Achtste zondag door het jaar (A)
1. ZORGEN VAN ALLEDAG
-Het 'nu' volledig beleven zonder eronder gebukt te gaan.
Goddelijk kindschap. Vertrouwen op God en overgave aan Hem. -Vruchteloze
bezorgdheid. Wij krijgen altijd voldoende hulp om trouw te zijn. -Werken in de
tegenwoordigheid van God. Versterving van de fantasie om het huidige moment te
benutten.
1.1 In het evangelie van de mis
geeft de Heer ons deze raad: Maakt u dus niet bezorgd voor
de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf. Elke dag heeft
genoeg aan zijn eigen leed.1
De dag van gisteren is al voorbij; van die van morgen weten
wij niet of die voor ieder van ons zal aanbreken2,
want aan niemand is zijn toekomst bekendgemaakt. Wat betreft de dag van
gisteren hebben wij hoogstens redenen -veel redenen- om dank te zeggen voor de
ontelbare weldaden en hulp van God, en ook van degenen met wie we omgaan. Wij
zullen iets, ook al is het maar weinig, aan onze hemelse schat hebben
toegevoegd. De dag van gisteren geeft ons ook aanleiding tot boetvaardigheid en
berouw over onze zonden, fouten en nalatigheden. Over het verleden kunnen wij
met de woorden van de introïtus van de mis van vandaag, zeggen: De Heer heeft zich mijn beschermer getoond: Hij heeft mij in
veiligheid gebracht. Omdat Hij mij liefhad, heeft Hij mij gered.3
De dag van morgen is er nog niet. En als die aanbreekt, zal
ze mooier zijn dan in onze stoutste dromen, want onze Vader God heeft ons deze
dag bereid met het oog op onze heiliging: Deus meus es tu,
in manibus tuis sortes meae... Gij zijt mijn God, mijn dagen liggen in uw hand.4 Er zijn geen objectieve redenen om benard en bezorgd
uit te zien naar de dag van morgen: wij zullen over de benodigde genade
beschikken om het hoofd te bieden aan alles wat die dag zal brengen, en om als
overwinnaars uit de strijd te voorschijn te komen.
Slechts een ding telt: het heden. Wij hebben het heden om te
beminnen en heilig te worden, door middel van die kleine gebeurtenissen die het
raamwerk van een dag vormen. Deels zullen deze menselijk gesproken aangenaam
zijn, deels minder, maar alles wat ons overkomt kan een kostbare edelsteen
worden voor de eeuwigheid, als wij het volledig menselijk en met
bovennatuurlijke zin beleven.
Wij moeten ons niet vermeien in als, als, als...; in situaties
uit het verleden die in onze verbeelding, misschien wel mooier dan in
werkelijkheid, opkomen; of in toekomstige situaties, in dingen die onze
fantasie verraderlijk idealiseert, ontdaan van het contrapunt van de inspanning,
of die de fantasie ons juist uiterst lastig en moeilijk doet voorkomen. Wie almaar let op de wind, komt aan zaaien niet toe, en wie naar
de wolken blijft kijken, komt niet tot oogsten.5
Dit is een uitnodiging om de plicht van het ogenblik te vervullen, zonder
uitstel vanwege mogelijk betere gelegenheden: ook in dezen is het betere de
vijand van het goede. Het is makkelijk, ook in het apostolaat, zichzelf te
bedriegen met plannen maken en verschuiven, zoekend naar schijnbaar gunstiger
omstandigheden. Wat zou er terecht gekomen zijn van de prediking van de
apostelen, als zij gunstige omstandigheden afgewacht hadden? Wat zou er gebeurd
zijn met elk apostolaatswerk, als men steeds op de beste omstandigheden gewacht
had? 'Hic et nunc', hier en nu moet ik God beminnen met geheel mijn hart..., en
met daden.
