De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieeëndertigste zondag door het jaar (A)

37. voor god rendement opbrengen

-Beheerders van de ontvangen gaven. -Het leven, een God welgevallige dienst. -De tijd goed benutten.

37.1 De liturgie van de Kerk blijft ons in deze laatste weken van het kerkelijk jaar aansporen de eeuwige waarheden te overwegen. Waarheden die van groot voordeel voor onze ziel moeten zijn. Wij lezen in de tweede lezing van de Mis1, dat de ontmoeting met de Heer zal komen als een dief in de nacht, onverwacht. Ook al zijn wij erop voorbereid, de dood blijft altijd een verrassing.

Het leven op aarde is, zoals de Heer ons in het evangelie onderricht2, een tijd om het erfgoed van de Heer te beheren en aldus de hemel te verdienen. Een man riep bij zijn vertrek naar het buitenland zijn dienaars bij zich om hun zijn bezit toe te vertrouwen. Aan de een gaf hij vijf talenten, aan de ander twee, aan een derde een, ieder naar zijn bekwaamheid. Daarna vertrok hij. Hij kende zijn dienaars zeer goed en daarom gaf hij niet ieder evenveel van zijn erfgoed. Het zou onrechtvaardig geweest zijn allen dezelfde last op de schouders te leggen. Hij verdeelde zijn bezit naar ieders bekwaamheid. Niettemin kreeg zelfs degene die maar een talent ontving heel veel toevertrouwd. Na enige tijd keerde de heer van zijn reis terug en vroeg zijn dienaars om afrekening met hem te houden. Zij die de gelegenheid hadden gehad om met vijf of twee talenten te werken, konden hem het dubbele overhandigen; zij hadden de tijd benut om met de goederen van hun heer te handelen, terwijl deze op komst was. Toen viel hun het grote geluk ten deel de vreugde van de eigenaar te zien en zij kregen recht op een onverwachte lofprijzing en beloning: Uitstekend, goede en trouwe dienaar -zei hij tot ieder van hen- over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer.

De betekenis van de gelijkenis is duidelijk. De dienaars zijn wij; de talenten zijn de capaciteiten die God aan ieder van ons heeft geschonken (verstand, vermogen om lief te hebben, om anderen gelukkig te maken, de tijdelijke goederen...); de tijdsduur van de reis die de heer maakte is het leven; zijn onverwachte terugkeer de dood; de afrekening het oordeel; aan het gastmaal gaan aanzitten de hemel. Wij zijn geen eigenaars -zoals de Heer onophoudelijk in heel het evangelie herhaalt- maar beheerders van enige goederen, over het beheer waarvan we rekenschap moeten afleggen. Vandaag mogen wij voor het aanschijn van de Heer onderzoeken of wij werkelijk een geest van beheerders bezitten en niet een van absolute eigenaars, die naar eigen goeddunken kunnen beschikken over hetgeen zij hebben en bezitten.

Wij kunnen ons afvragen op welke wijze wij ons lichaam en onze zintuigen gebruiken, onze ziel en haar krachten. Dienen zij werkelijk om God eer te bewijzen? Laten we overdenken of we weldoen met de verkregen talenten: met de materiële goederen, ons arbeidsvermogen, de vriendschap... De Heer wil dat zijn bezit goed wordt beheerd. Hetgeen Hij verwacht, staat in verhouding tot wat wij hebben ontvangen. Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist, en wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd.3

Kom, goede en trouwe dienaar..., over weinig waart ge trouw, zegt de Heer tot hem die vijf talenten had ontvangen. Het «vele» -vijf talenten- dat hij had ontvangen, wordt hier door God als «weinig» beschouwd. Binnentreden in de vreugde van uw heer, dat is het vele. Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben.4 Het is de moeite waard hier trouw te zijn, terwijl wij op de komst wachten van de Heer, die niet lang zal duren, door deze korte tijd op verantwoorde wijze te benutten. Welk een vreugde, waneer wij met volle handen voor Hem verschijnen! Zie, Heer, -zo zullen we Hem zeggen- ik heb getracht het leven in uw bezit door te brengen. Ik heb geen ander doel gehad dan uw heerlijkheid.

