Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Meditaties over de Heilige Eucharistie (3)

44. ZOALS DE GOEDE MOORDENAAR

-De tabernakels van onze gebruikelijke weg. -De Goede Moor­denaar navolgen. -Reiniging van onze fouten.

44.1 In Cruce latebat sola Deitas... Aan het kruis ging enkel uw godheid schuil, doch hier is uw mensheid evenzeer verhuld; doch beide geloof en belijd ik, en ik vraag wat U vroeg de goede moordenaar.

De goede moordenaar kon in de stervende Jezus de Messias, de Zoon van God zien. Door een buitengewone genade van God, overwon zijn geloof de moeilijkheid die de uiterlijke schijn opwierp, want die sprak slechts van een terechtgestelde. De goddelijkheid had zich voor de ogen van allen verborgen, maar die man kon minstens de allerhei­ligste mensheid van de Verlosser aanschouwen: zijn zeer beminnelijke blik, de vergeving die Hij met kwistige hand uitstrooide over hen die Hem beschimpten, zijn ontroe­rend zwijgen tegenover de beledigingen. Ook aan het kruis, onder zoveel lijden, deelt Jezus royaal zijn liefde uit.

Wij aanschouwen de heilige Hostie en onze ogen nemen niets waar: noch de beminnelijke blik van Jezus, noch zijn medelijden... Maar met een rotsvast geloof verkondigen wij Hem als onze God en Heer. Als uiting van de zekerheid van onze ziel en onze liefde hebben wij vaak tot Hem gezegd: Ik geloof vast, Heer,  dat Gij hier zijt, dat Gij me ziet, dat Gij me hoort... Uw blik is net zo beminnelijk als die, welke de goede moordenaar aanschouwde en uw mededogen blijft steeds oneindig. Ik weet dat Gij acht slaat op mijn ge­ringste bede, smart en vreugde.

Op onderscheiden wijze is Jezus evenzo aanwezig in de hemel als in de geconsacreerde hostie. «Er zijn geen twee Christussen, doch slechts één. Wij bezitten in de hostie de Christus van alle heilsmysteries: de Christus van Magda­lena, van de verloren zoon en van de Samaritaanse vrouw, de Christus van de Thabor en van Getsemani, de Christus die uit de doden is opgestaan, die zetelt aan de rechterhand van de Vader [...]. Deze wonderbare tegenwoordigheid van Christus te midden van ons zou ons leven een algehele om­wenteling moeten geven [...]; Hij is hier bij ons: in elke stad, in elk dorp.»1 Alle dagen, wellicht wanneer wij over straat lopen, komen wij bij Hem in de buurt, op enkele meters afstand van waar Hij zich bevindt. Hoeveel geloofsdaden zouden er niet gesteld zijn op dat uur 's ochtends of 's middags, voor dat tabernakel, vanuit de straat zelf of door enkele ogenblikken binnen te gaan in zijn woning? Hoeveel daden van liefde?... Wat jammer, als wij daar stilzwijgend aan voorbij zouden gaan. «Wees niet zo blind of zo gehaast, dat je nalaat je in gedachten naar ieder tabernakel te verplaatsen, wanneer je de muren of torens van de huizen Gods ontwaart. -Hij wacht op je.»2 Wat een weldaad is deze raadgeving, vol van wijsheid en godsvrucht!

Jezus aanhoorde ontroerd, tussen al die beschimpingen, die stem die Hem als God erkende. Het was de stem van een rover die God, ofschoon Hij zo verborgen was, wist te zien en die Hem luidkeels beleed, en die Hem bovendien bekend maakte aan zijn metgezel. De ontmoeting met Jezus bracht hem tot het apostolaat.

Liefde verdrijft blindheid en verdwazing, lauwheid. Die levende liefde -wellicht uitgedrukt in een vurig schietge­bedje- dienen wij te bezitten, wanneer we enkele ogen­blikken later Jezus gaan ontvangen in de heilige commu­nie en wanneer we in de buurt van een tabernakel komen, op weg naar het werk. En onze ziel zal vervuld worden van vreugde. «Maakt het je niet blij, als je op je gebruikelijke weg door de stad weer een ander tabernakel hebt ont­dekt?»3 Het is de vreugde van elke ontmoeting waarnaar men verlangd heeft! Als ons hart sneller gaat kloppen wanneer we in de verte een geliefd iemand ontwaren, zouden we dan onverschillig blijven voor een tabernakel?

