel smart is de maagd Maria nu vervuld van een
onmetelijke blijdschap. «Nooit scheen de morgenster zo lieflijk -zegt Fray Luis
de Granada- als toen het gelaat van de genadevolle en onbevlekte Moeder de
goddelijke glorie weerkaatste, want nu ziet zij het lichaam van de Zoon,
verrezen en verheerlijkt, zonder sporen van de recente schanddaden. De genade
is weer terug in deze goddelijke ogen, de oorspronkelijke lieflijkheid is
herrezen en toegenomen. De openingen van de wonden, die voor de Moeder als
dolkstoten van smart waren, ziet zij nu veranderd in bronnen van liefde. Wie
zij tussen moordenaars zag hangen, ziet zij nu vergezeld van engelen en
heiligen. Wie haar vanaf het kruis aan de leerling had aanbevolen, ziet zij nu
de liefderijke armen uitstrekken, met een zoete vrede op het gelaat. Wie dood
in haar armen rustte, ziet zij nu met eigen ogen verrezen. Zij houdt Hem vast
en laat Hem niet gaan. Toen deed de smart haar zwijgen en wist zij niet wat zij
moest zeggen, nu beneemt blijdschap haar de stem en kan zij niet spreken.»16 Verenigen we ons
met die geweldige blijdschap.
Gezegd wordt, dat de heilige Thomas van Aquino elk jaar bij
dit feest aan zijn gehoor de raad gaf niet te vergeten de heilige Maagd Maria
geluk te wensen met de verrijzenis van haar Zoon.17 Waarom zouden wij dat niet doen! Laten
we nu beginnen te bidden: Regina coeli... -dit gebed zal in de paastijd
het angelus vervangen- Koningin des hemels, verheug u, alleluja! Omdat
Hij, die gij waardig geweest zijt te dragen, alleluja! verrezen is,
zoals Hij gezegd heeft...
Laten we haar dan ook vragen, dat wij voor altijd mogen
verrijzen uit alle zonde, om in intieme vereniging met Jezus Christus te kunnen
blijven. Kom, maak met mij het voornemen deze paastijd meer in aanwezigheid van
de heilige Maria door te brengen.
-1. Introïtus van de Mis; vgl. Lc 24,34; Apok
1,6. -2. H. Jozefmaria Escrivá, De
heilige Rozenkrans, eerste glorievolle geheim. -3. Vgl. 1 Kor 15,14-17.
-4. Ef 2,4-6. -5. Vgl. Hnd 1,22; 2,32; 3,15. -6. Hnd 1,3.
-7. H. Jozefmaria Escrivá, Als
Christus nu langs komt, 102. -8. Idem,
De Heilige Rozenkrans, eerste glorievolle geheim. -9. H. Leo de Grote, Sermo 71, 2.
-10. Vgl. Joh 20,1. -11. Joh 8,12. -12. Liturgie van de
Paaswake, voorbereiding van de paaskaars. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt,
105. -14. Johannes Paulus ii, Toespraak,
31 januari 1985. -15. F.M. Willam, Het
leven van Maria, (Voorhout 1948), bl. 443. -16. Fray Luis de Granada, Libro de la oración y meditación
(Madrid 1979), 26,4,16. -17. Fray
J.F.P., Vida y misericordia de la Santísima Virgen, según los textos
de Santo Tomás de Aquino (Segovia 1935), bl. 181-182.
|