De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negende week door het jaar. Woensdag

15. WIJ ZULLEN VERRIJZEN MET ONS EIGEN LICHAAM

-Een uitdrukkelijk door Jezus onderwezen geloofswaarheid. -Kwaliteiten en eigenschappen van de verheerlijkte lichamen. -Eenheid tussen lichaam en ziel.

15.1 De Sadduceeën die niet geloofden in de verrijzenis, gingen naar Jezus toe met de bedoeling Hem in een lastig parket te brengen. Volgens de oude wet van Mozes1 moest, wanneer een man kwam te overlijden zonder zonen na te laten, zijn broer een zwagerhuwelijk sluiten met de weduwe om een nageslacht voor zijn broer te verwekken. En de eerste van de zonen die hij bij haar zou krijgen, moest de naam van de overledene gegeven worden. De Sadduceeën wilden het geloof in de verrijzenis van de doden belachelijk maken door een ingewikkeld geval te verzinnen.2 Als een vrouw, zesmaal weduwe geworden, achtereenvolgens met zeven broers trouwt, en daarna nogmaals weduwe geworden zelf sterft, met wie zal zij dan getrouwd zijn in de hemel? Het antwoord van Jezus laat duidelijk zien, hoe belachelijk hun verhaal is. Het antwoord bevestigt het bestaan van de verrijzenis, en beroept zich daarbij op verscheidene passages uit het oude testament. En bij het behandelen van de eigenschappen van de verrezen lichamen verdwijnt het argument van de Sadduceeën.3

De Heer verwijt hun de Schriften niet te kennen, noch de macht van God, want deze waarheid was al duidelijk beschreven in de openbaring. Jesaja had voorspeld4: Maar uw doden zullen weer leven, uw gevallenen staan weer op. Wordt wakker en jubelt, gij allen die in het stof ligt bedolven. En de moeder van de Makkabeeën bemoedigde haar zonen, toen zij gemarteld werden, en herinnerde hen: de schepper van de wereld [...] zal jullie in zijn barmhartigheid de levensadem teruggeven, omdat jullie omwille van zijn wet jezelf nu niet spaart.5 En voor Job was dezelfde waarheid de troost voor zijn kwade dagen: Ik weet, dat mijn Verlosser leeft, en ten leste op aarde verschijnt; dat ik mij zal oprichten achter mijn huid, en van mijn vlees uit God zal aanschouwen! 6

Wij moeten in onze ziel de deugd van de hoop koesteren, en concreet verlangen naar de aanschouwing van God. «Geliefden zorgen ervoor elkaar te zien. Verliefden hebben alleen maar oog voor hun beminde. Logisch, nietwaar, dat dit zo is. Het mensenhart voelt deze geboden. Ik zou liegen, als ik ontkende hoezeer ik gedreven word door het vurig verlangen het gelaat van Jezus Christus te aanschouwen. Vultum tuum, Domine, requiram... uw gelaat wil ik zoeken, Heer.»7 Dit verlangen zal vervuld worden, als wij trouw blijven, want in zijn zorg voor zijn schepselen heeft God de opstanding van het lichaam bereid, een waarheid die een van de fundamentele artikelen van het Credo is8, want als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen. En wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof zonder grond.9 «De Kerk gelooft in de opstanding van de doden [...] en verstaat hieronder, dat de opstanding betrekking heeft op de hele mens»10 ook op zijn lichaam.

Het Leergezag heeft bij talrijke gelegenheden herhaald, dat het gaat om een opstanding van hetzelfde lichaam, het lichaam dat wij hebben bij onze doortocht hier op aarde, het lichaam «waarin wij leven, bestaan en ons bewegen».11 «Daarom zijn de formuleringen verrijzenis uit de doden en opstanding van het lichaam aanvullende bewoordingen voor dezelfde oude overlevering van de Kerk», en moet men beide uitdrukkingswijzen blijven gebruiken.12

Bij talrijke gelegenheden herinnert de liturgie aan deze troostrijke waarheid: «Want Hij die uit de dood is opgestaan, Hij is het licht der wereld, onze enige hoop; in onze angst, omdat wij moeten sterven, troost ons uw belofte dat wij eens onsterfelijk zullen zijn met Hem. Gij neemt het leven niet van ons af, Gij maakt het nieuw [...] en als ons aardse huis, ons lichaam, afgebroken wordt, heeft Jezus al een plaats voor ons bereid in uw huis, om daar voorgoed te wonen.13 God verwacht ons voor eeuwig in zijn heerlijkheid. Wat een enorme droefenis voor degenen die al hun hoop op deze wereld gevestigd hadden. Wat een vreugde te weten, dat wij het zelf zullen zijn, met ziel en lichaam, die, met de hulp van de genade, voor eeuwig met Jezus Christus zullen leven, met de engelen en de heiligen, in een lofzang voor de Allerheiligste Drieëenheid.

