De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT
Gezin
Medische Ethiek

Francisco en Jacinta van Fatima
Over 2 Portugese kinderen aan wie Onze Lieve Vrouw in 1917 in Fatima verscheen. Meer ...

Home >  Vrede in tegenspoed

Drieëntwintigste week. Woensdag

15. Vrede in tegenspoed

-Bij Christus verkeert verdriet in vreugde. -Tegenstand van 'de goeden'. -Vruchten van onbegrip.

15.1 Bij verschillende gelegenheden verkondigt de Heer, dat iemand die Hem echt van nabij wil volgen, te maken zal krijgen met de daden van hen die zich vijanden van God zullen tonen en ook van hen die, ofschoon ze christen zijn, niet in overeenstemming met hun geloof leven. Op zijn weg naar de heiligheid zal de christen soms een vijandig klimaat ontmoeten en Jezus aarzelde niet, dat met het harde woord «vervolging»1 aan te duiden. In de laatste van de zaligheden die door Lucas bijeengebracht zijn in het evangelie van vandaag2, zegt Jezus ons: Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks. En we moeten niet denken, dat deze vervolging, in de diverse manieren waarop ze zich kan voordoen, iets uitzonderlijks is dat zich in bijzondere tijden of slechts op bepaalde plaatsen voordoet: De leerling staat niet boven zijn meester en de dienaar niet boven zijn heer. [...] Als men het hoofd van het huisgezin al Beëlzebub durft noemen, hoeveel te meer dan zijn huisgenoten.3 En de heilige Paulus waarschuwde Timoteüs zo: Allen die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.4

Maar vervolging betekent niet ongenade, maar zegening, vreugde en geluk, want het is een teken van authenticiteit in het volgen van Christus, een duidelijke aanwijzing dat zowel persoon als werken de goede kant op gaan. Als God soms toestaat, dat wij de pijn van openlijke vervolging, laster en smaad voelen, of van iets meer verborgens, bijvoorbeeld het gebruik van ironie die de christelijke waarden belachelijk maakt, of van de druk van een omgeving die probeert hen die christelijke maatstaven durven te handhaven, te intimideren door hen te doen dalen in de algemene achting, dan moeten we weten dat dit een omstandigheid is die God toelaat opdat wij goede resultaten kunnen bereiken, aangezien, zoals een martelaar zei toen hij naar zijn terechtstelling gebracht werd, «hoe harder de strijd, des te groter de beloning»5 is. We moeten de Heer danken voor het vertrouwen dat Hij in ons gehad heeft, dat Hij ons in staat geacht heeft iets te lijden, hoe klein ook, om zijnentwil. We zullen, weliswaar op grote afstand, de apostelen volgen die, nadat ze publiekelijk gegeseld waren voor het prediken van de Blijde Boodschap, verheugd uit het Sanhedrin kwamen, omdat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de Naam Jezus.6 Hun apostolaat verslapte niet, maar ze predikten Jezus met meer vuur en blijdschap. Ook wij moeten onze stem verheffen in dergelijke omstandigheden; ons gebed moet dan intenser zijn en onze zorg om de zielen zelfs groter. Het is goed de woorden van de Heer te herhalen: Als die dag komt, springt dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel.

Bij Christus verkeert verdriet in vreugde. «Het is beter voor mij, Heer, tegenspoed te lijden zolang U bij mij bent, dan te regeren zonder U, vrolijk te worden zonder U, prat te gaan op mezelf zonder U. Het is beter voor mij, Heer, U te omarmen in tegenspoed, U bij mij te hebben in de vuurhaard, dan zonder U te zijn, al was het in de hemel zelf. Wat zou de hemel voor mij betekenen zonder U, en wat geeft het kwaad van de aarde als U er bent?»7

15.2 De Heer waarschuwt ons ook in het evangelie van vandaag: Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten. Geloof, dat authentiek is, «maakt korte metten met buitensporige egoïstische belangen, om geen ergernis te veroorzaken».8 Het is moeilijk, misschien onmogelijk, een goed christen te zijn en niet in conflict te raken met een burgerlijke en comfortabele sfeer die vaak heidens is. We moeten voortdurend vragen om vrede in de Kerk en voor de christenen van elk land, maar we moeten niet verrast zijn of bang worden, als er verzet komt vanuit onze omgeving tegen het onderricht van Christus dat we willen verspreiden, een verzet in de vorm van laster, smaad enzovooort. De Heer zal ons helpen overvloedige vrucht te oogsten in deze situaties.

