Derde week. Woensdag
18. VRUCHTEN VAN TEGENSPOED
-De apostolische geest van de eerste christenen te midden
van de vervolgingen. Vruchten van tegenspoed en moeilijkheden. -Sterkte in
moeilijke omstandigheden. -De vereniging met God in de zwaarste ogenblikken.
18.1 Na de marteldood van de
heilige Stefanus ontstond er een vervolging tegen de christenen van
Jeruzalem die hen noopte zich over andere streken te verspreiden.1 De Voorzienigheid
bediende zich van die omstandigheid om het zaad van het geloof naar andere
plaatsen over te brengen, waar men anders Christus veel later zou hebben leren
kennen. Zij nu, die zich verspreid hadden, trokken overal rond om het woord
te verkondigen.2 «Kijk
-merkt de heilige Johannes Chrysostomus op- hoe de eerste christenen te midden
van tegenslag doorgingen met het verkondigen van het woord, in plaats van het
in de steek te laten.»3
De plannen van de Heer gaan
verder. Het moment waarop de oerkerk in elkaar dreigde te storten, gebruikte
Hij voor haar versterking en expansie. Dezelfde vervolgers, die de bedoeling
hadden het zaad van het pasgeboren geloof te verstikken, zouden er indirect de
oorzaak van zijn, dat veel anderen, die anders moeilijk bereikt zouden zijn
omdat zij op afgelegen plaatsen woonden, de leer van Jezus Christus zouden
leren kennen. De apostolische geest van de christenen blijkt duidelijk, zowel
in tijden van vrede -dat is meer regel dan uitzondering- als in tijden van
rampen en vervolgingen. Nooit hebben zij het verkondigen van het goede nieuws
gestaakt. De boodschap, die zij in hun hart meedroegen, overtuigd als zij waren
dat de leer van Christus de eeuwige zaligheid verschaft en, daarnaast, de enige
leer is die deze wereld rechtvaardiger en menselijker kan maken.
De vurigheid, de kracht, de
eenheid van geloof, de rechtschapenheid,
de vriendelijke onderlinge omgang van de eerste christenen waren bij ontelbare gelegenheden de eerste stoot, waardoor
velen zich tot het geloof aangetrokken voelden.
De eerste christenen herinnerden
zich -misschien hadden ze het van de apostelen zelf gehoord- wat de Heer bij
verschillende gelegenheden en op verschillende wijzen gezegd had: Als de
wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u.4 En zij werden vervuld van vreugde ondanks de
moeilijkheden en tegenspoed, die zij tegemoet zouden moeten treden. God
beschikt immers alles tot welzijn van wie Hem bemint.5
De apostelen zelf hebben,
samen met grote aantallen bekeerlingen, vanaf het eerste ogenblik tegenstand en
weerstand ontmoet, maar zij vonden hun omgeving niet zo heel belangrijk, want
zij zochten vooral het heil van de zielen.
Moeilijkheden, van welke
aard dan ook, zouden nooit een verrassing moeten zijn: De heilige Petrus
vermaant ons: Dierbare vrienden, verwondert u niet over de brand die
in uw midden woedt om u te louteren, alsof u iets ongewoons overkomt.6 En de apostel Jakobus zegt: Broeders, acht uzelf
heel gelukkig, wanneer u allerlei beproevingen overkomen.7 Daar kunnen we een belangrijke les uit trekken. Die
beproevingen en tegenspoed kunnen heel verschillend zijn. Soms komen ze voort
uit een materialistisch en antichristelijk milieu, dat zich ertegen verzet dat
Christus de wereld bestiert (laster, discriminatie op de werkvloer, een bijna
hysterisch antichristelijke omgeving...). In andere gevallen geeft de Heer de
kans aan ziekten, economische rampen, mislukkingen, gebrek aan resultaten
ondanks grote inspanningen op apostolisch gebied, onbegrip...
In elk geval moeten we in
het diepst van onze ziel begrijpen, dat de Heer heel dicht bij ons is, om ons,
door zijn overvloedige genade, te doen rijpen in de deugd en ons apostolaat
vruchtbaar te doen zijn. In die gevallen wil de Heer ons louteren, zoals het
goud in de smeltkroes, precies zoals het vuur het goud zuivert van de slakken,
waardoor het echter en waardevoller wordt.
