Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Elfde week door het jaar. Vrijdag

35. Waar is je hart?

-Het gezin, «de eerste geëigende omgeving om het zaad van het evangelie te zaaien.» -Fijngevoelige aandacht voor hen die God onder onze hoede heeft gesteld. -De nodige tijd aan hen wijden; dit heeft prioriteit boven andere belangen. Bidden in het gezin.

35.1 De Heer adviseert ons geen schatten op aarde te verzamelen, omdat ze niet lang blijven bestaan, want ze zijn broos en vergankelijk: mot en worm verteren ze, of dieven breken in en stelen ze.1 Hoeveel we ook verzamelen tijdens ons leven, het is nauwelijks de moeite waard. Niets op aarde is het waard, dat we daaraan absoluut ons hart verpanden. Ons hart is voor God gemaakt en, in Hem, voor alle goede en edele dingen op deze aarde. Het is heel nuttig voor ons allemaal, ons dikwijls de vraag te stellen: Waaraan geef ik mijn hart? Wat is nu eigenlijk mijn schat? Waaraan denk ik gewoonlijk? Is het God, aanwezig in het tabernakel, misschien op korte afstand van waar ik woon of van het kantoor waar ik werk? Of is het daarentegen mijn zaak, mijn studie of mijn werk dat de eerste plaats inneemt..., of zijn het misschien onbevredigde zelfzuchtige dromen, of het verlangen naar meer bezit? Veel mannen en vrouwen zouden, als ze eerlijk waren, zich wellicht verplicht voelen te antwoordden: Ik denk aan mijzelf... ja, alleen aan mijzelf, en aan andere mensen en dingen, voor zover ze met mijn eigen belang te maken hebben. Maar wij willen ons hart gericht houden op God, op de zending die we van Hem ontvangen hebben, en op andere personen en dingen omwille van Hem. Jezus zegt ons met zijn oneindige wijsheid: Verzamelt u schatten in de hemel, waar ze niet door mot vergaan en waar dieven niet inbreken om te stelen. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

Ons hart is verpand aan de Heer, omdat Hij de echte en absolute schat is. Niet gezondheid of prestige, of ons welzijn mag onze schat zijn... alleen Christus. En omwille van Hem neemt onze schat, op geordende wijze, alle andere nobele aspiraties en verplichtingen op van een normale christen, van een christen die zich op grond van een goddelijke roeping hier in de wereld geplaatst weet. Heel in het bijzonder wenst de Heer, dat wij ons hart in dienst stellen van de leden van onze eigen menselijke of bovennatuurlijke familie, zij die gewoonlijk degenen zijn die we op de eerste plaats naar God moeten leiden, en die de eerste realiteit vormen die we moeten heiligen.

De zorg voor anderen helpt de mens zich te ontrukken aan zijn egoïsme, te groeien in edelmoedigheid en bijgevolg de ware vreugde te vinden. Wie weet dat hij door de Heer geroepen is om Hem van nabij te volgen, ziet niet langer zichzelf als het middelpunt van het heelal, omdat hij velen gevonden heeft om te dienen in wie hij de hulpbehoevende Christus herkent.2

Het voorbeeld van de ouders of de broers en zussen thuis, is heel dikwijls van definitieve waarde voor de andere leden van het gezin, die ervan leren de wereld te bezien vanuit een christelijk gezichtspunt. Overeenkomstig de wil van God is het gezin van zo groot belang, dat «het evangelisatiewerk van de Kerk daar begint.»3 Het is «de eerste geëigende omgeving om het zaad van het evangelie te zaaien, en waar ouders en kinderen, als levende cellen, het christelijk ideaal van de dienst aan God en de broeders en zusters, steeds meer in zich opnemen.»4 Het is een schitterende plaats voor apostolaat. Laten we vandaag onderzoeken of ons gezin inderdaad zo is, of we als zuurdesem zijn dat, dag na dag, beetje bij beetje, degenen die samen met ons leven verandert. Laten we nagaan of we inderdaad vaak de Heer bidden voor de roeping van onze kinderen, of van onze broers en zussen, en zelfs voor de roeping van onze ouders, opdat ze mogen toegroeien naar een volledige overgave aan God; want dit is de grootste genade die de Heer hun kan geven, de echte en kostbare schat die velen van hen met onze hulp kunnen vinden.

35.2 Waar onze eigen schat is, daar zijn liefde, overgave en de beste offers. Om die reden zouden we grote waarde moeten hechten aan de persoonlijke roeping die ieder van ons ontvangen heeft, en aan de mensen met wie we dagelijks omgaan, die de onmiddellijke begunstigden zijn van deze schat van ons. Het is immers moeilijk te houden van iets of iemand die men weinig waardevol vindt. Verder zou de Heer niet een soort liefde willen die de prioriteit ontzegt aan hen die hij onder onze hoede heeft gesteld, hetzij door natuurlijke hetzij door bovennatuurlijke verwantschap, omdat zulk een liefde ongeordend en onwaarachtig zou zijn.

