Zesde week. Zaterdag
51. Voornemens in het gebed
-Jezus spreekt tot ons in het gebed. -Niet
ontmoedigd raken als de Heer ons soms niet lijkt te horen... Hij luistert altijd
naar ons en vervult de ziel van vruchten. -Concrete voornemens.
51.1 Jezus besteeg de berg Thabor met drie van zijn meest intieme
leerlingen, Petrus, Jakobus en Johannes, die Hem later zouden vergezellen in
Getsemani.1 Daar hoorden ze de stem van de Vader: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem. Toen ze rondkeken,
zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus.
In Christus vindt
de volheid van de Openbaring plaats. Zijn woord en leven
bevatten alles wat God tot de mensheid en tot ieder mens afzonderlijk heeft
willen zeggen. In Jezus vinden we alles wat
we moeten weten over ons eigen bestaan, in Hem begrijpen we de zin van
ons dagelijks leven. In Christus is alles
tot ons gezegd; het is aan ons naar Hem te luisteren en de raad van
Maria op te volgen: Doet maar wat Hij u zeggen zal.2 Dat is ons leven: luisteren
naar wat Jezus ons zegt in de intimiteit van ons gebed, in de raadgevingen van
de geestelijke leiding en door de voorvallen en gebeurtenissen die Hij ons toezendt
of die Hij toelaat, en alles doen wat Hij van ons verlangt. «Daarom zou degene -zo leert
de heilige Johannes van het Kruis- die nu van God een visioen of openbaring zou
vragen of verlangen, niet alleen een dwaasheid begaan, maar God beledigen, omdat
hij zijn ogen niet volledig op Christus richt, zonder iets anders of nieuws te
willen. Want God zou hem aldus kunnen antwoorden: 'Ik heb u toch alles al
gezegd in mijn Woord, dat is: mijn Zoon, en Ik heb geen ander; wat kan Ik dan
nu nog méér antwoorden of openbaren? Richt uw ogen alleen op Hem, want in Hem
heb Ik het u gezegd en geopenbaard, en in Hem zult u nog meer vinden dan wat u vraagt en verlangt [...]; luistert
naar Hem, want méér heb Ik niet te openbaren, niet méér bekend te
maken.»3
We moeten bidden
om met God te spreken, maar ook om te luisteren naar zijn
raad, zijn ingevingen en verlangens met betrekking tot ons werk, ons gezin en
vrienden, allen die we dichter bij Hem
moeten brengen. Want in het gebed spreken
we tot God en spreekt Hij tot ons door middel van die opwellingen die ons ertoe brengen tot het
beter vervullen van onze dagelijkse plichten, tot grotere moed in het apostolaat, en omdat Hij ons het licht schenkt om,
volgens zijn goddelijke wil, de moeilijkheden die zich voordoen tot een
oplossing te brengen.
Onze moeder Maria -die we vandaag, zaterdag,
met bijzondere genegenheid kunnen eren-
leert ons naar haar Zoon te luisteren en de dingen in ons hart te
overwegen, zoals zij deed, zoals we op twee plaatsen in het evangelie lezen.4 «Het kwam door
het overwegen van de dingen in haar hart, dat de heilige Maagd met het
voortschrijden van de tijd steeds meer groeide in het begrijpen van het mysterie, in heiligheid en in vereniging met God.
In tegenstelling tot de indruk die wij gewoonlijk hebben, trof Maria
niet alles kant en klaar aan op haar weg naar God, want er werden grote krachtsinspanningen van haar gevraagd en ze werd
onderworpen aan beproevingen, die geen enkele sterveling, behalve haar Zoon,
zou hebben kunnen doorstaan.»5 Door haar intieme relatie met God leerde
zij kennen wat Hij van haar wilde; daar
drong zij steeds dieper door in het
mysterie van de Verlossing en in haar gebed vond zij de betekenis van de
gebeurtenissen in haar leven: de zeer grote en onvergelijkbare vreugde
van haar roeping, de zending van Jozef, de armoede in Bethlehem, de komst van
de Wijzen uit het Oosten, de ontreddering van
de overhaaste vlucht naar Egypte, de smartelijke zoektocht naar en het blijde
terugvinden van Jezus toen deze twaalf jaar
oud was, het normale leven van de dagen in Nazareth... De Maagd bad en begreep. Hetzelfde zal met ons
gebeuren als we leren intiem met Jezus om te gaan.