Als de dood van een geliefde persoon ons verdriet, of als wij iemand bijstaan die een familielid verloren heeft, moeten wij over deze waarheden die ons vervullen van hoop en troost, geen twijfel laten bestaan, noch tegenover de anderen, noch tegenover onszelf: het leven wordt hier beneden op aarde niet afgesloten, maar wij gaan naar de ontmoeting met God in het eeuwige leven.

15.2 Elke ziel wacht na de dood op de wederopstanding van het eigen lichaam, waarmee zij voor eeuwig in de hemel zal zijn, bij God; of in de hel, van Hem afgesneden. Onze lichamen in de hemel zullen andere kenmerken hebben, maar het zullen lichamen blijven die ruimte innemen, zoals nu het verheerlijkt Lichaam van Christus en dat van de heilige Maagd. Wij weten niet waar deze ruimte zal zijn, en ook niet hoe deze gevormd wordt: de aarde van nu zal veranderd zijn.14 De beloning van God zal het verheerlijkt lichaam ten goede komen: het zal onsterfelijk worden. De vergankelijkheid is immers een merkteken van de zonde, en de schepping werd daaraan onderworpen als straf voor de zonde.15 Alles wat het leven bedreigt of beperkt, zal verdwijnen.16 Zij die verrezen zijn tot de heerlijkheid zullen -naar de woorden van de heilige Johannes in de Apokalyps - nooit meer honger of dorst lijden, geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen.17 Het lijden dat de Apokalyps hier opsomt, is het lijden waarvan Israël het meest te duchten had tijdens de doortocht door de woestijn: de verzengende stralen van de zon kwamen neer als pijlen en ontketenden al snel bederf; de droge woestijnwind verteerde al hun krachten.18 Deze benauwenis is het symbool voor het lijden dat het nieuwe Godsvolk, de Kerk, tijdens de pelgrimstocht naar het definitieve vaderland te verduren zal hebben.

Het geloof in en de hoop op de verheerlijking van ons lichaam zullen ons het op de verschuldigde waarde doen schatten. «Zijn lichamelijk leven mag de mens dus niet verachten, maar hij dient integendeel zijn lichaam, als door God geschapen en bestemd tot verrijzenis op de jongste dag, als goed en eerwaardig te beschouwen.»19 De huidige wijdverbreide lichaamscultus staat echter heel ver af van deze waardering. Wij hebben stellig de plicht het lichaam te verzorgen, de geëigende middelen aan te wenden om ziekte, lijden, honger... te vermijden, maar zonder te vergeten, dat het zal verrijzen op de jongste dag. Wat telt is dan, dat het verrijst om naar de hemel te gaan, niet naar de hel. Belangrijker dan de gezondheid is de liefdevolle aanvaarding van wat God wil met ons leven. Laten wij geen buitensporige zorg hebben voor het lichamelijk welbevinden. Het is te hopen, dat wij de ongemakken op bovennatuurlijke wijze weten te benutten -daarbij de gewone middelen om ze te vermijden in alle rust aanwendend. Dan zullen wij de blijdschap en de vrede niet kwijtraken, door ons te hechten aan iets betrekkelijks en voorbijgaands. Alleen in de heerlijkheid zal onze blijdschap definitief en volledig zijn.

Wij moeten geen moment vergeten waarheen wij op weg zijn, noch de echte waarde uit het oog verliezen van datgene waarmee wij bezig zijn. Ons doel is de hemel; God heeft ons geschapen om, met lichaam en ziel, bij Christus te zijn. Daarom kan hier op aarde «het laatste woord alleen een glimlach zijn... een vrolijk liedje»20, want in het hiernamaals wacht de Heer met gestrekte hand en een welkomstgebaar.

