Eenentwintigste week.
Maandag
58. VOLGZAAMHEID IN GEESTELIJKE LEIDING
-We hebben iemand nodig die onze ziel leidt op haar weg naar
God. -Bovennatuurlijke visie in geestelijke leiding. -Standvastigheid,
oprechtheid, volgzaamheid.
58.1 Genade voor u en vrede, schrijft de heilige Paulus aan de christenen van Tessalonica. Wij zeggen God dank voor u
allen, telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden. Onophoudelijk
gedenken wij voor het aanschijn van God, onze Vader, uw werkdadig geloof, uw
onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus.1 Dankzij de hulp van de Heilige Geest
profiteerden de eerste christenen van de zelfopofferende waakzaamheid van hun
herders. De Farizeeën daarentegen waren niet in staat het uitverkoren volk
effectief te leiden, omdat ze, door hun eigen schuld, in duisternis bleven en
op de kinderen van Israël een zwaar en moeilijk juk legden, dat hen bovendien
niet naar God voerde. In het evangelie van vandaag noemt de Heer hen blinde leiders, niet in staat om anderen het juiste pad te tonen dat ze moeten
volgen.2
Een van de grootste gaven die we kunnen krijgen is iemand te
hebben die ons leidt langs de paden van het innerlijk leven; en als we nog niet
iemand gevonden hebben om ons te onderrichten en raad te geven, in de naam van
God, in de constructie van ons geestelijke bouwwerk, laten we God daar dan nu
om vragen: al wie vraagt,
verkrijgt; wie zoekt, vindt en voor wie klopt, doet men open.3 Hij zal niet nalaten ons deze grote gave te geven.
In geestelijke leiding geeft God ons een persoon die de weg
goed kent, voor wie we ons hart openstellen en die optreedt als leraar, dokter,
vriend, goede herder in de dingen die betrekking hebben op God. Die persoon
wijst ons de mogelijke belemmeringen aan, en nodigt ons uit om ons meer in te
spannen in ons innerlijk leven en om op bepaalde punten effectiever te
strijden. Dankzij de hulp van de leider worden we voortdurend aangemoedigd om
door te gaan, ontdekken we nieuwe horizonten en wordt onze ziel opgewekt tot
een honger en dorst naar God die de lauwheid, die altijd op de loer ligt, zou
willen uitdoven. Van de vroegste tijden af beval de Kerk altijd geestelijke
leiding aan, als een zeer effectief middel om vooruitgang te boeken in het
innerlijk leven.
Het is erg moeilijk voor een mens om zijn eigen gids te zijn
in het innerlijk leven. Het kan heel vaak gebeuren dat de opwellingen van onze
natuur, het gebrek aan objectiviteit waarmee we onszelf bekijken, onze eigenliefde,
de neiging naar waar we het meest zin in hebben of wat het gemakkelijkst is...
dat alles kan de weg naar God verduisteren -ook al was die in het begin
misschien heel duidelijk- en als dat gebeurt, komen we vast te zitten, raken we
ontmoedigd en worden we lauw. «Hij die alleen wil staan, zonder de steun van
een leermeester en gids, is als een boom die alleen in het veld staat en geen
eigenaar heeft. Hoeveel vruchten hij ook draagt, zij zullen niet rijp worden
want de voorbijgangers zullen ze plukken. [...] De ziel die alleen staat en
geen leermeester heeft, maar wel goede hoedanigheden bezit, is als het ware een
brandend stuk steenkool dat alléén ligt: zij wordt eerder kouder dan warmer.»4
Het is een heel bijzondere genade van God om een persoon te
hebben die ons effectief kan helpen in onze heiliging en in wie we op een zeer
menselijke en tegelijkertijd een bovennatuurlijke manier ons vertrouwen kunnen
stellen. Wat een vreugde is het onze diepste gevoelens te kunnen overbrengen,
om ze tot God te richten, aan iemand die ons begrijpt, ons bemoedigt, die
nieuwe horizonten voor ons opent, die voor ons bidt en een speciale genade
heeft om ons te helpen!
In geestelijke leiding ontmoeten we Christus zelf, die
aandachtig naar ons luistert, die ons begrijpt en die ons nieuwe kracht en
inzicht geeft om ons te helpen door te gaan.
