7 januari
45. VLUCHT NAAR EGYPTE. DEUGDEN VAN DE HEILIGE JOZEF
-Een
zware en moeilijke reis. Gehoorzaamheid en sterkte van Jozef. Godsvertrouwen.
-In Egypte. Andere deugden die wij in de heilige Patriarch moeten navolgen.
-Sterkte in ons gewone leven.
45.1 De Wijzen zijn vertrokken. Maria
en Jozef hebben vast en zeker nagepraat over de vreugdevolle gebeurtenissen van
die dag. Later, middenin de nacht, wordt Maria door het roepen van Jozef
gewekt. Hij vertelt haar over het bevel van de engel: Sta op, neem het Kind
en zijn moeder, vlucht naar Egypte en blijf daar tot ik u waarschuw, want
Herodes komt het Kind zoeken om het te doden.1 Dat was aan het eind van een dag
vol geluk de aankondiging van het Kruis.
Maria
en Jozef haastten zich Bethlehem uit. Allerlei noodzakelijks moesten zij
achterlaten, daar zij het op hun lange en moeilijke reis niet mee konden nemen,
waarbij nog kwam de schrik van deze vlucht voor de dreigende dood. Het is een
diep mysterie, maar op wondere wijze werkelijkheid, dat de mensgeworden Zoon
van God een schuilplaats zoekt in de armen van Maria en Jozef.
De reis kan niet
gemakkelijk geweest zijn: verscheidene dagen trekken over ongastvrije wegen,
met de vrees op de vlucht ingehaald te worden, en de vermoeidheid en de dorst.
De grens met Egypte, waarachter Herodes niets meer zou kunnen doen, lag op
ongeveer een week gaans gezien de snelheid waarmee zij vooruit konden komen,
vooral als zij, wat zeer waarschijnlijk is, de minst gebruikte wegen namen. Het
was een uitputtende reis door woestijnstreken. God de Vader wilde zijn meest
geliefde wezens deze vermoeienissen niet besparen. Misschien om ons te doen
begrijpen, dat wij uit moeilijkheden veel goeds kunnen destilleren. En opdat
wij zouden weten, dat het verkeren in Gods nabijheid lijden en moeilijkheden
niet uitsluit. God heeft ons alleen een hemelse rust en kracht beloofd als wij
dit lijden tegemoet treden.
Met haast vervolgden zij
de weg die de engel hun aangegeven had, waardoor zij ook in deze omstandigheden
de wil van God volbrachten. «Jozef ergerde zich niet. Hij zei ook niet: dit
lijkt wel een raadsel. Gij zelf liet ons onlangs weten, dat het niet lang meer
zou duren voordat Hij zijn volk zou redden en nu kan Hij zichzelf niet redden
en zijn wij genoodzaakt te vluchten, een reis te ondernemen en ons over een
grote afstand te verplaatsen. Dat is niet in overeenstemming met uw belofte... Zo
denkt Jozef niet, want hij is een getrouwe dienstknecht.»2
Hij gehoorzaamde
onmiddellijk. Hij toonde de deugd van sterkte, de zaak onder ogen te willen
zien en de juiste middelen aan te wenden die Hem ter beschikking stonden,
steeds vol vertrouwen dat God hem niet in de steek zou laten. Zo zouden ook wij
in moeilijke momenten moeten handelen, zelfs onder de moeilijkste
omstandigheden waar het ons uiterste moeite
kost om de goddelijke voorzienigheid in ons leven of in het leven van
onze dierbaren te herkennen. Wellicht wordt ons iets gevraagd waarvan we denken
onmogelijk te kunnen afzien. Op de dag die volgde op zijn pauskeuze, zei
Johannes Paulus i: «Gisterochtend
ging ik in alle rust naar de Sixtijnse Kapel om mijn stem uit te brengen. Ik
had nooit kunnen bedenken wat direct daarna gebeurde. Nauwelijks begon er enig
gevaar voor mij te dreigen, of de twee collega's naast mij begonnen