37.2 Hij die één talent had gekregen, ging een gat in de grond graven en het geld van zijn heer verbergen. Toen deze hem om rekenschap vroeg, probeerde de dienaar zich te verontschuldigen en viel hij uit tegen degene die hem heel zijn bezit had gegeven: Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid. Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen. Hier hebt ge uw eigendom terug. Deze laatste dienaar «toont aan hoe de mens zich gedraagt, wanneer hij niet actief trouw blijft met betrekking tot God. De vrees heeft de overhand, eigendunk, de bevestiging van het egoïsme dat het eigen gedrag tracht te rechtvaardigen door de onrechtvaardige verlangens van de eigenaar, die oogst waar hij niet heeft gezaaid.»5 Slechte en luie knecht, noemt de heer hem, als hij zijn verontschuldigingen hoort. Hij heeft een wezenlijke waarheid vergeten: dat «de mens geschapen is om God in dit leven te kennen, te beminnen en te dienen, om Hem daarna in het andere leven te zien en te mogen genieten.» Wanneer men God kent, is het makkelijk Hem lief te hebben en te beminnen; «wanneer men liefheeft, kost het geen moeite en is het geen vernedering om te dienen: het is een genoegen. Iemand die liefheeft, zal het dienen van het voorwerp van zijn liefde nooit als een degradatie of onwaardigheid beschouwen; hij voelt zich nooit vernederd door de beminde diensten te verlenen. Welnu, de derde knecht kende zijn meester of had minstens net zoveel redenen om hem te kennen als die twee andere dienaren. Maar het is duidelijk dat hij hem niet liefhad. En als men niet liefheeft, dan kost dienen veel moeite.»6 Hij veracht hem en durft hem bovendien een hard mens te noemen die wil oogsten waar hij niet eens heeft gezaaid.

Deze knecht diende zijn heer niet, als gevolg van zijn gebrek aan liefde. Het tegenovergestelde van luiheid is juist de ijver, in het Latijn «diligentia», dat afstamt van het Latijnse werkwoord «diligere» dat «beminnen, kiezen na een aandachtig onderzoek» betekent. Liefde geeft vleugels om de beminde persoon te dienen. Luiheid, de vrucht van afkeer of onverschilligheid, leidt tot een grotere onverschilligheid. De Heer veroordeelt in deze parabel degenen die niet de gaven ontwikkelen die Hij hun heeft gegeven en ze voor hun eigen dienst benutten in plaats van God en hun broeders, de mensen, te dienen. Laten wij vandaag nagaan hoe wij de tijd benutten, die immers een belangrijk deel is van het erfdeel dat we ontvangen hebben; of wij zorgen voor stiptheid en orde in ons doen en laten, of we ons trachten uit te sloven in het werk door de uren goed te vullen; of wij de vereiste aandacht schenken aan onze familieplichten; of we ons vermogen tot vriendschap en waardering voor de ander in praktijk brengen om een vruchtbaar apostolaat te vervullen; of wij het Koninkrijk van Christus trachten te verbreiden in de zielen en de maatschappij door de talenten die we gekregen hebben.

37.3 Ons leven is maar kort. Daarom moeten we het tot het laatste ogenblik benutten om te winnen in liefde, in dienstbaarheid aan God. Herhaaldelijk waarschuwt de Heilige Schrift ons voor de korte duur van ons bestaan hier op aarde. Het wordt vergeleken met rook7, met een schaduw8, met het voorbijtrekken van een wolk9, met het niets.10 Wat zou het erg zijn als we tijd verliezen of verbeuzelen, alsof die geen waarde zou hebben! «Wat een vreselijk leven, dat als enige bezigheid heeft het doden van de tijd, die een schat van God is [...]. Wat een ellende als je geen voordeel trekt, geen echte winst maakt met alle vermogens, groot of klein, die God aan de mens geeft opdat deze zich ten dienste stelt van de mensen, de samenleving!