44.2 Ik vraag U wat U vroeg de goede moordenaar... Jezus, denk aan mij, wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.4

Met een schietgebed -zo groot was zijn geloof!- kon de goede moordenaar heel zijn leven zuiveren. Hij noemde Jezus bij zijn naam, zoals wij zo vaak gedaan hebben. En Hij «geeft méér dan men Hem vraagt. Die rover vroeg de Heer aan hem te denken, wanneer Hij in zijn Koninkrijk zou zijn, en de Heer antwoordde hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult ge met Mij zijn in het paradijs; dat is zo, omdat het ware leven erin bestaat met Christus te zijn, want waar Christus is, daar is ook zijn Koninkrijk.»5 Zozeer verlangt de Heer ernaar, dat wij met Hem in de heerlijkheid zijn, dat Hij ons zijn lichaam geeft als voorproef van het eeuwige leven.

Wij dienen die man na te volgen, die zijn fouten erkende6 en de vergeving van zijn schulden en zijn volledige reiniging wist te verdienen. «Ik heb heel vaak dat vers herhaald uit de sacramentshymne: peto quod petivit latro poenitens, en steeds raak ik ontroerd: vragen zoals de rouwmoedige rover!

»Hij erkende dat hij wèl die wrede straf verdiende... En met één woord wist hij het hart van Christus te stelen en opende zo voor zichzelf de hemelpoort.»7 Konden ook wij maar, staande voor dezelfde Jezus, oprecht elke opzettelijke dagelijkse zonde verafschuwen en die bodem van de ziel zuiveren, waarin zich zoveel bevindt dat het beeld van Jezus verduistert: egoïsme, luiheid, genotzucht, ongecontroleerde gehechtheid...! «Jezus in het Sacrament is die bron, die voor iedereen open staat, waarin we altijd wanneer we dat willen, onze ziel kunnen schoonwassen van alle smetten van de zonden die we dagelijks begaan.»8

De veelvuldige communie in de vereiste gesteldheid zal ons eveneens doen verlangen naar een evenzo veelvuldige en berouwvolle belijdenis, en deze grotere zuiverheid van hart schept op haar beurt vurige verlangens om Jezus in het Sacrament te ontvangen.9 Het eucharistisch sacrament, wanneer het met geloof en liefde wordt ontvangen, zuivert de ziel van haar fouten, verzwakt de neiging tot het kwade, vergoddelijkt haar en bereidt haar voor op de grote idealen die de Heilige Geest in de ziel van de christen ingeeft.

Bidden wij de Heer om een groot verlangen om ons in dit leven te zuiveren, opdat wij ons mogen bevrijden van het vagevuur en zo spoedig mogelijk in het gezelschap mogen verkeren van Jezus en Maria; «O, Jezus, mocht ik U toch nooit hebben beledigd! Maar nu het kwaad is geschied, bid ik U dat U het verdriet dat ik U heb aangedaan zult vergeten en leid mij, omwille van de bittere dood die U om mijnentwil hebt ondergaan, na de dood naar uw Koninkrijk; maak, zolang ik leef, dat uw liefde altijd in mijn ziel moge heersen.»10 Help mij, Heer, elke opzettelijke dagelijkse zonde te verafschuwen; geef mij een grote liefde voor de veelvuldige biecht.

44.3 De heilige Pastoor van Ars neemt in zijn preken de vrome legende van de heilige Alexis op, en maakt daaruit enige gevolgtrekkingen ten aanzien van de eucharistie. Volgens het verhaal vernam deze heilige een keer een bijzondere roepstem van de Heer; hij verliet zijn woning en leefde ver weg als een nederige bedelaar. Vele jaren later keerde hij naar zijn geboortestad terug, verzwakt en misvormd door de boetedoeningen, en zonder zich bekend te maken vond hij onderdak in het paleis van zijn ouders. Zeventien jaar lang leefde hij onder de trap. Toen hij stierf en zijn lichaam werd afgelegd, herkende zijn moeder haar zoon en vol smart riep zij uit: 'O mijn zoon, dat ik je nu pas herken...!'

