Tiende week door het jaar. Zaterdag
27. Woord houden
-Jezus prijst hen die woord houden. Geen noodzaak voor het
afleggen van een eed: ons erewoord is voldoende garantie. -Liefde voor de
waarheid, altijd en onder alle omstandigheden. -Loyaal en trouw zijn aan onze
beloften.
27.1 In de tijd van Jezus was de
praktijk van het afleggen van een eed in diskrediet geraakt, vanwege het
veelvuldig en lichtzinnig gebruik ervan. De uitleg van de wet had het niet
nakomen van een eed gelegitimeerd. Jezus trad op tegen deze gewoonte, en met
zijn formulering: Maar Ik zeg u, die Hij vaak
gebruikte om de goddelijke oorsprong van zijn woorden aan te tonen, verbood Hij
God als getuige aan te roepen, niet alleen bij een leugen, maar ook bij die
gelegenheden waarin iemands erewoord genoeg moet zijn. Het evangelie uit de mis
van vandaag, volgens de heilige Matteus1, brengt
ons deze woorden van Jezus in herinnering: Maar uw ja moet
ja zijn, en uw neen neen.
Een eed afleggen, dat wil zeggen, zich beroepen op God als
getuige van de waarheid van onze woorden of als garantie voor een belofte, is
gerechtvaardigd en soms zelfs noodzakelijk, als de omstandigheden dat vereisen.
Het is dan een daad van de deugd van de godsdienst, en draagt bij tot de eer en
de glorie van God. De profeet Jeremia zegt ons dat zweren, indien waarachtig, eerlijk en oprecht2,
God welgevallig is. Wat we beweren moet waar zijn, voorzichtig uitgesproken
worden -d.w.z. niet lichtvaardig of onbezonnen-, en het moet betrekking hebben
op iets rechtvaardigs en goeds.
Als er geen nadruk nodig is, dan moet ons woord als christenen,
als rechtschapen mannen en vrouwen, voldoende zijn, omdat wij, christenen,
bekend moeten staan als mensen die de waarheid zoeken en die onze beloften en
verplichtingen nakomen. We willen loyaal en trouw zijn jegens Christus, in de
verplichtingen die we vrijwillig op ons genomen hebben, jegens ons gezin en
vrienden, en jegens het bedrijf waar we werken.
In de meeste situaties van ons dagelijks leven zal het geven
van ons woord voldoende garantie zijn voor onze geloofwaardigheid en trouw.
Maar wil dit zo zijn, dan moeten we in kleine zaken betrouwbaar zijn, bereid om
onze misstappen te corrigeren en onze verplichtingen steeds na te komen. Kennen
onze familieleden, onze vrienden en collega's ons als loyaal en geloofwaardig?
Kennen ze ons als mensen die nooit liegen, zelfs niet voor de grap, om iets
goeds te bereiken of een groter kwaad te vermijden?
27.2 Huichelarij en
leugenachtigheid zijn twee ondeugden die door Christus fel aangevallen worden.3 Betrouwbaarheid is een van de meest geprezen
deugden. Hij zei van Natanaël: Dat is waarlijk een
Israëliet in wie geen bedrog is! 4 Jezus zelf is de waarheid5, terwijl de
duivel, aan de andere kant, een leugenaar is, ja, de
aartsleugenaar.6 Degenen die de meester
volgen moeten eerlijk en oprecht zijn in hun handelen, ze moeten misleidend
gedrag vermijden en betrouwbaar zijn in hun relaties, zowel met God als met de
mensen.
Waarheid wordt geleerd door woord en voorbeeld. Jezus is getuige
van zijn Vader7; de apostelen8, de eerste christenen en thans wij, zijn getuigen
van Christus ten overstaan van een wereld die een levend getuigenis nodig
heeft. Maar hoe zullen onze vrienden en collega's de leer geloven die we hun
willen brengen, als ons eigen leven niet gebaseerd is op een grote liefde voor
de waarheid? Wij, christenen, zouden in staat moeten zijn om met Christus te
zeggen, dat we in de wereld zijn gekomen om getuigenis af
te leggen van de waarheid 9, op een moment dat velen
zich van leugens en bedrog bedienen om promotie te maken, of grotere materiële
welvaart te bereiken, of om zich aan verplichtingen en offers te onttrekken, of
simpel door lafheid en gebrek aan menselijke deugden. Jezus leerde ons, dat
liefde voor de waarheid een noodzakelijke eigenschap is om Hem na te volgen.
