Veertiende week door het jaar. Vrijdag
62. Voorzichtigheid en eenvoud
-Voorzichtigheid en eenvoud: het voorbeeld van de Heer.
-Raad vragen. -Valse voorzichtigheid.
62.1 Jezus zendt de Twaalf uit over heel Israël om bekend te maken dat het Rijk van God nabij is, dat het nu zeer dichtbij is. En
de Meester geeft hun enkele zeer nauwkeurige instructies over wat zij moeten
doen en zeggen, geen geheim makend van de moeilijkheden die zij zullen
ondervinden. Wij lezen dan in het evangelie van de mis van vandaag: Zie, Ik zend u als schapen tussen de wolven. Weest dus omzichtig
als slangen en argeloos als duiven.1 Zij
moeten waakzaam zijn om niet onverhoeds door het kwaad te worden overvallen,
zodat zij de wolven in schaapskleren zullen herkennen en in staat zullen zijn
de valse van de ware profeten te onderscheiden.2
Op die manier zullen zij geen enkele kans missen om het evangelie te
verkondigen en om goed te doen. Tegelijkertijd moeten zij eenvoudig zijn, want
het is alleen op die manier dat zij de harten van allen kunnen overtuigen. Zonder
eenvoud wordt voorzichtigheid gemakkelijk sluwheid.
Als christenen moeten wij deze twee deugden, die elkaar versterken
en vervolledigen, zowel beleven als verbreiden. Eenvoud betekent oprechte
bedoelingen hebben en zich vastberaden en rechtlijnig gedragen. Voorzichtigheid
duidt altijd de meest geschikte middelen aan om ons doel te bereiken. De
heilige Augustinus leert dat «voorzichtigheid de liefde is die onderscheid
maakt tussen wat ons verder helpt naar God te gaan en wat ons verhindert dat te
doen.»3 Deze deugd stelt ons in staat objectief de
werkelijkheid van de dingen te kennen, overeenkomstig hun uiteindelijk doel;
met zekerheid te oordelen wat betreft het volgen van de juiste weg, en
overeenkomstig te handelen. «Een wijs iemand is niet, zoals men zo vaak
gelooft, degene die gewiekst zijn weg in de wereld weet te vinden en het meeste
daarvan voor zichzelf bemachtigt. Het is veeleer degene die zijn gehele leven
in overeenstemming tracht te brengen met de stem van een juist geweten en de
eisen van een gezonde moraal. Dan kunnen we zien hoe wijsheid de sleutelsteen
is waarmee wij de fundamentele opdracht die we van God hebben ontvangen ten
uitvoer kunnen brengen. Deze opdracht is de volmaaktheid van de mens zelf»4, de heiligheid.
De Heer leerde ons door zijn woorden en door zijn voorbeeld
voorzichtig te zijn. De eerste keer dat Hij sprak in de zuilengang van de
tempel, op twaalfjarige leeftijd, waren allen verbaasd over
zijn begrip en zijn antwoorden.5 Later,
gedurende zijn openbaar leven, waren zijn woorden en zijn gedrag zo helder als
dat ze verstandig waren, zodanig dat zijn vijanden geen
fout in Hem konden vinden. De Heer zoekt geen uitvluchten, maar houdt
rekening met wie Hij spreekt. Daarom maakt Hij slechts stapsgewijs bekend dat
Hij de Messias is. Hij kondigt zijn dood op het Kruis aan in overeenstemming
met de mate van voorbereiding en kennis van hen tegen wie Hij spreekt. Ook wij
moeten van Christus leren.