Toen de heilige Paulus in Rome aankwam, zeiden de aldaar wonende joden, wijzend op de beginnende Kerk: van die sekte is ons bekend dat ze overal tegenspraak ondervindt.9 Tegen het eind van twintig eeuwen zien we, zowel in de recente geschiedenis als op het huidige moment, hoe in verschillende landen duizenden goede christenen, priesters en leken, het martelaarschap hebben ondergaan omwille van hun geloof of gemarginaliseerd of gediscrimineerd zijn vanwege hun geloof, of uit openbare ambten of onderwijsposities geweerd werden vanwege hun katholicisme, of op moeilijkheden stuitten als ze hun kin­deren een christelijke opvoeding wilden geven. In andere gedaante is het dezelfde onderdrukkende sfeer die religie ziet als archaïsch, terwijl 'moderniteit' en 'vooruitgang' opgevat worden als een bevrijding van 'beperkende' religieuze ideeën.

Het is moeilijk smaad of vervolging -openlijk of heimelijk- te begrijpen in een omgeving waarin je zoveel hoort over tolerantie, begrip, vriendschap en vrede. Maar de aanvallen zijn moeilijker te begrijpen als ze afkomstig zijn van goede mensen; wanneer christenen, op welke wijze dan ook, andere christenen vervolgen, of een broer zijn broer. De Heer bereidde de zijnen voor op de onvermijdelijke tijden waarin degenen die hun apostolisch werk zouden belasteren, smaden of ondermijnen, geen heidenen of vijanden van Christus zouden zijn maar broeders in het geloof, die zouden denken dat ze met deze handelingen God een dienst bewijzen10. Deze 'tegenstand van de goeden', een uitdrukking die de stichter van het Opus Dei gebruikte om een verschijnsel te beschrijven dat hij zo pijnlijk in zijn eigen leven ondervond, is een beproeving die God soms toelaat. Het is bijzonder pijnlijk voor de christenen die het ondervinden. De motieven van de lasteraars zijn gewoonlijk te wijten aan menselijke hartstochten die een zuiver oordeel in de weg staan en de zuiverheid van bedoeling compliceren van mensen die hetzelfde geloof belijden als zij die ze aanvallen, en die deel uitmaken van hetzelfde Volk van God. Bij tijd en wijle komt er naijver bij, in plaats van ijver om de zielen, overhaaste aantijgingen die uit afgunst lijken voort te komen en het mogelijk maken het goed dat door anderen gedaan wordt, als kwaad te beschouwen. Het kan ook een soort blind dogmatisme zijn dat weigert voor anderen het recht te erkennen om op een andere manier aan te kijken tegen zaken die God aan de vrije beoordeling van de mensen heeft overgelaten. De 'tegenstand van de goeden' blijkt altijd in antipathie jegens bepaalde broeders in het geloof, in een meer of minder verhulde tegenstand tegen hun werk en kritiek die even vernietigend is als slecht gedocumenteerd.11

In elk geval moet de plaats van de christen die boven alles trouw wil zijn aan Christus, er een zijn waar hij kan vergeven, verbeteren en handelen met oprechtheid van intentie, steeds met het oog op Christus. « Verwacht voor je inspanning niet het applaus van de mensen. -Sterker nog, verwacht, soms, in geen geval, dat andere mensen en instellingen die ook voor Christus werken, je begrijpen. -Zoek alleen de eer van God. Bemin allen, maar maak je geen zorgen, als anderen je niet begrijpen.»12

15.3 We moeten ruim profiteren van tegenstand. «Er barstte een gewelddadige vervolging uit. En die ene priester bad: Jezus, moge elke heiligschennende brand mijn vuur van Liefde en Eerherstel doen vermeerderen.»13 Niet alleen mogen moeilijkheden ons nooit onze vrede doen verliezen of een reden voor ontmoediging zijn, maar ze moeten ons juist helpen onze ziel te verrijken, overwinningen te behalen in innerlijke rijpheid, in sterkte, in naastenliefde, in een geest van herstel en verbetering en in begrip.