Het gezin is de basis en het voornaamste onderdeel van de maatschappij, waarop God het krachtigst kan steunen. Het is misschien ook dat deel van de maatschappij dat van alle kanten de meeste aanvallen te verduren krijgt: er worden belastingen geheven die de waarde van het gezin miskennen; zekere politiek gemotiveerde trends in de opvoeding zijn strijdig met de goede vorming van de kinderen; materialisme en hedonisme bevorderen een mentaliteit tegen het leven zelf; een vals gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid; en, sociale programma's die er de oorzaak van zijn, dat moeders te weinig tijd hebben om voor hun kinderen te zorgen. Velen hebben uit het oog verloren, dat ouders het recht hebben hun eigen kinderen op te voeden en zo, als gevolg van een extreme staatsbemoeienis met de opvoeding, afstand hebben gedaan van een elementair recht, dat nooit opgegeven zou mogen worden. Soms wordt -gedeeltelijk te wijten aan deze passiviteit- een bepaald soort onderwijs opgelegd, dat gedomineerd wordt door een materialistische visie op de mens. In deze methodes wordt, door de didactische en pedagogische aanpak, door de gebruikte tekstboeken, door werkschema's, leerplannen en schoolmateriaal, opzettelijk de geestelijke natuur van de menselijke ziel terzijde geschoven.

Ouders moeten zich ervan bewust zijn, dat geen aardse macht hen kan ontslaan van de verantwoordelijkheid die God hun heeft gegeven ten aanzien van hun kinderen. En állen hebben wij, op verschillende manieren, van God de zorg voor anderen gekregen: aan de priester zijn de zielen toevertrouwd; de leraar heeft zijn leerlingen; en op soortgelijke wijze hebben velen de verantwoordelijkheid om geestelijke vorming aan andere mensen te geven. Niemand zal namens ons tegenover God antwoorden, als ons gevraagd wordt: Waar zijn degenen die Ik u heb toevertrouwd? Maar ieder van ons zal moeten kunnen antwoorden: Niemand van hen die Gij mij gegeven hebt liet ik verloren gaan.5 Want, Heer, wij wisten hoe wij, met uw genade, gebruik moesten maken van alle, gewone en buitengewone middelen zodat niemand zou afdwalen.

Wij allen moeten in staat zijn om, ten aanzien van degenen die aan ons werden toevertrouwd, te zeggen: Cor meum vigilat -Mijn hart is waakzaam. Dit is de inscriptie op een van de vele Mariabeelden in de stad Rome. De Heer wil dat we zorg dragen voor alle zielen, maar in de eerste plaats voor die welke Hij ons heeft toevertrouwd.

De Heer vraagt om een aandachtige liefde, een liefde die in staat is te bemerken, dat misschien iemand zijn verplichtingen jegens God verwaarloost, en die hem dan liefdevol tracht te helpen; een liefde die ons bewust maakt, dat iemand anders bedroefd is en geïsoleerd van zijn vrienden, zodat we meer aandacht en zorg aan hem besteden. Iemand anders zouden we wellicht vriendelijk en liefdevol kunnen helpen om te gaan biechten, en daarop nadrukkelijker aandringen als het juiste moment gekomen is. Een waakzaam hart merkt het op, wanneer er in een christelijk huis gewoontes 'binnendringen' die daar niet passen, bijvoorbeeld dat er naar de televisie gekeken wordt zonder voorafgaande selectie of, te vaak; dat de gesprekken zelden over meer dan banale onderwerpen gaan; dat er geen atmosfeer van werkzaamheid is of van oprechte zorg voor de anderen. Het waakzame hart is er dan op gericht het goede voorbeeld te geven, zonder het geduld te verliezen, en het probleem op te lossen door meer gebed en meer details van genegenheid, vragend op voorspraak van de heilige Jozef, dat we sterk en standvastig mogen zijn, vervuld van naastenliefde en menselijke sympathie. En in het geval dat iemand ziek wordt, verdubbelen degenen die waakzaam zijn hun inzet, omdat ze geleerd hebben dat de zieken Gods lievelingen zijn, en dat degene die nu lijdt, de schat in huis is; hij wordt geholpen zijn ziekte op te dragen, een gebed te bidden, en zijn pijn wordt zo veel mogelijk verminderd, want de echte genegenheid neemt de pijn weg of verlicht ze; op zijn minst wordt het een 'andere', makkelijker te dragen pijn.

