Dertigste week. Vrijdag
17. Zonder last van menselijk opzicht
-Duidelijk
optreden van Jezus. -Last hebben van menselijk opzicht is niet eigen aan een
christen met een sterk geloof. -Het voorbeeld van de eerste christenen.
17.1 Het was onder de joden gebruikelijk om degene die op die dag in de
synagoge het woord had gevoerd, uit te nodigen op de maaltijd. Op een sabbat
werd Jezus uitgenodigd in het huis van een van de voornaamste Farizeeën van de
stad.1 Zij hielden Hem in het oog en probeerden
Hem in de val te lokken door te bekijken op welk punt ze Hem zouden kunnen
betrappen. Ondanks deze weinig aangename situatie «aanvaardde de Heer -zo legt
de heilige Cyrillus uit- hun uitnodigingen om de aanwezigen van nut te zijn
door zijn woorden en wonderdaden.»2 De Meester
laat geen enkele kans onbenut om de zielen te verlossen, en maaltijden vormden
een goede gelegenheid om over het Rijk der hemelen te spreken.
Toen zij die dag reeds aan tafel gezeten waren,
werd Hij
een man gewaar die aan waterzucht leed; die man benut
waarschijnlijk een gebruik, dat allen toestond het huis binnen te treden waar
een gastmaal werd gegeven. De zieke zegt niets, vraagt niets, hij staat
gewoonweg voor de goddelijke Geneesheer. «Misschien zou dat ook onze houding
moeten zijn, ons innerlijk gedrag: voor Jezus gaan staan. Gewoon gaan staan,
met onze waterzucht, met ons persoonlijk gesukkel, met onze zonden... Voor God,
voor Gods meevoelende blik. Wij mogen er absoluut zeker van zijn, dat Hij ons
bij de hand zal nemen en genezen.»3
Wanneer Jezus de zieke daar voor zich ziet,
wordt Hij vervuld van medelijden en geneest Hem, ondanks degenen die op de loer
lagen om te zien of Hij op sabbat zou genezen. Hij handelt duidelijk en vraagt
zich niet af, wat de mensen zullen denken, wat degenen die zichzelf als
meesters en vertolkers van de Wet beschouwden, zouden morren. Daarna laat de
Heer hun zien, dat medelijden de sabbat niet verbreekt, en geeft hun een
voorbeeld vervuld van gezond verstand: Wie van u zal niet terstond als zijn ezel of zijn os in een put valt,
hem eruit trekken, ook al is het sabbat? Ze waren niet in staat er iets tegen
in te brengen, want allen zouden zich ten zeerste
spoeden om het dier te redden.
Onze houding bij het beleven van het
christelijk geloof in een omgeving waarin afgunst bestaat, valse redenen tot
aanstoot of alleen maar onbegrip uit onwetendheid en zonder kwade opzet, moet dezelfde zijn als Jezus' houding. Wij
mogen nooit opportunisten zijn; onze houding moet duidelijk zijn, in
overeenstemming met het geloof dat we belijden. Dikwijls zal zulk een
vastberaden houding, onomwonden en onbevreesd, een grote apostolische krachtdadigheid
bezitten. Daarentegen «schrik je als je denkt aan het onheil dat wij kunnen
aanrichten als we ons laten meeslepen door de vrees of de schaamte, dat we er
in het dagelijks leven voor moeten uitkomen dat wij christenen zijn.»4 Laten we nooit nalaten ons christenen te tonen,
eenvoudig en spontaan, wanneer de situatie dat verlangt. We zullen nooit spijt krijgen van zulk gedrag dat overeenstemt met ons meest innerlijke wezen. En de
Heer zal vervuld van vreugde zijn, wanneer Hij ons beziet.
17.2 Heel het leven van Jezus is vol van
eenheid en kracht. Nooit ziet men Hem weifelen. «Reeds zijn manier van spreken,
zijn herhaalde uitdrukkingen: Ik ben
gekomen, Ik ben niet gekomen, vertalen op volmaakte
wijze dat 'ja' en 'nee', bewust en onverbrekelijk, en die volledige
onderwerping aan de wil van de Vader, die de wet van zijn leven vormt [...].
Nooit ziet men Hem weifelen, besluiteloos zijn, en nog veel minder terugdeinzen
in de uitoefening van zijn leerambt, of het nu in zijn woorden is of in zijn
manier van werken.»5 Hij vraagt van ons, die Hem
volgen, diezelfde sterke wil in iedere situatie. Zich aan de appreciatie door
de mensen iets gelegen laten liggen is karakteristiek voor mensen met een
oppervlakkige vorming, die geen heldere maatstaven of diepe overtuigingen
bezitten, die zwak van karakter zijn. Zij achten andermans mening hoger dan het
oordeel van God, zonder rekening te houden met de woorden van Jezus: Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden
[...], zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de
heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader.6
Misplaatst ontzag voor de mening van anderen
kan gesteund worden door gemakzucht: zich liever geen buil vallen, want het is
nu eenmaal makkelijker met de stroom mee te roeien. Of door de vrees om
bijvoorbeeld een openbaar ambt in gevaar te brengen; of de wens om zich niet
van anderen te onderscheiden, om anoniem te blijven. Wie de Heer volgt, mag
niet vergeten, dat hij zoals de overige goede christenen moet zijn en dat hij
innigst betrokken is bij Christus en zijn leer. «Laat het voorbeeld van ons
leven schitteren en storen we ons niet aan kritiek,» luidde de raad van de
heilige Johannes Chrysostomus. En hij voegde eraan toe: «Wie zich werkelijk
inzet om heilig te worden, zal zonder meer velen ontmoeten die hem niet mogen.
