Twaalfde zondag door het jaar (A)
37. Zonder angst leven
-Moed in het dagelijkse leven. -Onze kracht is gebaseerd op
het besef van ons kindschap Gods. -Moed en vertrouwen op God in de grote
beproevingen van het leven en in de kleine dingen van elke dag.
37.1 In het evangelie van vandaag1 zegt de Heer ons dat wij niet bevreesd moeten zijn,
maar als kinderen van God moeten leven. Soms ontmoeten we mensen die gekweld en
overweldigd worden door de hardheid van het leven. Tegenslagen en hindernissen
lijken alleen maar toe te nemen, als men uitsluitend op de eigen, menselijke
krachten vertrouwt om ze te overwinnen. We ontmoeten ook vaak christenen die
zich ervoor lijken te schamen om duidelijk over God te spreken, om 'nee' te
zeggen tegen leugens en om zo nodig ervoor uit te komen, dat zij trouwe
volgelingen van Christus willen zijn. Ze zijn bang voor wat de mensen zullen
zeggen, bang voor een kritische opmerking, bang om tegen de stroom in te gaan
of om de aandacht op zichzelf te vestigen. Is het voor een christen mogelijk
niet de aandacht op zich te vestigen in een heidense omgeving, waar zo vaak
economische waarden de hoogste waarden zijn?
Jezus zegt ons dat we ons niet al te veel zorgen moeten maken
over mogelijke laster of kritiek. Weest niet bevreesd voor
de mensen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets verborgen of het zal
bekend worden. Wat jammer als later ontdekt zou worden, dat we bang
waren om in de vier uithoeken van de wereld de waarheid te verkondigen die God
ons had toevertrouwd! Wat Ik u zeg in het duister, spreekt
dat uit in het licht, en wat ge in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van
de daken.
Soms zullen we het stilzwijgen bewaren, omdat dat op dat
moment het beste is wat we kunnen doen, om redenen van bovennatuurlijke
voorzichtigheid of uit naastenliefde, maar nooit uit vrees of lafheid. Wij,
christenen, zijn geen vrienden van de duisternis en van verborgen hoeken; we
zijn vrienden van het licht, van duidelijkheid in ons leven en in onze woorden.
De tijd waarin we nu leven is zodanig, dat wij de waarheid onomwonden moeten
verkondigen. Leugens en verwarring brengen veel zielen op een dwaalspoor. Het
lijkt absurd, maar soms worden zelfs de juiste christelijke leer, de morele gedragsnormen,
het volgen van een goed gevormd geweten in het beroep of in het huwelijksleven,
het gezond verstand zelf, lager ingeschat dan een of andere stuitende
dwaalleer, die als 'vooruitstrevend' wordt beschouwd of met een progressief
tintje is gekleurd...
We mogen niet bang zijn de glans van een oppervlakkig prestige
te verliezen, of bekritiseerd te worden of zelfs belasterd, omdat we tegen de
stroom in gaan of tegen hetgeen toevallig mode is. Ieder
die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader
die in de hemel is, zegt de Heer ons. Hij beloont ons overvloedig voor
al die keren waarop we te lijden hebben van onbegrip als we proberen dapper te
leven, met 'heilige stoutmoedigheid', in een wereld die vaak niets anders dan
zuiver materiële waarden kan begrijpen.
Ik ben ervan overtuigd -zegt de
heilige Paulus- dat het lijden van deze wereld niet opweegt
tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat.2 «Daarom», becommentariëert de heilige Cyprianus,
«wie zou zich niet inspannen om zulk een grote heerlijkheid te bereiken, om
vriend van God te worden, om Christus onmiddellijk te bezitten, om de
goddelijke beloning na de pijn en het lijden op aarde te ontvangen? Als het
voor de soldaten van deze wereld een triomf is terug te komen na de vijand te
hebben vernederd, hoe roemrijker en prijzenswaardiger zal het dan niet zijn in
triomf terug te keren naar de hemel, als de duivel eenmaal overwonnen is...; om
de tekenen van de overwinning omhoog te houden...; om aan Gods zijde te zitten
als Hij komt om te oordelen, om medeërfgenaam van Christus te zijn, gelijk te
zijn aan de engelen, en aan de aartsvaders, de apostelen en de profeten; om het
bezit van het koninkrijk der hemelen te genieten?»3
37.2 Leven noch dood vrezen4, zelfs ernstige moeilijkheden met vreugde
tegemoettreden, aan hindernissen die inspanning en offers van ons vragen
standvastig het hoofd bieden, bedaard blijven bij ziektes, altijd kalm blijven
tegenover een onzekere toekomst... zó wil God dat wij leven. Dat is mogelijk
indien we elke dag vaak overwegen dat we kinderen van God zijn, met name als we
worden overvallen door onrust, angst of duisternis. Verkoopt
men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van Uw Vader
niet één mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd
geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch méér waard dan een zwerm mussen.