De heilige Pastoor van Ars tekent aan, dat de ziel bij het verlaten van dit leven eindelijk Degene zal zien die zij elke dag in de heilige eucharistie bezat, met wie zij praatte, bij wie zij haar hart uitstortte, wanneer zij haar smarten niet meer aan kon. Bij het zien van de verheerlijkte Jezus zal de ziel, die weinig liefde betoonde en klein van geloof was, moeten uitroepen: O Jezus, wat erg dat ik U nu pas herken...!, terwijl ik U zo dicht bij mij had.

Wanneer wij voor het tabernakel staan of de heilige hostie op het altaar aanschouwen, moeten we Christus daar tegenwoordig zien, dezelfde Christus van Betlehem en Kafarnaüm, Hij die op de derde dag uit de doden opstond en die nu verheerlijkt aan de rechterhand van God de Vader is gezeten. Tantum ergo Sacramentum, veneremur cernui... Eren wij dan diep gebogen dit zo heilig Sacrament -zo nodigt de liturgie ons uit-; het Oude Testament is vervlogen voor dit nieuwe testament. Wat de zinnen niet vermogen, worde door het geloof gekend.11 Een sterk geloof, vervuld van liefde.

Jezus heeft ons geopenbaard, dat de zuiveren van hart God zullen zien.12 Dit zien begint reeds hier op aarde en bereikt zijn volmaaktheid en volheid in de hemel. Wanneer het hart vol vuil raakt, verduistert en vervaagt het beeld van Christus en neemt de mogelijkheid tot liefhebben af. «De Christus die jij ziet, is Jezus niet, maar alleen het armzalige beeld dat zich voor jouw vertroebelde ogen gevormd heeft... -Zuiver je. Verhelder je blik door nederigheid en boete. Dan... zal de klaarheid van de liefde je niet ontbreken en je zult een volmaakte zienswijze krijgen. Het beeld dat je dan krijgt, zal werkelijk het beeld van Hem zijn!»13 We zullen Hem herkennen, zoals de goede moordenaar, in alle omstandigheden.

Wat is het een vreugde om Christus zo nabij te hebben!... Hem te zien... en te beminnen... en te dienen. Hij luistert naar ons, wanneer wij in ons innigste gebed tot Hem zeggen: Heer, denk aan mij, vanuit de hemel en vanuit dit tabernakel, hier zo dichtbij, waar Gij altijd werkelijk tegenwoordig zijt. Opdat wij in ons leven het spoor dat door de zonde wordt achtergelaten zuiveren, spoort Hij ons aan tot grotere boetedoening en een grotere liefde voor het sacrament van vergeving, om de smarten en tegenslagen van het leven in een geest van goedmaken te aanvaarden, om die kleine verstervingen te zoeken die het eigen egoïsme overwinnen, anderen helpen, en een grotere volmaaktheid in onze dagelijkse taak toelaten.

Als wij trouw aan deze genaden zijn, dan zullen we op de laatste dag van ons leven hier op aarde, wellicht al over niet zo lange tijd, Jezus tot ons horen zeggen: Heden zult ge met Mij zijn in het paradijs. En we zullen Hem zien en Hem beminnen met een vreugde zonder einde.

Aan het einde van ons gebed zeggen wij tot Jezus in het Sacrament: Ave verum Corpus natum ex Maria Virgine... Wees gegroet, waarachtig Lichaam, geboren uit de maagd Maria [...]. Wees ons een zalige voorsmaak in de benauwing van de dood. Tot onze engelbewaarder bidden wij, dat hij ons eraan herinnert hoe nabij Christus is, en dat wij nooit in een brede boog om Hem heen gaan. En als wij onze toe­vlucht nemen tot onze Moeder de heilige Maria, dan zal zij ons geloof vermeerderen en ons leren hoe wij met méér tederheid, met méér liefde met Hem moeten omgaan.

-1. M.M. Philipon, Les sacrements dans la vie chrétienne. -2. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 269. -3. Ibidem, 270. -4. Lc 23,42. -5. H. Ambrosius, Tractaat over het Evangelie van de heilige Lucas, in loc. -6. Vgl. Lc 23,41. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Kruisweg, XII, 4. -8. H. Alfonsus Maria van Liguori, Bezoeken aan het Aller­heiligst Sacrament, 20. -9. Vgl. Johannes Paulus ii, Toespraak, Madrid, 31 oktober 1982. -10. H. Alfonsus Maria van Liguori, Meditaties over het Lijden, Meditatie XII, voor woensdag in de Goede Week, I. -11. Hymne Tantum ergo. -12. Vgl. Mt 5,8. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 212.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012