Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eenentwintigste week. Zaterdag

63. Zonden van nalatigheid

-De parabel van de talenten. We hebben vele weldaden en gaven gekregen van God. Wij zijn hun rentmeesters, niet hun meesters. -We moeten goed gebruik maken van onze talenten. -Nalatigheden. Christelijk gedrag in sociaal en openbaar leven.

63.1 Nadat de Heer ons heeft herinnerd aan de noodzaak waakzaam te zijn, legt Hij ons in het evangelie van vandaag1 een parabel voor die een nieuwe oproep is tot verantwoordelijkheid voor de genade en gaven die we ontvangen hebben. Hij vertelt ons hoe er eens een rijk man was die naar een ver land ging, maar alvorens te vertrekken al zijn bezittingen overdroeg aan zijn dienaren om er in zijn plaats op te letten en ermee te handelen. Aan één gaf hij vijf talenten, aan een ander twee, en aan de derde maar één, ieder naar zijn bekwaamheid. Een talent was het equivalent van ongeveer honderd pond zilver en was de eenheid om zeer grote sommen geld te meten.2 In de tijd van de Heer was een talent ongeveer zesduizend penningen waard, en in het evangelie wordt een penning genoemd als het dagloon voor een arbeider. Dus ook de dienaar die het minste kreeg (maar één talent), kreeg nog een enorme som geld. De eerste les van deze parabel is dat we van God onmetelijke weldaden ontvangen hebben.

Van de gaven die we van God gekregen hebben, is de eerste van alle de gave van het leven zelf. Daarna hebben we ons intellect, het vermogen om natuurlijke waarheden te begrijpen en van daaruit tot hun Schepper te komen. Vervolgens, onze wil, het vermogen het goede te verlangen, lief te hebben; en onze vrijheid, waardoor we ons pad richten als kinderen naar ons ouderlijk huis. Dan komt de gave van de tijd, de dagen die ons toebedeeld zijn om God te dienen en Hem eer te geven. We hebben ook vele materiële goederen gekregen om goede werken te verrichten voor ons gezin, voor de maatschappij en voor hen die in nood zijn. Op een ander onvergelijkbaar hoger en verhevener niveau hebben we het leven van genade ontvangen -deelnemen in het leven van God zelf- dat ons leden van de Kerk maakt en ons doet deel hebben aan de gemeenschap van de heiligen; en de roeping van God tot een leven in grotere nabijheid van Hem. Hieraan moeten we de gave van de sacramenten toevoegen, vooral de onschatbare gave van de heilige eucharistie; de Moeder van God, die ook onze Moeder is; de zeven gaven en de vruchten van de Heilige Geest die ons voortdurend aanspoort om beter te zijn; en een beschermengel om ons te beschermen.

Ons leven en de daarbij behorende gaven zijn aan ons gegeven als een erfenis die we verstandig moeten beheren en waarvoor we op een dag rekenschap zullen moeten afleggen. Wij zijn rentmeester van deze goederen, waarvan sommige alleen van ons zijn voor de korte tijdsspanne van ons aardse leven. Achteraf zal de Heer tot ons zeggen: 'Geef rekenschap van je rentmeesterschap'... We zijn geen eigenaars: we zijn louter beheerders van Gods gaven.

We kunnen op twee manieren naar het leven kijken: onszelf zien als rentmeesters en alles productief maken voor God; of handelen alsof we eigenaars zijn, voor ons eigen gemak, egoïsme en grillen. Laten we in ons gebed vandaag nadenken over wat voor houding we aannemen ten opzichte van de goederen van deze wereld, of misschien ten opzichte van de manier waarop we onze tijd gebruiken. Getrouwde mensen kunnen denken over hun verplichting om edelmoedig te zijn in het hebben van kinderen en in de zorg voor hun menselijke en bovennatuurlijke opvoeding, hetgeen in veel gevallen de grootste plicht is die God hun gegeven heeft.

63.2 De Heer verwacht dat er goed voor zijn bezit gezorgd wordt, en Hij verwacht een opbrengst die in overeenstemming is met wat Hij erin gestoken heeft. De beloning is enorm: de parabel leert ons dat het véle van hier beneden, van ons leven op aarde, heel weinig is in vergelijking met de beloning van de hemel. Dat gebeurde met de eerste twee dienaren: zij maakten gebruik van de talenten die ze gekregen hadden en verdienden daarmee nog eens zoveel. En dus hoorden zij uit de mond van de meester de woorden: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer. Zij deden de beste koop: zij verdienden eeuwig geluk. De goederen van het leven, hoewel groot in aantal, zijn altijd weinig in vergelijking met wat God aan de zijnen geeft.

De derde van de dienaren daarentegen begroef zijn talent in de grond en handelde helemaal niet: hij verspilde zijn tijd en maakte geen winst. Zijn leven was vol nalatigheden, gemiste kansen, verspilde tijd en verkwiste goederen. Hij verscheen voor zijn heer met lege handen. In de dingen die belangrijk waren, was zijn bestaan nutteloos. Misschien hield hij zich op andere manieren bezig, maar hij deed niet wat er echt van hem verwacht werd.