35.3 Laten we vandaag in onze gebed overwegen of het gezin, of degenen die aan onze zorg zijn toevertrouwd, de plaats in ons leven innemen die God verlangt, en laten we bezien of ons hart echt waakzaam over hen is. Hierin ligt, naast onze eigen roeping, inderdaad een schat die duurt tot in het eeuwige leven. Andere schatten die ons vroeger zo belangrijk toeschenen, worden nu wellicht in een juister perspectief gezien en beginnen hun charme te verliezen. Misschien ontdekken we, dat een gebrek aan zuivere mening ze heeft weggevreten, of dat het toch maar namaakschatten waren, goud voor dwazen, van mindere waarde.

Een echt gezinsleven leiden betekent zeer vaak, tijd vrij maken ten gunste van anderen; tijd hebben voor gezinsfeesten, tijd om te praten, te luisteren, te begrijpen, samen te bidden... Het is niet voldoende een heel algemeen welwillende, maar onzichtbare genegenheid te koesteren: ze moet goed merkbaar zijn, en groeien. Daarvoor dienen we ons serieus in te spannen en te bidden; de vereiste menselijke deugden te beoefenen en onszelf te vergeten. Het is geenszins tijdverspilling ons de vraag te stellen: waarvoor of voor wie leef ik? Welke belangen vervullen mijn hart?

In deze tijd, waarin de aanvallen op het gezin zich hebben vermenigvuldigd, is de beste manier om het gezin te verdedigen de echt menselijke genegenheid, -waarbij we rekening houden met onze eigen fouten en die van anderen-, en het God op een aangename wijze in huis tegenwoordig stellen. Dit kunnen we doen door te bidden bij de maaltijden, door samen met de kleinste kinderen het avondgebed te bidden, door met de oudere kinderen een passage uit het evangelie te lezen, en door een kort gebed te bidden voor de overledenen en voor de intenties van de paus en van het gezin. Laten we de heilige rozenkrans niet vergeten, het gebed dat de pausen zo warm hebben aanbevolen om vaak in het gezin te bidden, en dat zoveel genade doet neerdalen. Af en toe zullen we kunnen bidden tijdens een reis, of op een moment dat past in de tijdsplanning van het gezin. En dit hoeft niet altijd aan het initiatief van moeder of oma overgelaten te worden, want ook vader of de oudere kinderen kunnen een prachtige bijdrage leveren aan deze aangename taak. Veel gezinnen hebben de goede gewoonte bewaard om op zondag samen naar de kerk te gaan.

De vroomheidsoefeningen in het gezin hoeven niet noodzakelijkerwijs talrijk of te lang zijn, maar het zou onnatuurlijk wezen als er helemaal geen zouden plaats vinden in een huis waar allen of bijna allen belijdende gelovigen zijn. Het zou raar zijn, als zij zich individueel als gelovige christenen zouden beschouwen, en de oprechtheid van hun geloof geen weerslag zou vinden in hun gezinsleven. Van ouders die met hun kinderen bidden is gezegd, dat zij gemakkelijker de weg vinden die naar hun harten leidt. En de kinderen vergeten nooit de hulp die ze van hun ouders gekregen hebben om te spreken met God, en in alle omstandigheden hun toevlucht te nemen tot onze lieve Vrouw. Hoe velen hebben de poorten van de hemel bereikt, dankzij de gebeden die ze van de lippen van hun moeder of van hun grootmoeder of oudere zus hebben geleerd.

Aldus verenigd, met grote onderlinge genegenheid en een vast geloof, zijn de gezinnen beter en daadkrachtiger in staat aanvallen van buitenaf te weerstaan. En als op een bepaald moment lijden of ziekte komen, dan zijn deze gemakkelijker te dragen, en worden ze aanleiding om tot een nog grotere eenheid en tot een dieper geloof te komen.

De heilige Maagd, onze moeder, zal ons leren dat onze schat gelegen is in de roeping van de Heer, met alles wat ze inhoudt, en in ons eigen huis, in onze familiekring, in degenen met wie God ons leven op verschillende wijzen heeft willen verbinden.

In het Hart van Jezus zullen we zijn mateloze liefde6 vinden. Laten we proberen ons hart gelijkend aan zijn Hart te maken.

-1. Vgl. Mt 6,19-21. -2. Vgl. Kard. F. Koenig, Past. brief over het gezin, 23 maart 1977. -3. Johannes Paulus ii, Toespraak, Guadalajara (México), 30 januari 1979. -4. Idem, Toespraak tot de bisschoppen van Venezuela, 15 november 1979. -5. Joh 18,9. -6. Romeins Missaal, gebed over de gaven in het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012