»Als de christen zich in zijn egoïsme terugtrekt, zich verstopt en zijn belangstelling verliest, kortom als hij alleen maar zijn tijd doodt, dan loopt hij het risico 'zijn hemel te doden'.»11

De tijd benutten is het ten uitvoer brengen van wat God van ons op dit moment wil. Soms zal een namiddag benutten betekenen, dat wij die «verliezen» aan het bed van een zieke of door een tijdje een vriend te helpen bij het voorbereiden op een examen de dag daarna. We hebben die middag dan wellicht verloren voor onze eigen plannen, heel vaak voor ons egoïsme, maar wij hebben hem gewon­nen voor die mensen die hulp of troost behoefden, en we hebben hem gewonnen voor het eeuwige leven. Als we de tijd willen benutten, zullen we volledig het moment van nu beleven, door ons hoofd en hart te leggen in wat we doen, al lijkt dat menselijk gezien van weinig betekenis, zonder ons uitzonderlijk druk te maken over het verleden, zonder ons al te zeer te verontrusten over de toekomst. De Heer wil dat wij het ogenblik van nu beleven en heiligen, door met verantwoordelijkheidsgevoel de plicht te vervullen die behoort bij het moment dat we beleven en door ons vrij te houden van nutteloze zorgen over de toe­komst, die misschien wel nooit komen; en als ze komen ... dan zal God onze Vader ons wel de bovennatuurlijke genade schenken om ze te overwinnen en de menselijke genade om ze met zwier te dragen. Hij zelf heeft ons gezegd: Maakt u niet bezorgd voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.12 Door het heden volkomen te beleven zullen we slagvaardiger zijn en gevrijwaard tegen veel nutteloze angsten. De heilige Teresia vertelt hoe zij bij aankomst in Salamanca, vergezeld van een andere zuster, zuster Maria van het Sacrament, om daar een nieuw klooster te stichten, in een bouwvallig huis terecht kwam waaruit enkele uren eerder enige studenten waren geëvacueerd. De reizigsters gingen het huis binnen; het was al avond en zij waren uitgeput en verkleumd van de kou. In de stad luidden de doodsklokken, want het was de vooravond van Allerzielen. In de duisternis, die alleen maar werd doorbroken door een flakkerende petroleumlamp, tekenden zich op de muren onheilspellende schaduwen af. Niettemin legden zij zich spoedig ter ruste op een paar bundels stro die ze hadden meegebracht. Eenmaal op die geïmproviseerde bedden gelegen, zei Maria van het Sacrament, uiterst angstig, tot de heilige: «Moeder, ik lig er net aan te denken aan wat u hier alleen zou doen, als ik nu kwam te sterven?»

«Als dat werkelijk zou gebeuren, leek het me een harde zaak,» verklaarde de heilige jaren later; «het deed me er een beetje over nadenken en bezorgde me zelfs angst, want ik word altijd zwak bij het zien van dode lichamen, ook als ik niet alleen ben. En omdat het luiden van de klokken hem daarbij hielp -want het was, zoals ik al heb gezegd, de avond voor Allerzielen- had de duivel een goed begin om ons onze gedachten te doen verliezen in kinderachtigheden. -Zuster -zei ik haar- als dat zou gebeuren, zal ik wel bedenken wat ik dan moet doen; laat me nu slapen.»13

Wanneer we ons zorgen maken over toekomstige dingen die ons van de vrede en de tijd beroven en waaraan we op dit moment toch niets kunnen doen, dan doen we er vaak goed aan, zoals de heilige, te zeggen: «Als dat zou gebeuren, als dat geschiedt, dan zie ik wel wat ik zal doen.» Dan rekenen we op Gods genade om te heiligen hetgeen Hij beschikt of toelaat.

Wanneer een leven zijn einde heeft bereikt, kunnen we niet alleen denken aan een kaars die al is opgebrand, maar ook aan een tapijt dat zojuist geweven is. Een tapijt dat wij aan de achterkant zien, waar men alleen maar een onbestemde figuur en enige losse draden kunnen waarnemen. God onze Vader zal het van de goede kant bekijken, Hij zal glimlachen en verheugd zijn bij het zien van een volmaakt werkstuk, het resultaat van het goed benutten van de tijd, dag na dag, uur na uur, minuut na minuut.

-1. 1 Tes 5,1-6. -2. Mt 25,14-30. -3. Lc 12,48. -4. 1 Kor 2,9. -5. Johannes Paulus ii, Homilie, 18 november 1984. -6. F. Suárez, Después, bl. 144. -7. Vgl. Wijsh 2,2. -8.Vgl. Ps 143,4. -9. Vgl. Job 14,2;37,2; Jak 1,10. -10. Vgl. Ps 38,6. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 46. -12. Mt 6,34. -13. M. Auclair, Het leven van de heilige Teresia van Avila, Utrecht-Antwerpen 19512.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009