Het talent dat God gegeven heeft begraven, is het vermogen bezitten lief te hebben maar geen liefde geven, in staat zijn mensen gelukkig te maken (iets wat we allemaal kunnen) maar ze daarentegen verdrietig en ongelukkig achterlaten. Goederen hebben en ze niet op nuttige wijze gebruiken. Anderen tot God kunnen brengen maar geen voordeel slaan uit de gelegenheden die zich voordoen omdat we dezelfde arbeid of baan hebben. Gebruik kunnen maken van weekeinden om vriendschappen op te bouwen of tijd door te brengen met je gezin, maar daarentegen beheerst worden door comfort en zelfzucht in onberaden vormen van ontspanning. Bovenal, een innerlijk leven laten wegzinken in middelmatigheid, terwijl het bedoeld was om te groeien. Het zou erg jammer zijn als we, terugkijkend op ons leven, een lange weg van gemiste kansen moesten aanschouwen en met droefheid overdenken dat de vermogens die God ons gegeven heeft, ongebruikt zijn blijven liggen door luiheid, zorgeloosheid of egoïsme. We willen God dienen, of liever, het is het enige wat we willen. Laten we de Heer vragen ons te helpen vruchten van heiligheid te geven: van liefde en offer. En laat het ons heel duidelijk zijn dat het níet genoeg is, níet voldoende, om niets verkeerds te doen: we moeten handelen met onze talenten, om uitgesproken góed te doen.

Voor een student betekent gebruik maken van je talenten hard studeren, intens gebruik maken van je tijd en niet domweg op het verkeerde pad gebracht worden door de doelloosheid van anderen, maar door voortdurende toewijding, dag in dag uit, een welverdiend prestige te verdienen dat zal dienen om anderen tot God te brengen. Voor iemand in loondienst, voor een huisvrouw, betekent gebruik maken van je talenten je werk doen op voorbeeldige wijze, ingespannen, uitmunten door nauwkeurigheid en goed gebruik van tijd. God zal ons vooral rekenschap vragen over de mensen die op verschillende wijze onder onze zorg gesteld zijn. De heilige Augustinus zegt dat wie boven zijn broeders geplaatst is en niet voor hen zorgt, is als een vogelverschrikker, , een stroman die er niet eens in slaagt de vogels te verjagen die komen om de druiven op te eten.3

Laten we vandaag de kwaliteit van onze studie of arbeid onderzoeken, wat ze ook is, en laten we de Heer de bereidheid vragen om, als dat nodig mocht zijn, afdoende te reageren, met de hulp van zijn genade die niet zal ontbreken.

63.3 Gebruik maken van onze talenten houdt alle aspecten van privé- en openbaar leven in. De inspanning om een volledig christelijk leven te leiden brengt ons ertoe alle aspecten van onze persoonlijkheid te ontwikkelen, bijvoorbeeld dingen als menselijke contacten en het vermogen om vrienden te maken. We moeten deze kwaliteiten uitoefenen met initiatief en geloof, zodat we de hindernis van wat de mensen misschien denken overwinnen, om een gesprek uit te lokken dat onze verwanten, vrienden of metgezellen doet verbeteren op menselijk, geestelijk of professioneel gebied of op de manier waarop ze, bijvoorbeeld, hun gezinsplichten vervullen. Het kan gebeuren dat een van deze gesprekken de katalysator kan zijn om een vriend of zieke verwant terug te halen tot de sacramenten. Laten we overwegen of we onszelf echt zien als rentmeester over de goederen die de Heer ons heeft gegeven. Maken we er echt goed gebruik van of verspillen we ze daarentegen aan onnodige of zelfs schadelijke aankopen? Zijn we echt edelmoedig in hulp aan de Kerk en al die liefdadige werken die voortdurend hulp verlangen van veel mensen om te blijven draaien? Zal de Heer op een dag met vreugde tegen ons kunnen zeggen: Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed?4

God verwacht van ons ook een sterk christelijk gedrag in het openbaar leven. We moeten ons stemrecht uitoefenen; naar ons vermogen deelnemen in beroepsverenigingen, in medezeggenschapsraden, ouderverenigingen enz., en we moeten vechten voor betere wetgeving als ze onvolmaakt is of evident onrechtvaardig in fundamentele zaken als 'pro-life'-kwesties en wetten inzake gezin en onderwijs, zelfs als het voor ons een zware taak is wegens onze beperkte deskundigheid.

De tijd die we tot onze beschikking hebben is nooit genoeg om alles te doen wat God wil: we weten niet hoeveel we nog hebben van het talent van tijd. Elke dag kunnen we veel uitbuiten van de gaven die God in onze handen gelegd heeft: duizend-en-één gewone gebeurtenissen die God en anderen waarderen en in aanmerking nemen.

Regelmatige biecht helpt ons de nalatigheden te vermijden die het christelijk leven verarmen. «Wie vaak te biecht gaat moet bijzonder waakzaam zijn voor veronachtzaamde plichten (zelfs als het maar kleine dingen zijn), voor veronachtzaamde ingevingen en genade, voor ongebruikte gelegenheden om goed te doen, voor verspilde tijd, voor te kort schieten in het betonen van naastenliefde. Hij moet zichzelf aansporen tot een diep en oprecht berouw voor deze nalatigheden en tot een vast voornemen om ijverig in te gaan tegen zelfs maar de kleinste zonden van nalatigheid die op een of andere manier opzettelijk zijn. Als we met deze vastberadenheid te biecht gaan, zullen we, te zamen met de door de priester uitgesproken absolutie, de genade ontvangen om onze zonden van nalatigheid beter te kennen en er vuriger tegen te strijden.»5 Met de genade van het sacrament en de hulp van geestelijke leiding zal het voor ons gemakkelijker zijn die fouten of zonden te vermijden en ons leven te vullen met vruchten voor God.

-1. Mt 25,14-30. -2. Vgl. 2 Sam 12,30; 2 Kon 18,14. -3. Vgl. H. Augustinus, Miscellanea Augustinensis, I, bl. 568. -4. Vgl. Mt 25,35 e.v. -5. B. Baur, Die häufige Beichte.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012