18.2 Zij gingen door met dagelijks in de
tempel en in de huizen onderricht te geven en de blijde boodschap te
verkondigen, dat Jezus de Messias is.8 In die gevallen, als de omgeving steeds
dwazer wordt en zich verder van God verwijdert, zouden we het als een oproep
van de Heer moeten beschouwen om door woord en voorbeeld te laten zien, dat de
verrezen Christus onder ons verkeert; dat zonder Hem de wereld en de mens in
verwarring raken. Hoe groter de duisternis, hoe meer licht er nodig is. Vecht
dus tegen de stroom in, met een levendig persoonlijk gebed, gesterkt door de
aanwezigheid van Jezus Christus in het sacrament. Onze innerlijke strijd om
verre te blijven van alle verburgerlijking moet met meer kracht gevoerd worden.
Een van de rijkste vruchten die we, aan welke weerstand dan ook, moeten
overhouden is: het diepere inzicht van de noodzaak afhankelijk te zijn van de
Heer, edelmoediger te zijn in het gebed en in offervaardigheid.
Weerstand brengt ons ertoe onze intenties te zuiveren, de
Heer te dienen zonder bedacht te zijn op menselijke blijken van goedkeuring.
Als wij uit lafheid of zwakheid -of uit onwil om de hulp van de Heer in te
roepen- de moeilijkheden uit de weg proberen te gaan, verliest onze ziel aan
innigheid in de vereniging met God. Het zou met droefheid vervuld worden en
duidelijk ons oppervlakkige innerlijke leven
en een gebrekkige liefde tot God aantonen. De duivel maakt meestal van zulke
gelegenheden gebruik om zijn aanvallen te verhevigen. De ziel zal dan ofwel
nader tot God komen door zich te verenigen met het Kruis, dan wel zich van Hem
afwenden en in een staat van lauwheid belanden wegens gebrek aan liefde en
levenskracht. In vergelijkbare omstandigheden kunnen zulke problemen -als
bijvoorbeeld ziekte laster of een vijandig leefmilieu- al naar de gesteldheid
van de ziel een heel andere uitwerking hebben.
Vergeet niet, dat het bovennatuurlijk goed dat we moeten
verwerven, heel lastig en moeilijk te verwerven is. Het vergt van onze kant een
vastbesloten instemming, vol sterkte. Sterkte, een kardinale deugd, een
hoeksteen, verwijdert hindernissen en angsten, die de wil zouden kunnen
afhouden van het ijverig navolgen van de Heer.9 Hij geeft altijd, op elk moment, in alle
omstandigheden, de benodigde genade.
Verlies tegenover de tegenstand van de omgeving je kalmte en
blijdschap niet. Het is dezelfde vreugde als die van de apostelen, die vervuld
van blijdschap waren, dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille
van de naam van Jezus.10 «Er staat niet, dat ze niet geleden hebben -merkt de
heilige Johannes Chrysostomus op-, maar dat het lijden hun blijdschap bezorgde.
We kunnen dit zien in het gebruik van de vrijheid die blijkt uit hun daarop
volgend optreden: Onmiddellijk na de geseling begonnen zij met
bewonderenswaardige vurigheid te preken.»11 «Ze kletsen over je... Wat kan je je
goede naam schelen? Heb in ieder geval geen schaamte of medelijden met jezelf,
maar met hen: met degenen die je mishandelen.»12
18.3 Als we de last van het kruis voelen, nodigt de Heer
ons uit naar Hem toe te gaan. «Kom, niet om rekenschap af te leggen... Vrees niet
te horen spreken over het juk, want het is zoet.»13 En dan, naast Jezus, houd van je
vermoeidheid, van alles wat in ons leven vervelend en moeilijk is. Het offer,
het lijden naast Jezus is niet moeizaam, niet verpletterend of zinloos. «Alles
wat moeilijk is... maakt de liefde bereikbaar [...]. Wat doet de liefde niet? Kijk
hoe zij die liefhebben werken: zij voelen niet wat zij lijden, hun krachten nemen
toe, naarmate hun moeilijkheden groter worden.»14
De vereniging met God ondanks alle tegenspoed, van welke aard
dan ook, is een genade van God, die Hij bereid is ons altijd te verlenen. Zoals
alle genade vergt deze echter het gebruiken van onze eigen vrijheid, ons
meewerken met die genade, het niet onbenut laten van de middelen die ons ter
beschikking staan. We zullen voor deze genade op bijzondere wijze onze ziel,
door het ontvangen van geestelijke leiding, moeten weten open te stellen, als
in een bepaald geval het kruis te zwaar lijkt. «Een zachte bries is niet
hetzelfde als een orkaan. Iedereen is wel tegen de eerste opgewassen: dat is
kinderspel, je kunt het geen strijd noemen.