62.2 Om voorzichtig te zijn
moeten wij klaarheid hebben in ons begrijpen; dan zullen we in staat zijn
gebeurtenissen en omstandigheden juist te beoordelen.6 Het is alleen door goede leerstellige, godsdienstige en
ascetische vorming, en met de hulp van de genade, dat wij de paden zullen
ontdekken die werkelijk naar God leiden en zullen weten welke beslissingen te
nemen. Niettemin zijn er vele momenten waarop we om raad moeten vragen. «De
eerste stap van de verstandigheid is de erkenning van eigen beperkingen: de
deugd van nederigheid. Toegeven, in bepaalde kwesties, dat we niet alles
kunnen, dat we in heel wat gevallen de omstandigheden niet kunnen bevatten die
we juist op het moment van oordelen niet uit het oog mogen verliezen. Daarom
nemen we onze toevlucht tot een raadgever. Niet zo maar de eerste de beste,
maar iemand die bekwaam is en net als wijzelf vervuld van de wil, God met
oprecht verlangen te beminnen en trouw te volgen. Het is niet voldoende een
mening te vragen; we moeten hem vragen aan iemand die hem belangeloos en
eerlijk kan geven.»7
De heilige Thomas wijst erop dat we, in het algemeen, raad
moeten vragen voor het maken van enigerlei beslissing die ernstige gevolgen
voor onszelf of voor anderen kan hebben.8 Maar het is niet alleen in die buitengewone gevallen dat
we erom moeten vragen. Soms hebben mensen, zowel jong als oud, dringende
behoefte aan begeleiding met betrekking tot hun lectuur: boeken, tijdschriften
en kranten. Zij hebben de behoefte te weten of zij naar een toneelstuk kunnen
gaan, dat soms op een zeer onbeschaamde en soms op een minder onmiskenbare maar
vernuftige manier ons geloof kan ondermijnen of een kwade invloed in onze
harten binnenlaat, waarin nadien alle mogelijke twijfels en bekoringen wortel
kunnen schieten. Zulke twijfels en bekoringen zouden vermeden zijn met een
klein beetje meer nederigheid en voorzichtigheid. Er is geen rechtvaardiging om
niet ruim afstand te nemen van een situatie die het begin zou kunnen zijn van
ons afdwalen van het rechte pad.
Eenvoud brengt ons ertoe zaken recht te zetten als we een
fout hebben gemaakt, of wanneer er nieuwe feiten aan het licht komen die aan
een probleem een geheel ander aanzien geven. In het bovennatuurlijke leven
leidt eenvoud, zo dicht bij de nederigheid, ons ertoe vele malen in ons leven
vergeving te vragen, want wij bezwijken voor zoveel zwakheden en vergissingen.
Paus Johannes Paulus ii,
sprekend over voorzichtigheid, nodigde zijn toehoorders uit een
gewetensonderzoek te doen over hun eigen gedrag. Ook wij kunnen ons vandaag
onderzoeken. «Ben ik werkelijk wijs? Leef ik consequent en op verantwoorde
wijze? Helpt het programma dat ik volg mij vooruit op de weg naar het waarlijk
goede? Draagt het bij tot het brengen van het heil dat Christus en de Kerk voor
mij willen?»9 Ga ik recht op het bereiken van mijn bovennatuurlijk
doel -de heiligheid- af, waartoe de Heer mij geroepen heeft? Leg ik alles opzij
wat mijn vooruitgang zou kunnen hinderen? Zoek ik advies in zaken die mijn ziel
betreffen? Corrigeer ik dingen als ik een fout heb gemaakt?
62.3 Voorzichtigheid zou geen
ware voorzichtigheid zijn indien, na gepaste overweging van de feiten, het de
laffe weg zou kiezen geen beslissing te nemen die risico inhield, of de reden
zou zijn te vermijden een probleem vierkant onder ogen te zien. De houding van
de persoon die toestaat zich te laten leiden door menselijk opzicht in het
apostolaat en kansen laat voorbijgaan, terwijl hij op andere kansen wacht die
zich misschien nooit voordoen, dat is geen voorzichtige houding. De heilige
Paulus noemt deze valse deugd prudentia carnis, de voorzichtigheid van het vlees.10
Het is een valse deugd die om méér redenen overweging vraagt, God te geven wat
Hij van ons persoonlijk vraagt. Het maakt ons overmatig bezorgd over de
toekomst, en geeft ons een reden om niet hier en nu edelmoedig te zijn. Het doet
ons altijd een excuus vinden om niet te beslissen ons geheel in te zetten.
