Zeventiende week. Vrijdag
26. Zonder menselijk opzicht
-De moed hebben Christus te volgen in welk milieu we ook
zijn. -Het overwinnen van menselijk opzicht is een deel van de deugd van
sterkte. -Veel mensen hebben op dit gebied behoefte aan ons goede voorbeeld.
26.1 Toen Jezus zijn openbaar leven begon, beschouwden veel van zijn buren
en verwanten Hem als waanzinnig.1 Bij zijn
eerste bezoek aan Nazaret, waarover we in het evangelie van vandaag lezen,
weigeren zij in Hem iets bovennatuurlijks of buitengewoons te zien.2 Aan hun opmerkingen kan men hun nauwelijks verborgen
afgunst aflezen. Waar
heeft Hij die wijsheid vandaan en de macht om wonderen te doen? Is Hij niet de
zoon van de timmerman? En zij namen er aanstoot
aan.
Direct vanaf het begin aanvaardde Jezus moedig een gestadige
stroom van beledigingen en scheldwoorden voortkomend uit laf egoïsme, omdat Hij
zonder menselijk opzicht het Woord verkondigde. Deze slechte bejegening werd
met de tijd steeds erger, totdat het uitmondde in kwaadsprekerij en open
vervolging, en zijn hoogtepunt bereikte in het doodvonnis. Christus'
standvastigheid werd erkend, zelfs door zijn vijanden die zeiden: Meester, wij weten dat Gij
oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; en Gij stoort U aan
niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen.3
Christus vraagt zijn leerlingen Hem in deze praktijk te
volgen. Christenen behoren hun welverdiend beroeps-, moreel en maatschappelijk
aanzien te verzorgen en verdedigen, daar het tot het wezen van de menselijke
waardigheid behoort. Dit aanzien is ook een belangrijk onderdeel van ons
persoonlijk apostolaat. Toch moeten wij niet vergeten dat ons gedrag weerstand
zal oproepen bij hen die de christelijke moraal openlijk verwerpen en bij hen
die een verwaterde versie van het geloof praktiseren. Het is mogelijk dat de
Heer ons het offer vraagt van onze goede naam, en zelfs van het leven zelf. Met
behulp van zijn genade zullen wij strijden om zijn wil te doen. Alles wat wij
hebben behoort de Heer toe.
Elke christen moet alle vrees om spelbreker te zijn van zich
afzetten, als zijn recht-door-zee gedrag kritiek of afwijzing zou uitlokken.
Ieder die uit menselijk opzicht zijn christelijke identiteit zou verbergen te
midden van een heidense omgeving, verdient deze openlijke beschuldiging van
Jezus: Ieder die Mij zal
verloochenen tegenover de mensen, hem zal Ik ook verloochenen tegenover mijn
Vader die in de hemel is.4 De Heer
leert ons dat het belijden van het geloof een vereiste is om zijn volgeling te
zijn, om het even wat de gevolgen zijn.
Dit is de wijze waarop velen van de eerste leerlingen van
Christus zich gedroegen. Jozef van Arimathea en Nikodemus waren niet-gekende
leerlingen van de Heer. «Maar in het uur van het laffe verraad, leggen zij ten
overstaan van de overheid, dapper getuigenis af van hun liefde voor Christus.»5 Zo gedroegen de apostelen zich voor het Sanhedrin en
bij de heidense vervolgingen. Want de prediking van het kruis is dwaasheid voor hen die
verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is zij Gods kracht.6 Zoals de onbeschroomde sint Paulus aan zijn leerling
Timóteüs schreef: Want God
heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van
kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u dus niet van de Heer te getuigen... 7Dit zijn woorden die vandaag aan ons zijn
gericht, als wij proberen trouw te zijn aan de Meester, zelfs al schijnt de
omgeving tegen ons te zijn.
26.2 Het leven van een christen zal zich onder normale omstandigheden op een
nogal gewone manier ontwikkelen. Toch zal deze manier van leven dikwijls in
sterk contrast staan met andere levensstijlen die min of meer christelijk zijn,
en dus zeker met gedrag dat beneden de menselijke waardigheid is en daarom
anti-christelijk. In die laatste gevallen is het contrast markant. We moeten
niet verbaasd staan als niet-gelovigen of onverschilligen een volgeling van
Christus onrechtvaardig bekritiseren, misschien zelfs zozeer dat zij hun
toevlucht nemen tot sarcasme. Hetzelfde gebeurde met de Heer.
In de loop van het leven van elke dag is er waarschijnlijk
geen sprake van het oplopen van fysiek letsel omwille van het evangelie. Wat
een christen echter wel te verdragen kan krijgen zijn geruchten en
lasterpraatjes, bespotting, discriminatie op het werk, het verlies van lonende
kansen of van kameraadschappen... Soms, misschien in onze familie of onder
vrienden kan het nodig zijn een bovennatuurlijke standvastigheid te beoefenen
om consequent te zijn in ons geloof. In die onaangename omstandigheden kan het
verleidelijk zijn om de gemakkelijke weg te kiezen en toe te geven. Daardoor
zouden wij afwijzing, onbegrip en spot kunnen vermijden. Wij zouden bezorgd
kunnen worden bij de gedachte vrienden te verliezen, deuren te sluiten die we
later niet opnieuw open kunnen maken. Dit is de bekoring om door menselijk
opzicht te worden beïnvloed, om zijn eigen identiteit te verbergen en zijn
verbintenis om als volgeling van Christus te leven te verloochenen.