Zo'n liefde brengt de ziel vrede, want de waarheid zal u
vrij maken.10
We moeten in dit opzicht een voorbeeld zijn, bereid om ons
leven, onze materiële welvaart en ons beroepswerk op te bouwen met een grote
liefde voor de waarheid. We moeten de waarheid beminnen en ons inspannen om
haar te vinden. Op momenten dat we verblind zijn door zonde, hartstochten,
hoogmoed en materialisme, zullen we de waarheid niet vinden, als we haar niet
beminnen. Het is zo gemakkelijk ons van een leugen te bedienen, als die -in het
verborgene of openlijk- van pas komt als een middel om een vals prestige te
bereiken, of hogerop in ons werk te komen. Indien we met deze bekoring te maken
krijgen, ongeacht hoe die zich aandient, moeten we ons de heldere en
ondubbelzinnige lessen van Christus herinneren: Maar uw ja
moet ja zijn, en uw neen, neen.11
We zijn uit rechtvaardigheid verplicht waarachtig te zijn, en
evenzo uit liefde en respect voor onze naasten. Hetzelfde respect voor hen die
naar ons luisteren, zal voor ons soms aanleiding zijn om niet onze eigen ideeën
en meningen op een indiscrete manier te uiten, maar rekening te houden met hun
leeftijd en vormingsgraad. Liefde voor de waarheid die iemand ons heeft toevertrouwd,
zal ons ertoe brengen vastberaden andere morele verplichtingen na te komen,
zoals het beroepsgeheim of de bescherming van iemands privé-leven. Als het
nodig is, moeten we raad vragen hoe we ons moeten gedragen, als we
geconfronteerd worden met iemand die inlichtingen vraagt over iets waarop hij
geen recht heeft.
27.3 Als we ons woord geven,
geven we tot op zekere hoogte onszelf. We verplichten ons tot in ons diepste
innerlijk. Ondanks zijn persoonlijke fouten moet een ware leerling en navolger
van Christus loyaal en eerlijk zijn, een man van zijn woord. In de Kerk worden
wij, de christengelovigen, 'fideles' -de getrouwen- genoemd, als uitdrukking
van de status die de leden van het volk Gods door de doop gekregen hebben.12 Maar ook iemand die vertrouwen uitstraalt, op wie
we kunnen vertrouwen, kan 'getrouw' genoemd worden. Zo iemand gedraagt zich in
overeenstemming met het vertrouwen dat in hem gesteld wordt, met de eisen van
liefde, vriendschap of plicht. Zo iemand is trouw aan een belofte, houdt zijn
woord. In de Heilige Schrift wordt het woord 'trouw' toegepast op God zelf,
omdat niemand vertrouwenswaardiger is dan Hij. God is altijd trouw aan zijn
beloftes; Hij breekt zijn woord nooit. Of, zoals de heilige Paulus zegt: God is getrouw; Hij zal niet toelaten dat gij boven uw krachten beproefd
wordt.13
Wie zijn woord houdt, is betrouwbaar. Hij die zijn verplichtingen
tegenover God en de anderen vervult, is loyaal. Maar onze maatschappij vervalt
vaak tot twijfel en relativisme, tot een sfeer van ontrouw. Veel mensen,
ongeacht hun leeftijd, lijken geen weet te hebben van de edele plicht tot woord
houden, tot het nakomen van verplichtingen die ze ooit uit volledig vrije wil
op zich genomen hebben, tot het zich gedragen in overeenstemming met de
beslissingen die ze tegenover God of de mensen genomen hebben, zowel in het
burgerlijke als in het godsdienstige leven. Er kunnen zeker moeilijkheden
ontstaan, maar het geloof en de leer van de Kerk en het voorbeeld van de
heiligen, laten ons zien dat het mogelijk is deze deugden te beleven. God
weigert zijn genade niet aan hen die doen wat ze kunnen.
We moeten sterk ervan overtuigd zijn -en anderen helpen dat
evenzo te zijn- dat het mogelijk is alle deugden
te beleven, met alle eisen die ze stellen. De opvatting is mode
geworden, dat deugden en verplichtingen, 'idealen' of 'doelen' zijn waarnaar we
moeten streven, maar zonder de hoop ze te kunnen bereiken. Laten we de Heer
vurig vragen, dat Hij ons nooit in deze dwaling laat vervallen.
