Derde week.
Dinsdag
17. WIE IS JEZUS
-Jezus,
Eniggeboren Zoon van de Vader. -Volmaakt God en volmaakt mens. Hij is Kind
geworden, opdat wij met vertrouwen naar Hem toegaan. -De allerheiligste
Mensheid van de Heer, weg naar de Drieëenheid. Christus navolgen. Hem beter
leren kennen door het lezen van het heilige Evangelie. Zijn leven overwegen.
17.1 Gij
zijt mijn Zoon. Ik heb U heden verwekt.1 Zo
staat het met de woorden van psalm 2 in de Introïtus van de Nachtmis. «Het
bijwoord heden heeft het over de eeuwigheid, het heden van de
Allerheiligste en onuitsprekelijke Drieëenheid.»2
Gedurende zijn openbaar
leven verkondigde Jezus heel wat keren het vaderschap van God met betrekking
tot de mensen. Hij verwijst daarbij naar de talloze uitdrukkingen die het Oude
Testament bevat. Trouwens, «voor Jezus is God niet alleen -Vader van Israël,
Vader van de mensen-, maar ook mijn Vader. De Mijne: dat is nu juist het
motief waarom de Joden Jezus zochten te doden. Hij noemde zelfs God zijn
eigen Vader (Joh 5,18). De Zijne in de strikt letterlijke betekenis:
Diegene die alleen de Zoon kent als Vader en door wie alleen Deze op zijn beurt
gekend wordt [...]. Mijn Vader is de Vader van Jezus Christus: degene die
de oorsprong is van zijn messiaanse zending, van zijn onderricht.»3
Als Petrus in de buurt van
Caesarea Filipi belijdt Gij zijt Christus, de Zoon van de levende God,
antwoordt Jezus hem, Zalig zijt gij Simon [...] want niet vlees en bloed
hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader.4 Immers, niemand kent de Zoon tenzij
de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon.5 Alleen de Zoon kan de Vader doen
kennen: de zichtbare Zoon laat de onzichtbare Vader zien. Wie Mij ziet, ziet
de Vader.6
Het Kind dat in Bethlehem
werd geboren is de Zoon van God, de Eniggeborene, één in wezen met de Vader,
eeuwig, met zijn eigen goddelijke natuur, en de in de maagdelijke schoot van
Maria aangenomen menselijke natuur. Wanneer we op dit Kerstfeest naar Hem
kijken en we Hem zien, weerloos in de armen van zijn Moeder, zullen we niet
vergeten, dat het God is die mens geworden is uit liefde tot ons, tot ieder van
ons. En als we in deze dagen vol bewondering in het evangelie lezen of bij het Angelus
bidden et habitavit in nobis, -en Het heeft onder ons gewoond- dan biedt
dat een goede gelegenheid een akte van diepe dankzegging en van aanbidding van
het Allerheiligst Menszijn van de Heer te doen.
17.2 Jezus
kwam van de Vader naar ons7, maar Hij
is ons geboren uit een vrouw: Maar toen de volheid der tijden gekomen was,
heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw8, zegt de heilige Paulus. De profetische teksten
kondigden aan dat de Messias uit de hemel zou neerdalen, als regen, en uit de
aarde zou opbloeien als een zaad.9 Hij
was de Sterke God en tegelijkertijd een kind, een zoon.10 Over zichzelf zal Christus zeggen: Ik ben van
boven11, en tegelijkertijd werd
Hij geboren uit het geslacht van David12: Een twijg zal aan de stronk van Jesse
ontspruiten, een telg ontbloeien aan zijn wortel.13 Hij is een kind van de aarde, van deze aardse aarde.
In het evangelie van de
Vigiliemis van Kerstmis lezen we de stamboom van Jezus.14 De Heilige Geest heeft ons willen
laten zien hoe Jezus een spruit is van een familie, van een volk, en daardoor
ook van de hele mensheid. Maria geeft Jezus, in haar schoot, haar eigen bloed:
het bloed van Adam, Peres, Salomon...