51.2 Dit is mijn Zoon, de
Welbeminde, luistert naar Hem... Dikwijls zullen we
naar Hem moeten luisteren en Hem moeten vragen over wat we niet begrijpen, wat
ons verrast, of over de beslissingen die we moeten nemen. We zullen Hem dan
vragen: Heer, wat wilt U dat ik in deze zaak doe? Wat zal u het meeste vreugde
bereiden? Hoe kan ik mijn werk beter doen? Wat verwacht u van deze vriend? Hoe
kan ik U helpen? En als we aandachtig weten te zijn, zullen we die woorden van
Christus horen, die ons uitnodigen om edelmoediger te zijn, en die ons
verlichten om overeenkomstig Gods wil te handelen. Terecht kunnen we tot Jezus in ons gebed van
vandaag zeggen: Uw woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op
mijn pad6; zonder uw woord zou ik struikelend voortgaan, zonder koers en
richting. Leid mij, Heer, op mijn wegen en laat mij te midden van zoveel
duisternis niet alleen.
Naar een oprecht gebed, vanuit de juiste
intentie, eenvoudig, zoals een zoon tot zijn vader spreekt, een vriend tot zijn
vriend, «luistert de Heer altijd vol aandacht.»7 Hij aanhoort ons altijd, ook al hebben we
soms de indruk dat Hij geen acht op ons slaat. Zoals toen Bartimeüs tot Jezus riep, toen Hij Jericho verliet en verder ging
zonder aandacht te schenken aan het smeekgeroep van de blinde man8, of bij die andere gelegenheid toen de leerlingen de
Heer vroegen om zich te bekommeren over de Syrofenicische vrouw die hen volgde en maar bleef smeken om haar
zieke dochter te genezen.9 Jezus kende heel goed het verlangen van deze mensen evenals het geloof
dat door hun volhardend gebed sterker en oprechter werd. Hij is vol aandacht
voor wat we zeggen, heeft belangstelling voor onze zaken, Hij ontvangt de
lofprijzingen, de dankzeggingen, die we tot Hem richten, de akten van liefde,
de smeekbeden en Hij spreekt tot ons, opent nieuwe wegen voor ons, wekt
voornemens in ons op... Soms zal het gebed een gesprek zonder woorden zijn, zoals
vaker voorkomt onder vrienden die elkaar werkelijk achten en kennen. Maar zelfs
zonder woorden kan men zoveel zeggen!
Vaak zal het ons helpen in ons gebed te
overwegen, dat we de intiemste vrienden van de Heer zijn, zoals de apostelen,
dat Hij ons geroepen heeft om Hem te dienen vanuit ons werkterrein en met wie
wij vele zaken moeten bespreken, zoals degenen die Hem volgden. «De Heer die
zijn leerlingen had uitgezonden om te preken, roept ze bij hun terugkeer bij
elkaar en nodigt ze uit met Hem naar een eenzame plaats te gaan om daar uit te
rusten... Wat zou Jezus hun allemaal niet vragen en vertellen! Ja... het evangelie
blijft steeds actueel.»10 En ook wij moeten aandacht besteden aan Jezus die tot ons spreekt in
de intimiteit van het gebed.
De Heer doet
overvloedig vruchten in onze ziel ontstaan, ook al blijven
die soms onopgemerkt; Hij spreekt dan op een bijna niet waarneembare manier,
maar Hij geeft ons altijd zijn licht en hulp, zonder welke wij niet vooruit zouden
kunnen komen. Laten we proberen elke vrijwillige afleiding van ons af te
werpen, laten we kijken waarvoor we dienen te zorgen om de tijd van gesprek met
de Heer beter te doen verlopen (onze zintuigen bewaken, verstervingen in de
gewone dingen van elke dag, meer aandacht schenken
aan het voorbereidend gebed, meer hulp vragen...) en het voorbeeld van de
heiligen te volgen, die volhardden in hun gebed ondanks de moeilijkheden. «Heel
erg vaak -zo herinnert zich de heilige Theresia- verscheidene jaren lang, werd
ik meer in beslag genomen door de wens dat het uur van aanbidding voorbij zou
zijn, en door het luisteren naar het slaan van de klok, dan door het nadenken
over goede dingen. Talloze malen zou ik liever elke vorm van boetedoening
gedaan hebben, die me opgelegd zou zijn, dan me terug te trekken om te gaan
bidden.»11 Laten wij ons gebed nooit opgeven, ook al komt het ons soms dor, droog
en moeilijk voor.
«Het is ook nuttig -verklaart de heilige Petrus
van Alcántara- te bedenken dat we aan onze zijde een engelbewaarder hebben, tijdens het bidden meer nog dan ergens
anders, omdat hij ons helpt onze gebeden naar de hemel te dragen en ons te
beschermen tegen de vijand.»12
Dit is mijn Zoon, de
Welbeminde, luistert naar Hem... Jezus spreekt tot
ons in het gebed. En de Maagd, onze Moeder, leert ons hoe we te werk moeten
gaan: Doet maar wat Hij u zeggen zal..., zo raadt zij ons aan, zoals zij dat tot de dienaren van Kana deed.