15.3 Ook al is het verschil tussen het aardse lichaam en het verheerlijkte lichaam groot, er bestaat tussen beide een zeer nauwe band. Het is een dogma van het geloof, dat het verrezen lichaam, specifiek en individueel identiek is aan het aardse lichaam.21

Zich baserend op de natuur van de ziel en op verscheidene passages uit de Heilige Schrift, toont de katholieke leer ons de gepastheid van de verrijzenis van het eigen lichaam en de nieuwe vereniging met de ziel. Allereerst omdat de ziel alleen een deel van de mens is, die gedurende de scheiding van het lichaam niet een zo volledig en volmaakt geluk kan genieten als de volledige persoon zal bezitten. Verder is de ziel geschapen om verenigd te worden met een lichaam; een definitieve scheiding zou haar eigen wezen schenden. Ten slotte, en dat is het sterkste argument, is het meer in overeenstemming met de wijsheid, rechtvaardigheid en barmhartigheid van God, dat de zielen zich opnieuw met de lichamen verenigen, opdat beide, de volledige mens -die niet slechts ziel, noch slechts lichaam is-, delen in de beloning of de straf die tijdens het leven hier op aarde verdiend is; ook al leert het geloof, dat de ziel onmiddellijk na de dood de beloning of de straf zal ontvangen, zonder te wachten op het ogenblik van de verrijzenis van het lichaam.

In het licht van het onderricht van de Kerk zien wij met grotere diepgang, dat het lichaam niet enkel een instrument van de ziel is, ook al ontvangt het van haar het vermogen om te handelen en draagt het met haar bij tot het bestaan en de ontplooiing van de persoon. Door het lichaam verkeert de mens in contact met de aardse werkelijkheid die hij moet beheersen, bewerken en heiligen, omdat God het zo gewild heeft.22 Door het lichaam kan de mens communicatie krijgen met andere mensen en met hen samenwerken om de sociale gemeenschap op te bouwen en te ontwikkelen. Laten wij evenmin vergeten, dat wij door het lichaam de genade krijgen van de sacramenten. Gij weet toch dat uw lichamen ledematen zijn van Christus? 23

Wij zijn mannen en vrouwen van vlees en bloed, maar de invloed van de genade gaat niet aan het lichaam voorbij, zij vergoddelijkt het in zekere zin, als een voorproef op de glorierijke verrijzenis. Het zal ons helpen te leven met de waardigheid en de houding van een leerling van Christus, als wij regelmatig overwegen dat dit lichaam van ons, nu een tempel van de Allerheiligste Drieëenheid wanneer wij in staat van genade zijn, door God bestemd is om verheerlijkt te worden. Laten wij vandaag onze toevlucht nemen tot de heilige Jozef om hem te vragen ons te leren leven met een fijngevoelige eerbied jegens onze naasten en onszelf. Ons lichaam, het lichaam dat wij hier op aarde hebben, is ook bestemd om voor altijd deel te hebben aan de onnoembare heerlijkheid van God.

-1. Dt 25,5 e.v. -2. Mc 12,18-27. -3. The Navarre Bible, aantekening bij Mc 12,18-27, en par. -4. Vgl. Jes 26,19.-5. 2 Mak 7,23. -6. Job 19,25-26. -7. H. Jozefmaria Escrivá, in Informatiebulletin van de Vicepostulatie van het Opus Dei, nr. 1 (1978). -8. Vgl. Symbolum Quicumque, DS 76; -9. 1 Kor 15,13-14. -10. Congregatie voor de geloofsleer, Brief over enige kwesties met betrekking tot de eschatologie, van 17 mei 1979. -11. Concilie xi van Toledo, DS 540; vgl. Concilie Lateranen iv, De fide catholica, DS 801; enz. -12. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring over de vertaling van het artikel 'carnis resurrectionem' van het Symbolum van de apostelen, 14 december 1983. -13. Romeins Missaal, prefatie I voor de overledenen. -14. Vgl. M. Schmaus, Katholische Dogmatik, Aufl. IV. 2. Von den letzten Dingen, München 1956-1963. -15. Vgl. Rom 8,20. -16. Vgl. Michael Schmaus, o.c. -17. Apok 7,16. -18. Vgl. Sir 43,4; Ps 121,6; Ps 91,5-6. -19. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 14. -20. L. Ramoneda, Vientos que jamás ha roto nadie, Montevideo, blz 41. -21. Vgl. DS 540; 797; 801; 854; 1002. -22. Gn 1,28. -23. 1 Kor 6,15.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009