58.2 Om geestelijke leiding te kunnen geven is veel gezond verstand nodig en
een grote bovennatuurlijke visie. Daarom «stelt men zijn vertrouwen niet zomaar
in iemand, maar in iemand die vertrouwen verdient, hetzij om wat hij is, hetzij
om de positie waarin God hem geplaatst heeft ten opzichte van ons.»5 Voor de heilige Paulus was de door God gekozen
persoon Ananias, die hem kracht gaf tijdens zijn bekering; voor Tobias was het
de aartsengel Rafaël, in menselijke vorm, aan wie God had opgedragen hem de weg
te wijzen en raad te geven tijdens zijn lange reis.
Geestelijke leiding moet een bovennatuurlijke omgeving hebben
als ze effectief wil zijn: we luisteren immers naar de stem van God. Om advies
te krijgen over iets kleins of om de dagelijkse zorgen van het leven te delen,
hoeven we slechts naar een discreet en voorzichtig persoon te gaan die ons kan
begrijpen. Maar voor zaken die met de ziel te maken hebben, zouden we in gebed
de persoon moeten vaststellen die voor ons de goede herder kan zijn, want «als we de zaak
vanuit louter menselijke beweegredenen beschouwen, lopen we het risico niet
begrepen te worden; en dan wordt onze vreugde bitterheid, en de bitterheid
wordt misverstand. Dan voelen we ons ongemakkelijk; we voelen ons onplezierig
omdat we te veel gepraat hebben tegen de verkeerde persoon over de verkeerde
zaak.»6 We moeten geen blinde leiders kiezen die, in plaats
van ons te helpen, ervoor zorgen dat we wankelen en vallen.
We moeten een bovennatuurlijke houding hebben bij geestelijke
leiding, als we willen vermijden dat we om ons heen kijken naar het soort raad
die overeenkomt met onze grillen, raad die met haar schijnbare gezag de stem
uit onze ziel haalt. Wat vooral vermeden moet worden is de neiging om van
raadgever te blijven veranderen tot we de meest welwillende vinden.7 Dit is een bekoring die vooral kan optreden in gebieden
die gevoeliger liggen: wanneer een offer gevraagd wordt in dingen die we moeten
veranderen maar waar we niet klaar voor zijn, in de poging de wil van God aan
te passen aan onze wil: bijvoorbeeld, wanneer men een roeping ontdekt die meer
overgave verlangt; of een onwenselijke vriendschap moet opgeven; of, in geval
van gehuwden, bereid moet zijn veel kinderen te krijgen.
Laten we God vragen van ons mensen te maken met een oprecht
geweten, die zijn wil zoeken en die niet meegesleept worden door menselijke
overwegingen: mannen en vrouwen die Hem echt willen behagen, en geen zoekers
naar een valse rust of die willen dat er goed over hen gedacht wordt. Op
dezelfde wijze zou het een gebrek zijn aan bovennatuurlijke visie als wij een
erg groot belang zouden hechten aan wat de mensen van ons denken, of zouden
kunnen denken. Bovennatuurlijke visie leidt tot oprechtheid en eenvoud.
Het innerlijk leven vereist tijd om te rijpen en dingen
kunnen niet van het ene op het andere moment geïmproviseerd worden. We zullen
zeker fouten maken, die ons zullen helpen bescheidener te zijn, maar zeker ook
overwinningen boeken, die de kracht laten zien van de genade die in ons werkt.
We moeten heel vaak opnieuw beginnen, zonder ruimte te geven aan ontmoediging
en zonder onmiddellijke resultaten te willen zien, ofschoon die er af en toe
zullen zijn: misschien wil de Heer ze nu niet aan ons geven, om ons later wat
beters te geven.