Voorzichtigheid betekent de stoutmoedigheid niet schuwen om
zichzelf te geven en te durven betrokken te geraken in Gods werk. Het is niet
de kundigheid om lauwe compromissen te vinden of om een nalatigheid en een
slordige houding te rechtvaardigen, door het de naam te geven van een
aanvaardbare theorie. Dat is niet hoe de apostelen de zaken ter hand namen.
Niettegenstaande hun zwakheden en soms hun angst, zochten zij voortdurend de
snelste weg om de leer van de Meester te verspreiden, zelfs ofschoon die wegen
hun soms een hoop moeilijkheden bezorgden en talloze rampspoeden... zelfs
martelaarschap.
De Heer volgen betekent een leven leiden van kleine en grote
daden van zotheid, zoals altijd het geval is waar het echte liefde betreft.
Wanneer de Heer meer van ons vraagt -en Hij vraagt altijd om meer- kunnen we
ons niet met een valse voorzichtigheid terugtrekken, de voorzichtigheid van de
wereld. Wij moeten niet worden geleid door het oordeel van hen die zichzelf
niet geroepen voelen, en die alles alleen maar door menselijke ogen zien, en
soms met ogen die niet eens menselijk zijn, want zij hebben niet meer dan een
aardse levensopvatting, een levensopvatting die hen verhindert om ooit van de
grond los te komen. Geen man en geen vrouw zouden zich ooit aan God hebben gegeven
of ooit een bovennatuurlijke onderneming zijn begonnen als zij die voorzichtigheid van het vlees hadden gevolgd. Zij zouden
altijd meer of minder overtuigende redenen hebben gevonden om te weigeren voort
te gaan of om hun antwoord tot een meer gepast tijdstip uit te stellen, dat
dikwijls op hetzelfde neerkomt.
Het werd van Jezus gezegd, dat Hij niet meer bij zijn
verstand was.11 Ogenschijnlijk zouden de meest
elementaire voorzorgsmaatregelen Hem in staat hebben gesteld aan de dood te
ontsnappen. Alleen een paar bezweringen zouden voldoende geweest zijn om de
gestrengheid van zijn leer te verzachten en voor Hem tot een compromis te komen
met de Farizeeën. Hij zou zijn leer over de eucharistie in de synagoge te
Kafarnaüm, waar velen Hem verlieten, op een andere wijze hebben kunnen
voorstellen. Een paar woorden alleen zouden voor Hem, die de eeuwige Wijsheid
is, voldoende zijn geweest om zijn vrijheid uit de handen van Pilatus te
verkrijgen. Jezus was niet voorzichtig volgens de
wereld, maar Hij was voorzichtiger dan slangen, dan mensen, dan zijn vijanden.
Zijn voorzichtigheid was van een andere aard. Dit moet onze soort
voorzichtigheid zijn zelfs als, omdat wij Hem navolgen, de mensen ons soms gek
noemen en onvoorzichtig. Bovennatuurlijke
voorzichtigheid toont ons op elk moment de snelste en meest directe weg om
Christus te bereiken, veel vrienden, verwanten en collega's met ons meebrengend.
«Wil je in heilige stoutmoedigheid leven, zodat God door
middel van jou kan werken? - Neem je toevlucht tot Maria, en zij zal je
vergezellen op de weg van de nederigheid, zodat je, als je voor dingen komt te
staan die voor de menselijke geest onmogelijk zijn, zult kunnen antwoorden met
een fiat - het geschiede! - dat de aarde met de hemel verenigt.»12
-1. Mt 10,16. -2. Mt 7,15. -3. H. Augustinus,
Over de gebruiken van de Katholieke Kerk, 25,46. -4.
Johannes Paulus ii, Toespraak, 25 oktober 1978. -5. Lc
2,47. -6. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen, vol.II. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden
van God, 86. -8. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q49, a3. -9. Johannes Paulus ii, o.c. -10.
Vgl. Rom 8,6. -11. Mc
3,21 -12. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 124.
|