Nu en in de moeilijke momenten die zich regelmatig in ons leven voordoen, zullen de geduldige en bedaarde woorden die Petrus aan de vroege christenen schreef toen die smaad en vervolging leden, ons veel goed doen. Hoeveel beter is het, zo God het wil, te lijden voor het goede dat men doet dan straf te ondergaan voor misdrijven.14

De Heer zal gebruik maken van onze uren van verdriet om goeds voor andere mensen teweeg te brengen. «Soms werkt Hij door middel van wonderen, soms door straf, soms ook door de gelukkige gebeurtenissen van deze wereld, en tenslotte, in bepaalde gevallen, door tegenspoed».15

In elke situatie zullen we altijd redenen hebben om gelukkig en optimistisch te zijn, met het optimisme dat voortkomt uit geloof en vertrouwvol gebed. «Het christendom heeft zo vaak verkeerd in wat op dat moment een levensgevaarlijke toestand leek, dat wij nu niet meer bang gemaakt kunnen worden door nog zo'n beproeving. De manieren waarmee de Voorzienigheid zijn uitverkorenen vrijkoopt en verlost, zijn niet te bevroeden. Soms wordt onze vijand een vriend; soms wordt hij beroofd van zijn mogelijkheid om kwaad te doen, die hem voordien geducht maakte; soms vernietigt hij zichzelf, of veroorzaakt hij, zonder het te willen, gunstige effecten en verdwijnt hij eenvoudig zonder een spoor achter te laten. In het algemeen hoeft de Kerk niets anders te doen dan met vrede en vertrouwen haar taken te vervullen, rustig te blijven en de verlossing door God af te wachten.»16

De momenten waarin we tegenstand en moeilijkheden ontmoeten zijn, zonder ze te overdrijven, bijzonder gunstig om een hele serie deugden te beoefenen: we moeten bidden voor hen die ons kwaad doen, opdat ze ophouden God te beledigen; we kunnen ernaar streven God eerherstel te geven, om zelfs meer apostolisch te zijn, en om met bijzondere naastenliefde die zwakkere broeders in het geloof te beschermen die wegens hun leeftijd, hun gebrek aan vorming of de bijzondere toestand waarin ze zich bevinden, een grotere schade aan hun ziel zouden kunnen ondervinden.

De heilige Maagd, onze Moeder, die ons op ieder moment helpt, zal ons vooral in moeilijke tijden verhoren. «Wend je tot de Maagd -Moeder, Dochter, Bruid van God, onze Moeder- en vraag haar, dat zij van de allerheiligste Drieëenheid voor jou meer genade verkrijgt: de genade van geloof, van hoop, van liefde, van berouw, opdat, wanneer er in het leven een sterke droge wind dreigt op te steken die in staat is die bloemen van de ziel te verzengen, deze niet die van jou verzengt..., noch die van je broeders en zusters.»17

-1. Vgl. J. Orlandis, Las ocho bienaventuranzas, bl. 141. -2. Lc 6,20-26. -3. Mt 10,24-25. -4. 2 Tim 3,12. -5. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de heilige Polycarpus van Smyrna. -6. Hnd 5,41. -7. H. Bernardus, Preek 17. -8. G. Chevrot, Las ocho bienaventuranzas.-9. Hnd 28,22. -10. Vgl. Joh 16,2. -11. J. Orlandis, o.c., bl. 150. -12. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 255. -13. Ibidem, 1026. -14. 1 Pe 3,17. -15. H. Gregorius de Grote, Preken over de evangeliën, 36. -16. Kard. J.H. Newman, Toespraak in Biglietto, 12 mei 1879. -17. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 227.






Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. (035) 694 63 50

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur