Tweeëntwintigste week. Donderdag
7. wat gehoorzaamheid vermag
-Gehoorzaamheid schenkt sterkte en is vruchtbaar. -Deze
deugd is een voorwaarde voor hen die Christus van nabij willen volgen. -Geen
grenzen stellen aan wat God wil.
7.1 Christus
stond bij het meer van Gennesaret met een grote menigte die het Woord van God
wilde horen; dichtbij waren Petrus en zijn metgezellen hun netten aan het
wassen na een nacht vruchteloos vissen. Jezus, die een manier zocht om toegang
tot Petrus' ziel te krijgen, vroeg hem een paar meter van de oever weg te
varen; en in de boot gezeten onderrichtte Jezus de menigte.1 Misschien ging Petrus door met het gereedmaken van
de boot voor de volgende nacht terwijl hij tegelijkertijd luisterde naar wat de
Meester te zeggen had; zij kenden elkaar al vanaf het moment dat Petrus' broer
Andreas hen aan elkaar had voorgesteld2, maar
hij was totaal onbewust van het grootse plan van de Heer met hem.
Toen Hij opgehouden was met spreken, zei Jezus tot Simon: Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten
uit voor de vangst. Misschien waren ze juist op dat moment klaar
met het schoonmaken van de netten die vol zaten met algen en vuil van het meer.
Petrus stond op het punt nee te zeggen: ze waren moe, temeer daar ze er niet in
geslaagd waren iets te vangen; hun netten waren schoon en opgeborgen voor de
volgende nacht en de tijd van de dag was in elk geval totaal ongeschikt om te
gaan vissen. Maar er was iets in Jezus' blik, zijn aandringende maar innemende
manieren, de buitengewone fascinatie die Hij altijd heeft voor edele zielen,
die Petrus ertoe brachten nogmaals van wal te steken. De enige reden voor hem
om met de boten naar open water te varen was Jezus' opdracht: Meester, zei hij, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder
iets te vangen; maar op uw woord zal ik de netten uitgooien... In verbo autem
tuo: op uw woord. Dat is een prachtige reden.
Heel vaak, als we belaagd worden door vermoeidheid omdat we
geen resultaten zien in ons innerlijk leven of in het apostolaat, als we het
gevoel hebben volledig te hebben gefaald en heel wat redenen hebben om te
willen opgeven, moeten we luisteren naar de stem van Jezus, die tot ons zegt: Duc in altum, vaar nu naar het diepe,
begin nog eens opnieuw, begin nog eens helemaal van vooraf, in mijn Naam.
«Het geheim van alle vooruitgang en van elke overwinning is
eigenlijk te weten 'hoe opnieuw te beginnen', van een mislukking te leren en
het nog eens te proberen.»3 Door deze aperte
mislukkingen probeert de Heer ons misschien te zeggen, dat we om meer bovennatuurlijke
redenen zouden moeten handelen, uit gehoorzaamheid, voor Hem en alleen voor
Hem. «De macht van de gehoorzaamheid! -Het meer van Gennesaret wilde zijn
vissen niet aan de netten van Petrus geven. Een hele nacht voor niets gezwoegd.
»Maar uit gehoorzaamheid wierp hij toch opnieuw zijn netten
uit en toen ving hij piscium
multitudinem copiosam -een grote hoeveelheid vissen.
»Geloof me: dit wonder herhaalt zich iedere dag.»4
Als we ons ooit te moe of niet in staat achten opnieuw te
beginnen, moeten we naar Jezus kijken die naast ons in de boot zit en ons
uitnodigt om met echte inspanning -met innerlijke volgzaamheid- in praktijk te
brengen wat we als advies krijgen in de biecht of in geestelijke leiding, en we
zullen de kracht vinden om door te gaan. In deze context zegt de heilige
Theresia: «Ik dacht vaak dat mijn gestel het werk dat ik moest doen nooit zou
aankunnen, maar de Heer zei tot mij: 'Dochter, gehoorzaamheid geeft kracht'.»5
7.2
Petrus voer het meer op met Jezus in zijn boot en ontdekte spoedig dat de netten
vol raakten met vissen, zoveel zelfs dat ze dreigden te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere
boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren vulden zij de beide boten
tot zinkens toe. Er was vis voor iedereen; gehoorzaamheid wordt
altijd overvloedig door God beloond.
