Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweeëntwintigste week. Maandag

4. werken van barmhartigheid

-Jezus is barmhartig. Volg Hem na. -Onze zorg voor het geestelijk welzijn van de mensen om ons heen. -Andere blijken van barmhartigheid.

4.1 Jezus keerde terug naar Nazareth, waar Hij was grootgebracht, en ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge.1 Daar gaven ze Hem het boek van de profeet Jesaja, om het voor te lezen. Hij opende het boek bij een passage die een duidelijk messiaanse betekenis heeft: De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.

Jezus rolde het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. Er was een gespannen verwachting onder zijn luisteraars, die Hem allemaal als kind gekend hadden. In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd. Heel waarschijnlijk was Maria ook aanwezig. De Heer zei ronduit tegen hen: Het schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.

In die passage2 voorspelde de profeet Jesaja de komst van de Messias om zijn volk te bevrijden van zijn kwellin­gen. Deze woorden van de Heer zijn, zoals paus Johannes Paulus ii zegt, «zijn eerste Messiaanse verklaring. Ze wor­den gevolgd door de daden en woorden die we uit het evan­gelie kennen. Door deze daden en woorden maakt Christus de Vader aanwezig onder de mensen. Het is erg betekenisvol dat de mensen in kwestie vooral armen zijn, mensen zonder middelen van bestaan, mensen die van hun vrijheid beroofd zijn, blinden die de schoonheid van de schepping niet kunnen zien, mensen met droefheid in het hart of mensen die lijden onder sociale onrechtvaardigheid, en tenslotte zondaars. Vooral voor dezen wordt de Messias een bijzonder helder teken van God die liefde is.»3

Later, wanneer de gezanten van Johannes de Doper Hem vragen of Hij de Christus is of dat ze op een ander moeten wachten, zegt Jezus hun naar Johannes te gaan en hem te vertellen wat ze gezien en gehoord hebben: blinden zien en lammen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.4

Christus' liefde voor de mensen wordt vooral duidelijk in zijn ontmoeting met het lijden, met alles waarin de menselijke zwakheid, zowel lichamelijk als geestelijk, zichtbaar wordt. Aldus onthult Hij de onvermoeibare zorg van God de Vader om de mensheid, een zorg die liefde is5 en rijk aan erbarming.6

Gods genade is de fundamentele kern van Christus' prediking en de belangrijkste drijvende kracht achter zijn wonderen. Ook de Kerk «omringt met haar liefde al degenen die gekweld worden door menselijke ellende, en ze herkent in de armen en de lijdenden het gelaat van haar arme en lijdende stichter. Zij doet alles wat in haar kracht is om hun noden te verlichten, en ze streeft ernaar in hen Christus te dienen.»7

En wat anders zouden we kunnen doen als we de Meester willen navolgen en goede zonen en dochters van de Kerk zijn? Elke dag hebben we talloze gelegenheden om Christus' onderricht over hoe we ons moeten gedragen tegenover lijden en moeilijkheden, in praktijk te brengen. In de eerste plaats moeten we ons bekommeren om en genadig zijn met de mensen in onze nabije omgeving, met degenen die God onder onze hoede gesteld heeft en met degenen die het meest in nood zijn. Laten we onszelf nu, in de aanwezigheid van God, afvragen hoe we ons gedrag tegenover al deze mensen inschatten. Ben ik mij bewust van hun fysieke of morele pijn? Treuzel ik niet om hun de hulp te verschaffen die ze nodig hebben? Probeer ik de last die zij te dragen hebben, te verlichten, vooral wanneer die hun krachten te boven gaat?

4.2 Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken... Er is geen grotere armoede dan de armoede die voortkomt uit gebrek aan geloof, er is geen grotere slavernij of onderdrukking dan die van de duivel in de ziel van de zondaar, en er is geen ergere blindheid dan de blindheid van de ziel die beroofd is van genade. Zoals de heilige Johannes Chrysostomus zegt: «Zonde brengt de grootste van alle tirannieën voort».8

Als het grootste ongeluk, de ergste tragedie die iemand kan overkomen, is van God gescheiden te worden, dan is het grootste werk van barmhartigheid dat we kunnen doen: onze verwanten en vrienden te brengen naar de levengevende bronnen van de sacramenten, en vooral naar de biecht. Als hun zorgen, ziekten en ongeluk ons doen lijden, hoeveel meer lijden we dan als we zien, dat ze Christus niet kennen, dat ze niet om Hem geven of Hem verlaten hebben? Echt medelijden begint met zorg voor de staat van hun ziel, die we met de hulp van de genade moeten proberen beter te maken. Wat een prachtig werk van barmhartigheid is het apostolaat!

Alle morele lijden, van welke aard dan ook, nodigt ons uit om met mededogen te antwoorden. Daarom heeft de Kerk vanaf de vroegste tijden grote waarde gehecht aan onderricht aan de onwetenden. Tegenwoordig, nu het analfabetisme overal afneemt, groeit de godsdienstige onwetendheid naar een ongelooflijke hoogte, zelfs in landen met een lange christelijke traditie. «Om de een of andere reden, hetzij door antikatholieke vooroordelen, hetzij door een beklagenswaardige desoriëntatie en veronachtzaming, groeien massa's jonge katholieken op in totale onwetendheid omtrent de meest fundamentele begrippen van het geloof en de elementaire werken van barmhartigheid. Tegenwoordig betekent 'onderricht aan de onwetenden' vooral hen te 'evangeliseren', dat wil zeggen, met hen over God en het christelijk leven te spreken. Catechese is vandaag de dag een werk van barmhartigheid van het hoogste belang geworden.»9

Wat doet het een hoop goed als een moeder haar kinderen de catechismus leert, en misschien aan de vriendjes van haar kinderen! Wat een prachtige beloning wacht hun die ruim tijd besteden aan het geven van catechese, en hun die voor geschikte boeken zorgen om de geest van de mensen te verlichten en hun hart te bewegen! Het betekent voor die mensen de weg naar God openen: aan niets hebben zij grotere behoefte.