Het woord is vlees
geworden en heeft onder ons gewoond.15 Hij is mens geworden, maar is niet
opgehouden God te zijn. Jezus Christus is volmaakt mens en volmaakt God. Na de
Verrijzenis, toen de Heer zich met zo'n wonderbaarlijke behendigheid bewoog en
op zo'n onverklaarbare wijze verscheen, heeft misschien de een of andere
leerling gedacht, dat Jezus een soort geest was. Dan neemt Hij zelf deze
twijfels voor altijd weg. Hij zegt hun: Betast Mij en kijkt: een geest heeft
geen vlees en beenderen, zoals ge ziet dat Ik heb. En verderop in het
evangelie staat: Zij reikten Hem een stuk geroosterde vis aan; Hij nam het
en at het voor hun ogen op.16
Johannes was hierbij
aanwezig en zag Hem eten, zoals hij zo vaak tevoren gezien had. En nooit zou
hem die overstelpende zekerheid verlaten van dit vlees dat we met eigen ogen
hebben aanschouwd, en met onze handen hebben aangeraakt.17
God wordt mens in de
schoot van Maria. Hij zou niet plotseling op aarde verschijnen, als een hemels
visioen. Nee, Hij werd werkelijk mens, zoals wij, door onze menselijke natuur
aan te nemen binnen in het allerzuiverste moederlichaam van een vrouw. Daarmee
is ook zijn goddelijke afstamming (zijn goddelijke aard, de preëxistentie van
het Woord) onderscheiden van zijn tijdelijke geboorte. Derhalve is Jezus, in
zoverre Hij God is, van eeuwigheid op geheimnisvolle wijze voortgebracht door
de Vader en niet geschapen. In zoverre Hij mens is, is Hij -zonder twijfel-
geboren, -werd Hij geschapen-, uit de heilige maagd Maria op een concreet
moment in de geschiedenis van de mensheid. En dus is de maagd Maria, als Moeder
van Jezus Christus, die God is, werkelijk moeder van God, wat het Concilie van
Efese als dogma afgekondigd heeft.18
Laten we onze blik wenden
naar het kind dat binnen enkele dagen geboren gaat worden te Bethlehem in Juda.
En wij weten goed dat Hij is: «de sleutel, het middelpunt en het einde van heel
de geschiedenis van het mensdom.»19 Van dit kind hangt heel ons bestaan af, op aarde en in de
hemel. Hij wil dat wij in vriendschap en vol uitzonderlijk vertrouwen met Hem
omgaan. Hij heeft zich klein gemaakt, opdat wij niet bang zullen zijn Hem dicht
te naderen.
17.3 De
Vader heeft de mensen tevoren bestemd tot gelijkvormigheid met het beeld
van zijn Zoon, opdat Deze de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.20 Ons leven moet een voortdurende navolging van zijn
leven hier op aarde zijn. Hij is ons Toonbeeld in alle deugden. Met Hem
onderhouden wij betrekkingen die we niet hebben met de andere personen van de
Allerheiligste Drieëenheid. De genade die de mens wordt toebedeeld door de
sacramenten, is niet louter een 'genade van God' zoals de genade die de ziel
van Adam sierde, maar, in de ware en eigenlijke betekenis, 'genade van
Christus'.
Christus was een mens, een
individuele mens, met een familie, een vaderland, met eigen gewoonten,
vermoeienissen en speciale voorkeuren; een concrete mens, deze Jezus.21 Tegelijkertijd
echter kon en kan Hij, gegeven de transcendentie van zijn goddelijke Persoon,
al wat menselijk en rechtschapen is in zich verenigen. Er is in ons geen enkele
goede gedachte of goed gevoel die Hij niet tot de zijne kan maken. Zo is er ook
bij Hem geen gedachte of gevoel die wij niet zouden moeten pogen tot de onze te
maken. Jezus hield tot in de grond van alles wat werkelijk menselijk was: het
werk, vriendschap, gezin; en het meest van de mensen met al hun fouten en
gebreken. Zijn Allerheiligst Menszijn is onze weg naar de Drieëenheid.