58.3 Achter een opgewekte ascetische strijd moet geestelijke leiding zijn.
Zij kan niet sporadisch of ongeregeld zijn, want zij is ervoor bedoeld stap
voor stap de vooruitgang en tegenslagen van onze inspanning te volgen. Ze moet
ook doorgaan wanneer verder gaan moeilijk wordt: omdat we weinig tijd hebben,
of vanwege werkdruk of examens: God beloont die inspanning met nieuwe inzichten
en genade. Op andere momenten zijn de moeilijkheden inwendig: luiheid, trots,
ontmoediging omdat dingen slecht gaan, omdat we er niet in geslaagd zijn iets
te doen wat we van plan waren. Dan hebben we meer behoefte aan een broederlijk
gesprek, of aan een biecht, waar we altijd met meer hoop en opgewekter vandaan
komen en met nieuwe vastberadenheid om te blijven vechten. Net zoals een
schilderij streepje na streepje geschilderd is en een sterke kabel uit vele
vezels geweven is, zo wordt ook in voortdurende geestelijke leiding, week na
week, de ziel geploegd; en beetje bij beetje, met tegenslagen en overwinningen,
bouwt de Heilige Geest het bouwwerk van onze heiligheid.
Zoals standvastigheid is ook oprechtheid absoluut noodzakelijk:
we beginnen altijd te spreken over het belangrijkste, dat we misschien ook het
moeilijkst vinden om over te praten. Deze benadering is wezenlijk, niet alleen
in het begin maar ook later. Soms kunnen vruchten op zich laten wachten, omdat
we niet vanaf het begin een duidelijk beeld gegeven hebben van hoe we werkelijk
zijn, of omdat we afgeleid worden door incidentele zaken en niet de wortel
raken. Oprechtheid moet precies dit zijn: geen huichelarijen, overdrijvingen of
halve waarheden; over dingen en gebeurtenissen met de nodige duidelijkheid
spreken en ze bij hun naam noemen. We moeten gebreken, tekorten en
karakterfouten onthullen, zonder te proberen ze te verbloemen met excuses of
redenen die op het moment min of meer in de mode zijn. Waarom? Hoe? Wanneer?
Dit zijn de omstandigheden die de toestand van onze ziel meer persoonlijk maken
en bloot leggen.
Een andere voorwaarde voor vruchtbare geestelijke leiding is
volgzaamheid. De melaatsen die Jezus opdroeg zich aan de priesters te laten
zien om te vragen of ze al genezen waren, waren volgzaam.8 Dat zijn ook de apostelen wanneer de Heer hun
opdraagt de mensen te laten zitten en te eten te geven, hoewel ze reeds zelf
hun berekeningen gemaakt hebben en zich bewust zijn van de schaarsheid van het
voedsel.9 Petrus was volgzaam toen hij het net
liet zakken, ofschoon hij goed wist dat er geen vis zat in dat deel van het
meer en het niet de goede tijd van de dag was.10
De heilige Paulus laat zich leiden; zijn sterke persoonlijkheid, duidelijk op
zoveel manieren en bij zoveel gelegenheden, stelt hem nu in staat volgzaam te
zijn. Allereerst brengen zijn metgezellen hem naar Damascus, dan geeft Ananias
hem zijn gezichtsvermogen terug, en dan wordt hij gereed om te strijden voor
zijn Heer.11
Wie per se koppig wil zijn, halsstarrig, niet in staat een
idee te aanvaarden dat anders is dan dat wat hij al heeft of dat zijn eigen
ervaring tegenspreekt, zal niet volgzaam worden. Wie trots is, kan niet
volgzaam zijn, want om te leren en zich te laten leiden, moet men overtuigd zijn
van zijn eigen onbeduidendheid en behoeftigheid in alle zaken van de ziel.
Laten we onze toevlucht nemen tot de heilige maagd Maria,
opdat we standvastig en volgzaam zijn in de geestelijke leiding, en ons hart
volledig openstellen om als leem in de hand van de pottenbakker12
te zijn.
-1. 2
Tes 1,1-3. -2. Mt 23,23-26. -3. Mt 7,8. -4. H.
Johannes van het Kruis, Spreuken van licht en liefde, 6 en 7. -5. F. Suárez, Maria van Nazareth,
bl. 74. -6. Ibidem, bl.
75. -7. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, Gesprekken, 93.
-8. Lc
17,11-19. -9. Lc
9,10-17. -10. Vgl. Lc
5,1 e.v. -11. Hnd
9,17-19. -12. Jer
18,1-7.
|