4.3 Christus navolgen in zijn barmhartig mededogen met de behoeftigen kan vaak betekenen steun en gezelschap geven aan de eenzamen, de zieken, de mensen die lijden aan verborgen of openlijke armoede. We proberen hun pijn te delen en hun te helpen deze te heiligen, terwijl we tegelijkertijd proberen hun situatie zo goed als we kunnen te verbeteren. Bedenk hoe troostend het kan zijn voor zo iemand om een beetje gezelschap te hebben, misschien mogelijk gemaakt doordat we een beetje vrije tijd, waar we naar uitzagen, hebben opgeofferd. Ons eenvoudige en vriendelijke gesprek met een ziek of oud iemand, waarin nooit een zekere bovennatuurlijke toon mag ontbreken -een beetje opbeurend nieuws over het apostolaat, misschien- laat hen achter met wat meer geloof en vertrouwen in God. Tactvol en hulpvaardig kunnen we hun een kleine dienst aanbieden, bijvoorbeeld door hun bed op te maken, of hun een deel van een aangenaam of misschien zelfs vermakelijk geestelijk boek voor te lezen.10

Elke dag wordt het noodzakelijker God te vragen ons een genadig hart te geven jegens allen, want omdat de maatschappij minder menselijk wordt, worden de harten van de mensen harder en ongevoeliger. Rechtvaardigheid is een fundamentele deugd, dat is waar, maar rechtvaardigheid op zichzelf is niet genoeg: er is ook barmhartigheid nodig. Hoezeer ook de sociale wetgeving en werkomstandigheden mogen verbeteren, mensen zullen altijd behoefte hebben aan de warmte van een menselijk hart, broederlijk en vriendelijk, dat in staat is zich in te leven in situaties die rechtvaardigheid alleen niet kan verbeteren, want «de christelijke naastenliefde beperkt zich er niet toe, de behoeftige in zijn materiële nood te helpen. Ze is er allereerst op gericht, ieder mens afzonderlijk op grond van zijn waarde als mens en als kind van de Schepper te achten en te begrijpen.»11

Barmhartigheid moet ons ertoe brengen snel en van harte te vergeven, zelfs al spijt het de andere partij niet wat er gebeurd is, of wijst ze onze verzoeningspogingen af. De christen mag geen wrok koesteren in zijn hart; hij ligt met niemand overhoop. We moeten ook degenen die door eigen schuld, of zelfs door eigen kwade daden, ongelukkig zijn, liefhebben. De enige vraag die God ons stelt is of die persoon ongelukkig is, of hij lijdt, want «dat is genoeg om hem je belangstelling waard te doen zijn. Probeer, natuurlijk, hem te beschermen tegen zijn slechte passies, maar wees barmhartig op het moment dat hij lijdt. 'Bemint uw naaste', niet wanneer hij het verdient, maar omdat hij uw naaste is.» 12

God vraagt ons vol mededogen te zijn in alle situaties in het leven. Als we worden opgeroepen over onze naaste te oordelen, moeten we dat doen vanuit de meest gunstige hoek. «Zelfs al zie je iets heel slechts bij je naaste», zegt de heilige Bernardus, «trek dan niet onmiddellijk conclusies, maar bedenk in jezelf verontschuldigingen voor hem. Verontschuldig zijn bedoeling, als je zijn daden niet kunt verontschuldigen. Bedenk dat hij uit onwetendheid, of door verrassing, of per ongeluk heeft kunnen handelen. Als de zaak zo openlijk is dat ze niet ontkend kan worden, zelfs dan, geloof dan dat het zo is, en zeg in jezelf: de bekoring moet heel sterk geweest zijn.»13

We moeten er vaak aan denken dat we, als wij barmhartig zijn, van God die barmhartigheid zullen ontvangen die we zelf zozeer nodig hebben, speciaal voor die zwakheden, fouten en gebreken die Hij zo goed begrijpt. Dat vertrouwen in Gods eindeloze mededogen zal ons ertoe brengen altijd heel dicht bij Hem te blijven.

Maria, 'Koningin en Moeder van Barmhartigheid', zal ons een hart geven dat in staat is oprecht mee te lijden met allen die in onze omgeving lijden.

-1. Lc 4,16-30. -2. Vgl. Jes 61,1-2. -3. Johannes Paulus ii, Enc. Dives in misericordia, 30 november 1980, 3. -4. Lc 7,22 e.v. -5. 1 Joh 4,16. -6. Ef 2,4. -7. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gen­tium, 8. -8. H. Johannes Chrysostomus, Commentaar op Psalm 126. -9. J. Orlandis, Las ocho bienaventuranzas, bl. 104-105. -10. Vgl. H. Jean-Baptiste Marie Vianney (Pastoor van Ars), Preek over het geven van aalmoezen. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 72. -12. G. Chevrot, Las ocho bienaventuranzas. -13. H. Bernardus, Preek over het Hooglied, 40.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012