Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Paasoktaaf. Woensdag

4. ZICH LATEN HELPEN

-Op de weg naar Emmaüs. Jezus leeft en staat ons terzijde. -Christus laat de zijnen nooit in de steek; laten wij Hem nooit in de steek laten. De deugd van trouw. Trouw zijn in het kleine. -De deugd van trouw moet alle verschijningsvormen van het christelijk leven inspireren.

4.1 Het evangelie van de Mis van vandaag schetst ons een andere verschijning van Christus, op Pasen zelf, tegen de avond.

Twee leerlingen zijn op weg naar hun dorp, Emmaüs. Zij hebben de moed en de hoop verloren, omdat Christus, in Wie zij de volle zingeving van hun leven gevonden hadden, gestorven was. De Heer gaat naar hen toe en loopt, zonder herkend te worden, met hen op, alsof Hij ook gewoon onderweg is.1 Het gesprek verloopt in korte zinnen, zoals meestal wanneer men aan het lopen is. Zij hebben het over wat hen bezighoudt: de gebeurtenissen in Jeruzalem op vrijdagmiddag, het sterven van Jezus van Nazareth. Door de kruisiging van de Heer zijn de verwachtingen van allen, die zich als zijn leerlingen beschouwden en in mindere of meerdere mate op Hem vertrouwden, ernstig op de proef gesteld. De gebeurtenissen hadden elkaar snel opgevolgd en zij waren alles, wat zij met eigen ogen gezien hadden, nog niet te boven gekomen.

Deze twee gingen terug naar hun dorp, nadat zij in Jeruzalem het paasfeest gevierd hadden. In hun woorden klinken hun enorme droefheid, wanhoop en verslagenheid door. Wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen, zeiden zij. Op dat moment spreken zij al over Jezus in de verleden tijd: Dat met Jezus van Nazareth, een man die profeet was, machtig in daad en woord... «Let eens op die tegenstelling. Zij zeggen: 'Die was...'. En Hij gaat aan hun zijde! Hij loopt met hen op en vraagt naar de oorzaak, naar de diepste wortels van hun droefheid. 'Die was...', zeggen zij. Als wij onze droefheid, moedeloosheid, levensmoeheid oprecht, nauwkeurig onderzoeken, zullen wij een duidelijke band met deze passage uit het evangelie ontdekken. En wij zullen beseffen dat als wij zeggen: 'Jezus was', 'Jezus zei...', dat zoiets komt, omdat wij vergeten, dat Jezus, zoals op de weg naar Emmaüs, op ditzelfde moment levend naast ons staat. Deze ontdekking verlevendigt het geloof, wekt de hoop weer tot leven, en verschaft inzicht in wat Jezus ons voorhoudt als de vreugde van de tegenwoordige tijd: Jezus is, Jezus heeft zijn voorkeuren, Jezus zegt, Jezus vraagt, nu, nu op dit moment.»2 Jezus leeft.

Die mannen kenden wel degelijk de belofte van Christus, dat Hij op de derde dag zou verrijzen. 's Ochtends hadden zij de boodschap gehoord van de vrouwen die bij het lege graf en de engelen geweest waren. Zij hadden voldoende duidelijkheid om hun geloof en hun hoop te voeden. Toch spraken zij over Christus als over iemand uit het verleden, een verloren zaak. Zij vormen het levende beeld van ontmoediging. Hun verstand was verduisterd en hun hart afgestompt.