bemoedigende woorden te fluisteren. De een
zei: houd moed! Als de Heer je een last oplegt, geeft Hij je ook de hulp
om die te dragen.»3
45.2 Na een
lange en moeizame reis kwamen Maria en Jozef en het Kind aan in hun nieuwe
land. Destijds woonden er veel Joden in Egypte. Zij vormden kleine
gemeenschappen. Zij wijdden zich voornamelijk aan de handel. Verondersteld mag
worden, dat Jozef zich met zijn gezin aansloot bij een dergelijke gemeenschap,
bereid om nog weer eens met het weinige dat hij uit Bethlehem had kunnen
meenemen, een nieuw leven in te richten. Het allerbelangrijkste had hij in
ieder geval bij zich: Jezus, Maria, zijn arbeidzaamheid en zijn bezorgdheid hen
verder te helpen ten koste van alle offers ter wereld. Hoewel die Joden uit
hetzelfde vaderland stamden, zal niemand er weet van hebben gehad, wat voor enorm geluk die
mensen daar ten deel is gevallen. Daar verkeerde onder hen het Hoofd van het huis Israël, de werkelijke Verlosser, die niet
alleen bevrijdde uit
de slavernij van Egypte, maar ook verloste van iets
veel ergers dan elke menselijke slavernij: de zonde. In Hem stroomde de
volledige historie van zijn volk samen.
De heilige Jozef is voor
ons het voorbeeld van veel deugden: intelligente en snelle gehoorzaamheid,
geloof, hoop, werkzaamheid... Ook van sterkte, evenzeer te midden van grote
moeilijkheden als in de gewone omstandigheden waarmee een goed huisvader
geconfronteerd wordt. In Egypte pakte hij aan wat hij kon. Zij leefden in
behoeftige omstandigheden. In het begin deed hij alle soorten werk om Maria en
Jezus een woning te verschaffen. Hij onderhield hen, zoals altijd, met het werk
van zijn handen, met een onverdroten inzet.
Bij de tegenslagen die wij
te verduren kunnen krijgen, als de Heer dat toelaat, is het goed de persoon van
de heilige Jozef, vol sterkte, te beschouwen, en ons aan hem aan te bevelen,
zoals veel heiligen gedaan hebben. Over zijn werkzame voorspraak zegt de
heilige Theresia: «Ik herinner mij niet hem tot heden iets gevraagd te hebben,
dat hij in gebreke bleef voor mij te doen. Het is wonderlijk hoe grote gunsten
God mij door de tussenkomst van deze verheven heilige heeft verleend, uit
hoeveel gevaren zowel naar lichaam als naar ziel hij mij redde. Aan andere
heiligen schijnt God de gunst te hebben geschonken in een bepaalde nood te hulp
te komen, doch van deze glorievolle heilige weet ik uit ondervinding, dat hij
in alle aangelegenheden zijn hulp verleent en ook, dat de Heer ons daarmee te kennen
wil geven, dat, gelijk Hij hem onderworpen was op aarde, waar hij zijn vader
heette en als hoofd van het Gezin Hem kon bevelen, Hij zo ook in de hemel doet,
wat hij vraagt. Enige personen die ik de raad gaf tot hem hun toevlucht te
nemen, hebben dit met mij ondervonden. Reeds ken ik velen die op die wijze de
laatste tijd zijn vereerders zijn geworden en die de waarheid van het hier
gezegde ondervinden.»4.
45.3 Na een
tijd, toen het gevaar geweken was, was er niets dat Jozef nog bond aan dat
vreemde land, maar hij bleef daar al die tijd om geen andere reden dan tot
trouwe vervul,ing van het gebod van de engel: blijf daar tot ik u waarschuw.5 En hij bleef in Egypte zonder tegenzin of verzet,
geduldig. Hij deed zijn werk, alsof hij nooit meer uit die plaats zou weggaan.