Deze passage uit het evangelie bevat vele lessen voor ons:
's nachts, in Christus' afwezigheid, was hun werk vergeefs geweest.
Hetzelfde gebeurt met de mensen die apostolische
werken proberen te verrichten zonder op God te rekenen. Als zij niet
ophouden zich te laten leiden door hun eigen ervaring en door louter menselijke
factoren, zullen ze in de grootste duisternis terecht komen. «Jij staat erop je
weg alleen te gaan, jouw eigen wil te doen, enkel en alleen geleid door je
eigen oordeel... en, je ziet het al, de vrucht van dit alles heet
'onvruchtbaarheid'.
»Kind, als jij je eigen oordeel niet laat varen, als jij je
vastbijt in 'jouw' apostolaat, zul jij de hele nacht -je hele leven zal een
lange nacht zijn- werken en uiteindelijk zul jij bij het ochtendgloren met lege
netten staan.»6
Petrus gaf blijk van zijn nederigheid door naar iemand te
luisteren die geen visser was en dus waarschijnlijk niets wist van het werk
waarin hij, Simon, zoveel ervaring en kennis had opgedaan. Toch vertrouwt hij
de Heer; hij heeft meer vertrouwen in het woord van Jezus dan in zijn eigen
jarenlange arbeid. Hierin kunnen we ook zien dat de Heer hem al voor zich
gewonnen had en dat er nog maar heel weinig nodig was voor hem om alles achter
te laten voor Jezus.
De gehoorzaamheid, het vertrouwen in de woorden van Jezus
waren de laatste stap in de voorbereiding van Petrus op de taak die Jezus voor
hem had weggelegd. Het leek alsof de Heer had beschikt Petrus te roepen nadat
deze een daad van gehoorzaamheid en volledig vertrouwen had gesteld.
Boven overwegingen van gepastheid of efficiëntie is de
hoofdreden waarom gehoorzaamheid wezenlijk is voor wie Christus' leerling wil
zijn, dat gehoorzaamheid deel uitmaakt van het mysterie van de Verlossing:
Christus «onthulde ons zijn mysterie; door zijn gehoorzaamheid heeft Hij onze
verlossing bewerkstelligd.»7 En daarom kan
niemand die de voetstappen van de Meester wil volgen, grenzen stellen aan zijn
gehoorzaamheid. Jezus heeft ons geleerd te gehoorzamen zowel in gemakkelijke
dingen als in heldhaftige dingen, want «Hij gehoorzaamde in dingen die zeer
zwaar en moeilijk waren: tot de dood aan het kruis.»8
Gehoorzaamheid maakt, dat wij onze wil in alles willen
vereenzelvigen met de wil van God. Deze wil komt tot uitdrukking door onze
ouders, onze meerderen en de normale plichten in het gezin, in het
maatschappelijke en beroepsleven. Gods wil wordt ons op bijzondere wijze
onthuld in de geestelijke leiding.
God verwacht daarom van ons een oprecht gedrag dat op elk
moment gekenmerkt wordt door de fijngevoelige en opgewekte manier waarop we
ons, om zijnentwil, onderwerpen aan alle vormen van wettelijk gezag, en in de
eerste plaats aan de paus van Rome en het leergezag van de Kerk.
