Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste week. Maandag

2. VOORBEREIDING OM JEZUS TE ONTVANGEN

-De Vreugde van de advent. De vreugde van het ontvangen van onze Heer in de communie. -Heer ik ben niet waardig... Voorbereiden op de communie. De gesteldheden van de honderdman van Kafarnaüm. -Voorbereiding van ziel en lichaam om de communie met vrucht te ontvangen. Het regelmatig biechten.

2.1 Psalm 121 die in de Mis van vandaag gelezen wordt, was een hymne die de pelgrims zongen als zij Jeruzalem naderden: Ik was verheugd toen men mij zei: Wij gaan naar het huis van de Heer... Mijn voet staat binnen uw poorten, o Jeruzalem.1 

Diezelfde vreugde hoort bij de adventstijd, waarin iedere dag een volgende stap is op weg naar het feest van de geboorte van onze Verlosser. Het is bovendien een beeld van het geluk dat we voelen als we in de goede gesteldheid de communie ontvangen. Het is onvermijdelijk, dat we ons naast die vreugde steeds onwaardiger zullen voelen naarmate het moment nadert waarop wij de Heer zullen ontvangen. Als we toch besluiten te communiceren, is dat omdat Hij onder de gedaanten van brood en wijn aanwezig wil zijn juist om als voedsel te dienen en kracht te geven aan de ondervoeden en zieken. Hij is er niet als beloning voor de sterken, maar als geneesmiddel voor de zwakken. En wij zijn allemaal zwak en tot op zekere hoogte ziek.

Elke voorbereiding, hoe grondig ook, moet ons wel gering lijken en zeker niet toereikend om Jezus te ontvangen. In zulke bewoordingen spoorde de heilige Johannes Chrysostomus zijn gelovigen aan zich in de juiste gesteldheid te brengen om de communie waardig te ontvangen: «Gij besteedt veel zorg aan de zaken van het lichaam, als het feest nadert. Reeds dagen tevoren hangt gij uw schoonste gewaad gereed [...] en gij verfraait en versiert u. Is het dan niet belachelijk, dat gij geen zorg besteedt aan uw ziel, die gij vies en vuil, verteerd van honger laat rondfladderen?»2 Als we ons eens 'koeltjes' voelen of het ons aan vurigheid ontbreekt, behoren we niet om die reden bij de communie weg te blijven. We zullen uit die situatie zien te geraken door actes van geloof, hoop en liefde. En als het gaat om lauwheid of routine, dan zijn we bij machte dit probleem op te lossen omdat wij kunnen rekenen op de hulp van de genade. Laten we soms echter onvermijdelijke fysieke vermoeidheid of zelfs uitputting nooit verwarren met een betreurenswaardige geestelijke middelmatigheid of met een kwade gewoonte die dag na dag zijn greep op de ziel versterkt. Lauwheid is het lot van hem die zich niet voorbereidt, die niet doet wat binnen zijn mogelijkheden ligt om afleiding te vermijden als Jezus in zijn hart komt. Het is lauwheid te communie te gaan met andere dingen in fantasie en gedachten. Lauwheid is geen belang hechten aan het sacrament dat ontvangen wordt.

Het waardig ontvangen van het Lichaam van de Heer zal voor ons altijd een gelegenheid zijn in liefde te ontbranden. «Er zullen er zijn die zeggen: dat is nu precies de reden waarom ik niet vaker dan een enkele keer te communie ga, mijn liefde is verkild [...]. En omdat je het koud hebt, blijf je liever zo ver mogelijk van het vuur?

»Juist als je denkt, dat je hart omkomt van koude, moet je vaker dan een enkele keer tot dat sacrament naderen, elke keer als je echt verlangt naar het voedsel van Christus' liefde. Ga te communie -zegt de heilige Bonaventura- ook als je niets voelt. Vertrouw het allemaal toe aan Gods barmhartigheid, want hoe zieker iemand is, hoe meer hij de geneesheer nodig heeft.»3 

Als wij denken aan de Heer die op ons wacht, zullen wij vol vreugde in de diepste intimiteit van onze ziel kunnen zingen: Wat een vreugde toen men mij zei: Wij gaan naar het huis van de Heer! De Heer verheugt zich ook wanneer Hij ziet, dat wij de moeite doen in de juiste gesteldheid te geraken om Hem te ontvangen. Laten wij ons eens bezinnen over de middelen die wij gebruiken bij de voorbereiding op de heilige Mis en over de waarde die wij aan die voorbereiding hechten. Vermijden we elke afleiding, gaan we de routine uit de weg? Is onze dankzegging intens en liefderijk? Wonen we de heilige Mis zo bij, dat we de hele dag met Christus verenigd zullen blijven?

2.2 Het evangelie van de mis4 levert ons de woorden van een heiden over, een honderdman uit het Romeinse leger. Deze woorden maken al eeuwenlang onderdeel uit van de misliturgie. Zij dienen als onmiddellijke voorbereiding van de christenen van alle tijden op de communie. Domine, non sum dignus, Heer, ik ben niet waardig.

De Joodse leiders van de stad vroegen Jezus het verdriet van deze heiden te verzachten door een van zijn dienaren, aan wie hij erg gehecht was en die op sterven lag, te genezen.5 De reden dat zij deze gunst voor hem vroegen, was dat hij voor hen een synagoge had laten bouwen. Toen Jezus bij het huis kwam, sprak de honderdman de woorden die in elke Mis herdacht worden: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijn knecht zal gezond worden. Een enkel woord van Christus geneest, zuivert, voedt en vervult van hoop.

