Negentiende zondag door
het jaar (C)
39. Wachten op de Heer
-Grondslag van de goddelijke hoop. -Waakzaam wachten. Het
gewetensonderzoek. -De strijd in kleine dingen.
39.1 De liturgie van deze zondag herinnert ons eraan dat het leven op aarde
slechts een korte wachttijd is tot de terugkeer van de Heer. Het geloof dat ons
leidt is precies de vaste
grond van wat we hopen, zoals we in de tweede
lezing horen.1 Door middel van deze goddelijke
deugd verwerft de christen vaste zekerheid over de beloften van de Heer en een
voorproef van het bezit van de goddelijke gaven. Door het geloof hebben we met
zekerheid twee fundamentele waarheden van het menselijk bestaan leren kennen:
dat we gemaakt zijn voor de hemel en dat daarom al het andere gerangschikt naar
en ondergeschikt gemaakt moet worden aan dit allerhoogste doel; en dat de Heer
ons wil helpen dit doel te bereiken door een overvloed aan bovennatuurlijke
middelen.2 Niets zou ons mogen ontmoedigen op
onze weg naar heiligheid omdat we steunen op «drie basiswaarheden: God is
almachtig; God houdt erg veel van mij; God is trouw aan zijn beloften. Hij is
het, de God van genade, die mij vult met zelfvertrouwen. Met Hem voel ik mij
niet alleen of waardeloos of in de steek gelaten, maar betrokkene in een plan
van redding dat eens zal leiden tot het Paradijs.»3
De Goedheid, Wijsheid en Almacht vormen het stevige fundament van onze hoop.
God is almachtig. Aan Hem is alles ondergeschikt: de wind, de
zeeën, gezondheid en ziekte, de hemel en de aarde... Hij gebruikt en beschikt
over alles om mijn ziel en die van alle mensen te redden. Hij faalt niet om
voor het welzijn van al zijn kinderen te zorgen, zelfs niet diegenen die het
meest alleen en verlaten lijken te zijn. God stelt zijn kracht ten dienste van
de redding en heiliging van de mens. Alleen misbruik van onze vrijheid kan Gods
hulp tenietdoen. Maar vergeving is altijd mogelijk. Het is altijd mogelijk om
de deuren te openen en zo hoop binnen te laten. God is almachtig: Hij kan
alles. Hij is onze Vader en Hij is Liefde4.
God houdt erg veel van mij, alsof ik zijn enig kind ben. Hij
laat mij nooit in de steek op mijn pelgrimstocht op aarde. Hij gaat me zoeken
als ik Hem door mijn eigen schuld ben kwijtgeraakt. Hij houdt van mij en toont
het met daden, Hij beschikt over alles tot welzijn van mijn ziel. De liefde van
onze ouders op aarde, met al hun warmte, is slechts een zwakke afspiegeling van
Gods Liefde.
God is trouw aan zijn beloften ondanks onze tekortkomingen en
gebrek aan loyaliteit, ons gebrekkig beantwoorden aan wat de Heer van ons
vraagt. Hij laat ons nooit in de steek. Hij wordt nooit moe: Hij heeft geduld
-oneindig geduld- met de mens. Terwijl wij op deze aarde rondlopen, laat Hij
niemand in de steek. Niemand is een hopeloos geval, een verloren zaak. God is
altijd de vader van de verloren zoon, de vader die dagelijks vol verwachting
naar buiten kijkt, wachtend op de terugkeer van zijn zoon. Hij heeft een
feestmaal klaarstaan voor zijn terugkeer.
De Heer wacht op onze oprechte bekering en onze edelmoedige
beantwoording. Hij wil dat wij altijd waakzaam zijn en niet vervallen in
lauwheid. Hoop is innig verbonden met waakzaamheid en is voor een groot deel
afhankelijk van liefde.5
39.2 Jezus moedigt ons aan om waakzaam te zijn omdat de vijand nooit rust,
hij is altijd op rooftocht6; en omdat de liefde
nooit slaapt.7 In het evangelie van vandaag8 waarschuwt de Heer ons: Houdt uw lendenen omgord en de lamp brandend!
Gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer, die naar de
bruiloft is, om als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen.
In die dagen droegen de Joden loszittende kleding die met een
riem werd vastgemaakt om met meer gemak te kunnen werken en lopen. De lendenen omgord houden betekent
klaar zijn voor de reis, of voor de strijd.9
Vergelijkbaar is het brandend
houden van de lampen als houding van iemand die de wacht houdt of
op iemand wacht.10 Wanneer de Heer aan het einde
van ons leven zal komen, zou Hij ons voorbereid, wakker en waakzaam moeten
aantreffen, zoals iemand die voor die dag heeft geleefd, dienend uit liefde en
vastbesloten om de aardse realiteit -zonder de bovennatuurlijke visie te
verliezen- naar haar ware doel te richten. Hij zou ons moeten aantreffen in een
situatie waarin we passende aandacht geven aan het aardse, zonder te vergeten
dat geen van deze zaken een absolute waarde heeft, maar dat ze ons zouden moeten
helpen om meer van God te houden, om in de hemel te komen en anderen beter te
kunnen dienen, en om de wereld rechtvaardiger, menselijker en christelijker te
maken.
Slechts een korte tijd staat tussen ons en de definitieve
ontmoeting met Christus. Elke dag die voorbijgaat brengt ons een stukje dichter
bij de eeuwigheid. Het kan dit jaar zijn, of het volgende... Wanneer het ook
is, het zal er altijd op lijken dat het leven erg snel voorbij is gegaan. De
Heer zal tijdens de tweede of derde wachtronde terugkeren... «Omdat we noch de
dag noch het uur van zijn terugkeer kennen, maant de Heer ons om altijd waakzaam
te zijn, zodat we, nadat we de enige tijd die ons op aarde gegeven is voltooid
hebben, deel kunnen nemen aan het bruiloftsfeest en tot de uitverkorenen kunnen
worden gerekend.»11 Voor diegenen die hebben
gekozen om met hun rug naar God toegekeerd te leven, zal Hij volledig
onverwachts terugkeren, als
een dief in de nacht.12 Begrijpt dit wel: als de
eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen, zou hij niet laten
inbreken in zijn huis. Weest ook gij bereid... En de heilige
Johannes Chrysostomus zegt dat «daarmee veroordeeld worden diegenen die hun
bezittingen beter bewaken dan hun ziel.»13
«Een houding van waakzaamheid staat tegenover nalatigheid of
slordigheid, die een zekere wilszwakte aangeeft.»14 We zijn waakzaam als we ons dagelijkse gewetensonderzoek verdiepen. «Bezie je gedrag nauwgezet. Je zult zien dat jij vol missers zit, die schade berokkenen aan jou en misschien ook
aan de mensen om je heen. -Vergeet niet, kind, dat microben niet minder
belangrijk zijn dan roofdieren. En jij cultiveert die missers, die blunders
-zoals microben in een laboratorium gekweekt worden- met je gebrek aan
nederigheid, met je gebrek aan gebed, met je gebrek aan plichtsgetrouwheid, met
je gebrek aan zelfkennis... En vervolgens besmetten deze infectiehaarden de
omgeving. -Jij hebt een goed dagelijks gewetensonderzoek nodig, dat je tot
concrete voornemens om je te beteren brengt, opdat je werkelijk pijn voelt om
je gebreken, je nalatigheden en je zonden.»15 De
Heer zou ons voorbereid moeten aantreffen op elk tijdstip dat Hij maar uitkiest
om ons te bezoeken.
39.3 We zullen waakzaam zijn in de liefde en verre van lauw als we trouw
blijven in de kleine dingen van iedere dag. Als we deze kleine dingen in ons
gewetensonderzoek in overweging nemen, zullen we gemakkelijk de signalen
herkennen die ons de juiste weg wijzen en ook de gevaren die ons van de goede
weg kunnen laten afdwalen. Kleine dingen zijn een voorbode van grote dingen en
liefdevolle waakzaamheid voedt zich hiermee. Wie geen aandacht schenkt aan het
kleine, zal grote problemen ondergaan.