Want doen wat Jezus ons elke dag in het persoonlijk gebed en via de geestelijke
leiding zegt, dàt is de sleutel vinden die in staat stelt de poorten van het
koninkrijk van de hemel te openen, dat is zich
op de lijn stellen van Gods verlangens ten aanzien van het eigen bestaan. En
als we deze ingevingen en raadgevingen volgen, zullen we merken dat ons
leven overladen wordt met vruchten, zoals die dienaren in Kana, die door
gehoorzaam te zijn aan de woorden van onze heilige moeder Maria merkten, dat
de stenen kruiken gevuld waren met kostelijke wijn.
Laten we ons tot haar wenden en haar vragen ons
te leren hoe we met Jezus moeten spreken en
naar Hem moeten luisteren. Laten we het vaste voornemen hernieuwen
steeds ijverig te zijn in het gebed. Laten we onderzoeken of wij aandacht
hebben voor wat Hij ons in dat gesprek wil zeggen.
51.3 Doet maar wat Hij u zeggen zal... Deze woorden van de Maagd zijn een voortdurende uitnodiging om de
voornemens die de Heer ons elke dag in ons persoonlijk gebed ingeeft ten
uitvoer te brengen.
Deze voornemens moeten wel juist omlijnd zijn
om daadkrachtig te kunnen zijn, opdat zij werkelijkheid worden of minstens
inzet om ze dat te doen worden: «concrete plannen maken, niet van de ene week
tot de andere, maar van vandaag tot morgen, en van nu tot straks.»13
Vaak zullen dergelijke voornemens betrekking
hebben op kleine dingen zoals verbetering van ons werk, in de omgang met de
ander, in de poging ons vandaag meer bewust te zijn van de aanwezigheid van
God, als we over straat lopen of te midden
van ons gezin... Een andere keer spreekt God tot ons door middel van de
raadgevingen die we van onze geestelijke leiding krijgen, die gewoonlijk de
voornaamste inzet om ons te beteren en een veelvuldig gebedsthema zullen
vormen. Zo zal iedere dag, elke week, bijna zonder dat we ons ervan bewust
zijn, de goddelijke wil onze stappen geleiden, zoals een kompasnaald de
reiziger aangeeft welk pad hem naar het doel leidt. Het einde van onze reis is
God; naar Hem willen wij op weg gaan, veilig, zonder weifelen, zonder
vertragingen, met heel onze wil. Onze eerste opdracht is leren luisteren, die
goddelijke stem te herkennen die zich in ons leven openbaart. De dagelijkse
voornemens en die concrete richtlijnen voor onze strijd-het bijzonder
gewetensonderzoek- zullen ons bij de hand nemen en tot heiligheid leiden, als
we ijverig strijd blijven leveren.
Vandaag kunnen we tot de Heer gaan via Onze
Lieve Vrouw, misschien door vaker een
schietgebedje uit te spreken, door de rozenkrans beter te bidden, door
met meer liefde stil te blijven staan bij de korte overweging van elk mysterie.
«Wat is het tafereel van de blijde boodschap aan Maria ontroerend! -Maria, -hoe
vaak hebben we dit niet overwogen!- is in gebed verzonken..., legt haar vijf
zintuigen en al haar vermogens in het gesprek met God. Tijdens het gebed leert ze de Wil van God kennen; en door het
gebed maakt ze die tot haar eigen vlees en bloed: verlies het voorbeeld van de
heilige Maagd niet uit het oog!»14 Tot haar smeken wij vandaag, dat zij ons een aandachtig oor geeft om de stem van haar Zoon te beluisteren,
die zich op welbepaalde tijden aan ons bekend maakt. Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luister naar Hem. Wij vragen haar ook meer toewijding om de voornemens van ons gebed en
de raadgevingen die we in de geestelijke begeleiding ontvangen, in praktijk te
brengen.
-1. Mc 9,1-2. -2. Joh 2,5. -3. H. Johannes van het Kruis,
Bestijging van de berg Karmel, 2,22. -4. Lc 2,19.51. -5. F. Suárez, Maria van Nazareth. -6. Ps 119,105. -7. H. Petrus van
Alcántara, Tractaat van het gebed en de meditatie, I,
4. -8. Mc 10,46.
-9. Mt 15,2.
-10. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 470. -11. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven, 8,3. -12. H. Petrus van
Alcántara, o.c., ii, 4,5. -13. H. Jozefmaria
Escrivá, De Voor, 222. -14. Ibidem, 481.
|