Christus zelf -die zij in het begin niet herkennen, maar wiens gezelschap en conversatie zij aanvaarden- verschaft hun inzicht in de gebeurtenissen in het licht van de Schriften. Met geduld ontsluiert Hij hun het geloof en de hoop. En die twee mannen krijgen ook weer vat op de blijdschap en de liefde: Brandde -zeiden zij later- brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?3 Het is mogelijk, dat wij ook ooit te maken krijgen met ontmoediging, vanwege moeilijkheden in het apostolaat of in het werk die onoverkomelijk lijken. Als wij ons in die gevallen laten helpen, zal Jezus niet toelaten, dat wij van Hem verwijderd raken. Mogelijkerwijs gebeurt dat in de geestelijke leiding, waarin wij, door ons hart oprecht te openen, de Heer opnieuw zullen zien. En met Hem bereiken ons altijd weer de blijdschap en het verlangen zo snel mogelijk opnieuw te beginnen: Zij stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug... Je laten helpen is dan noodzakelijk, alsook de bereidheid de gekregen raad zonder meer op te volgen.

4.2 Hoop is de deugd van wie onderweg is en, net als wij, het einddoel nog niet bereikt heeft, maar weet, dat hij altijd beschikt over de middelen om de Heer trouw te zijn en te volharden in de eigen roeping, in het nakomen van de eigen verplichtingen. Wij dienen echter wel altijd een gewillig oor te hebben voor Christus, die bij ons is te midden van onze bezigheden, en erop bedacht te zijn «de sterke hand te grijpen die God ons zonder onderbreking reikt, opdat wij het bovennatuurlijk perspectief nooit uit het oog verliezen. «Hij reikt ons ook zijn hand, als onze passies zich roeren en ons belagen om ons op te sluiten in de miezerige wijkplaats van ons eigen ik, of als wij -met kinderachtige ijdelheid- vinden, dat wij het middelpunt van de wereld zijn. Ik leef in de overtuiging dat ik niets zal presteren zonder mijn blik naar boven, zonder Jezus. Ik weet dat mijn sterkte, om te overwinnen en mijzelf te overwinnen, voortkomt uit het herhalen van deze leus: alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft (Fil 4,13) die herinnert aan de zekere belofte van God zijn kinderen niet in de steek te laten, als zijn kinderen Hèm niet in de steek laten.»4 In de loop van het evangelie spreekt de Heer ons vaak over trouw: Hij stelt ons de trouwe en verstandige dienstknecht, de dienaar die goed en trouw is in het kleine, de trouwe rentmeester enz., ten voorbeeld. Trouw is een zó wezenlijke eigenschap van de christen, dat in de verschillende talen waarin het christendom in den beginne verspreid werd, voor 'getrouwe' en 'gelovige' hetzelfde woord gebruikt werd en de volgelingen van Christus dan ook kortweg getrouwen of gelovigen, fideles, genoemd werden.5 

Het tegenovergestelde van volharding is wankelmoe­dig­heid, waardoor de mens makkelijk ervan afziet het goede te doen of afwijkt van de ingeslagen weg, als hij geconfronteerd wordt met moeilijkheden of verleidingen. Onder de meest voorkomende hinderpalen voor trouwe volharding bevindt zich, op de eerste plaats, de hoogmoed die de grondslag van de trouw ondermijnt en de wil om tegen moeilijkheden en verleidingen te strijden verzwakt. Zonder nederigheid zal de volharding zwak en broos worden. In andere gevallen zal trouw aan een aangegane verbintenis bemoeilijkt worden door de eigen omgeving, door het gedrag van mensen die het voorbeeld zouden moeten geven en het niet doen en daardoor de indruk willen wekken dat trouw zijn geen fundamentele waarde van de persoon is.

Bij weer andere gelegenheden kunnen de belemmeringen hun oorsprong hebben in het verwaarlozen van de strijd in het kleine. De Heer zelf heeft ons gezegd: Wie betrouwbaar is in het kleinste, is het ook in het grote.6 De christen die zijn werk tot in de kleinste plichten-nauwgezetheid, orde- verzorgt; die zijn best doet om gedurende de dag in de aanwezigheid van God te blijven; die ongedwongen zijn zinnen de baas blijft; de man die zijn echtgenote in de kleine voorvallen van de dag trouw is; de student die elke dag zijn colleges en werkgroepen voorbereidt... zij zijn op weg trouw te zijn wanneer hun verbondenheid doorzettingsvermogen vraagt.