De heilige Franciscus van Sales benadrukt het belang van het
overwinnen van kleine bekoringen, omdat er vele gelegenheden hiertoe zijn
gedurende de dag, en veel kleine overwinningen zijn uiteindelijk belangrijker
dan één grote. Want hoewel «wolven en beren ongetwijfeld gevaarlijker zijn dan
vliegen, veroorzaken ze nooit zoveel ongemak of stellen ze ons geduld zo sterk op
de proef. Het is gemakkelijk», zo zegt de heilige, «om geen moord te begaan, maar het is erg moeilijk om niet kwaad te worden om kleine dingen. Het is gemakkelijk om de bezittingen van onze buren niet te stelen, maar veel moeilijker om die bezittingen ook niet te begeren. Het is gemakkelijk geen
meineed te doen, maar het is moeilijk niet te liegen in onze gesprekken. Het is
gemakkelijk om dronkenschap te vermijden, maar het is moeilijker om altijd
sober te leven.»16
Kleine dagelijkse overwinningen versterken het innerlijke
leven en maken de ziel gevoeliger voor de zaken van God. Het gaat om vaak
voorkomende situaties: de 'heldhaftige minuut' bij het opstaan of bij het begin
van het werk; niet toegeven aan nieuwsgierigheid en dat frivole tijdschrift
wegleggen; een versterving doen tijdens de maaltijd; sober zijn in vieringen
... We kunnen er zeker van zijn dat «voor alle slagen die we van die kleine
vijanden winnen, er een waardevolle edelsteen wordt geplaatst in de kroon van
glorie die God voor ons klaar heeft staan in zijn Koninkrijk.»17
Als we een oefening van liefde doen bij iedere bekoring, bij
alles wat onszelf of anderen van God zou kunnen afhouden, dan zullen we vervuld
worden van vrede en datgene wat een belediging van God had kunnen zijn, zal een
overwinning worden. Bovendien zegt ook de heilige Franciscus van Sales,
«wanneer de duivel ziet dat zijn bekoringen ons juist tot de liefde van God
brengen, zal hij ermee stoppen.»18
Als we trouw zijn in de kleine dingen zullen we omgord,
waakzaam en alert zijn als de Heer terugkomt. Ons leven zal een vreugdevol
wachten zijn geweest, waarin we met vreugde de taak uitvoerden die door de Heer
aan ons in deze wereld werd toevertrouwd. Dan zullen we de woorden van Jezus
volledig begrijpen: Gelukkig
de dienaars, die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u:
Hij zal zich omgorden, hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen.
[...] Waarlijk, Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.19 Zijn terugkeer is nabij; laten we waakzaam zijn.
-1. Heb 1,1. -2. Vgl. H.
Thomas van Aquino, Summa
Theologiae, II-II, q17, a5 en 7.
-3. Johannes Paulus ii, Toespraak, 20 sept. 1978.
-4. G. Redondo, Razones para la esperanza,
Pamplona, 1977. -5. Vgl. J. Pieper, Über die Hoffnung.
-6. 1 Pe 5,8. -7. Vgl. Hoogl 5,2. -8. Lc. 12,32-48. -9. Vgl. Jer 1,17, Ef. 6,14,1 Pe 1,13. -10. The Navarre Bible, noot bij Lc 12,33-39. -11. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 48. -12. 1 Tess 5,2. -13. Johannes Chrysostomus, in Catena aurea, vol. 3, bl.
204. -14. H. Thomas van Aquino, o.c., II-II, q54, a3. -15.
H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 481. -16. Vgl. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven,
IV, 8. -17. Ibidem. -18. Ibidem, IV, 9. -19. Lc 12,37.43‑44.
|