»Kleine tegenslagen, een tekort aan iets, kleine zorgen... Die
verdroeg je met plezier, en je voelde je blij bij de gedachte dat je nu echt
voor God werkte, omdat je een kruisje had!
Maar, arme kerel: toen kwam de orkaan en je duizelde, het was een geweld
dat eeuwenoude bomen had kunnen vellen. En dat
van buitenaf èn van binnenuit. Heb vertrouwen! Het zal je Geloof en je
Liefde niet kunnen ontwortelen en jezelf niet wegvagen..., als je je maar niet
losmaakt van het 'hoofd', als je de eenheid maar blijft voelen.»15
De Heer wacht op ons in het tabernakel, om altijd onze ziel
en onze geestdrift te sterken... en om ons te zeggen dat Hij het zwaarste deel
van het kruis heeft gedragen, onderweg naar Calvarië. Naast Hem leren we dat
alles, wat ons het meeste inspanning en moeite oplevert, met vrede en kalmte
tot een goed einde te brengen: «Zelfs als alles in elkaar stort en afgelopen
is, zelfs als alles tegen je verwachtingen ingaat, als alles vreselijk
tegenzit, schiet je er niets mee op, als je je uit je evenwicht laat brengen.
Bovendien moet je maar eens denken aan het vertrouwvolle gebed van de profeet: De
Heer is onze Rechter, de Heer is onze Wetgever, de Heer is onze Koning; Hij zal
ons redden. -Bid dat elke dag vurig, om je gedrag te voegen naar de plannen
van de Voorzienigheid die ons leidt naar ons heil.»16
Uit de vervolgingen, die de eerste getrouwen van het geloof
ondergingen, kwamen op onvermoede plaatsen nieuwe bekeringen voort. Uit de
moeilijkheden en tegenstand in ons leven zal de Heer ontelbare apostolische
vruchten laten voortkomen. Onze liefde zal Hij sterker en fijngevoeliger laten
worden en onze ziel zal zuiverder uit de beproevingen te voorschijn komen, als
we die sereen en naast Christus ondergaan. Zeg nu tot de Heer bij het einde van
dit gebed, dat we Hem onder alle omstandigheden -beroep, leeftijd, gezondheid...-
willen zoeken. De ene keer werken de omstandigheden mee, de andere keer tegen,
maar we zoeken Hem, ook als we innerlijke of van buiten komende problemen
hebben.
«Als het uur komt van de hoon van het kruishout is de heilige
Maagd daar, bij haar Zoon, vastbesloten om hetzelfde lot te ondergaan als Hij.
-Laten we niet bang zijn om ons, ook als dat in onze omgeving moeilijk is, als
verantwoordelijke christenen te gedragen. Zij zal ons daarbij helpen.»17
-1. Vgl. Hnd 8,1-8. -2. Hnd 8,4. -3. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over de Handelingen der apostelen, 18. -4. Joh 15,18. -5. Vgl. Rom
8,28. -6. 1 Pe 4,12. -7. Jak 1,2. -8. Hnd 5,42. -9.
Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa
Theologiae, II-II, q123, a3, c. -10. Hnd 5,41. -11. H. Johannes Chrysostomus, o.c.,
14. -12. H. Jozefmaria Escrivá, De
Voor, 241. -13. H. Johannes
Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 37,2. -14. H. Augustinus, Preek 96,
1. -15. H. Jozefmaria Escrivá, o.c.,
411. -16. Ibidem, 855. -17. Ibidem, 977.
|