Het is heel belangrijk daar te zijn en te blijven, waar je moet zijn, bezig met
wat iedereen je toevertrouwt, zonder te bezwijken voor de verleiding telkens
van plek te veranderen. Daarvoor wordt ook sterkte gevraagd die «ons in alle
rust laat genieten van die menselijke en goddelijke deugd, geduld.»6 «Sterk is hij die volhardt in het vervullen van wat
hij moet doen, volgens zijn geweten; hij die de waarde van een karwei niet
alleen afmeet naar het profijt dat het oplevert, maar naar de dienst die hij er
een ander mee bewijst.»7
Laten wij de heilige Jozef
vragen ons te leren sterk te zijn niet alleen in buitengewone en moeilijke
dingen, zoals vervolging, martelingen of een zeer ernstige en pijnlijke ziekte,
maar ook in de gewone kwesties van elke dag: in het volharden bij het werk, in
het glimlachen als wij ernstig zijn, in het paraat hebben van een vriendelijk
en hartelijk woord voor iedereen. Wij dienen ons de deugd van sterkte te
verwerven om niet te wijken voor vermoeidheid, zucht naar gemak en rust, om
niet meer bang te zijn verplichtingen na te komen die moeite kosten enz.
«Van nature vreest de mens
gevaar, verwarring en lijden. Daarom is het nodig dappere mensen te zoeken,
niet alleen op het slagveld, maar ook in de gangen van het ziekenhuis, naast
een ziekbed»8,
in de taak van elke dag.
Een belangrijk aspect van
deze deugd van kracht is de innerlijke sterkte om zeer geraffineerde obstakels
uit de weg te ruimen: ijdelheid, ongeduld, schroomvalligheid, menselijk
opzicht. Blijken van kracht echter zijn: het vergeten van zichzelf,
persoonlijke problemen niet dramatiseren om ze niet uit de hand te laten lopen,
onopvallend te werk gaan, de naaste dienen zonder de aandacht op zichzelf te
vestigen.
In het apostolaat heeft
deze deugd veel gezichten: over God spreken zonder vrees voor wat ze zullen
zeggen, zodat er bij die mensen iets achter zal blijven; zich altijd
christelijk gedragen, ook al botst dat met een ontkerstende wereld; risico's
lopen door initiatieven te nemen meer mensen te bereiken en zich dwingen de
initiatieven ook te realiseren.
Huismoeders moeten deze
deugd vaak discreet beoefenen en meestal vriendelijk en geduldig. Zo zijn zij
de echte sterke rots waarop het huis gegrondvest is. «De bijbel looft niet de
zwakke vrouw, maar de sterke vrouw als in het boek Spreuken gezegd wordt: van
haar tong komen lieflijke lessen (Spr 31,26). En lieflijkheid is de hoogste
graad van sterkte. Het is het voorrecht van de vrouw die moeder is, deze taak
te vervullen: weten te wachten, weten te zwijgen, de ogen kunnen sluiten voor
een onrechtvaardigheid of een zwakheid, deze verontschuldigen en bedekken: een
werk van barmhartigheid dat niet minder weldadig is dan het bedekken van de
naaktheid van het lichaam.»9 Laten wij vandaag van de heilige Jozef leren, met sterkte
en kracht, alles vooruit te helpen wat de Heer ons gewoon opdraagt: gezin,
familie, werk, apostolaat... waarbij wij er altijd rekening mee moeten houden,
dat het meestal zo zal zijn, dat wij op hindernissen stuiten die met de hulp
van de genade altijd genomen kunnen worden.
-1.
Mt 2,13. -2. H. Johannes
Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 8,3. -3. Johannes Paulus i, Angelus, 27
augustus 1978. -4. H. Theresia van
Avila, Het boek van haar leven, 6,9. -5. Mt 2,13. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van
God, 78. -7. Ibidem, 77. -8. Johannes
Paulus ii, Over de sterkte, 15 november 1978. -9. Gertrud von Le Fort, Die ewige Frau.
|