Misschien bestaat een goed deel van heiligheid en doeltreffendheid,
menselijk en bovennatuurlijk gezien, in het beleven van elke dag alsof het de
enige van ons leven was. Dagen om ons te vervullen van liefde tot God en te
eindigen met de handen vol goede werken, zonder een enkele gelegenheid om het
goede te doen voorbij te laten gaan. De dag van vandaag zal nooit terugkomen en
de Heer verwacht van ons, dat wij ze vullen met liefde en met kleine diensten
aan onze broers en zussen. Onze engelbewaarder zal :ich tevreden moeten voelen,
als hij deze aanbiedt aan o.ze Vader God.
1.2 Weest
niet bedrukt... Vruchteloze bezorgdheid houdt gevreesd ongeluk niet weg,
maar loopt erop vooruit. Wij nemen een last op ons, zonder reeds de genade van
God te hebben om deze te kunnen dragen. Ongerustheid vermeerdert de
moeilijkheden en vermindert de mogelijkheid om de plicht van 'nu' te vervullen.
Vooral schieten we te kort in vertrouwen in de Voorzienigheid waarmee de Heer
alle situaties van ons leven leidt. En in de eerste lezing van de mis herhaalt
de Heer ons door de mond van de profeet Jesaja: Kan een
vrouw haar zuigeling vergeten? Zou een moeder zich niet meer ontfermen over het
kind van haar schoot? En ook al zou een moeder haar kind vergeten, neen, Ik
vergeet u nooit! 6 Hier en nu zal
onze Vader God, in alle omstandigheden, ons liefderijk tegenwoordig hebben.
En Jezus heeft, bij herhaling, gezegd: Weest
gerust, Ik ben het. Vreest niet.7 Wij
kunnen niet tegelijkertijd de lasten van vandaag en morgen dragen. Wij hebben
altijd voldoende steun om nu, vandaag, trouw te zijn en deze dag in rust en
blijdschap te leven. De dag van morgen zal nieuwe genade brengen, en de last
van morgen zal niet zwaarder zijn dan die van vandaag. Elke dag heeft zijn
zorgen, zijn kruis en zijn vreugde. Alle dagen van ons leven staan onder
leiding van God, die zozeer van ons houdt. Wij kunnen alleen maar in het heden
leven, op dit moment. Benauwenis is bijna altijd het gevolg van het met te
weinig intensiteit beleven van het heden en van een gebrek aan geloof in de
Voorzienigheid. Daarom zal deze benauwenis verdwijnen als wij telkens oprecht
herhalen: Volo quidquid vis, volo quia vis, volo quomodo
vis, volo quamdiu vis... Ik wil wat Gij maar wilt, ik wil omdat Gij het wilt,
ik wil zoals Gij het wilt, ik wil zolang Gij het wilt.8 Dan komen de gaudium cum pace,
de vreugde en de vrede.9
Soms kan ons de bekoring bekruipen de toekomst naar onze hand
te zetten, en vergeten wij dat het leven zich in Gods handen bevindt. Laten wij
niet doen als een ongeduldig kind dat bij het lezen de bladzijden snel doorbladert
om te weten hoe het verhaal afloopt. God schenkt ons de dagen een voor een,
opdat wij ze als het ware vullen met heiligheid. In het Oude Testament lezen
wij hoe de joden in de woestijn het manna verzamelden dat God bestemde als
voedsel voor één dag. Enkelen onder hen, die met het oog op de toekomst een
voorraad wilden opbouwen, voor het geval zij gebrek zouden lijden, bewaarden
meer dan zij nodig hadden. De volgende dag werden zij geconfronteerd met een
oneetbare, bedorven deegmassa. Het ontbrak hun aan vertrouwen in Jahwe, hun
God, die met vaderlijke liefde over hen waakte. Laten wij verstandig de
benodigde middelen aanwenden om de toekomst veilig te stellen, maar laten wij
dat niet doen als mensen die alleen op hun eigen krachten vertrouwen.
