Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

30 december

36. WEEST NIET BANG

-Jezus Christus is bij de moeilijkheden en verleidingen die wij mogelijkerwijs te verduren hebben, altijd onze zekerheid. Met Hem winnen wij elke slag. -De betekenis van ons goddelijk kindschap. Vertrouwen in God. Hij komt altijd tijdig te hulp. -Voorzienigheid. Alle dingen dragen bij aan het welzijn van hen die God beminnen.

36.1 De geschiedenis van de Menswording begint met de woorden: Vrees niet, Maria.1 En ook tot de heilige Jozef zou de engel van de Heer zeggen: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd.2 Tot de herders herhaalt de engel nogmaals: Vreest niet.3 Dit begin van de komst van God naar de wereld geeft de stijl aan die eigen is aan de aanwezigheid van God onder de mensen.

Veel later stak Jezus een keer, vergezeld van zijn leer­lingen, het kleine Meer van Galilea over. Opeens raakte de zee in hevige beroering, zodat de golven over de boot sloegen.4 De heilige Marcus geeft nauwkeurig het historisch moment aan waarop dit voorval plaatshad: tegen het vallen van de avond op de dag waarop Jezus de parabels over het rijk der hemelen vertelde.5 Na deze lange prediking is het vanzelfsprekend, dat de Heer, vermoeid, in slaap valt tijdens de overtocht.

De storm moet heftig geweest zijn. Zij waren weliswaar vertrouwd met het meer, maar zij zagen toch, dat zij in ge­vaar verkeerden. De apostelen zullen Jezus in het begin wel hebben laten slapen. Hij moet wel erg moe geweest zijn, anders zou Hij wel wakker geworden zijn. Zij moeten alle middelen die binnen hun bereik waren, aangewend hebben tegen het gevaar: zij streken de zeilen, zij namen de spanen krachtig ter hand, zij hoosden het water dat de boot binnenstroomde... Dan nemen zij, ongerust en bevreesd, hun toevlucht tot de Heer, als laatste en enige redmiddel. Zij maakten Hem wakker met de woorden: Heer, red ons, wij vergaan. Hij sprak tot hen: Waarom zijt gij bang, kleingelovigen?6 

Wij zijn ook kleingelovigen als wij twijfelen doordat de storm in kracht toeneemt. Wij laten ons in overdreven ma­te beïnvloeden door uitwendige omstandigheden: ziekte, werk, tegenslagen, tegenkantingen van de omgeving. Vrees is een verschijnsel, dat zich telkens uitbreidt. Men heeft vrijwel voor alles angst. Vaak is dat het gevolg van gebrek aan kennis, van egoïsme -het buitensporig met zichzelf bezig zijn, bezorgdheid om noden die vaak niet opdoemen enzovoort. Het hangt echter vooral hiermee samen, dat wij in voorkomende gevallen de zekerheid van ons leven niet van stevige fundamenten voorzien. Wij zouden een wezenlijke waarheid kunnen vergeten: Jezus Christus is, altijd, onze zekerheid. Het gaat er niet om ongevoelig te zijn voor tegenslagen, maar om ons vertrou­wen te doen toenemen en in elk geval de menselijke middelen die ons ter beschikking staan toe te passen. Wij moeten nooit vergeten, dat bij Jezus zijn, betekent veilig zijn, zelfs als Hij schijnt te slapen. In momenten van verwarring, van beproeving, zal Jezus ons niet vergeten: «Hij laat zijn vrienden nooit in de steek»7, nooit.

36.2 God komt nooit te laat om zijn kinderen hulp te bieden. Ook in gevallen die uitzichtloos lijken, komt God, al is het op geheime en verborgen wijze, altijd op het juiste mo­ment. Volledig godsvertrouwen geeft, samen met de menselijke middelen die aangewend moeten worden, de gelovige een bijzondere sterkte en een uitzonderlijke rust tegen­over gebeurtenissen en omstandigheden die tegenzitten.

«Als jij Hem niet in de steek laat, zal Hij jou niet in de steek laten.»8 En wij -laten wij het Hem in ons persoonlijk gebed zeggen- wij willen Hem niet in de steek laten. Samen met Hem worden alle slagen gewonnen, ook al den­ken wij, kortzichtigen, dat ze verloren worden. «Wanneer we denken dat alles voor onze ogen in elkaar stort, zal er niets instorten, quia tu es, Deus, fortitudo mea, want Gij, God, zijt mijn sterkte (Ps 42,2). Als God in onze ziel woont, is al het overige -hoe belangrijk het ook lijkt- bijzaak, voorbijgaand. Daarentegen zijn wij, in God, het blijvende.»9 Dat is de medicijn om angsten, spanningen en benauwe­nissen uit ons leven te verwijderen. De heilige Paulus sprak de eerste christenen van Rome tegenover een menselijk gezien moeilijk perspectief moed in met deze woorden: Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? ... Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, le­vensgevaar of het zwaard? ... Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods.10 De gedoopte is uit hoofde van zijn roeping een mens die zich aan God heeft overgegeven en die ook alles wat hem zou kunnen overkomen, in Gods handen legt.

Een andere keer onderrichtte de Heer de mensen omtrent de liefde en zorg die God voor elk schepsel heeft. Degenen die naar Hem luisteren, zijn eenvoudige en eerzame mensen die de majesteit van God loven, maar die net dat kinderlijk vertrouwen in hun Vader God missen.

Waarschijnlijk kwam er juist op het moment waarop Hij zich tot zijn gehoor wendde, een zwerm kleine vogels langs op zoek naar onderdak in de buurt. Wie kijkt er naar hen om? Was het misschien de gewoonte van de huisvrou­wen de vogels voor een paar stuivers te kopen om er de dagelijkse maaltijd mee op te fleuren? Zij waren zelfs voor de kleinste beurs niet te duur. Zij waren niet veel waard.