Met zijn voorbeeld onderricht
Jezus ons hoe wij de mensen om ons heen hebben te dienen en te helpen: Ik
heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen, zoals Ik u gedaan heb.22 Liefde is
beminnen, zoals Ik u heb liefgehad.23 Leidt een leven van liefde naar het
voorbeeld van Christus die ons heeft liefgehad24, zegt de heilige Paulus. En om
de eerste christenen aan te sporen tot liefde en nederigheid zegt Hij hun
eenvoudigweg : Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Christus Jezus
bezielde.25
Christus is ons Voorbeeld
bij het in praktijk brengen van de deugden, in de omgang met anderen, in de
manier waarop we ons werk doen, in alles. Hem navolgen is zich een geest en een
wijze van voelen eigen maken die het leven van iedere gelovige zou moeten
bezielen, wat zijn kwaliteiten ook zijn, wat zijn levensstaat of zijn plaats in
de maatschappij ook is.
Om de Heer echt na te
volgen, om werkelijk zijn leerlingen te zijn moeten wij onszelf «in Hem zien.
Het is niet voldoende een algemeen beeld van Christus te hebben. Integendeel, wij
moeten van Hem leren hoe ons gedrag moet zijn, zowel in het algemeen als in
concrete gevallen. Vooral moeten wij zijn levenshouding op aarde beschouwen om
moed, kracht, licht en vrede te putten.
»Als men een mens bemint,
wil men alles tot in de kleinste bijzonderheden over zijn bestaan en zijn
karakter weten om zich met hem te kunnen identificeren. Daarom moeten wij de
levensgeschiedenis van Jezus beschouwen, vanaf de geboorte in een kribbe tot
aan zijn dood en zijn verrijzenis.»26 Alleen zo zullen wij Christus in hoofd en hart dragen.
Het zal ons in deze dagen, dankzij het lezen en overwegen van het evangelie,
makkelijk vallen het Christuskind in de grot van Bethlehem te beschouwen,
omgeven door Maria en Jozef. Wij zullen er grote lessen uit kunnen trekken,
lessen in onthechting, nederigheid, zorg om de naasten. Van de herders zullen
we de blijdschap leren om de ontmoeting met God en van de wijzen uit het oosten
hoe we Hem moeten aanbidden- en wij zullen ons gesterkt voelen om verder te
gaan op onze weg.
Als we ons gewennen aan
het lezen en overwegen van het heilig evangelie zullen we volledig doordringen
in het leven van Jezus, Hem elke dag beter leren kennen en ons leven zal, bijna
zonder dat we er ons rekenschap van geven, in de wereld een weerspiegeling zijn
van het Zijne.
-1. Ps 2,7.
-2. Johannes Paulus ii, Algemene
audiëntie, 16 oktober 1986. -3. Ibidem. -4. Mt 16,16-17. -5. Mt
11,27. -6. Joh 14,9. -7. Vgl. Joh 6,29. -8. Gal 4,4. -9.
Vgl. Jes 45,8. -10. Jes 9,5. -11. Joh 8,23. -12. Rom
1,3. -13. Jes 11,1. -14. Mt 1,1-25. -15. Joh 1,14. -16. Lc
24,37-39.42-43. -17. 1 Joh 1,1. -18. Vgl. Denzinger-Schönmetzer 252. -19. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium
et Spes, 10. -20. Rom 8,29. -21. Hnd 2,32. -22. Joh
13,15. -23. Joh 13,34. -24. Ef 5,2. -25. Fil 2,5. -26. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus
nu langs komt, 107.
|