Het is goed de dingen van deze dag met blijde hoop te beleven
en er ons verstand bij te gebruiken, ons hart in te leggen, onze energie aan te
spenderen. Deze overgave aan God -deze heilige overgave- doet geen afbreuk aan
onze verantwoordelijkheid om te doen en te voorzien wat in elke aangelegenheid
nodig is. Deze overgave ontslaat ons er ook niet van, de deugd van voorzichtigheid
te beoefenen. Deze overgave is echter wel strijdig met een tekort aan
vertrouwen in God, en met de ongerustheid over dingen die nog niet gebeurd
zijn.10 Maak u niet bezorgd
voor de dag van morgen, herhaalt de Heer ons vandaag. Laten wij deze dag
van ons leven goed besteden.
1.3 God kent onze noden. Laten
wij dus eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid zoeken, en al het overige zal
Hij ons erbij geven.11 «Laten wij het vaste en
algemene voornemen maken God te dienen met ons hart, ons hele leven. Daardoor
zullen wij niet meer willen weten, of er een dag van morgen zal zijn, waarmee
wij rekening moeten houden. Laten wij ervoor zorgen vandaag goed te werken. De
dag van morgen zal morgen ook vandaag zijn, en dan zullen wij met die dag
rekening houden. Wij moeten ons voorzien van het manna voor vandaag en niets
meer. Twijfel er niet aan, dat God de volgende dag weer manna zal laten
regenen, en de daarop volgende dag, alle dagen van onze doortocht.»12 De Heer zal ons niet in de steek laten.
Het huidige moment beleven veronderstelt het schenken van
aandacht aan dingen en personen, en dus versterving van de verbeelding en van
onnodige herinneringen. De verbeelding brengt ons naar een andere 'wereld', ver
verwijderd van de enige 'wereld' die wij hebben om te heiligen. Verbeelding is
vaak de oorzaak van heel wat tijdverlies en het voorbij laten schieten van heel
wat gelegenheden om het goede te doen. Gebrek aan innerlijke versterving, van
de fantasie en de nieuwsgierigheid, is een van de grootste vijanden van onze
heiliging.
Het huidige moment beleven eist van ons het afschudden van
valse vrees voor toekomstige gevaren die in onze verbeelding uitvergroot en
vervormd worden. Wij verliezen ook het begrip van de werkelijkheid door de
valse kruisen die wij ons soms inbeelden, en waaraan wij nutteloos lijden
doordat wij misschien het kleine kruis niet aanvaarden dat de Heer ons oplegt,
het kleine kruis dat ons zal vervullen van vrede en vreugde.
Het actuele moment met de volheid van de Liefde beleven, dat
zal ons zonder onderbreking confronteren met dingen van schijnbaar weinig
belang, waarin wij trouw moeten zijn. 'Hic et nunc', hier en nu moeten wij
stipt het leefplan vervullen dat wij ons hebben voorgenomen. Hier en nu moeten
grootmoedig zijn tegenover God, de lauwheid ontvluchten. Hier en nu verwacht de
Heer, dat wij zegevieren in wat moeite kost en zorgen vooruitgang te boeken in
die strijdpunten die deel uitmaken van het bijzonder gewetensonderzoek.
Laten wij de Allerheiligste Drieëenheid vragen ons de genade
te verlenen het actuele moment van elke dag met de volheid van de Liefde te
beleven, alsof het het laatste geschenk aan God van ons leven op aarde was.
-1. Mt 6,34. -2. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 253. -3. Ps 17,19-20. -4. Ps 31,16. -5. Pred 11,4. -6. Jes 49,15. -7. Mt 14,27. -8. Romeins Missaal,
Gebeden na de mis, gebed van paus Clemens xi.
-9. Romeins Missaal, Gebed. -10. Vgl. Dom V. Lehodey, De heilige overgave,
Westmalle 1946. -11. Vgl. Mt 6,32-34. -12. H. Franciscus van Sales, Epistolarium,
fragm. 131,766.
|