Een christen die loyaal is zal niet wijken als oprecht moreel gedrag grote problemen oproept of lijkt op
te roepen. We moeten God bidden om een zuiver geweten. Degene die wijkt,
kan theoretisch een bepaalde deugd willen beleven, het kan zijn dat hij niet
wil zondigen, maar in de praktijk vindt hij dat hij, als de bekoring sterk is
of de moeilijkheden groot, min of meer gerechtvaardigd is om daaraan toe te
geven. Dit kan gebeuren bij de verplichtingen op het werk, of als men te maken
krijgt met de plicht energiek te reageren
tegen een zinnelijke atmosfeer, of als een grote krachtsinspanning
gedaan moet worden om de opvoeding van de kinderen te betalen, of om zijn
huwelijkspartner of zijn roeping trouw te blijven. Laten we vandaag in ons
gebed aan deze woorden van Jezus denken: De regen viel neer, de
bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op
en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond
gegrondvest op de rots.14 De rots is
Christus, die ons altijd zijn kracht schenkt.
Christus trouw blijven. Dat is de grootste lofprijzing die we
kunnen ontvangen. Dat Christus op ons kan vertrouwen, ongeacht wat er gebeurt
of wat de toekomst mag brengen; dat onze vrienden kunnen weten dat we hen niet
in de steek laten; dat de maatschappij op ons kan vertrouwen, omdat bekend is
dat we woord zullen houden en onze verplichtingen zullen vervullen, op vrije en
verantwoorde manier. «Heb je er bij een nachtelijke treinrit ooit aan gedacht,
dat honderden mensenlevens in handen liggen van de machinist en van de
seinbewakers, die ondanks honger en dorst op hun post moeten blijven? Het leven
in heel een land, het leven in de wereld, is gebaseerd op de trouw van mensen
die hun plichten vervullen op hun werk en in de maatschappij, op het trouw nakomen
van hun overeenkomsten en op de trouw aan hun gegeven woord.»15 En dit alles zonder God als getuige te hoeven aanroepen,
maar eenvoudigweg als oprechte en loyale mensen.
Maar
uw ja moet ja zijn en uw neen neen. Rechtschapen mensen zijn loyaal in het vervullen van de kleine
dagelijkse verplichtingen, zonder dat zij hun toevlucht nemen tot leugens of
misleiding op hun werk, die eenvoudig en voorzichtig zijn, die al het duistere
ontvluchten en eerlijk en duidelijk zijn in wat ze zeggen en doen. Als we
loyaal zijn ten opzichte van onze medemensen, dan zullen we, met Gods genade, ook loyaal zijn ten opzichte van
Christus; en dát is wat echt telt. Wie betrouwbaar is
in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote.16 We zullen niet geheel oprecht en betrouwbaar zijn ten opzichte van Christus, als we
niet loyaal zijn in ons dagelijks menselijk handelen.
Hoe aangenaam is het, als we midden in de problemen zitten en
er dan een vriend komt die zegt: Je kunt op mij rekenen! Zo zal het ook de Heer
behagen, als wij in ons gebed van vandaag, in alle eenvoud en ons bewust van
onze zwakheid, tot Hem zeggen: Heer, u kunt op mij rekenen! We kunnen dezelfde
woorden ook gebruiken als schietgebedje gedurende de dag.
Laten we de heilige Maagd, die de 'getrouwe Maagd' is, vragen
ons te helpen om loyaal en betrouwbaar te zijn, elke dag opnieuw, in het
vervullen van onze taken en plichten.
-1. Mt 5,33-37. -2. Jer 4,2. -3. Vgl. Mt 23,13-32.
-4. Joh 1,47. -5. Joh
14,6. -6. Joh 8,44. -7.Vgl. Joh
3,11. -8.Vgl. Hnd 1,8. -9. Joh
18,37. -10. Joh 8,32. -11. Mt
5,37. -12. Vgl. A. del Portillo, Fieles
y laicos en la Iglesia. -13. 1 Kor 10,13.
-14. Mt 7,25. -15. G. Chevrot, Mais moi je vous dis... -16. Lc
16,10.
|