De Heer maakt duidelijk hoe groot zijn liefde voor ons is, en
hoe grote waarde Hij aan de mensen hecht. De heilige Hiëronymus schrijft als
commentaar op deze passage uit het evangelie van vandaag: «Als de mussen zo
goedkoop zijn en toch onder de voorzienigheid en de bescherming van God vallen,
hoe kunt gij die vanuit de natuur van uw ziel eeuwig zijt, dan bevreesd zijn
dat Hij die gij als uw Vader eert, geen speciale zorg aan u zou besteden?5»
Het goddelijk kindschap maakt ons sterk als we omringd zijn
door persoonlijke zwakheid en door de hindernissen die we tegenkomen, door de
moeilijkheden die we ontmoeten in een omgeving die zo vaak van God is afgedwaald,
en soms zelfs fel gekant is tegen christelijke idealen. Maar de Heer is bij mij als een machtig strijder, zegt de
profeet Jeremia ons in de eerste lezing van de heilige mis.6 Dit is de kreet van hoop en vertrouwen van de profeet,
wanneer hij alleen is, aan alle kanten belaagd door zijn vijanden. God mijn
Vader is bij mij als een machtig strijder, zo kunnen we herhalen als we van
heel nabij gevaar zien aankomen en donderwolken opdoemen. Dominus,
illuminatio mea et salus mea, quem timebo? - De Heer
is mijn licht en mijn redding; wie zal ik vrezen?7
Het wapen waarmee wij de wereld
overwinnen, is geen ander dan ons geloof 8,
verkondigt de apostel Johannes, midden tussen de grote moeilijkheden die
voortkwamen uit de heidense wereld waarin christenen, als gewone burgers, in de
meest verschillende ambachten en beroepen werkten en een doeltreffend
apostolaat vervulden. Het hechte fundament van een onwrikbaar geloof doet een
zelfvertrouwen ontstaan dat geen hoogmoed of naïviteit is, maar de vreugdevolle
standvastigheid van de christen die, ondanks zijn persoonlijke ellende en
beperkingen, weet dat Christus de overwinning heeft behaald door zijn dood aan
het kruis en zijn glorierijke verrijzenis. God is mijn licht en mijn redding;
wie zal ik vrezen? Niemand en niets, Heer. U bent de beschermer van mijn leven!
37.3 Jezus moedigt ons aan voor
niets bevreesd te zijn, behalve voor de zware zonde, die onze vriendschap met
God vernietigt en tot de eeuwige vervloeking leidt. Als we op moeilijkheden
stuiten, moeten we sterk en moedig zijn, als echte kinderen van God. De Heer
zegt ons: Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam
kunnen doden, maar niet de ziel kunnen doden; vreest veeleer Hem die èn ziel èn
lichaam in het verderf kan storten in de hel. Dit heilig ontzag voor God
is een gave van de heilige Geest. Het helpt ons met grotere vastberadenheid
tegen de zonde te vechten, tegen alles wat ons van God scheidt. Het brengt ons
er toe om gelegenheden tot zonde te vermijden, onszelf niet te vertrouwen, en
ons steeds te herinneren dat we 'voeten van klei' hebben, dat we broos en
breekbaar zijn. Lichamelijk kwaad, ook de dood zelf, is niets vergeleken met het
kwaad van de ziel, de zonde.
We moeten geen andere angst dulden dan de angst God te verliezen.
Deze vrees is een kinderlijke bezorgdheid om God onze Vader niet te beledigen.
Op bepaalde momenten in ons leven kunnen we zeker grote beproevingen ondervinden.
Maar God zal ons de genaden geven die we nodig hebben om deze te verdragen en
in innerlijk leven te groeien. Je hebt genoeg aan mijn
genade9, zal Jezus tot ons zeggen.
Hij die Paulus heeft geholpen, zal ook voor ons zorgen. Op
zulke momenten zullen we tot de Heer roepen, nederig en vol geloof: «Heer, stel
geen vertrouwen in mij. Laat mij op U vertrouwen. Als we in onze ziel de
liefde, de erbarming en de tederheid van de blik gewaarworden, waarmee Christus
ons aanziet omdat Hij ons niet in de steek laat, zullen we de woorden van de
apostel volledig begrijpen: Virtus in infirmitate
perficitur (2 Cor 12,9), kracht wordt juist in zwakheid volkomen. Door
het geloof in onze Heer zullen wij, ondanks onze ellende, beter gezegd, dank
zij onze ellende, trouw zijn aan God, onze Vader. De macht van God zal
schitteren en ons in onze zwakte steunen.»10
Gewoonlijk zullen we echter sterk en dapper moeten zijn in de
kleine dingen: als we beleefd maar krachtig een uitnodiging afwijzen voor een
bezoek of een voorstelling waar een goede christen zich niet op zijn gemak zou
voelen; als we onze mening moeten geven over de manier waarop sommige leraren
de opvoeding van onze kinderen aanpakken; als we een gesprek moeten afbreken
omdat het een twijfelachtige wending neemt, als er een goede gelegenheid is om
een vriend uit te nodigen voor een vormingsmiddel, of om een gesprek te
beginnen dat kan uitmonden in een taktvol advies om te gaan biechten. Een
apostolaat met wijde horizonten wordt vaak afgeremd of verhinderd door lafheid in
kleine dingen. En het is ook de moed in kleine dingen die ons leven vruchtbaar
maakt.
«Als het uur komt van de hoon van het kruishout, is de
heilige Maagd daar, bij haar Zoon, vastbesloten om hetzelfde lot te ondergaan
als Hij. Laten we niet bang zijn om ons, ook als dat in onze omgeving moeilijk
is, als verantwoordelijke christenen te gedragen: zij zal ons daarbij helpen.»11
-1. Mt 10,26-33. -2. Rom 8,18. -3. H. Cyprianus,
Brief aan Fortunatus, 13. -4. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 132.
-5. H. Hiëronymus, Commentaar
op het evangelie van Mattëus, 10,29-31. -6. Jer
20,10-13. -7. Ps 27,1. -8. 1 Joh
5,4. -9. 2 Kor 12,9. -10. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 194.
-11. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 977.
|