Derde week.
Donderdag
19. WAAKZAAM WACHTEN OP DE KOMST VAN DE hEER
-De Heer nodigt ons uit op wacht te staan. Waken is
minnen. «Kom, Heer Jezus». -Onze waakzaamheid geldt de kleine dingen van
alledag. Het gebed, het gewetensonderzoek, kleine verstervingen houden ons
waakzaam. -Inwendige reiniging.
19.1 De
Heer zal komen: in stralend licht daalt Hij neer om zijn volk te bezoeken en
vrede en eeuwig leven te brengen.1
De Heer komt om ons te
bezoeken, om ons vrede te brengen, om ons het beloofde eeuwig leven te
schenken. En Hij moet ons aantreffen als de waakzame dienaar die niet
slaapt tijdens de afwezigheid van zijn meester2, maar bij de thuiskomst van zijn heer op
zijn post is, vol toewijding aan zijn taak.
Wat Ik tot u zeg, zeg
Ik tot allen: weest waakzaam!3 Het zijn woorden die gericht zijn tot alle mensen van alle
tijden. Woorden van de Heer gericht tot ieder van ons, omdat de mens geneigd
is tot slaperigheid en oppervlakkigheid. Wij kunnen ons niet permitteren dat
onze geest afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen des
levens4,
waardoor we de bovennatuurlijke betekenis kwijtraken die alles wat we doen
moet bezielen.
De Heer komt naar ons toe
en wij moeten wachten op zijn komst met een waakzame geest; niet opgeschrikt
als de mensen die verschalkt zijn door het kwaad, niet afgeleid als zij wier
hart verstrikt is in de aardse goederen, maar vol aandacht en blij als zij, die
de komst van een geliefde en lang verwachte persoon verbeiden.
Waken is vooral beminnen.
Het kan moeilijk zijn onze liefde wakker te houden: egoïsme, gebrek aan
versterving en matigheid zijn altijd een bedreiging voor de roep die de Heer
een en andermaal doet ontvlammen in ons hart. Daarom moeten we die telkens nieuw
leven inblazen, de routine verfrissen, strijden. De heilige Paulus vergelijkt
die wake met de wachtronde van de goedbewapende soldaat die zich niet laat
verrassen.5
De eerste christenen baden veelvuldig en liefdevol het schietgebed «Kom,
Heer Jezus, kom.»6 En die
gelovigen die op die wijze het geloof en de liefde beoefenden, vonden de
innerlijke kracht en het optimisme die vereist zijn om de verplichtingen in
sociaal en gezinsverband na te komen. Inwendig maakten zij zich los van de
aardse goederen, met de zelfbeheersing die de hoop op het eeuwig leven geeft.
Voor de christen die zijn
wake niet in de steek heeft gelaten, zal deze ontmoeting met de Heer niet
onverwacht komen, niet als de komst van een dief in de nacht.7 Hij zal niet
verbaasd zijn, omdat hij elke dag veel ontmoetingen met de Heer heeft gehad:
vol liefde en vertrouwen, in de sacramenten en in de gewone gebeurtenissen van
elke dag. Daarom bidt de Kerk: Heer, verhoor in uw goedheid het gebed van uw
volk: laat allen die vol vreugde zijn om de komst van uw Zoon als mens, het
geluk ontvangen van het eeuwig leven wanneer Hij in heerlijkheid komt. 8
19.2 Het is
noodzakelijk waakzaam te zijn voor de vijanden van God, maar ook voor diens
medeplichtigen, onze kwade neigingen: Waakt en bidt, dat gij niet in
bekoring komt; de geest is gewillig, maar het vlees is zwak.9
Wij zijn op onze hoede,
als wij trachten ons persoonlijk gebed beter te doen en lauwheid vermijden en
als we ons om verstervingen bekommeren die ons wakker houden voor de zaken van
God. We versterken onze waakzaamheid ook door een nauwgezet gewetensonderzoek,
zodat ons niet zal overkomen wat de heilige Augustinus aanduidt alsof de Heer
het gezegd zou hebben: «Welnu, terwijl je jezelf wijdt aan het kwaad, kom je
ertoe jezelf als goed te beschouwen, omdat je niet de moeite doet naar jezelf
te kijken. Je maakt anderen verwijten en past die niet toe op jezelf. Je
beschuldigt anderen en onderzoekt jezelf niet. Hen neem je in ogenschouw,
jezelf keer je de rug toe. Maar als het mijn beurt is jou rekenschap te vragen,
zal Ik het tegendeel doen: Ik zal je omdraaien en met jezelf confronteren. Dan
zul je zien, en wenen.»10
Onze waakzaamheid moet de
kleine dingen, waar de dag vol van is, gelden. «Deze bovennatuurlijke manier
van handelen is echte krijgstaktiek. Je voert strijd -de dagelijkse gevechten
van je innerlijk leven- in stellingen die ver voor de verdedigingsmuren van je
vesting liggen. Hier valt de vijand je aan: op je kleine versterving, op je
dagelijks gebed, op de orde bij je werk, op je leefplan. Op deze manier valt
het hem moeilijk door te dringen tot de kwetsbare torens van je vesting. -En
als hij zover raakt, is hij te uitgeput om ze te bestormen.»11
Als we in ons
gewetensonderzoek kijken naar «de kleine dingen van alledag», zullen we de ware
weg ontdekken en de wortels van ons gemis aan liefde tot God. Kleine zaken zijn
gewoonlijk het voorportaal tot grote. Onze dagelijkse meditatie zal ons
waakzaam houden tegenover de vijand die niet slaapt en zal ons sterk maken om
verleidingen en moeilijkheden te doorstaan en te overwinnen. En in deze
meditaties zullen we de hulpmiddelen vinden om de oude mens en die minder
juiste neigingen die in ons blijven sluimeren, te bestrijden.