Maar dat is niet belangrijk, want dat is juist een reden temeer voor de kroon
van zijn verheerlijking. Daarom moeten wij slechts op één ding achten: ons
eigen gedrag volmaakt ordenen. Als wij zo handelen, zullen wij hen die in
duisternis verkeren tot een christelijk leven leiden»7,
en zullen we een krachtige steun zijn voor velen die weifelen. Een leven in overeenstemming
met onze eigen overtuigingen trekt ten diepste velen aan en verdient ieders
achting. Dikwijls is het de weg waarvan God zich bedient om anderen tot het
geloof te brengen. Een goed voorbeeld laat altijd een goede zaadkorrel achter
die, eenmaal gezaaid, vroeg of laat vrucht zal geven. «Als men -merkt de
heilige Teresia op- doet wat men in een ander aan deugd ziet schitteren, dan
blijft dat zeer wel beklijven. Dit is een welgemeende raad; vergeet hem niet.»8
Zeker, iedereen heeft de neiging om handelingen
te ontvluchten die hem een zekere minachting of spot kunnen opleveren van
vrienden, medewerkers, collega's..., of eenvoudigweg het ongemak tegen de stroom
in te gaan. Maar even zeker is ook, dat de liefde tot Christus -aan wie wij
zoveel verschuldigd zijn!- ons helpt om deze neiging te overwinnen, om de
«vrijheid van de kinderen Gods» te herkrijgen, die ons in staat stelt ons
gemakkelijk en eenvoudig als goede christenen te bewegen in de meest vijandige
milieus.
17.3 De christenen van het eerste uur
hebben gehandeld met de moed die eigen is aan wie zijn leven op een hechte
ondergrond heeft gebouwd. Jozef van Arimathea en Nicodemus, die minder bekende
leerlingen van Jezus waren geweest ten tijde van diens wonderen, schroomden
niet om voor de Romeinse landvoogd te verschijnen en zich te belasten met het
dode lichaam van de Heer: «In het uur van het laffe verraad legden zij ten
overstaan van de overheid, audacter, dapper getuigenis af van hun liefde voor Christus.»9 Op gelijke wijze hebben zich ook de apostelen gedragen
tegenover de dwang van het Sanhedrin en de latere vervolgingen, overtuigd als
zij ervan waren, dat de prediking van
het kruis een dwaasheid is voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered
worden, voor ons, Gods kracht.10 Laten we niet vergeten, dat het voor velen een
dwaasheid is om de banden van de huwelijkstrouw te bewaren, om niet deel te
nemen aan rendabele, maar weinig eerlijke zaken, om edelmoedig te zijn in het
aantal kinderen, wat betekent dat men zich financieel soms iets moet ontzeggen;
hetzelfde geldt ook voor vasten, onthouding, lichamelijke versterving die toch
voor de ziel zo'n grote hulp kunnen zijn om met God in het reine te komen... De
heilige Paulus verzekert, dat hij zich nooit voor het evangelie heeft geschaamd11 en daarom geeft hij Timoteüs de vurige raad: God heeft ons niet een geest geschonken van
vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u
dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God.12
Wanneer de Heer die zieke man ontmoet ten huize
van de farizeeër die Hem heeft uitgenodigd, laat Hij niet na hem te genezen,
ook al was het sabbat en kon Hij kritiek verwachten vanwege dit wonder. Te
midden van die vijandige omgeving zou het het gemakkelijkst zijn geweest een
ander moment af te wachten, een andere dag van de week. Hij leert ons vandaag,
dat we moeten volbrengen wat ons te doen staat, onafhankelijk van wat-men-wel-niet-zal-zeggen,
van het vijandige commentaar dat onze woorden of ons optreden misschien zal
oproepen. Vóór alles moet één ding voor ons van belang zijn: Gods oordeel in
die situatie. De mening van anderen komt pas veel verder en op de tweede plaats.
Als we ooit moeten zwijgen of iets nalaten, dan mag dat alleen zijn omwille van
de waarachtige wijsheid, maar nooit uit lafheid en vrees om tegengesproken te
worden. Wat kunnen we minder lijden omwille van Hem die voor ons de dood, de
dood aan een kruis, heeft ondergaan?
Wat zullen we anderen een grote weldaad
bewijzen, als ons leven in overeenstemming is met onze christelijke beginselen!
Wat zal de vreugde van de Heer groot zijn, als Hij ziet, hoe wij ware
leerlingen van Hem zijn die zich niet verstoppen en zich niet schamen zijn
leerling te zijn! Laten wij Onze Lieve Vrouw bidden om de kracht die zij bezat
onder het kruis, bij haar Zoon, toen de omstandigheden zo vijandig en
smartelijk waren.
-1. Lc 14,1-6. -2. H. Cyrillus van Alexandrië, in Catena Aurea, vol. VI, bl. 160. -3. J. Domínguez, El tercer Evangelio,
Madrid 1989, bl. 205. -4. H. Jozefmaria
Escrivá, De Voor, 36. -5. K. Adam, Jesus Christus. -6. Mc 8,38. -7. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteus,
15,9. -8. H. Teresia van Avila, De weg van volmaaktheid,
7,8. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De
Weg, 841. -10. 1 Kor 1,18-19. -11. Vgl. Rom 1,16. -12. 2 Tim 1,7-8.
|