Trouw tot aan het levenseinde vergt trouw in het kleine van elke dag en het telkens opnieuw weten te beginnen, wanneer er uit zwakheid iets misgegaan is. Volharden in de eigen roeping is beantwoorden aan de oproepen, die God in de loop van een leven doet, ook al zijn er veel hinderpalen en moeilijkheden of soms op zichzelf staande gevallen van lafheid of mislukking. De oproep van Christus vraagt een ferm en niet aflatend antwoord en, tegelijkertijd, een dieper doordringen in de betekenis van het kruis en in de grootsheid en de eisen van de weg die men moet gaan.

4.3 Deze deugd van trouw moet alle uitingen van het christenleven doordríngen: de banden met God, met de Kerk, met de naaste, in het werk, in de plichten van staat en jegens zichzelf. Sterker, de mens beleeft de trouw in al haar vormen, wanneer hij trouw is aan zijn roeping. En aan zijn trouw jegens God ontleent hij de trouw aan elke waarachtig verbintenis, die hij ook weer op de trouw aan God kan terugvoeren. Mislukken in de roeping die God voor ons gewild heeft, is immers mislukken in alles. Bij gebrek aan trouw  jegens de Heer valt alles in duigen. Niettemin kan het gebeuren, dat God in zijn barmhartigheid alles weer samenvoegt, als de mens Hem dit nederig vraagt.

God zelf ondersteunt voortdurend onze trouw en Hij houdt altijd rekening met menselijke zwakheid, met gebreken en dwalingen. Hij is bereid ons de noodzakelijke genade te geven, zoals aan de twee Emmaüsgangers, om steeds vooruit te komen, als er sprake is van een oprecht leven en het verlangen vol te houden. En tegenover de nederlaag in de strijd moeten wij niet vergeten, dat God meer dan naar het succes, naar de niet aflatende poging in de strijd kijkt.

Op deze wijze zullen wij, door trouw onze dagelijkse bezigheden uit te voeren, bereiken, dat wij aan het eind van ons leven in vreugdevol geluk die woorden van de Heer horen: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer.7 

Het is goed mogelijk, dat wij ook te maken krijgen met mensen, die de bovennatuurlijke betekenis van hun leven niet meer zien. Wij zullen hen dan -in naam van de Heer- naar het licht en naar de hoop moeten voeren. Er is immers veel lauwheid in de wereld, veel duisternis. En de apostolische zending van de gelovige is de voortzetting van de zending van Christus, toegepast op de mensen, tussen wie ons leven zich afspeelt.

Aan het eind van ons gebed zeggen ook wij tot Jezus: Blijf bij ons, Heer, want het wordt al avond. Blijf bij ons, Heer, want zònder U verdwalen wij en lopen wij verloren. En mèt U krijgt alles een nieuwe zin: achter de dood is een volstrekt andere werkelijkheid. Mane nobiscum, quoniam advespe­rascit et inclinatus est iam dies. Blijf bij ons, Heer... laten wij dat in alle belangrijke fasen van ons bestaan herhalen. Help ons trouw te zijn, help ons de wijze raad te zoeken bij de mensen in wie Gij aanwezig bent tijdens ons voortdurend op weg zijn naar U. «Blijf bij ons, want het is al donker geworden... De bede van Kléopas en zijn metgezel had effect. Wat zou het jammer zijn als jij en ik Jezus niet zouden kunnen vasthouden als Hij langs komt! Wat erg, als we Hem niet zouden vragen om te blijven!»8

-1. Lc 24,13-35. -2. A.G. Dorronsoro, Dios y la gente, Madrid 1973, bl. 103. -3. Lc 24,32. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 213. -5. Vgl. Hnd 10,45; 2 Kor 6,15; Ef 1,1. -6. Lc 16,10. -7. Mt 25,21. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 671.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012