Als we bij Christus blijven, vult Hij altijd onze netten. In
zijn aanwezigheid wordt zelfs wat vruchteloos en nutteloos leek, effectief en
vruchtbaar. «Gehoorzaamheid maakt onze daden en ons lijden verdienstelijk, op
zo'n manier dat, hoe nutteloos ze ook mogen lijken, ze uiterst vruchtbaar
kunnen worden. Een van de prachtige dingen die de Heer gedaan heeft, is de
meest nutteloze dingen, zoals pijn, betekenisvol maken; door zijn gehoorzaamheid
en zijn liefde heeft Hij ze glorierijk gemaakt.»9
7.3 Petrus
staat verstomd bij de vangst die ze zojuist hebben binnengehaald. In dit wonder
openbaart de Heer zich op een speciale wijze aan hem. Petrus keek naar Jezus en
wierp zichzelf vervolgens aan zijn voeten, en zei: Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens.
Hij besefte hoe onbetekenend hij was in vergelijking met Christus' hoogste majesteit.
Toen zei Jezus tot Petrus: Wees
niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen. En Petrus en de
andere vissers brachten de boten
aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.
Jezus begon met Petrus een boot te leen te vragen en vroeg
tenslotte om zijn leven. Petrus was bestemd om een onuitwisbaar spoor achter te
laten in zoveel zielen die Christus zelf onder zijn hoede zou stellen. Hij
begon met gehoorzamen in kleine dingen en de Heer toonde hem de prachtige plannen
die Hij voor alle eeuwigheid voor hem, de arme visser uit Galilea, bereid had.
Petrus kon zich de transcendentie en de waarde van zijn leven niet voorstellen.
Duizenden en duizenden mensen hebben hun geloof doen ontbranden aan het geloof
van die mannen die die dag Jezus volgden en vooral aan dat van Petrus, die de
'rots' zou zijn, de onwrikbare fundering van de Kerk.
Ook wij kunnen niet voorzien wat allemaal de gevolgen zullen
zijn van het in geloof volgen van Christus. Hij vraagt ons voortdurend om een
edelmoedig antwoord, om meer volgzaamheid en gehoorzaamheid aan wat Hij ons
beetje bij beetje laat zien. Als we trouw zijn, zal Hij ons op een dag laten
zien hoe belangrijk het was dat wij Hem met daden gevolgd hebben. «Jij,
apostel, bent in je omgeving als een steen die in de vijver valt. -Breng door
je voorbeeld en je woord een eerste kring tot stand, en deze een andere..., en
weer een andere, en nog een... telkens wijder.
»Begrijp je nu de grootsheid van je taak?»10
Laten we de Heer geen grenzen stellen, zoals Petrus dat ook
niet deed. «Als je een van degenen bent die naar het diepe vaart, zet dan
rechtstreeks en vastbesloten koers... Als je jezelf aan God geeft, geef je dan op
de manier zoals de heiligen dat deden. Laat niemand en niets je aandacht afleiden
en je doen vertragen: je behoort aan God. Als je jezelf geeft, geef je voor de
eeuwigheid. Laat noch de woedende golven, noch de verraderlijke onderstroom de
concrete vastheid van je fundamenten doen wankelen. God verlaat zich op jou:
Hij steunt op je. Zet al je krachten in en roei tegen de stroom op... Duc in altum. Zet koers
naar het diepe met de durf van die anderen die Christus liefhadden.»11
Onze Moeder, de Maagd Maria, Stella Maris, Sterre der Zee, zal ons leren
edelmoedig te zijn jegens God wanneer Hij ons een boot te leen vraagt en
wanneer Hij wil dat wij Hem ons hele leven geven. We mogen geen voorwaarden
stellen om Hem te volgen.
-1. Lc 5,1-11.
-2. Vgl. Joh 1,41.
-3. G. Chevrot, Simon Petrus. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 629. -5. H. Teresia van
Ávila, De kloosterstichtingen,
Prol. 2. -6. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 574. -7. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 3. -8. H. Thomas van Aquino, Commentaar op de Hebreeënbrief, 5,8,2. -9. R. Garrigou-Lagrange O.P., Het zieleleven van den christen, ii. -10. H. Jozefmaria
Escrivá, De Weg, 831.
-11. J. Urteaga, El valor divino de lo humano,
bl. 174-175..
|