De Heer vestigt met een gebaar de aandacht op de vogels, terwijl Hij zijn gehoor zegt: 'Niet een van die mussen wordt door God vergeten'. God kent hen allemaal. Niet een mus zal op de grond vallen buiten de wil van uw Vader. En de Heer komt ons vertrouwen schenken: Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen!11 Wij zijn geen eendagsvliegen, wij zijn 'Zijn kinderen' voor eeuwig. Hoe zal Hij zich niet om onze zaken bekommeren? Weest niet bevreesd. God onze Heer heeft ons het leven gegeven en heeft het ons voor eeuwig gegeven. En de Heer zegt ons: Tot u, die mijn vrienden zijt, zeg Ik: 'Vreest niet.12 «Iedere mens moet -zegt de heilige Thomas van Aquino- als hij tenminste een vriend van God is, er groot vertrouwen in hebben door Hem bevrijd te worden van welke benauwenis dan ook. En aangezien God op bijzondere wijze zijn dienstknechten helpt, zal hij die God dient meer in rust leven.»13 De enige voorwaarde: vrienden van God worden, leven als zijn kinderen.

36.3 «Verkwik u door het kindschap Gods. God is een Vader vol tederheid, vervuld van oneindige liefde.»14 In ons hele leven, in het menselijke en in het bovennatuurlijke, kent onze 'verkwik­king', onze zekerheid geen ander deugdelijk fundament dan ons goddelijk kindschap. Schuift al uw zorgen op Hem af -zegt de heilige Petrus- want Hij heeft zorg voor u.15 

Het goddelijk kindschap kan niet gezien worden als een soort beeldspraak. Het betekent eenvoudig, dat God met ons omgaat als een vader en verlangt, dat wij met Hem om­gaan als kinderen. De gedoopte is, door de heiligmakende kracht van dezelfde God, in zijn wezen een kind van God. Deze werkelijkheid gaat zo diep, dat zij het wezen zelf van de mens raakt, tot aan het punt waarvan de heilige Thomas zegt, dat de mens gemaakt is tot een nieuw wezen.16 

Het goddelijk kindschap is het fundament, de zekerheid en de blijdschap van de kinderen Gods en vandaar krijgt de mens de bescherming die hij nodig heeft, de vaderlijke warmte en zekerheid voor de toekomst die hem een oprechte overgave aan de ongewisheden van morgen mogelijk maken en de mens de overtuiging geven, dat achter alle wisselvalligheden van het leven uiteindelijk het goede verscholen is: God bevordert in alles het heil van hen die Hem liefhebben.17 Ook fiasco's en het afdwalen van de weg leiden ten slotte tot het goede, want «God doet alles uiteindelijk stellig te zijnen voordele verkeren.»18 

Doordat de christen zich kind van God weet, verkrijgt hij, voor alle omstandigheden van zijn leven, een wijze van in de wereld verkeren die wezenlijk liefdevol is, wat een van de belangrijkste blijken is van de deugd van geloof. De mens die zich kind van God weet, verliest de blijdschap niet, zoals hij ook de vredige kalmte niet verliest. Het bewust zijn van het kindschap Gods verlost de mens van nutteloze spanningen. Als hij zich werkelijk kind van God voelt, zal hij, als hij de weg uit zwakte kwijtraakt, in staat zijn naar Hem terug te keren in de zekerheid van een warm onthaal.

Het denken aan de Voorzienigheid zal ons helpen ons tot God te richten, niet als tot een ver, onverschillig en kil Wezen, maar als tot een Vader die ons allen nauwkeurig gadeslaat en die een engel -zoals de engelen die de her­ders de Geboorte van de Heer verkondigden- aan onze zijde geplaatst heeft om ons op al onze wegen te bewaren.

De rust die werkelijk een afspiegeling is van onze wijze van zijn en leven, wordt niet bereikt door ons verre te houden van de werkelijkheid, maar door deze optimistisch tegemoet te treden, omdat wij altijd vertrouwen op de steun van de Heer. «Dat is het verschil tussen ons en hen die God niet kennen: in tegenspoed blijven zij morren; wij echter worden door rampspoed niet van de deugd afgehouden, integendeel, wij klampen ons eraan vast.»19 Wij weten immers, dat zelfs de haren op ons hoofd geteld zijn.

Laten wij altijd in vrede leven. Als wij God werkelijk zoeken, zal alles een gelegenheid zijn om ons te beteren. Laten wij nu aan het eind van dit gebed het voornemen maken, elke keer als wij door tegenslagen of moeilijkheden in een situatie geraken waarin wij de blijdschap en de rust zouden verliezen, onze toevlucht te nemen tot Jezus, die aanwezig is in het tabernakel. Laten wij onze toevlucht nemen tot Maria die wij in het stalletje zo dicht naast haar Zoon zien. Zij zal ons in deze dagen vol kerstvrede, en altijd, leren ons te gedragen als kinderen van God; ook in de moeilijkste omstandigheden.

-1. Lc 1,30. -2. Mt 1,20. -3. Lc 2,10. -4. Mt 8,24. -5. Mc 4,35. -6. Mt 8,25-26. -7. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven, 2,4. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 730. -9. Idem, Vrienden van God, 72. -10. Rom 8,31 e.v. -11. Vgl. Mt 10,29 e.v. -12. Lc 12,4. -13. H. Thomas van Aquino, Expositio Symboli Apostolorum, 5. -14. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 150. -15. 1 Pe 5,7. -16. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I-II, q110, a2, ad3. -17. Rom 8,28. -18. H. Augustinus, De correptione et gratia, 30,35. -19. H. Cyprianus, De mortalitate, 13.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012