Om die noodzakelijke
innerlijke reiniging voort te zetten is voortdurende versterving vereist;
versterving van het geheugen en versterving van de verbeelding, omdat het dank
zij die versterving mogelijk zal zijn de beletselen voor ons denkvermogen weg
te nemen die ons verhinderen de wil van God volledig uit te voeren. Laten we in
deze dagen van verwachting onze innerlijke reinheid vervolmaken om Christus met
een zuivere geest te ontvangen waarin, nadat alles wat in de weg ligt of verre
van Hem verwijderd is, niets overblijft dat niet aan de Heer toebehoort. «Dat
treffende woord, die grap die je binnensmonds hebt gehouden; een vriendelijke
glimlach voor wie je lastig valt; dat stilzwijgen tegenover een onrechtvaardige
beschuldiging; een welwillend gesprek met vervelende en ongelegen komende
mensen; inschikkelijkheid ten aanzien van de lastige gewoonten van degenen met
wie je dagelijks te doen hebt en die je op
je zenuwen werken..., dit alles, met volharding beoefend, is degelijke innerlijke
versterving.»12
19.3 Deze
reiniging van de ziel door inwendige versterving is niet iets louter negatiefs.
Het betreft ook niet alleen dat wat aan zonde grenst. Het bestaat juist in het
zich, uit liefde tot God, weten te ontzeggen, wat geoorloofd zou zijn zich niet
te ontzeggen.
Die versterving die leidt
tot een reiniging van de geest van alles wat niet van God is, richt zich in de
eerste plaats op het vrijmaken van het geheugen van herinneringen die tegen de
weg naar de hemel ingaan. Die herinneringen kunnen ons plotseling overvallen
terwijl we aan het werk zijn of ons ontspannen en, niet te vergeten, terwijl we
bidden. Zonder geweld, maar ook zonder dralen, passen we de juiste middelen toe
om ons ervan te ontdoen. Het gaat erom die inspanning te doen waardoor de geest
vervuld raakt van goddelijke liefde en verlangen om zo onze dag van vandaag te
bepalen.
Met de verbeelding kan
iets soortgelijks gebeuren: wat heb je aan allerlei soorten verhaaltjes en
hersenspinsels die nergens toe dienen? «Zet die nutteloze gedachten van je af:
op zijn best verdoe je er immers je tijd mee.»13 Ook dan moeten we snel handelen en in
alle rust verder gaan met ons gewone werk.
Hoe dan ook, inwendige
reiniging beperkt zich niet tot het vrijwaren van het verstand voor nutteloze
gedachten. Het gaat veel verder: versterving van onze vermogens opent de weg
tot het beschouwende leven, in de verschillende omstandigheden waarin God ons
heeft willen plaatsen. Met die innerlijke stilte voor alles wat haaks staat op
het streven naar God en oneigen is aan zijn kinderen, zal de ziel in de juiste
dispositie verkeren voor een ononderbroken en intiem gesprek met Christus
Jezus, waarbij de verbeelding de beschouwing helpt -bij voorbeeld bij het
overwegen van het evangelie of de geheimen van de rozenkrans- en het geheugen
de herinnering oproept aan de wonderen die God ons gedaan heeft en aan zijn
goedheden die ons hart van dankbaarheid zullen doen ontvlammen en vuriger in
liefde zullen doen zijn.
De liturgie van de advent herhaalt ons vaak deze dringende boodschap: de
Heer staat op het punt te komen, Hem moet ruim baan gemaakt worden met een
zuiver hart. God, herschep mijn hart, maak het zuiver14, bidden we. En in ons gebed van vandaag kunnen we
concrete voornemens maken door ons hart te ontledigen van alles wat de Heer
niet aangenaam is, het door versterving te reinigen, het te vullen met liefde tot God, met blijken van genegenheid tot
de Heer, zoals de allerheiligste maagd
Maria en sint Jozef deden, met schietgebeden, met akten van liefde, met
geestelijke communies...
Veel zielen zullen
voordeel hebben bij onze poging de Heer een verblijf te bereiden dat de Heiland
waardig is. Velen die ons op onze weg begeleiden, kunnen we met de oprechte
woorden van het oude volkslied zeggen: 'Ik ken de rechte baan die voert naar het huis van God, als wij met Maria
gaan'. Vragen wij haar dat ons leven altijd, overeenkomstig de aansporing van
de heilige Paulus aan de eerste christenen van Efese, een leven van liefde15 zal zijn.
-1. Introïtus
uit de Mis van vrijdag in de derde week van de advent. -2. Mc 13,34-37.
-3 Mc 13,37. -4. Lc 21,34. -5. Vgl. 1 Tes 5,4-11. -6. Vgl.
The Navarre Bible, noot bij Mc 13,33-37. -7. Vgl. 1 Tes
5,2. -8. Gebed uit de Mis van 21 december. -9. Mt 26,41. -10. H. Augustinus, Sermo 17. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg,
307. -12. Ibidem, 173. -13. Ibidem, 13. -14. Ps 51(50),12.
-15. Ef 5,2.
|