De honderdman is een zeer nederig, edelmoedig, met anderen begaan mens. Hij heeft een zeer verheven opvatting over Jezus. Als heiden durft hij zich niet rechtstreeks tot de Heer te wenden. Hij stuurt anderen, die hij waardiger acht, om voor hem bij de Heer te pleiten. «Nederigheid -zegt de heilige Augustinus daarover- was de deur waardoor de Heer in het bezit trad van wat reeds het zijne was.»6 Het geloof, de nederigheid en de fijngevoeligheid komen samen in de ziel van deze man. Daarom houdt de Kerk ons zijn voorbeeld voor en spreekt dezelfde woorden als voorbereiding op het ontvangen van Jezus, als Hij tot ons komt in de heilige communie: Heer, ik ben niet waardig...

De Kerk spoort ons aan niet alleen deze woorden te herhalen, maar ook deze gesteldheden van de honderdman -geloof, nederigheid, fijngevoeligheid- na te volgen. «Wij willen Jezus zeggen, dat wij zijn onverdiende en unieke komst, die overal ter wereld telkens opnieuw plaatsheeft naar ons, naar ieder van ons, aannemen. En we zeggen Hem ook, dat wij ons verbaasd en onwaardig voelen tegenover een dergelijke goedheid, maar dat we er wel gelukkig mee zijn; gelukkig om wat ons en de wereld gege­ven wordt. Wij willen Hem ook zeggen dat wij tegenover een zo groot wonder niet onverschillig of ongelovig zijn, maar dat we er juist in ons hart een vreugderijke geestdrift door krijgen die de echte gelovigen eigenlijk nooit zou mogen ontbreken.»7

Het is mooi te zien hoe die honderdman uit Kafarnaüm op twee manieren verbonden blijft met het sacrament van de eucharistie: door de woorden van de priester en de gelo­vigen in de Mis voor de communie; en door de gebeurtenis in de synagoge die hij had laten bouwen, waar Christus voor de eerste keer zei, dat wij ons met zijn Lichaam zouden moeten voeden om in leven te blijven. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald -zegt Jezus- het is niet zoals bij de vaderen die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal leven in eeuwigheid. Als nader detail voegt Johannes eraan toe: Dit zei Jezus bij zijn onderricht in de synagoge van Kafarnaüm.8

2.3 Onze voorbereiding op het ontvangen van de Heer in de communie is er allereerst op gericht Hem in staat van ge­nade te ontvangen. Het zou een grove belediging en een heiligschennis zijn Hem in staat van doodzonde te nuttigen. Wij moeten nooit te communie gaan als we in ernstige twij­fel verkeren over de vraag of we niet in staat van doodzonde verkeren. Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het Lichaam en Bloed van de Heer. Daarom zegt Sint Paulus verder: Wij moeten onszelf onderzoeken, voor we van het brood eten en uit de beker drinken. Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis.9 

«Wie te communie wil gaan, herinnere men [...] aan het gebod: De mens onderzoeke zichzelf (1 Kor 11,28). Volgens het kerkelijk gebruik moet het doel van dit onderzoek zijn, dat niemand met een doodzonde op zijn geweten zonder voorafgaande sacramentele biecht de heilige eucharistie ontvangt, ook al voelt hij over zijn zonden een groot berouw.»10 «Het deelhebben in de weldaden van de eucharistie hangt bovendien af van de staat van de innerlijke gesteldheid, want de sacramenten van de nieuwe wet brengen, terwijl ze tegelijkertijd ex opere operato -uit eigen kracht- werkzaam zijn, een groter gevolg teweeg naarmate de gesteldheden waarin ze ontvangen worden, volmaakter zijn.»11 Vandaar het belang van een zorgvuldige voorbereiding naar ziel en lichaam; van het verlangen naar zuiverheid, naar een fijngevoelige omgang met dit heilig sacrament, naar het ontvangen van het sacrament met de grootst mogelijke ingetogenheid.

De strijd om zich gedurende de dag in aanwezigheid van God te beseffen is een voortreffelijke voorbereiding, zo ook de strijd om onze dagelijkse plichten zo goed mogelijk te vervullen, met daarbij het verlangen om fouten die we mochten begaan prompt weer goed te maken bij de Heer. We zouden ook moeten proberen de dagen te vullen met dankzeggingen en met geestelijke communies. Zo zullen we stapje voor stapje goede gewoontes aanleren waardoor in werk en ontspanning, in het gezinsleven en daarbuiten en daarmee in al ons doen en laten, ons hart op God gericht zal zijn.

Als uitwendig blijk van onze innerlijke gesteldheid blijven we de voorgeschreven tijd voor het communiceren nuchter, kleden ons op gepaste wijze en geven door gepast gedrag uiting aan ons ontzag en onze eerbied.

Denken we bij het einde van onze overweging er nog eens over na hoe Maria het kind Jezus ontving na de boodschap van de engel. Vragen wij haar, hoewel wij ons onwaardig en onbetekenend voelen, dat zij ons leert de communie te ontvangen met die zuiverheid, nederigheid en toewijding waarmee zij Hem ontving in haar gezegende schoot, met de geest en de vurigheid van de heiligen.

-1. Ps 121,1-2. -2. H. Johannes Chrysostomus, Homilie 6 (PG 48,276). -3. H. Alfonsus van Liguori, Jesus, mijne liefde, of Oefening der liefde tot Jesus, 2. -4. Mt 8,5-13. -5. Vgl. Lc 7,1-10. -6. H. Augustinus, Sermo 6. -7. Paulus vi, Homilie, 25 mei 1967. -8. Joh 6,58-59. -9. 1 Kor 11,27-29. -10. Paulus vi, Instr. Eucharisticum Mysterium, 35. -11. H. Pius x, Decr. Sacra Tridentina Synodus, 20.12.1905.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012