Onder zulke moeilijke omstandigheden behoort de christen zich
niet af te vragen wat de meest aangewezen weg is om te volgen, maar eerder,
welke weg het meest trouw is aan Christus. Natuurlijk, ons verlangen naar
populariteit is het directe gevolg van eigenliefde. Het kan zijn dat de Heer
juist op ons wacht bij dit soort van offer, en dat dit het moment is waar wij
moeten kiezen tussen zijn manier en de onze. Deze keuze kan uiteindelijk tot
uitdrukking komen door ons zwijgen, door een paar woorden, door een gebaar of
een houding... Ons gedrag zal het bewijs zijn van onze diepste overtuiging.
Deze vastheid in het geloof is vaak een uitstekende getuigenis van het geloof
van de christen. In bepaalde gevallen kan het er de oorzaak van zijn dat mensen
beginnen terug te keren naar het huis van de Vader.
Voor velen die Christus beginnen te volgen is de noodzaak van
dit offer een van de voornaamste hindernissen op hun weg. Volgens de heilige
Pastoor van Ars is daar geen twijfel aan: «Weet je wat de eerste bekoring van
de duivel is voor de persoon die God met toewijding wil dienen? Dat is
menselijk opzicht.»8 Wij hebben allemaal een
innerlijke afkeer om voor anderen beschaamd te staan. Maar dit offer, als we
het brengen, zal de oorzaak zijn van onze grootste vreugde -een standpunt in te
nemen voor Jezus Christus, wanneer en waar ook de omstandigheden dat vereisen.
We kunnen ervan verzekerd zijn dat wij het nooit zullen betreuren trouw te zijn
aan ons christelijk geloof.
26.3 Er zijn veel mensen om ons heen die op een duidelijk getuigenis van het
christelijk geloof wachten. Hoeveel kunnen wij niet bereiken door ons goede
voorbeeld! Hoe groot is de nood van de wereld om christelijke arbeiders die
vriendelijk zijn, hartelijk en vastberaden in het geloof! Zo nu en dan horen we
van een 'gewaagd' artikel waarin iemand het onderricht van de paus aanvalt of
abortus of kunstmatige bevruchting verdedigt...
Niettemin, het werkelijk gewaagde in onze tijd is het
leergezag van de Romeinse Opperherder in kwesties van geloof en zeden
verdedigen, het recht op leven van elke persoon, de onverbreekbaarheid van het
huwelijk en het recht om een groot gezin hebben als dat de wil van God is.
Hoeveel twijfelende harten zijn bemoedigd geworden door de trouw van een ander
aan deze principes!
Om de moed te hebben die nodig is onze angst te overwinnen,
moeten we steunen op Gods hulp. Wij kunnen niet toestaan dat God verwijderd
wordt uit de maatschappij of 'tussen haakjes wordt geplaatst', of dat op een
dwaalspoor gebrachte mensen de universele, morele wet naar de privé-kamer van
het individuele 'geweten' verwijzen.
Het moet ons niet verbazen dat we de verleiding kunnen hebben
onopgemerkt te blijven in bepaalde onaangename omstandigheden. De heilige
Petrus zelf, nadat hij als hoofd van de Kerk was bevestigd, nadat hij de
Heilige Geest had ontvangen, gaf toe aan menselijk opzicht bij zijn joodse
broeders. Er was iemand als Paulus voor nodig om hem in die kwestie te
vermanen.9 Deze beroemde confrontatie, verre van
de heiligheid en de eenheid binnen de Kerk te weerleggen, toont in feite
eenheid aan tussen de apostelen: het respect dat de heilige Paulus had voor het
zichtbare hoofd van de Kerk en de grote nederigheid van de heilige Petrus die
zijn standpunt wijzigde. We kunnen elkaar in soortgelijke omstandigheden helpen
zoals dat hier gedaan werd, door de broederlijke vermaning te praktiseren met
medechristenen. De Heer geeft ons het goede voorbeeld over hoe wij ons behoren
te gedragen. Sinds die droeve dag in Nazaret wist Hij dat veel mensen het niet
met Hem eens waren. Toch baseerde Hij zijn doen en laten nooit op de opinies
van mensen. Alleen één ding is voor Jezus van belang: de Wil van zijn Vader.
Bijvoorbeeld, ofschoon spionnen Hem in de gaten hielden, gaf Hij het nooit op
om mensen te genezen op de Sabbat.10 Jezus wist
wat Hij doen wilde, Hij wist dat van het begin af. Wij zien Hem nooit van idee
veranderen of aarzelen, nog minder een beslissing herroepen. Christus vraagt
ons Hem met dezelfde standvastigheid te willen volgen. «Het is Zijn manier,
karakteristiek voor Hemzelf, die Hij hier zijn leerlingen voorhoudt.
Onoverwogen en overhaast handelen, aarzelen, tot een akkoord komen of een compromis
sluiten, dat is niets voor Hem. Zijn hele leven en zijn is Ja, Neen; niets
anders. Jezus is altijd de hele mens, altijd gereed, want Hij spreekt of
handelt nooit anders als vanuit zijn helder bewustzijn en vanuit zijn eigen
vastberaden wil.»11
Wij vragen Jezus om sterkte opdat we ons ten allen tijde door
Gods onveranderlijke Wil laten leiden in plaats van de wil van grillige mensen
te doen.
-1. Mc
3,21. -2. Mt
13,54-58. -3. Mt
22,16. -4. Mt
10,32. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 841. -6. 1 Kor 1,18. -7. 2 Tim 1,7-8. -8. H. Jean-Baptiste Marie Vianney,
Preek over de bekoringen.
-9. Vgl. Gal
2,11-14. -10. Mc
3,2. -11. K. Adam, Christus unser Bruder.
|